Uitgesloten spelers komen steeds vaker weg met lichte straffen. Niet alleen de scheidsrechters, ook de rechters van het sportcomité voelen zich in hun hemd gezet. Zij wijzen naar het bondsparket, maar vooral naar ‘het verminderingscomité’.

Eén speeldag met uitstel. Daar kwam Karel Geraerts vorige week mee weg bij het Sportcomité voor zijn tackle op Ernest Nfor tijdens Zulte Waregem – Club Brugge van tien dagen geleden. Voor hem en zijn medestanders het ultieme bewijs dat zijn charge volkomen reglementair was. Een redenering kort door de bocht, maar niet geheel onbegrijpelijk. Hoe meer rood er wordt getrokken tegenwoordig, hoe lichter de straffen lijken uit te vallen. Sommigen, zoals Karel Ge-raerts, menen daaruit te mogen concluderen dat de scheidsrechters te streng optreden.

De realiteit is genuanceerder. Het aantal onbestrafte ellebogen en vliegende tackles dat wekelijks de velden en het scherm teistert, bewijst dat nog méér rood ook had gekund. Toch bestaat de indruk dat de scheidsrechters sneller ingrijpen sinds Axel Witsel het been van Marcin Wasilewski brak. Uit angst, wordt gezegd, om naar de tweede klasse te worden verbannen, zoals Johan Verbist eind vorig jaar overkwam. Hij zag een brutale trap van Réginal Goreux op de enkel van Wim Mennes niet. De televisiecamera’s wel en de Standardspeler werd alsnog gestraft. Verbist ook.

Het beroep van Goreux wordt vrijdag behandeld. Het bondsparket eiste een schorsing van vier speeldagen, het sportcomité maakte er drie van. De kans is groot dat het beroepscomité daar straks nog onder gaat. Jacques De Ketelaere, de voorzitter van het sportcomité, begrijpt dat het scheidsrechterscorps zich steeds meer in zijn hemd gezet voelt. “Maar niet door ons! Men moet niet smalend doen over het sportcomité. Spelers komen bij ons niet zonder kleerscheuren weg. Geraerts is wel degelijk gestraft. Om te beginnen door zijn uitsluiting en vervolgens ook door die speeldag met uitstel tot 30 juni. Er komt nog een nacompetitie: hij zal zich moeten gedragen.”

Geraerts had van het bondsparket een schorsingsvoorstel van één wedstrijd gekregen. Het sportcomité maakte die eis voorwaardelijk. “Er waren een aantal verzach-tende omstandigheden, zoals dat er geen gestrekt been was, wat ten onrechte in het verslag van de scheidsrechter stond. Maar wij hebben in onze motivatie uitdrukkelijk gesteld dat Bourdouxhe correct heeft ingeschat dat er een gevaar was voor de fysieke integriteit van Nfor. Wij waren van oordeel dat de uitsluiting wel degelijk gerechtvaardigd was.”

De Ketelaere haalt daarmee alvast Ge-raerts’ redenering onderuit dat zijn tackle reglementair was. Als het van de plaatsvervangende Leuvense politierechter afhangt, had hij de Clubspeler zelfs zwaarder gestraft. Het gebrek aan consequentie in de minnelijke schikkingen van het bondsparket maakte dat een moeilijke oefening. “Het bondsparket moet veel zwaardere straffen voorstellen. Het is niet ernstig dat voor de fout van Geraerts maar één speeldag wordt gevraagd, evenveel als voor Van Hoevelen. En voor Vargas zelfs géén. Van Hoevelen brengt een doorgebroken speler van Lokeren ten val. Tussen dat licht aanlopen van een tegenstander zodat die mogelijk een doelkans misloopt en de actie van Geraerts is een duidelijk verschil. Als ik Geraerts één speeldag met uitstel geef, kan ik moeilijk anders dan de uitsluiting voor Van Hoevelen voldoende achten.”

Maar de redenering kan ook worden omgedraaid. Stel dat het sportcomité Van Hoevelen één speeldag had geschorst: wat weerhield het er dan van Geraerts zwaarder te straffen? De Ketelaere: “Ik zal niet zeggen dat ik me heb laten leiden door de publieke opinie, maar als ik zie dat het bondsparket voor Vargas de uitsluiting voldoende acht, voor een fout die ik veel zwaarder acht dan die van Geraerts, waar zijn we dan mee bezig? Als ik Geraerts op zo’n moment bestraf met twee speeldagen, is het kot te klein. Het bondsparket moet zijn strafvoorstellen zwaarder maken. Of géén straf voorstellen: dan komen zulke dossiers automatisch bij het sportcomité terecht.”

Ontslag overwogen

“Het bondsparket is te laks, maar ook het beroepscomité stapt licht over de dingen heen”, vervolgt De Ketelaere. Over dat comité blijft hij terughoudend in zijn uitspraken, maar dat hij zich ergert, is duidelijk. Hij hoort ook hoe het in de wandelgangen nu al het verminderingscomité wordt genoemd. “Clubs wéten dat ze strafvermindering krijgen als ze in beroep gaan. Toen we in de laatste zaak- Witsel twee speeldagen uitspraken, was ik verbaasd dat hij in beroep ging. Persoonlijk vond ik twee wedstrijden, wat het bondsparket had voorgesteld, zelfs nog te weinig. Ik heb het gehandhaafd omdat men anders zou kunnen zeggen dat we Standard viseerden. Aan die beslissing hebben wij anderhalf uur gewerkt. Als ik dan zie dat het beroepscomité niet met dezelfde strengheid oordeelt en nalaat zijn beslissing degelijk te motiveren, wat het bondsreglement nochtans voorschrijft, ben ik uiterst verwonderd.”

Het beroepscomité sprak Witsel helemaal vrij. Toen onlangs ook bondsvoorzitter De Keersmaecker zijn reglement met de voeten trad en een aantal beslissingen tegen Charleroi zomaar herriep, overwoog De Ketelaere – en met hem het hele sportcomité – ontslag. Uit het overzicht van sancties van het sportcomité blijkt nog dat van al zijn beslissingen tegen Charleroi, er slechts één niet ongedaan werd gemaakt door het beroepscomité. Dat was in de zaak waarin spelers en trainer van Cercle Brugge tot in hun eigen kleedkamer werden belaagd door functionarissen van Charleroi. Voor één keer zou er toen zijn gelobbyd om een sanctie van het sportcomité te behouden. Clubbelangen in het beroepscomité zouden daarbij een rol hebben gespeeld.

“Natuurlijk zijn onze beslissingen aanvechtbaar, maar wij hebben tenminste de intellectuele eerlijkheid en fierheid om ze grondig te motiveren”, vat De Ketelaere het samen. Pas toen het uitvoerend comité de bondsvoorzitter terugfloot, zagen hij en zijn confraters in het sportcomité af van ontslag.

door jan hauspie

Clubs wéten dat ze strafvermindering krijgen als ze in beroep gaan.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier