Elk jaar weer zijn de horlogesalons de ideale gelegenheid om te (her)ontdekken hoe groot de verschillen zijn tussen de nieuwe mechanica en de doorsneehorlogeproductie. En dat was in 2012 niet anders.

Waarom zou je tegenwoordig nog een poepchic polshorloge kopen als je voor veel minder geld alle tijdzones op je smartphone kunt vinden? “Om een gesprek met een onbekende te kunnen beginnen”, antwoordde een vriend van me al lachend op bovenstaande vraag. “Als je een bijzonder polshorloge draagt, kun je er zeker van zijn dat iemand je erop zal aanspreken.”

De horlogeliefhebber herkent vast wel een RolexSubmariner of een Cartier Tank. Net zoals kledij en accessoires zijn polshorloges stijlelementen waar je als modebewuste man/vrouw niet zomaar aan voorbij kunt gaan. Zij die hun kledij met zorg uitkiezen, zullen dat vrijwel automatisch ook met hun polshorloge(s) beginnen te doen.

‘Het polshorloge is het enige juweel voor mannen’, herhalen de grote horlogemerken maar al te vaak. En gelijk hebben ze. Het is inderdaad een juweel, maar dan wel een hoogtechnologisch juweel. Het design speelt uiteraard ook een rol, maar het is toch vooral de technische inhoud die ervoor zorgt dat je een bijzondere band met je polshorloge krijgt.

Net zoals bij (het zien van) auto’s worden mannen teruggeslingerd naar hun kindertijd als ze een knap horloge zien. Net omdat ze niet alles tot in detail begrijpen, zijn ze vaak zo gefascineerd door de werking van hun polshorloge. En het spreekt voor zich dat mechanica een veel grotere aantrekkingskracht uitoefent dan de eerste de beste elektrische motor. Achter de dans van de wijzers op het frontpaneel gaat een hele wereld van micromechanische mirakels schuil. Probeer je maar eens even voor te stellen hoeveel kunde en genie er schuilgaat in een constructie waar alles om millimeters en milligrammen draait, en waar de energie van een veer volstaat om een ritme van 21.600, 28.800, 36.000 of zelfs 72.000 schommelingen per uur te genereren.

De mechanische horlogerie, nochtans dood verklaard op het moment dat de kwartsbeweging op de markt verscheen, wint de laatste jaren weer terrein. Aanvankelijk grepen enkel de topmerken opnieuw naar mechanische polshorloges, maar nu doen ook de meer goedkope en populaire collecties dat steeds vaker. Opvallend is ook dat het deel van de horlogewereld dat gedurende twee eeuwen amper veranderde, plots de ene noemenswaardige verandering na de andere beleeft. Je zou zonder overdrijven van een revolutie kunnen spreken. Dankzij de nieuwe materialen die opduiken, kunnen horlogemakers steeds meer betrouwbare mechanische bewegingen aanbieden, zelfs in populaire collecties. De precisie benadert die van een elektronisch polshorloge. En er is natuurlijk de onvervangbare charme van de mechanica.

Je zult deze modellen dan wel niet dagelijks in het straatbeeld zien – niet verwonderlijk als je weet dat ze ongeveer evenveel kosten als een luxewagen – maar ze geven wel perfect weer hoe het gesteld is met de hedendaagse horloges, op vlak van techniek en esthetiek. Horloges die nu nog enkel en alleen betaalbaar zijn voor de happy few worden ongetwijfeld ooit ook betaalbaar voor Jan met de pet. En tot het zover is … Dromen kost niets.

DOOR PATRICK DELAROCHE

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier