Het licht van Kerstmis schijnt woensdagavond in het stadion van de Duitse tweedeklasser Union Berlin. Dan steken 28.500 supporters kaarsen aan en zingen samen in een feeërieke sfeer kerstliederen. Het illustreert het heel aparte karakter van deze cultclub, waar de supporters een gezworen gemeenschap vormen.

Supporters die applaudisseren voor de tegenstander, een speler bij wie kanker wordt vastgesteld en wiens contract onmiddellijk wordt verlengd, supporters die inspraak hebben in het beleid en zelfs meehelpen om het stadion te renoveren. Waar vind je dat nog? In het Berlijnse stadsdeel Köpenick, een arbeiderskwartier op het grondgebied van de vroegere DDR, staat het stadion An der Alten Försterei. Omzoomd door een groot park. Daar huist Union Berlin.

Al voor de val van de Muur was Union Berlin een aparte club. Terwijl de grote verenigingen werden gesteund door het leger, de politie of de staatsveiligheid, de beruchte Stasi, probeerde Union Berlin zijn eigen koers te varen. Geregeld lieten supporters horen dat ze zich niet konden vinden in de politieke koers van de DDR. De tribunes werden een decor van moedig maar ook angstig verzet. Er werden staatskritische liederen gezongen en als de ploeg in een wedstrijd een vrijschop kreeg en de tegenstander een muur vormde, riepen ze luid en duidelijk: ‘Die Mauer muss weg.’ De Muur, die Duitsland en Berlijn in twee delen splitste, stond amper één kilometer verder. De supporters kwamen naar Union om bevrijd te zijn van de dagelijkse beslommeringen. Dat is nu nog altijd zo.

BLUTEN FÜR UNION

De 1. FC Union Berlin, zoals de club officieel heet, had altijd al een rebels karakter. Bij gebrek aan steun ontstond er rond de club een soort alternatieve cultuur. Soms werden er weleens supporters opgepakt nadat ze slogans tegen het regime ontvouwden. Of spandoeken aanbrachten. Zo was er bijvoorbeeld iemand die de nacht voor 7 oktober – de nationale feestdag van de DDR – een twintigtal rode vlaggen die de mensen die dag verplicht moesten uithangen had gestolen. Hij wilde daar rood-witte Unionvlaggen van maken, maar werd opgepakt.

Nochtans waren de supporters van Union geen intellectuelen, maar gewoon arbeiders. Dat is vandaag nog altijd zo. Union heeft zich met vallen en opstaan een weg gebaand doorheen het Duitse voetbal. Het balanceert tussen cult en kapitalisme en had moeite om zich na de eenmaking aan te passen. Een paar keer stond de club aan de rand van het faillissement. Supporters bedachten de meest uiteenlopende acties om hun club te redden. Toen er in 2005 anderhalf miljoen euro nodig was om de licentie te krijgen, verkochten ze hun bloed en doneerden het aan de club. ‘Bluten für Union’ heette de actie. Het werd een groot succes, een nieuw teken van samenhorigheid.

Drie jaar later, in 2008, werd het stadion afgekeurd en dreigde er een verhuizing. Dat zou de ziel van de vereniging helemaal hebben aangetast. Dus stroopten de supporters weer de mouwen op. ‘Ze hebben voor een heel groot deel het stadion zelf verbouwd en gemoderniseerd’, zegt Christian Arbeit, de communicatieverantwoordelijke van de club. ‘Er werden toen drie nieuwe tribunes gebouwd. Staantribunes wel te verstaan. Dat willen de supporters zo, ze vinden dat te veel zitplaatsen niet past bij de eigenheid van deze club. Het zou ons nochtans meer inkomsten opleveren, maar er wordt hier geluisterd naar de stem van de supporter. Deze club is van hen en van niemand anders. Aan de renovatie van het stadion hebben 2500 mensen meegewerkt en dat gedurende dertien maanden, in totaal 140.000 werkdagen. Ze offerden er weekends en hun vakantiedagen voor op. Er was zelfs iemand die daarvoor op zijn werk ontslag heeft genomen. Later hebben we de hoofdtribune gemoderniseerd, maar dat gebeurde natuurlijk door een gespecialiseerd bedrijf.’

VECHTEN BENNY

Deze opmerkelijke gebondenheid en verbondenheid loopt als een rode draad door de club. In An der Alten Försterei, een authentieke voetbalarena waar de spelers de adem van de supporters in de nek voelen, hangt een zeer familiale sfeer. Alles ligt dicht op mekaar: het stadion, de trainingsvelden, de kantoren, supporters die de accommodatie komen binnengestapt, botsen gegarandeerd op een of andere speler. Niemand wordt afgeschermd, de trainingen zijn voor iedereen toegankelijk. Soms wordt dat familiale aspect wel heel letterlijk genomen. Zo begon de voormalige trainer Uwe Neuhaus – hij was van medio 2007 tot medio 2014 bij Union en werkt nu bij derdeklasser Dynamo Dresden – een relatie met de boekhoudster van de club. ‘Maar dat’, zegt Christian Arbeit, ‘zijn dingen die bij het leven horen.’ Een speler die er met de vrouw van een ploegmaat vandoor ging, mocht daarentegen wel opkrassen. Het zou in de spelersgroep voor een te giftig klimaat hebben gezorgd.

Een goede arbeidssfeer is primordiaal bij Union Berlin, iedereen moet zich geborgen en gesteund voelen binnen de schoot van de club. Zo is er het verhaal van middenvelder Benjamin Köhler, die in het begin van het jaar tijdens het trainingskamp hevige buikpijn had. Er werd lymfeklierkanker vastgesteld. ‘Zijn contract liep eind vorig seizoen af en we hebben dat onmiddellijk verlengd, we wilden een signaal geven dat we hem niet lieten vallen’, zegt Arbeit, met zijn baard en lang haar een atypische woordvoerder. ‘In de eerste thuiswedstrijd na de winterstop, tegen VfL Bochum, legden we na zeven minuten de wedstrijd stil. Zeven is het nummer dat Benjamin Köhler draagt. Vervolgens trokken de spelers hun trui omhoog en toonde de spreuk die op hun onderhemd stond: Kämpfen Benny. Hij zat zelf in de tribune. Dat was een zeer bewogen moment. Bij Bochum waren ze op de hoogte van dat initiatief, de scheidsrechter hadden we niet ingelicht. Een risico want hij had iedereen een gele kaart kunnen geven. Dat deed hij echter niet. Benjamin Köhler is op dit moment weer aan het trainen, maar de weg naar het herstel is nog zeer lang. Wij begeleiden hem zo goed als we kunnen.’

EEN FAMILIEFEEST

Menselijke warmte, het moet het handelsmerk zijn van Union Berlin. ‘Wij noemen het stadion onze woonkamer’, zegt een vergrijsde supporter. Ideeën die vanuit de aanhang komen, worden bekeken en soms geconcretiseerd. Vanuit zo’n overweging ook is het initiatief gegroeid om de dag voor kerstavond, de in Duitsland sacrale Heiligabend, kerstliederen te zingen, om zo de supporters een goed gevoel te geven. ‘De eerste keer deden we dat in 2003, er kwamen toen 89 mensen opdagen’, zegt Arbeit. ‘Nu zullen het er 28.500 zijn, meer plaatsen zijn er niet. In het midden staat er een podium, de kerstliederen worden gebracht door een school uit Köpenick, maar iedereen zingt mee.’ Ook Christian Arbeit zelf, die in zijn vrije tijd in een rockband gitaar speelt, maakt daar deel van uit, hij speelt trompet. ‘Op een gegeven moment gaat het licht uit’, vervolgt hij. ‘In het stadion branden dan alleen kaarsen. Als je dan geen kippenvel krijgt, dan moet je van steen zijn. Er komt ook een priester die het kerstverhaal vertelt, de Kerstman maakt zijn opwachting, het is een heel intens gebeuren, een familiefeest. Wie niet aan een kaart geraakt, is treurig, iedereen wil erbij zijn. Aanvankelijk mocht iedereen gratis binnen, nu vragen we vijf euro. Zo weet je of je een plaats hebt en kan je iets anders plannen als dat niet het geval is. We hebben via onze site aan de supporters gevraagd wat we met dat geld moeten doen. Het merendeel vond dat we het aan de jeugdwerking moesten geven. Dan doen we ook. Zo laten we onze aanhangers mee beslissen over de club.’

Het maakt van Union Berlin een unieke vereniging. ‘Een club die zich op alle vlakken echt wil onderscheiden’, zegt een journalist van de plaatselijke Berliner Kurier. ‘Bijvoorbeeld ook qua sponsors. Onlangs is een van die sponsors eveneens in zee gegaan met FC Sankt Pauli, net zoals Union een cultclub. Ze hebben het contract onmiddellijk opgezegd.’ De bestuursleden zitten er niet voor hun eigen glorie. Het zijn mensen met liefde voor de club. Anders worden ze niet toegelaten. ‘Ook veel van onze spelers komen uit Berlijn’, zegt Christian Arbeit (41). Zelf ging hij als klein jongetje met zijn vader in DDR-tijden naar de wedstrijden van Union en ruim 25 jaar na de hereniging heeft hij het nog altijd over een groot verschil tussen West- en Oost-Berlijn: ‘Zet mij geblinddoekt in gelijk welk deel van de stad en ik weet binnen de twee seconden of ik in het oosten dan wel in het westen ben.’

GEEN GEFLUIT

Een zaterdagmiddag op Union Berlin. Het sneeuwt en het is ijskoud in het zeer stemmige stadion. Union speelt tegen Arminia Bielefeld, een belangrijke match. Beide clubs staan in de degradatiezone. Het stadion zit afgeladen vol. Eén uur voor de match wordt er gezongen. Als Christian Arbeit, die ook als speaker fungeert, de opstelling van Arminia Bielefeld geeft, weerklinkt er na iedere naam een luid applaus. Als hij vervolgens de naam noemt van Björn Jopek, een ex-speler van Union die vorige zomer de overstap maakte naar Bielefeld en daarop ook attendeert (‘Hij is voor het eerst weer bij ons, maar in een andere trui’), wordt er stormachtig gejuicht. Niet één fluitconcert valt er te horen.

Heel intens wordt het als net voor de aftrap het clublied weerklinkt: Eisern Union. De hymne wordt gezongen door de uit Berlijn afkomstige punkzangeres Nina Hagen. Iedereen zingt mee en houdt zijn sjaal boven het hoofd. Het stadion baadt in rood en wit. Een indrukwekkend schouwspel. Eisern Union, IJzeren Unie, is een strijdkreet. Die zal die middag nog herhaaldelijk te horen zijn. Na iedere mededeling, na iedere vervanging roept Christian Arbeit: ‘Und nicht Vergessen.‘Waarop het luid klinkt: ‘Eisern Union.’

De wedstrijd zelf eindigt op een 1-1-gelijkspel. Nadat Union op voorsprong kwam en wildvreemde mensen mekaar in de armen vliegen, zorgt een owngoal voor de gelijkmaker. Teleurstellend voor Union, dat vooraan over veel snelheid beschikt – met de Amerikaanse international Bobby Wood als troefkaart – een paar kansen verkwanselde en drie keer het doelhout trof. Maar ook nu: geen gefluit, alleen maar luid applaus. Het lijkt wel een erecode in deze vereniging: spelers worden alleen op een positieve manier ondersteund.

EISERNE WEIHNACHTEN

Tijdens de persconferentie analyseert trainer Sascha Lewandowski rustig de match. Hij weet waar het probleem van Union ligt: van alle clubs in de Tweede Bundesliga hebben zij het tweede meeste goals geslikt. Maar ook het tweede meeste doelpunten gemaakt. Lewandowski werkte vorig seizoen nog voor Bayer Leverkusen en stond niet meteen te springen om een niveau lager aan de slag te gaan. ‘Er zou voor mij geen enkele andere club in aanmerking gekomen zijn dan Union Berlin’, zegt hij. De soms wat pathetisch klinkende verhalen over de Unionfamilie noemt hij niet overdreven: ‘Je bent heel snel deel van een familie, er hangt hier echt een sfeer van hartelijkheid.’ Hij constateert dat spelers vriendelijk met elkaar omgaan, dat er in de groep een grote harmonie hangt. ‘Soms’, zegt communicatieman Christian Arbeit, ‘kan dat ook een nadeel zijn. Je moet in de groep mekaar al eens de waarheid durven zeggen. Dat gebeurt hier amper.’

Maar op hetzelfde moment vraagt hij zich af wat nu belangrijker is. Het eigen karakter, de eigen cultuur behouden of het succes forceren. ‘Ik denk dat er in deze maatschappij al voldoende prestatiedruk is’, zegt Arbeit. Toch was Union Berlin dit seizoen de eerste club in de tweede Bundesliga die zijn trainer, Norbert Düwel, na een catastrofale start eind augustus doorstuurde. ‘Als het niet loopt, moet je een analyse maken’, zegt Arbeit. ‘En de beslissingen nemen die het beste zijn voor de club. Wij eindigden vorig seizoen als zevende en de ambitie was nu top vijf. Dat valt dus zwaar tegen. Maar wij willen vooral niet degraderen naar derde klasse. Er zijn zelfs momenten dat we dromen van de Bundesliga. Maar niet ten koste van alles, we willen onze eigenheid niet verminken. We draaien nu met een budget van 25 miljoen euro, dat zal dan behoorlijk de hoogte in moeten. Je moet dan commerciëler beginnen te denken. En dat past eigenlijk niet bij deze club. We hebben op dit moment tegen de 300 sponsors, dat zijn geen grote bedrijven, maar ze willen er op de een of andere manier wel bij horen. Ook hier gaan we eigenlijk uit van de kracht van de gemeenschap. Gekke dingen gaan we nooit doen. En aan de structuur van de club raken we in geen geval. De supporters zijn tevreden, ook al vallen de resultaten tegen. Ons stadion zit voor bijna iedere wedstrijd vol, we hebben 22.000 plaatsen, waarvan 3500 zitplaatsen. Als er al eens een paar plekken leeg zijn, dan liggen die in het bezoekersvak dat 2400 plaatsen telt. Als je tegen kleinere clubs als SV Sandhausen of FSV Frankfurt speelt, dan loopt dat niet vol.’

Heel rustig verlaten de spelers na het gelijkspel tegen Arminia Bielefeld het stadion. Onderweg krijgen ze een boekje met tips voor kerstgeschenken. De titel is: Eiserne Weihnachten. Steeds weer keert die naam, ontleend aan een vroeger industriegebied in Berlijn, terug. Ook toen ex-trainer Uwe Neuhaus in het huwelijk trad met de boekhoudster van de club hadden de kranten het over een Eiserne Liebe.

Overal in Köpenick stuit je op een andere liefde: die voor de club. Er zijn zelfs cafés waar je gratis een pint kan drinken als de ploeg gewonnen heeft. Union zit in het bloed. Of beter: het bloed van de supporters zit in de club. Het zal ook vanavond/woensdagavond blijken: als er badend in het licht kerstliederen worden gezongen. En iedereen achteraf met een goed gevoel naar huis stapt. Om voor de volgende thuiswedstrijd weer samen te komen. Op 14 februari tegen 1860 München.

DOOR JACQUES SYS IN BERLIJN – FOTO’S BELGAIMAGE

Toen bij middenvelder Benjamin Köhler kanker werd vastgesteld, werd zijn contract meteen verlengd.

‘Als we naar de Bundesliga zouden promoveren, moeten we commerciëler beginnen te denken. Dat past niet bij deze club.’ COMMUNICATIEVERANTWOORDELIJKE CHRISTIAN ARBEIT

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier