Geen inspanning is Qatar te veel om zijn inwoners als sporter of supporter naar een stadion te krijgen. De weg naar het zweet wordt comfortabel ingekleed, maar is er ook een wil? S/VM ging het in Doha uitzoeken, het WK 2022 indachtig.

Het gesprek tijdens de lunch had het onderwerp auto’s aangesneden en de Qatari die The Pearl vertegenwoordigde, zat wat verveeld met een hand onder de kin in zijn linzensoep te roeren. “Mwa,” mompelde hij, “in een Ferrari voel ik mij niet zo goed. Maserati is meer mijn merk.” Wat in België als grapje onthaald zou zijn, bleek in Doha niet eens overdreven ernst: het cliché van de dankzij een gasbel slapend rijke Arabier zat vleesgeworden voor ons.

The Pearl, een naar Europese normen megalomaan bouwproject op een kunstmatig opgespoten eiland, moet 45.000 mensen huisvesten in met heuse Venetiaanse kanaaltjes doorweven villawijken, in de rondte gebouwde appartementsblokken of op privéschiereilandjes van 17.000 vierkante meter per stuk. En overal heerst de rust. Op straat geen korreltje zand of het wordt door een ingevlogen Indiër of Pakistani opgeraapt. In het turquoise water oversized speedboten van 4 miljoen euro. Langs de winkelgalerij strak in het pak gehesen geranten, wachtend op hun exclusieve clientèle. Een veel te grote ruimte voor een veel te klein publiek. De Qatari’s zelf – met witte hoofddoek (die met de rood-witte ruitjes zijn Saudi’s) – blijven onzichtbaar door hun lange middagpauze of kijken keuvelend toe hoe de watertaxi voorbij zoemt. Onder aan de steigerpoten gapen oesters.

Dit land gaat in 2022 dus het WK voetbal organiseren, waar getatoeëerde blote bovenlichamen zich luid boerend op de borst kloppen in een geur van gras, braadworsten en bier?

België boven

Qatar is voor wie zich aan de regels houdt altijd gastvrij, veilig en van interne conflicten verstoken gebleven, maar gedoogt als moslimland op straat geen alcohol of losbandigheid. Eén voorproefje van wat het voetballende Westen kan brengen, kreeg het alvast in november 2009. Toen speelden Engeland en Brazilië er een vriendschappelijke wedstrijd. “Daar zijn tussen de zeven- à achtduizend Britten op afgekomen”, zegt Luc Devolder, de Belgische ambassadeur in Qatar. “Wel, dat heeft geen enkel probleem opgeleverd.”

Hoewel menig Qatari tijdens de hete zomermaanden vlucht naar Parijs of Londen, hoeft ook de hoge temperatuur tijdens het WK geen probleem te vormen, vindt hij. “Tijdens de halve finale heen van de Aziatische Champions League die hier plaatsvond, bedroeg de buitentemperatuur 35 graden, maar was de temperatuur op het veld 25 en op de tribunes 23 graden. Om de technische inspectie van de FIFA te overtuigen voor het WK hebben ze zelfs een modelstadion gebouwd voor 500 toeschouwers, om te tonen hoe ze de temperaturen onder controle kunnen houden.”

Devolder werkte voorheen in Brussel, Washington, Toronto, Moskou, New York, Riyad, Sofia en Straatsburg, maar, zegt hij, “ik moet eerlijk zijn: ik heb in mijn carrière nooit zo veel belangstelling gehad voor sport als hier, omdat het hier een essentieel element is van wat er tussen België en Qatar gebeurt. Wielrennen, paardensport, motorsport, voetbal, … Eddy Merckx organiseert de Ronde van Qatar, Qatarese ruiters komen bijvoorbeeld jaarlijks met de nationale ploeg naar Limburg en elk jaar gaan er zestig à zeventig leerling-scheidsrechters van de Qatar Football Association voor een maand op trainingskamp naar Knokke.”

Bovendien blijkt in Qatar ook een groot aantal Belgen actief in de bouwsector, zoals de bedrijven Besix en Victor Buyck of Jan De Nul, die het zand van The Pearl opspoot.

Nationale Sportdag

Langs de Corniche Road, die de kust afzoomt, vindt op 14 februari voor het eerst de Nationale Sportdag plaats. Iedereen heeft vrij gekregen en te midden van de sportende expats wagen jonge Qatari’s in truitjes van het door Qatar Foundation gesponsorde Barcelona zich op het strand aan een partijtje touwtrekken. Vrouwen in boerka kijken toe. Een protserig opgetuigde limousine met tingeltangelmuziek glijdt voorbij, maar welhaast niemand kijkt op, omdat de excentrieke bestuurder, een gepensioneerde brandweerman, een bekende is voor de plaatselijke bevolking.

Serge Van Poelvoorde, de Belgische marketingmanager van de Qatar Gymnastics Federation, werpt een dag later in zijn bureau een retorische vraag op. “Heb je op de sportdag veel Qatari’s zien sporten? Of waren het vooral expats? Je krijgt hier op sportevenementen namelijk zelden de ouders van Qatarese kinderen te zien. En het probleem voor de expats is dat ze moeilijk worden opgenomen in de structuren van de Qatari’s. Qatar investeert veel geld, via de Qatar Foundation onder andere, om bij de jonge Qatari’s een interesse in sport los te weken. Dat is ook ónze eerste missie als federatie. Maar het werkt hier heel anders dan in Europa. Een voorbeeld: ik leef hier met mijn gezin en mijn zoontje doet aan atletiek, waarin hij redelijke resultaten haalt. Dus op een dag is de trainer bij ons aan huis geweest. ‘Voilà, zijn salaris, 100 euro per maand omdat hij goede resultaten heeft gehaald.’ Hij krijgt bovendien gratis een uitrusting, eten en drinken, een chauffeur die hem komt halen en brengen, … we hoeven niks te betalen. Zo gaat het, ook voor Qatari’s, in elke federatie. Dat is ondenkbaar in Europa.”

Qatar telt 1.700.000 inwoners, van wie slechts 300.000 echte Qatari’s en grofweg één miljoen Pakistani’s, Indiërs of Filipino’s die werken als arbeider. Zes dagen op zeven, tien uur per dag. “Dat is een publiek dat je voor sportevenementen kan vergeten, dus je houdt eigenlijk 300.000 Qatari’s en 400.000 expats over. Langzaam groeit er wel een sportcultuur, maar de expats veranderen om de paar jaar en van de Qatari’s is slechts een minderheid geïnteresseerd.”

Over de organisatie van evenementen, zoals het WK voetbal, maar ook de Olympische Spelen van 2020 waarvoor Doha zich kandidaat stelde, hoeft het Westen zich evenwel geen zorgen te maken, verzekert Van Poelvoorde. “De Aziatische Spelen, die hier in 2006 plaatsvonden, kennen we niet zo in Europa, maar ze zijn eigenlijk groter dan de Olympische Spelen: 25.000 deelnemers, 39 disciplines, drie weken competitie, … Ze zijn hier zéker capabel om zoiets te organiseren. Maar je moet dan wel zes- of achtduizend mensen laten overkomen om in de organisatie te werken. Normaal draait de organisatie van de Spelen, zoals in Athene of Peking bijvoorbeeld, op tachtig procent mensen uit de plaatselijke bevolking. Maar in Qatar kwam voor de Spelen van 2006 juist tachtig procent van de mensen uit het buitenland.”

Overal in de samenleving kijken Qatari’s – niet noodzakelijk de meest competente en communicatieve – toe hoe ingevlogen buitenlanders – vaak Indiërs, Pakistani’s of Filipino’s die in de periferie van de hoofdstad in armzalige omstandigheden moeten leven – het werk opknappen. Naar het buitenland op vakantie gaan of naar huis terugkeren kan alleen met schriftelijke toestemming van de werkgever. Een naar Europese normen krankzinnige situatie. Maar de slechts 20 eurocent die de benzine per liter kost – evenveel als water – verzacht blijkbaar veel.

Aspetar helpt

Wereldwijd erkent de FIFA vierentwintig centers of excel- lence, centra waar de medische begeleiding uitzonderlijk mag worden genoemd. Het in 2007 opgerichte Aspetarziekenhuis en revalidatiecentrum in Doha is echter het enige dat het label niet draagt voor één onderdeel, maar voor de volledige accommodatie. Ziekenkamers zien er op het bed na uit als hotelkamers en voor sporters die niet op hoogtestage willen, staat als alternatief drie tot zes weken afzondering in een drukkamer ter beschikking om een hoogte van 4500 meter te simuleren. Het nec plus ultra aan sportmedisch personeel in de wereld knoopt hier samen.

En een handvol Belgen is erbij.

Zoals Bart Sas. Werkte eerst in Antwerpen samen met dokter Marc Martens, in sportmiddens ’s lands meest bekende kniechirurg, en is nu fysiotherapeut in Aspire. “Mijn collega’s zeiden dat ik hier meteen een goede reputatie zou hebben, maar toen ik begon, dacht ik: wauw, ik heb nog veel te leren. Omdat al die ‘scholen’ zo verschillen. De Franse, waar België tegen aanleunt, is meer tafelgebonden – massage en zo – terwijl de Australische bijvoorbeeld meer inhoudt wat Lieven Maesschalck doet: move to cure. Hier volg je een mix en dat maakt het interessant.

“Ik werk alleen met letsels aan de voorste kruisbanden”, illustreert hij het gespecialiseerde niveau van het centrum. “Ongeveer driehonderd patiënten per jaar komen er langs, vooral atleten en professionele voetballers, zoals onder anderen Ahmed Hassan en Milan Jovanovic.”

Het aandeel internationale atleten is enorm de hoogte in gegaan, stelt hij vast. “Het eerste jaar hadden we er vijftig, nu, vijf jaar later, vijftienhonderd. En we gingen van 50 naar 450 revalidaties van de voorste kruisband. Vroeger trokken atleten vooral naar Antwerpen, nu komen atleten van buiten af naar hier. Het is een totaalconcept en voor een topatleet is het interessant om verwijderd te zijn van zijn normale habitat. Wij organiseren dan meestal een persconferentie om alle media in één keer te woord te staan. Je verliest hier ook geen tijd om je te verplaatsen naar andere diensten. En als er een probleem is: de chirurg of de scan staan achter de deur klaar.”

Er zijn in dit hypermoderne gebouw permanent drie chirurgen, onder wie één uitsluitend voor de schouder en één uitsluitend voor de knie. Pieter D’Hooghe, zoon ván, is nu visiting chirurg, maar zal in juni, zo weet Hakim Chalabi, de directeur van Aspetar te vertellen, voltijds in Doha komen werken als enkel- en heupspecialist. Een andere van de drie chirurgen is Nebojsa Popovic, voorheen verbonden aan Standard Luik. De Serviër, door wiens invloed Milan Jovanovic naar België kwam, opereerde hier ook zijn landgenoot. Hij is net een en ander aan het toelichten als dokter Martens’ hoofd door de deur komt piepen. Een keer of twee per maand, heet het, is de Antwerpse gastchirurg hier te vinden …

Aha!

… maar veel zin om te praten lijkt hij niet te hebben, want weg is zijn hoofd alweer.

Behalve opereren en revalideren heeft Aspetar ook oog voor wetenschappelijk onderzoek, legt Hakim Chalabi, voormalig medisch verantwoordelijke van PSG, later uit. Onderzoek naar:

– de invloed van hitte op sportprestaties

– het typerende cardiogram van een Kaukasisch, Aziatisch en Afrikaans lichaam

– de invloed van de ramadan op de sport in moslim- en niet-moslimlanden

– een betere beheersing van pubalgie: bij wie meteen opereren en bij wie eerst rust voorschrijven?

“Er is niet één sportmedicus in Qatar die niet onder Aspetar valt en alle sporten hangen in Qatar af van het Olympisch Comité”, besluit hij. “Dus alle medische diensten van clubs werken samen waardoor we proactiever kunnen optreden.”

Aspire to inspire

Palend aan Aspetar en de door het Belgische Besix opgetrokken toren – nu een hotel, maar voorheen gebouwd als immense fakkel voor dé vlam tijdens de Aziatische Spelen – ligt Aspire, het uitgestrekte nationale sportcomplex van Qatar.

Een overdekt synthetisch voetbalveld met onder hetzelfde dak een olympisch zwembad en een volledig uitgeruste atletiekhal verbonden door kraaknette gangen met veel ruimte en licht?

Aspire heeft het.

De muren zijn bekleed met afgedragen loopschoenen van topatleten en gesigneerde shirts van Maradona of Zidane en zijn beschilderd met motiverende uitspraken van Pelé (‘ Success is no accident. It’s hard work, perseverance, learning, studying, sacrifice and most of all, love of what you are doing or learning to do‘) of de Amerikaanse ex-atleet Kenny Moore (‘ There are few things that can compare to being young and healthy and a part of a team that you want to be on and doing well, as well as you could, and being proud‘).

‘Aspire to inspire’, luidt het logo.

De Spanjaard IvanBravo noemt als voormalig strategisch manager van Real Madrid nu Doha zijn thuis. Hij is de directeur van Aspire en heeft als doel zo veel mogelijk talent uit de gelimiteerde vijver die Qatar is, naar boven te halen. “Elk kind in het land”, zegt hij, “is gescout of getest zodat we het kleinste potentieel kunnen identificeren. Vanaf zes jaar organiseren we al recreatief sporten om de basistechniek te oefenen, waarna ze op hun twaalfde in aanmerking komen voor een scholarship in Aspire.”

Van hun twaalfde tot hun zeventiende jaar blijven jonge Qatari’s aan de academie verbonden in elf verschillende sporten. Zoals zwemmen bijvoorbeeld. Het lijkt niet de meest logische keuze in de woestijn, maar voor de amper veertig zwemmers die bij de Qatarese zwembond zijn aangesloten staan wel drie (3!) zwembaden ter beschikking met olympische afmetingen.

De eerste lichting sporters – tweehonderd komen er elk jaar ongeveer binnen – die Aspire heeft voortgebracht, is inmiddels 21 jaar oud. Ze hebben dan eigenlijk nog vier jaar nodig voor ze iets kunnen betekenen op een senior level. “Volgend jaar willen we werk maken van hun opvolging zodra ze Aspire verlaten”, zegt Bravo. “Ze zijn dan nog niet volledig ontwikkeld, dus moeten we partnerships opzetten met de verschillende federaties voor hun verdere opleiding. En hun competitief vermogen. Want dat is wat ze dan vooral moeten doen: compete, compete, compete. We beschikken over de middelen, dus elk jaar nodigen we heel veel jeugdploegen uit, onder andere ook Standard, Anderlecht of Club Brugge, zodat elk van onze teams ongeveer zestig, zeventig wedstrijden per jaar speelt. We creëren zo competitie op hoog niveau en tijdens de zomer organiseren we sportkampen van een maand in Europa, Zuid-Afrika of Azië.”

Het hele jaar is doordacht gepland.

“We willen in het voetbal spelers technisch ontwikkelen en zorgen dat ze in team kunnen voetballen, maar het belangrijkste blijft er competitiviteit inslijpen. Want dat maakt het verschil: opoffering en strijdlust. We hebben daarom in elke sport ook een team van sportwetenschappers en -psychologen en we bouwen aan wat we noemen een ‘mindroom’ om aan leiderschapskwaliteiten en karakter te werken.”

Het WK voetbal wordt voor Aspire heel belangrijk.

“De spelers die dan voor Qatar zullen spelen, zijn de jongens die hier nu opgeleid worden. Dus we maken er een prioriteit van – ook omdat het een tastbaar doel is. Hopelijk worden ook de Spelen van 2020 dat. We hebben echt alles wat we nodig hebben, de uitrusting, de coaches, het is nu aan de eigen motivatie om het echt te willen maken. Ze raken meer gemotiveerd omdat ze resultaten beginnen te zien. We hebben bijvoorbeeld een wereldkampioen hoogspringen bij de junioren. Hopelijk haalt hij de finale op de Spelen in Londen, dan zorgt dat voor een ‘ inspirational path‘.”

En anders biedt naturalisatie, waar Qatar weleens naar pleegt te grijpen, een noodoplossing, nietwaar?

“Laat mij de vraag omdraaien,” grijnst Bravo, “hoeveel spelers heeft België al genaturaliseerd om voor de nationale ploeg te spelen?”

Touché.

Hup, paardje, hup

Op televisies die je overal in de stad ziet hangen, wordt lokaal en internationaal voetbal – Al Jazeera kocht onlangs de rechten op de Franse competitie – uitgezonden. In Souq Waqif glimmen replica’s van de wereldbekertrofee al in de souvenirstalletjes en op een foto is te zien hoe her en der amper dertig jaar geleden nog in tenten en nauwelijks aan de woestijn onttrokken stenen huisjes werd geleefd.

Nu herinneren langs de boulevards met hun architecturaal vernieuwende skyline enorme trompetvormige zuilen aan de Aziatische Spelen en wisselen foto’s van ’s werelds grootste tennissterren elkaar af om de Women’s Tour die er plaatsvindt te promoten, maar op de tribunes zie je nauwelijks publiek. Het prestige, de vitrine, is wat vooral telt.

Paarden, traditioneel onderdeel van de Arabisch cultuur, kunnen op meer belangstelling rekenen en vinden hun paradijs in Al Shaqab, een stadion voor dressuur en jumping met een aanpalende stoeterij zo elegant als de paarden die er op muziek van Berdien Stenberg of André Rieu in rond trippelen. In de juiste houding staan, de achterhand stijlvol gestrekt, de lange nek en het voorhoofd met typisch knikje erin fier geheven: ook schoonheid is sport in Qatar.

De paarden die aan uithoudingsproeven (de 80 tot 120 kilometer) en jumping doen, wacht een langgerekt zwembad voor krachttraining, overal speciale veerkrachtige ondergrond om blessures te vermijden, automatische haardrogers met infraroodlampen, een trainingscarrousel, …

Voor Marwan, de Qatarese wereldkampioen, werd ooit een bod van 3 miljoen dollar afgeslagen, waarna het paard in 2009 werd uitgeroepen tot beste fokpaard. Hij bracht, hup, zes keer 20.000 dollar per ejaculatie op en een nakomeling werd vorige zomer óók al wereldkampioen.

Om elkaar niet te veel concurrentie aan te doen en conflicten te vermijden, werd overigens afgesproken dat de sjeik van Dubai zich in het racen specialiseert en de emir van Qatar in endurance en schoonheid.

En zo heeft elke sport zijn verhaal in Qatar, waar later die dag, als de muezzin tot het gebed heeft opgeroepen, op de Corniche de sfeer wordt gebroken door aanwaaiende klanken, want daar komt de gepensioneerde brandweerman alweer jolig voorbijgereden, financieel gesteund door de emir, om zijn gekke hobby vooral te blijven voortzetten.

DOOR RAOUL DE GROOTE – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“We hebben echt alles wat we nodig hebben, het is nu aan de eigen motivatie om het echt te willen maken.” Ivan Bravo, directeur Aspire

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier