Nadat Zulte Waregem kritiek uitte op een plan van KV Kortrijk om met de West-Vlaamse Kamer van Koophandel een receptie te houden voor bedrijfsleiders, komen bij trainer Hein Vanhaezebrouck van Kortrijk zure oprispingen boven rond het vertrek van hoofdscout Eddy Mestdagh naar Zulte Waregem. Zeker omdat Franck Berrier van Cannes naar Essevee trekt, een speler die ze bij KVK volgden via Mestdagh en die aan de Gaverbeek onbekend was tot voor de komst van Mestdagh.

Vanhaezebrouck: “Als je scouts wil strikken, doe dat in augustus of september, dan is nog niks gebeurd in het kader van het volgende seizoen. Mestdagh en Zulte Waregem praatten al sinds januari of februari. Wij wisten het pas in april. Toen kregen we geen kans meer om een tegenvoorstel te doen.”

Mestdagh ontkent dat hij al vanaf begin dit jaar met Zulte Waregem praatte en reageert: “Er waren eerder bij Kortrijk gelegenheden genoeg om te zeggen: ‘Wat goed is, bestendigen we.'”

Manager Vincent Mannaert van Zulte Waregem stelt: “Wij wilden met Eddy starten vanaf het nieuwe seizoen. Dan moet je vooraf eens polsen. De voorzitter en trainer kennen hem al lang. Er waren al contacten in 2007, maar waarin verschilt het informele van het formele? Twee, drie maanden geleden sprak ik hem.”

Mestdagh gaat door: “Eerst feliciteerde Kortrijk me met mijn overgang. Ik zei dat ik in eer en geweten mijn taak tot het eind van het seizoen zou afmaken. Maar dan is de samenwerking toch opgezegd.”

Vanhaezebrouck: “Onze hoofdscout werkte in feite maanden voor Zulte Waregem op onze kosten. We vroegen hem met Berrier finale gesprekken aan te vatten. Dat lukte nooit. Nu stel je je daar vragen bij. Vermoedens die je niet kunt staven.”

Mestdagh zegt: “Ik moest met Berrier geen afspraak maken om over het financiële te onderhandelen.”

Vanhaezebrouck: “Mestdagh had ons ook zijn woord gegeven, hij zou niet aan spelers komen die wij volgden. In de bedrijfswereld bestaat iets als verplichte geheimhouding. In het voetbal gaat men uit van deontologie. Blijkbaar bestaat die zelfs tussen buren niet meer.”

Bij Mestdagh klinkt het: “De enige afspraak was dat ik werkzaam zou zijn tot het einde van het seizoen. Naar Kortrijk bracht ik allicht ook werk van voordien mee. Dit is zo’n stiel waarin je dat moeilijk kunt scheiden.

“Als Kortrijk het fatsoen had gehad mij in dienst te houden tot het eind van het seizoen, konden ze nu waarschijnlijk op Berrier rekenen. Dan had mijn deontologische code zeker zo ver gereikt dat het niet op deze manier was gelopen.”

KRISTOF DE RYCK