Het Europees landenkampioenschap is meer dan vijftig jaar oud en intussen uitgegroeid tot het derde sportevenement op aarde, na de Olympische Spelen en het WK voetbal. De vorige dertien edities leverden aardig wat grote sterren op. Ziehier onze selectie in een 3-4-3.

DOELMAN LEV JASJIN

(22 oktober 1929 – 20 maart 1990)

De eerste held van de Europese landenbeker, zoals het EK aanvankelijk heette, was Lev Jasjin. De eindronde bestond nog slechts uit halve finales en finale, maar de Russische doelman was in beide partijen de uitblinker.

In de halve eindstrijd won de Sovjet-Unie met 3-0 van Tsjechië (met onder anderen Ladislav Novak en Emil Masopust, die later in ons land aan de slag gingen), maar de zege was in ruime mate de verdienste van Jasjin. In de finale liet hij alleen Milan Galic (ex-Standard) scoren en lag aan de basis van de 1-1 na 90 minuten. Viktor Ponedelnik schoot de USSR voor 17.966 toeschouwers in het Parc des Princes naar de Europese titel.

Jasjin is de beroemdste en meest charismatische Russische voetballer aller tijden. Hij vestigde zijn reputatie met Dinamo Moskou, dat hij aan vijf landstitels hielp. Na zijn optreden op het EK werd hij als de beste doelman ter wereld beschouwd. Zijn stijl van keepen maakte overal indruk en hij blonk ook uit op de WK’s van 1958, 1962 en 1966. Hij is de enige doelman die uitgeroepen werd tot Europees Voetballer van het Jaar (1963) en hij stopte in zijn carrière meer dan 150 strafschoppen.

Zijn zwarte trui was zijn handelsmerk. In Europa werd Jasjin ‘de Zwarte Panter’ genoemd, in Zuid-Amerika stond hij bekend als ‘de Zwarte Spin’. Zijn bekendste bijnaam was ‘de Octopus’, omdat het soms leek alsof hij acht armen had.

Jasjin speelde 78 interlands en schopte het nog tot vicevoorzitter van de Russische voetbalbond, maar hij stierf in eenzaamheid.

VERDEDIGERS LILIAN THURAM

(1 januari 1972)

Frankrijk verloor op Euro 2000 in de groepsfase van Nederland (3-2), maar mocht dankzij overwinningen tegen Denemarken (3-0) en Tsjechië (2-1) naar de knock-outfase. In de kwartfinale namen de wereldkampioenen de maat van Spanje (2-1) en in een onvergetelijke halve finale op de Heizel zetten ze in de verlengingen Portugal opzij (2-1). In de eindstrijd hadden Les Bleus opnieuw extra times nodig om afstand te nemen van Italië. Daniel Trezeguet zorgde voor de winnende treffer (2-1).

Lilian Thuram was niet alleen een uitstekende verdediger, maar ook de echte leider van het fel gekleurde team. ‘Le Professeur’ is met 142 interlands nog altijd Frans recordhouder.

Thuram werd in Guadeloupe geboren. Hij begon zijn carrière bij AS Monaco, won de UEFA Cup met Parma en werd vier keer Italiaans kampioen met Juventus. Met Frankrijk werd hij zowel wereld- als Europees kampioen.

In augustus 2008 stond hij op het punt een contract voor twee seizoenen te tekenen bij Barcelona. Bij het medisch onderzoek werd echter een hartafwijking vastgesteld en hij stopte ogenblikkelijk met voetballen.

FRANZ BECKENBAUER

(11 september 1945)

In 1972 werd de eindronde in België georganiseerd en de Rode Duivels plaatsten zich erg knap bij de laatste vier. In de halve finale moesten ze het echter tegen West-Duitsland opnemen en de Mannschaft bleek een maatje te groot. Franz Beckenbauer heerste als ‘Der Kaiser’ op de Bosuil en Gerd Müller nam twee goals voor zijn rekening. Lon Polleunis maakte er kort voor tijd nog 2-1 van, maar dat volstond niet.

De Sovjet-Unie stond voor de derde keer op vier edities in de eindstrijd, maar de match op de Heizel was de onevenwichtigste finale uit de geschiedenis. De Duitsers wonnen met 3-0 en een half jaar later werd Franz Beckenbauer uitgeroepen tot Europees Voetballer van het Jaar. Zijn ploegmaats Günter Netzer en Gerd Müller maakten het podium compleet en onderstreepten de Duitse dominantie.

Franz Beckenbauer bereikte als speler, trainer en bestuurder de absolute top. De Keizer was een van de eerste leden van ‘de Club van 100’ (103 interlands). Hij won als speler (1974) en als coach (1990) de wereldbeker. Allen Mario Zagallo deed even goed.

Op het EK van 1972 was hij aanvoerder van de Mannschaft. Hij gaf de positie van libero een nieuwe invulling en voetbalde vaak voor zijn verdediging. Zijn artistieke stijl van spelen sloot aan bij zijn charisma en bleef tot het einde van zijn carrière een genot voor de liefhebbers.

GIACINTO FACCHETTI

(19 juni 1942 – 4 september 2006)

Italië keerde met pek en veren besmeurd terug van het WK ’66, waar het door een doelpunt van de Noord-Koreaan Pak Doo-Ik was uitgeschakeld. Twee jaar later zette de Squadra Azzurra in eigen land echter een en ander recht. Al kwam er flink wat geluk bij kijken. De halve finale tegen de Sovjet-Unie eindigde op 0-0 en Italië mocht dankzij de opgooi van een muntstuk verder. In de eindstrijd stond het na 120 minuten nog 1-1 tegen het Joegoslavië van Dragen Dzajic. Twee dagen later won de thuisploeg van aanvoerder en uitblinker Giacinto Facchetti de replay met 2-0.

Facchetti dankte zijn roem aan Helenio Herrera, de schepper van het Inter van de jaren zestig. In zijn jeugd stak Giacinto al boven zijn leeftijdsgenoten uit, letterlijk en figuurlijk. Bij Trevigliese opereerde hij in de spits. Inter contacteerde hem vanwege zijn lengte en zijn snelheid. Herrera paste de nieuweling in als linksachter.

Facchetti kreeg van de Argentijnse magiër de vrijheid om veelvuldig uit te breken. Hij groeide uit tot de eerste moderne vleugelverdediger en zijn plotselinge rooftochten waren vaak bijzonder succesrijk. Hij maakte 59 doelpunten voor Inter en dat is nog steeds een record voor een verdediger in de Serie A.

De elegante Facchetti speelde 94 interlands en evolueerde naar de positie van libero in het gehate catenacciosysteem. Met Inter won hij vier landstitels en twee keer de Europese beker voor landskampioenen.

Facchetti was voorzitter van Inter toen hij overleed. De Nerazzurri beslisten dat het rugnummer 3 nooit meer gedragen zou worden in San Siro.

MIDDENVELDERS ANTONIN PANENKA

(2 december 1948)

De finale tussen Tsjecho-Slowakije en West-Duitsland in 1976 eindigde op 2-2. Uli Hoeness miste zijn strafschop bij 4-3. Antonin Panenka kon de Tsjechen de overwinning bezorgen. De aanvallende middenvelder stapte boordevol vertrouwen naar de strafschopstip. Doelman Sepp Maier dook naar de linkerhoek, maar Panenka stiftte de bal door het midden van het doel over de Duitse doelman: 5-3.

‘Un poète’, een dichter, riep de Franse voetbalcommentator spontaan uit. Het is wellicht de beroemdste strafschop uit de voetbalgeschiedenis. De panenka is inmiddels een begrip in de voetbalwereld.

Antonin Panenka speelde bij Bohemians Praag, waarvan hij momenteel voorzitter is, Rapid Wien en Sankt Pölten. Hij stond bekend voor zijn uitstekende passes en vrije trappen. Hij droeg 59 keer het nationale shirt en maakte 17 doelpunten. Strafschoppen bleven zijn specialiteit. Hij trof ook raak in de shootout op het EK ’80 die zijn land de derde plaats opleverde. Op het WK van 1982 kwamen de Tsjechen maar twee keer tot scoren: twee keer Antonin Panenka vanop elf meter.

LUIS SUÁREZ

(2 mei 1935)

Spanje had het eerste EK van 1960 om politieke redenen geboycot, maar mocht toch de volgende eindronde organiseren. In de halve finale versloeg het thuisland na verlengingen en dankzij een doelpunt van Amancio, de nieuwe ster van Real Madrid, Hongarije (2-1). Deze stand stond na 90 minuten ook op het bord in de finale tegen de Sovjet-Unie. De winnende treffer was dit keer van Marcelino.

De ster van de Spaanse ploeg was echter Luis Suárez, die op dat moment de beste voetballer van het oude continent was. Suárez had enkele weken voor het EK met Inter ook de Europese beker voor landskampioenen gewonnen. Aan het einde van het jaar werd hij uitgeroepen tot Europees Voetballer van het Jaar.

Luisito verhuisde al vroeg van Deportivo La Coruña naar Barcelona, waarmee hij een finale van Europacup I verloor. Hij werd tot voor kort door iedereen als de beste Spaanse voetballer aller tijden aangezien, maar moet nu concurreren met Xavi en Iniesta.

De generaal op het middenveld was verdedigend sterk en een meester in het lanceren van de tegenaanval. De ideale man voor het catenaccio van Inter, waarmee hij twee keer Europacup I won. Suárez was van 1988 tot 1991 ook Spaans bondscoach.

MICHEL PLATINI

(21 juni 1955)

Michel Platini was de ster van het EK ’84, waarin hij negen keer scoorde. Nog altijd een record, ook al spelen de finalisten sinds Euro ’96 een wedstrijd meer. De Fransman was de dirigent van een briljant middenveld met Luis Fernandez, Jean Tigana en Alain Giresse.

In de groepsfase maakte Platini het enige doelpunt voor Frankrijk tegen Denemarken. Tegen België en Joegoslavië was hij telkens de auteur van een ‘perfecte’ hattrick en scoorde hij met rechts, links en het hoofd.

Platini scoorde in de halve eindstrijd tegen Portugal de beslissende goal in de verlengingen (3-2). In de finale opende hij de score met een vrije trap waarbij de Spaanse doelman Luis Arconada zwaar in de fout ging (2-0).

De grootste Franse voetballer aller tijden verhuisde van Nancy naar St.-Etienne, waarmee hij de landstitel won. De club raakte echter in zwaar financieel weer en na het WK’ 82 trok hij naar Juventus.

Met zijn lasergestuurde passes en dodelijke vrije trappen voerde hij La Vecchia Signora naar nationale en Europese triomfen. Hij was drie keer topschutter in de Serie A en maakte in 1985 de enige goal in de finale van de beker voor landskampioenen, beter gekend als het Heizeldrama. Hij speelde 72 interlands en was de eerste speler die drie keer uitgeroepen werd tot Europees Voetballer van het Jaar.

Na zijn spelerscarrière werd hij Frans bondscoach, voorzitter van het organisatiecomité van het WK ’98 en tot slot voorzitter van de Europese voetbalunie UEFA.

XAVI HERNÁNDEZ

(25 januari 1980)

Spanje imiteerde, in de omgekeerde volgorde, Frankrijk door de Europese titel en de wereldkroon op rij te winnen. De combinatie van het tiquitaca van Barcelona met het meer realistische voetbal van Real Madrid leverde Spanje op Euro 2008 voor het eerst sinds 1964 een internationale titel op.

De groepsfase was een onweerstaanbare stormloop langs Rusland (4-1), Zweden (2-1) en Griekenland (2-1). In de kwartfinales ging het nog moeizaam en Italië werd pas na strafschoppen uitgeschakeld. Van toen af ging de motor op volle kracht lopen. Rusland werd in de halve eindstrijd opzij geblazen met een openingstreffer van Xavi (3-0). In de finale tegen Duitsland zorgde Fernando Torres voor het enige doelpunt.

Xavi Hernández (alom bekend als Xavi) voetbalt sinds 1997 bij Barcelona en is een product van La Masía, la cantera – de befaamde jeugdopleiding – van Barça. Samen met Andrés Iniesta vormt hij een klein maar groots duo op het middenveld van de Catalanen. Hij won met Barcelona zes keer het Spaanse kampioenschap en drie keer de Champions League.

In maart 2011 speelde hij zijn honderdste interland. Voor de start van de voorbereiding van Euro 2012 stond de teller op 107 caps en tien doelpunten. In de verkiezing voor Wereldvoetballer van het Jaar moest hij alleen zijn Argentijnse ploegmaat Lionel Messi laten voorgaan.

AANVALLERS KARL-HEINZ RUMMENIGGE

(25 september 1955)

Karl-Heinz Rummenigge was de grote uitblinker van het EK van 1980, het eerste met een eindronde met acht ploegen. De spits van Bayern München maakte in de eerste match van de Mannschaft het enige doelpunt tegen Tsjecho-Slowakije. Hij nam daarmee revanche voor de nederlaag in de finale van het vorige toernooi.

In de eindstrijd tegen het verrassende België trapte Rummenigge de hoekschop die door Horst Hrubesch werd ingekopt en de Europese titel opleverde. Rummenigge werd een paar maanden later verkozen tot Europees Voetballer van het Jaar en verlengde die titel een jaar later. Hij nam aan drie WK’s deel (1978, 1982, 1986), maar stelde vreemd genoeg telkens teleur op het allerhoogste podium.

Rummenigge was een echte doelpuntenmachine. Hij scoorde 45 keer in 95 interlands. Voor Bayern speelde hij 310 matchen en was goed voor 162 goals. Voor Inter kwam hij op 34 treffers in 64 duels uit.

Hij sloot zijn loopbaan af bij Servette Genève en groeide nadien als bestuurder uit tot een van de machtigste figuren binnen het voetbalbestel. Eerst als voorzitter van Bayern München, nadien als president van de European Club Association (de verzameling van de 200 grootste Europese clubs).

MARCO VAN BASTEN

(31 oktober 1964)

Na een seizoen waarin hij voortdurend met een enkelblessure sukkelde, begon Marco van Basten als bankzitter aan Euro ’88. Nederland verloor de openingspartij tegen de Sovjet-Unie en in de volgende match was Van Basten er opnieuw bij. En hoe. Met een hattrick zette hij Engeland opzij (3-1).

De halve finale tegen thuisland West-Duitsland was een onvergetelijke klassieker, beslist met een late treffer van Van Basten (2-1). In de finale, opnieuw tegen de Sovjet-Unie, opende Ruud Gullit de score en maakte Van Basten de klus af met wellicht de mooiste goal uit de geschiedenis van de EK-eindrondes. Hij volleyde een cross van Arnold Mühren voorbij doelman Rinat Dasajev.

De Utrechtenaar debuteerde bij Ajax als vervanger van Johan Cruijff. Hij maakte 128 goals in 133 partijen voor de Amsterdammers, waarmee hij drie keer landskampioen werd en Europacup II won.

In 1987 verhuisde hij naar AC Milan en stond in voor 90 goals in 147 duels van de Serie A. Met de Rossoneri won hij drie landstitels en twee keer Europacup I. Hij droeg 58 keer het Oranjeshirt en was goed voor 24 treffers. Hij werd in 1988, 1989 en 1992 telkens uitgeroepen tot zowel Europees als Wereldvoetballer van het Jaar.

THIERRY HENRY

(17 augustus 1977)

Frankrijk was het eerste team dat zowel regerend wereldkampioen als Europees kampioen werd. Na de wereldtitel van 1998 in eigen land mocht het twee jaar later in de Lage Landen de Europese kroon opzetten.

Les Bleus brachten in België en Nederland heel wat leuker voetbal dan twee jaar eerder op Franse bodem. In 1998 hadden de Haantjes geen diepe spits die naam waardig. Op Euro 2000 werd het probleem opgelost door Henry van links naar het centrum van de aanval over te hevelen.

Thierry Henry beleefde in zijn carrière naast een indrukwekkende lijst ‘ups’ ook enkele behoorlijke ‘dips’. Henry werd al vroeg in zijn loopbaan Frans kampioen met AS Monaco en Arsène Wenger als coach. De overstap naar Juventus was echter een afknapper en de linkervleugelaanvaller was niet weinig blij dat hij bij Arsenal zijn vroegere mentor Wenger terugvond.

Met de ‘Gunners’ won hij de Premier League en met Barcelona de Spaanse titel en de Champions League in 2009. Helemaal overtuigen kon hij in Catalonië echter niet en hij besloot af te bouwen in Amerika, bij de New York Red Bulls.

‘Anaconda’ (de naam van een slangensoort) keerde deze winter nog even naar Arsenal terug om Wenger uit de aanvallende zorgen te halen. Hij won in 2004 en 2005 de Europese Gouden Schoen. Henry speelde 123 interlands voor Frankrijk en maakte daarin 51 doelpunten.

DOOR FRANÇOIS COLIN – BEELDEN: IMAGEGLOBE

Marco van Basten maakte tegen Rusland wellicht de mooiste goal uit de geschiedenis van de EK-eindrondes.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier