IN DEZE RUBRIEK DIEPT JACQUES SYS ANEKDOTES OP UIT DE KELDER VAN ZIJN GEHEUGEN. VANDAAG: DE BEIERSE JAREN VAN JEAN-MARIE PFAFF.

Je ziet hem tegenwoordig nauwelijks nog op het voetbal. Maar zou hij op 19 mei naar München afreizen om de finale van de Champions League bij te wonen? Jean-Marie Pfaff heeft de draad met Bayern München nooit kunnen doorknippen. Nog altijd is hij immens populair in de Beierse metropool, nog steeds klopt hij daar de mensen die hem herkennen amicaal op de schouder, poseert gewillig, deelt handtekeningen uit en maakt een praatje. Een man van en voor het volk.

Wat je van Pfaff ook mag zeggen, die toegankelijkheid was in zijn actieve carrière altijd zijn handelsmerk. Toen hij bij Bayern München keepte noemde hij zichzelf een Starfüssballer, een term die de boulevardpers graag gebruikte. Maar zo gedroeg hij zich niet. Want welke Starfüssballer haalt je in de prille ochtenduren af van de luchthaven? Wie loodst je vervolgens mee naar huis en zet een uitgebreid ontbijt voor? Wie trekt je dan mee naar de training en stelt je aan zijn ploegmaats voor? Wie neemt je vervolgens weer mee naar huis waar je een heerlijke spaghetti krijgt geserveerd? En wie geeft je vervolgens een tekening mee van zijn dochters Debby, Kelly en Lindsey en vraagt je voor het werk van de kleine meisjes, mijn prinsesjes, zorg te dragen?

Jean-Marie Pfaff deed het toen we hem eens in München bezochten. Dat was in februari 1985 en hij maakte toen een moeilijke periode door. Na een liesoperatie diende hij zich tegenover zijn concurrent, Raimond Aumann, weer te bewijzen, het raakte hem tot in het diepste van zijn ziel. Maar hij vocht terug. We zien hem nog die ochtend na de training aan trainer Udo Lattek vragen of die hem nog even onder handen wou nemen. De Bayerncoach, die met zijn stuurse blik op een Feldwebel leek, deed het met tegenzin: “Na ja, wenn es sein muss.”

Dat ging er bij Pfaff niet in. Zoals hij Lattek niet begreep toen hij hem, als er in de zaal werd getraind, om een mat vroeg om te duiken. De trainer antwoordde dat het hier geen circus was. Dat begreep Jean-Marie niet. In zijn grote bungalow (zes slaapkamers en een living van 80 vierkante meter) vertelde hij dat ze bij Bayern niet wisten dat een keeper punten kan pakken en dat dit zijn ontwikkeling remde. Hij mijmerde over de tijd bij Beveren toen Urbain Braems hem oefeningen liet doen om zijn vingertoppen optimaal te gebruiken. Hij verhaalde over de kilte bij Bayern München, waar de concurrentiestrijd zo hevig woedde dat je onmogelijk met een andere speler vriendschap kon sluiten. En hij ergerde zich dat de spelers niet allemaal hetzelfde pak droegen als ze op afzondering gingen en dat dit gewoon kwam omdat Karl-Heinz Rummenigge niet graag een kostuum aantrok.

Het was een momentopname, die reportage, uiteindelijk zou Jean-Marie Pfaff nog drie jaar, tot medio 1988, in München blijven. Daar kreeg hij de erkenning waarnaar hij in België altijd zocht. Ook na zijn carrière. Tijdens het WK in Zuid-Afrika, twee jaar geleden, vertelde hij ons dat hij er nog steeds van droomde om trainer te worden, een mislukt avontuur bij KV Oostende ten spijt. Hij was met een project bezig, zei hij daar, ergens in de buurt van Johannesburg. Diep in zijn binnenste brandde de overtuiging dat er in hem een goeie trainer schuilde. Alleen: iemand moest hem een kans geven.

Helemaal niets is daarvan geworden. Dat moet knagen, ook al zal hij dat zelf nooit toegeven. Het maakt allemaal deel uit van zijn leven, een hard gevecht tegen de buitenwereld, een carrière met successen en mokerslagen. Veel, heel veel heeft Jean-Marie Pfaff moeten verwerken. Dat hij onder de dreunen niet bezweek, zegt veel over zijn mentale sterkte, een aspect dat tijdens zijn carrière veel te weinig in de verf is gezet.

Het zou Jean-Marie Pfaff goed doen als hij straks, in de finale van de Champions League, Bayern München aan het werk ziet tegen Chelsea. In de stad waar hij zeker door de supporters wordt geadoreerd en waar herinneringen zullen opleven. Mooie herinneringen. Veel is er intussen bij zijn ex-club veranderd. En bij Jean-Marie Pfaff zelf. Maar een gevoelsjongen is hij altijd gebleven. En iemand helpen heeft hij altijd willen doen. Soms onhandig, vaak geforceerd, maar altijd gemeend. De allereerste wedstrijd die we als beginnend journalist, toen nog zonder auto, in onze carrière volgden was er een van Beveren. Pfaff stapte in de kleedkamer zelf op ons af. Hij voerde ons naar het station. 38 jaar geleden. Maar hij weet het nog altijd.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier