‘HET IS SIMPEL: WIJ HEBBEN GRENZEN GESTELD’

Rúnar Kristinsson (rechts): 'Het is belangrijk dat je beseft dat je geen tien dezelfde types op een veld kan zetten. Er moet evenwicht en tactiek zijn.' © BELGAIMAGE - YORICK JANSENS

In haast vlekkeloos Nederlands vertellen Rúnar Kristinsson en Arnar Vidarsson honderduit over hun spelersverleden, het IJslandse EK-succes en de manier waarop ze Sporting Lokeren willen reanimeren.

‘Gaan we een kalender maken of zo?!’ Arnar Vidarsson grijnst, tevreden over zijn eigen mopje. Het vriest buiten, maar de lucht lacht hemelsblauw. IJslandse omstandigheden, zou je denken. Toch zoeken Arnar Vidarsson (38) en Rúnar Kristinsson (47) het liefst zo snel mogelijk weer de verwarmde catacomben van Daknam op in plaats van buiten een zoveelste pose aan te nemen voor onze fotograaf.

We treffen het IJslandse trainersduo daags na de 1-2-stuntzege op het veld van KRC Genk. Pas om 1 uur ’s nachts waren ze terug in Lokeren, waar ze dan nog eerst samen wat wedstrijdbeelden bekeken. ‘Ik ben om 4 uur gaan slapen’, vertelt Kristinsson. De korte nachten deren hem niet, de voormalige spelverdeler weet dat Sporting Lokeren hem de kans biedt zich op de Europese trainersmarkt te profileren. Met zijn gezin rekening houden hoeft hij ook al niet, voorlopig leeft Rúnar nog alleen op hotel in Sint-Niklaas. De komst van zijn familie zal afhangen van een eventuele contractverlenging en Kristinsson weet wat daarvoor nodig is: een plek in de top tien. Dan wordt zijn contract automatisch verlengd, zo verklapte voorzitter Roger Lambrecht een dikke maand geleden bij de persvoorstelling van de nieuwe Lokerentrainer.

Bij die voorstelling was het opvallend hoe de club benadrukte dat jullie een duo zouden vormen. En dat de technische staf een team moest zijn. Een kleine sneer naar Georges Leekens, die het advies van zijn assistenten amper gebruikte. Voelen jullie dit zelf ook aan als een duobaan?

ARNAR VIDARSSON: ‘Het is niet Georges versus Rúnar, ieder heeft zijn stijl en de ene is niet juister dan de andere. Het is wel zo dat mijn aanwezigheid als T2 een van de eerste zaken was die Rúnar aankaartte in zijn gesprekken met de club – het eerste was ongetwijfeld zijn loon.’ (lacht)

RÚNAR KRISTINSSON: ‘Arnar kent de ploeg en we zijn vrienden. Ik weet dat ik van hem altijd een eerlijk antwoord krijg. Het is als hoofdtrainer belangrijk dat je iemand naast je hebt die je kunt vertrouwen.’

VIDARSSON: ‘Ik wil wel duidelijk stellen: Rúnar is de trainer, hij neemt de beslissingen. Alleen heb ik het geluk dat hij ook mijn mening vraagt en zelfs eist. Maar als ik te veel praat zegt hij ook: ‘Arnar, zwijg nu!’ Wij hebben ettelijke jaren samen gespeeld, bij Lokeren (Vidarsson van 1998 tot en met 2005, Kristinsson van 2000 tot en met 2007, nvdr) en de nationale ploeg van IJsland. Dat schept een intense band. In feite hebben we dezelfde verstandhouding als toen we nog voetbalden: ik mocht de ballen afpakken en dan zei hij: ‘Geef maar hier, ik zal het wel doen.” (grijnst)

KRISTINSSON: ‘De complementariteit tussen ArnarGrétarsson, Vidarsson en mezelf was groot. Grétarsson was box-to-box, Vidarsson de stofzuiger en ik wat hoger op het veld. We verstonden elkaar goed, maar op training kon het er soms hard aan toegaan, we wilden altijd winnen.’

VIDARSSON: ‘We zijn alle drie pestkoppen. Nog altijd trouwens, we geven elkaar constant steken. Ik weet dat ik het imago heb van een smeerlapje, maar zodra de wedstrijd gedaan is, laat ik dat achter mij. Ik geloof niet in fair play. Winnen gaat bij mij ten koste van alles. Maar vraag aan de mensen die met mij samen speelden: ik denk niet dat er veel zullen zeggen dat ik een klootzakje ben. Spelers van de tegenpartij daarentegen… Ik kan mij perfect inbeelden dat die mij op straat straal voorbijlopen. Ik ging er soms los over.’

KRISTINSSON: ‘Ik maakte het als spelverdeler genoeg mee dat ik een mannetje op mij kreeg dat me overal volgde of me probeerde te provoceren. Dat hoort bij het spelletje.’

Jullie maakten hier de periode mee dat Hein Vanhaezebrouck onder Georges Leekens zijn reconversie begon van voetballer naar trainer. Hoe verliep dat?

VIDARSSON: ‘Ik heb nog met Hein Vanhaezebrouck in de ploeg gestaan en hij coachte voortdurend. Voor mij als jonge defensieve middenvelder was dat een absolute zegen. Maar hij was al 36 jaar en Georges vond het welletjes. Hein werd T3, naast Rudi Cossey als T2, en heeft hier toen meteen een volledig nieuwe jeugdstructuur uitgeschreven. Het werd echter snel duidelijk dat hij ergens hoofdtrainer zou worden, hij moet zijn eigen ding kunnen doen. Het voetbal dat Vanhaezebrouck brengt, zelfs al bij KV Kortrijk, is fenomenaal. Een zeer moeilijk systeem om tegen te spelen, als speler én als trainer.’

Het bewijst ook dat je als trainer niet noodzakelijk de stijl propageert waar je als voetballer voor stond. Vanhaezebrouck was eigenlijk een ouderwetse libero. Rúnar, jij was een stijlrijke nummer tien, hoeveel schemert daarvan door in je voetbalfilosofie?

KRISTINSSON: ‘Het is belangrijk dat je beseft dat je geen tien dezelfde types op een veld kan zetten. Er moet evenwicht en tactiek zijn. Soms moet je inzakken, soms moet je pressing zetten. Het hangt af van de omstandigheden. In IJsland begon ik mijn trainerscarrière bij KR Reykjavik, wij beschikten over de beste spelers dus speelde je sowieso dominant. Ik kon elke week hetzelfde spelen en op het einde werden we kampioen. Makkelijk. (lacht)

‘In die optiek was mijn ervaring bij SK Lilleström nuttig. Toen ik daar twee jaar geleden toekwam, moest ik de competitie starten met een strafpunt en mochten we geen transfers doen, ten gevolge van financiële problemen. Dan leer je snel dat er andere prioriteiten zijn dan aanvallend voetbal brengen. In zulke situaties moet je eerst een goede defensieve organisatie installeren en op de counter mikken. Dat zijn belangrijke leermomenten in een trainerscarrière. Arnar heeft dat bij Cercle ook mogen ervaren (Vidarsson was tijdens het seizoen 2014/15 even hoofdtrainer van de vereniging, nvdr).’

IJSLANDSE DICTATUUR

Waren jullie er snel uit hoe Lokeren uit de crisis moest geraken toen jullie begin november overnamen van Leekens?

VIDARSSON: ‘We kwamen snel tot de conclusie dat we met twee visies zouden werken. Eén op lange termijn: hoe we eigenlijk willen voetballen, met flankaanvallers en veel pressing. En één op korte termijn om eerst weer boven water te komen: spelers fit krijgen en duidelijke afspraken op het veld.

‘Vergelijk het een beetje met Vanhaezebrouck toen hij van Kortrijk naar Genk trok. Hij wilde daar meteen 3-4-3 installeren, maar dat was te snel want hij had er de spelers niet voor. Bij Gent was Mustapha Oussalah zijn eerste transfer, omdat hij goed genoeg wist dat dat type flankspeler cruciaal was voor zijn systeem. Wij hebben ook onze ideeën, maar daarvoor moet je een bepaald type spelers in je kern hebben. Dat zal stap per stap gebeuren. Ik wil er alles aan doen opdat het voor Rúnar lukt als hoofdtrainer.’

Toch vreemd hoe een carrière soms kan lopen: Georges Leekens was tot tweemaal toe jullie trainer bij Lokeren en nu vervangen jullie hem.

KRISTINSSON: ‘Georges was een goeie trainer, maar het bleef telkens bij korte periodes jammer genoeg. Nadien kwam Paul Put en die bouwde verder op de fundamenten.’

VIDARSSON: ‘We speelden in die periode telkens top zes. Georges was toen een andere trainer dan nu. Dat lijkt me logisch, het voetbal is veranderd: een staf was kleiner, er waren geen videoanalyses. Hij was toen nog meer veldtrainer, nu eerder manager. Ik heb altijd veel respect gehad voor hem. Hij is destijds heel hard geweest voor mij.’

Is het dan niet contradictorisch dat hem nu net een gebrek aan discipline aangewreven werd?

VIDARSSON: ‘Veel hangt af van je groep. Destijds bestond de ploeg voornamelijk uit Belgen en een paar IJslanders. Pas later kwamen de Afrikanen. De spelers van toen moest je weinig aansporen, dat waren allemaal werkers, maar geef je tegenwoordig een speler een vinger dan kapt hij er bijna je arm af.’

Jullie speelden inderdaad nog in een tijdperk dat er op Daknam veel Afrikaanse spelers neerstreken. De IJslanders stonden voor discipline, wat niet altijd gezegd kon worden van de Afrikanen. Vaak onderling gevloekt in het IJslands?

KRISTINSSON: ‘Dat gebeurde, ja. Ik merkte dat het meestal toch bijna een jaar duurde voor zo een nieuwe Afrikaanse speler geïntegreerd raakte in het team. Zij wilden vooral dribbelen en scoren, maar tactisch…’

VIDARSSON: ‘Het was soms een grappig beeld, die jongens konden enkel Frans en dat konden wij dan weer niet. Maar echt problemen met discipline waren er niet, ik kan mij niet herinneren dat er veel te laat gekomen werd. Nu ik er zo over nadenk: wij IJslanders waren nogal dominant. Zelfs een beetje dictatoriaal, vrees ik.’

GRENZEN STELLEN

Killian Overmeire liep er toen ook al bij. Hij is nu de ervaren kapitein van Lokeren, is het een voordeel of een nadeel dat je nog de kleedkamer met hem deelde, Rúnar?

KRISTINSSON: ‘Een voordeel. Ik ken Killian goed, ik weet hoe hij in elkaar steekt. Een eerlijke, vriendelijke gast. Ik praat graag met hem. Ik ben sowieso niet het soort trainer dat boven zijn groep verheven staat. De jongens moeten respect hebben voor wat ik doe, en op het veld zijn we serieus, maar daarnaast ben ik een van hen. In mijn eerste week ben ik met de ervaren spelers gaan samenzitten: Killy, Tom (De Sutter, nvdr), Koen (Persoons, nvdr), Copa, Mijat (Maric, nvdr)… Ik wilde een beeld krijgen van wat er in de groep leefde.’

En dat was: weg met Patosi en Coelho. Is het voor een trainer frustrerend dat je zo veel talent verloren ziet gaan?

KRISTINSSON: ‘Voor mij niet. Ik heb hen niet of amper meegemaakt op trainingen of in de wedstrijden. Ze hebben talent, maar ze zijn niet fit. Dan zijn we uitgepraat.’

VIDARSSON: ‘Het is simpel: wij hebben grenzen gesteld. Spelers selecteren zichzelf. Je kunt het naar je groep niet maken om te veel door de vingers te zien. Het voetbal is een spel van omschakeling geworden. Het gebeurt tegenwoordig allemaal zo snel dat je niet meer kan teren op een speler die met een flits een wedstrijd beslist.’

Een voetballer als Kristinsson zou nu geen plek meer hebben in jullie team?

VIDARSSON: ‘Ho maar, Rúnar was geen luierik! Hij had hooguit eens minder goesting. (lacht) En dan liep ik wat meer. Net zoals nu.’

DOOR MATTHIAS STOCKMANS – FOTO’S BELGAIMAGE – YORICK JANSENS

‘Ik weet dat ik van Arnar altijd een eerlijk antwoord krijg. Dat is belangrijk.’ RÚNAR KRISTINSSON

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier