De Gouden Schoen heeft Matías Suárez niet veranderd, de leeftijd wel. ‘Ik heb ambitie, maar geld zal nu de doorslag niet geven. Als dat bepalend was, bleef ik wel in Brussel.’

Aha, we vinden dat Anderlecht niet goed bezig is/was? Een beetje geprovoceerd door wat al te veel kritiek zette Matías Suárez zondag alvast even de puntjes op de i. Nagenoeg ongrijpbaar was hij na de rust tegen Cercle. De Argentijnse Gouden Schoen hielp Anderlecht tegen een afwachtend Cercle aan een al bij al nog ruime zege. Op zijn 23e is Suárez bezig aan een sterk seizoen, in januari nog bekroond met een Gouden Schoen. Is hij toe aan zijn laatste maanden in Brusselse loondienst? Tijd voor een gesprek, dat op het einde uitwaaiert richting filosofie en de donkere kanten van onze consumptie-economie.

Hoe voel je je?

Matías Suárez: “Nu wat beter, nu de eliminatie voor de Europa League stilaan is verteerd. Vlak erna was het zeer lastig, we waren in een klap zeer veel illusies kwijt. Maar goed, we moeten verder.”

Nu je wat afstand hebt kunnen nemen: wat was volgens jou de reden voor de uitschakeling?

“Ik denk dat we ginder geen goeie wedstrijd hebben gespeeld. Thuis hebben we er vervolgens alles aan gedaan, maar in de terugwedstrijd ontbrak ons het geluk dat we in de groepsronde misschien wel hadden. Toen trapten we op goal en ging de bal binnen. Nu niet. Mijn bal tegen de paal, de bal van Gillet die de doelman redt, … Voor Nieuwjaar gebeurde dat allemaal niet.”

Maar AZ verdiende over de twee partijen de kwalificatie, neen?

“Ik vind van niet. Ik vind niet dat AZ zo veel heeft gedaan in de twee wedstrijden. Wij verdienden door te gaan.”

Ze waren in Alkmaar toch veruit de beste ploeg?

Superior? Ja, als je belang hecht aan het rondspelen van de bal. Maar heeft Silvio dan zo veel werk gehad? Hun doelman in Brussel wel. Het is een ploeg die een heel andere stijl hanteert dan de onze, die zeer goed de bal kan laten rondgaan. Maar ze doen dat wel in het midden van het terrein. Onze stijl is anders, veel directer.”

Was Europees topschutter worden een droom?

“Een droom niet. Doorgaan vond ik veel belangrijker dan topschutter worden. Ook al zou doorgaan misschien betekenen dat het de titelstrijd in eigen land moeilijker maakte. Elke speler zal je zeggen dat het veel leuker is om wedstrijden te spelen om de twee, drie dagen. Ik verkies spelen boven trainen.”

Concentratie

Anderlecht draait dezer dagen niet zo soepel, is de kritiek.

“Dat zegt iedereen, ja. Terwijl we verdorie na Nieuwjaar nog niet verloren in het kampioenschap. Tegen Lierse had het kunnen gebeuren, omdat we allemaal nog een beetje gedesillusioneerd waren door die Europese uitschakeling. Daar moeten we Silvio en de verdediging danken. In Lier was de verdediging beter op dreef dan de aanval, dat is duidelijk.”

Wat is er aan van het verhaal dat de kleedkamer stilaan een probleem heeft met Milan Jovanovic?

“Tegen AZ hebben de spitsen veel moeten lopen, en dat heeft nadien wel wat invloed gehad op onze prestaties. Maar ik vind niet dat zijn niveau veel zwakker is en dat er een probleem is.”

Met zijn karakter ook niet?

“Weet je, in het voetbal ga je nooit voor iedereen goed kunnen doen. De ene dag heeft Anderlecht zo’n karakter nodig, en de volgende keer is het weer wat anders.”

Maar irriteren zijn commentaren jullie?

“Soms, tijdens een wedstrijd, kan het weleens dat we nerveus zijn en tegen mekaar tekeergaan, maar dat heeft met de inzet van de wedstrijd te maken. Dat er geroepen wordt om een ander wakker te schudden, daar heb ik geen problemen mee.”

Je hebt er geen problemen mee, maar het is je stijl niet.

“Ik ben niet zo’n type, ik hou er niet van om te roepen naar een speler die niet goed bezig is. Naar niemand eigenlijk. Ik ga op een andere manier proberen te motiveren.”

Niet alleen Jovanovic kreeg kritiek, ook Lucas Biglia.

“Kritiek om zijn oude niveau te halen? Is dat niet logisch? Hij was twee à drie maanden out, maar kwam sneller terug dan verwacht … Ik vind niet dat zijn niveau minder is, maar het is wel waar dat Anderlecht zeer sterk van zijn balritme afhangt als hij erbij is. Hij is de motor van het middenveld, de man die veel doet draaien. Maar opnieuw: sinds hij er weer bij is, verloren we in België niet meer. Ik versta niet waarom mensen hem bekritiseren.”

Vooralsnog zijn het de kleinere ploegen die jullie punten afsnoepten: 0-0 tegen Oud-Heverlee Leuven, Beerschot, Lierse, …

“Ja. Ik heb er ook geen verklaring voor.”

Concentratie?

Seguramente, zeker. Wat minder geconcentreerd beginnen, of niet zo sterk als in andere wedstrijden. Exacto. In grote wedstrijden hebben we daar geen last van, dit jaar ook niet op verplaatsing, vind ik. Ik denk dat we dat soort wedstrijden met héél veel concentratie en zin beginnen. In de eerste minuten zie je dat al. Dat is de sleutel, direct de tegenstander bij de keel grijpen, in de eerste minuten.”

Zie jij nog problemen mogelijk in de play-offs? Wat kan Anderlecht van een titel houden?

“We hebben vorig seizoen gezien wat er in dat stadium van de competitie verkeerd kan gaan. Belangrijk wordt om op dezelfde manier te trainen en wedstrijden te beginnen. Ik denk wel dat je niet met vorig seizoen mag vergelijken. Toen waren er veel twijfels. Biglia out, Boussoufa weg … Ik hoop dat er dit jaar niks fout loopt.”

Je hebt nog geen Champions League gespeeld. Zou dat eventueel je keuze om te blijven kunnen beïnvloeden?

“Wat ik wil, is kampioen worden. Daarna zien we wel. De club zegt dat ik wellicht ga vertrekken, de mensen in de straat ook, maar uit mijn mond heeft nog niemand dat gehoord. Niemand.”

Je manager heeft het er voortdurend over, dat hij werkt aan een strategie om je naar Engeland te krijgen.

“Heb ik ook gelezen. In de krant. Mij gaat het nu echt niet om een transfer, echt niet. Mij gaat het over het veld, waar ik de spelers probeer te bedanken voor het vertrouwen dat ik krijg.”

Heb je dan geen carrièreplan?

“Ja, maar niet echt uitgewerkt. Noem het eerder een droom, spelen in een van de grote competities. En op een dag in de nationale ploeg.”

Voel jij je klaar voor een stap hogerop?

“Ik probeer elke dag bij te leren en de tips die men mij geeft op te pikken. Ook de tips die me via mijn zaakwaarnemer bereiken, tips van spelers die nu al actief zijn in de grote competities. Of ik er nu al klaar voor ben, weet ik niet, maar ik bereid me voor op de dag dat het komt.”

Je hebt hier een zeer grote weg afgelegd, een jaar geleden was je bij wijze van spreken nog de joker.

“Er is zeer veel veranderd, dat klopt. Er telt voor een voetballer meer dan alleen goed spelen op het veld. Het gaat ook om samenleven met je ploegmaats, dingen delen, je aanpassen aan de soms wisselende eisen van de trainer, andere posities, … Er komt veel op je af. Negentig minuten aanwezig zijn. Regelmaat vinden, iets waar ik altijd naar heb gezocht. Starten, in elke wedstrijd, aanwezig zijn en hetzelfde niveau halen. Er kwam veel bij kijken en als ik mijn evolutie sinds 2008 bekijk, dan lukt het steeds beter. Ik was iemand die bij zijn moeder thuis woonde en plots op eigen benen moest staan. Nu voel ik me een belangrijke speler. Vroeger wisselde ik goeie met slechte wedstrijden af, en vloog ik na een slechte match naar de bank. Als ik nu slecht speel, weet ik dat ik voor de volgende match toch blijf staan. Ik weet dat ik dingen mag blijven proberen.

“Een probleem is ook lang geweest dat gesprekken met de trainer via een derde moesten gebeuren, via José García ( teammanager en Spaanstalig, nvdr). Dat zorgde bij mij voor een soort onvermogen om dingen over te brengen. Maar ik ben blijven vechten, heb niks cadeau gekregen. Elke wedstrijd gaf me een beetje meer vertrouwen. Ik merk nu bijvoorbeeld dat ploegmaats me veel meer bij het spel betrekken, me meer zoeken. Ook dat geeft vertrouwen. Als ze vorig jaar iemand zochten om het verschil te maken, ging de bal naar Boussoufa. Nu krijg ik ook veel ballen.”

In Córdoba ben je ooit nog bekritiseerd, haast afgewezen, voor je magere lichaamsbouw. Dat is inmiddels bijgewerkt?

“Al mijn ooms hebben in Argentinië gevoetbald en allemaal zijn ze zo: ( toont zijn pink). Ik eet me te pletter, veel meer dan sommige ploegmaats, maar ik blijf mager. Met de hulp van vitaminen is er een beetje bij. Niet van veel trainen in de fitness, op dat vlak ben ik een tikkeltje lui. In Argentinië deden we dat al bij Belgrano, maar ik heb me daar niet te veel ingespannen. Het is mijn ding niet.”

Je ontvlucht liever de duels.

“Ja, want ik weet dat de verdediger toch veel sterker is. Ik ben niet bang om als negen uitgespeeld te worden, diep in punt, maar ik probeer dan wel de duels te vermijden, door ruimte te zoeken en snel te draaien. Eigenlijk is scoren ook mijn ding niet. Ik speelde vroeger in Argentinië achter de nummer 9, maakte wel wat goals, maar nooit echt veel. Ik ben eerder de man van de assist, ook al weet ik dat je als spits wel verantwoordelijkheid moet nemen. Maar toch zal ik vaak eerst blijven kijken of ploegmaats niet beter staan.”

Misschien was daarom je aanpassing ook zo moeilijk, in ons fysiek voetbal. Wellicht had je het in Nederland makkelijker gehad.

“Dat zou kunnen. Maar misschien helpt dit me later wel.”

Is Nederland nog een optie?

“Neen, dan blijf ik beter bij Anderlecht. Het is crisis in het voetbal, dat zal misschien ook zijn invloed hebben. Ik kan dan wel dromen van Spanje, vanwege de taal, maar als er geen geld is …”

Welke gevolgen heeft het winnen van de Gouden Schoen?

“Op het veld loop ik niet te denken dat ik de Gouden Schoen ben. Ook in de kleedkamer niet. Ik ben nooit een veelprater geweest. Ik voel me nu wel meer op mijn gemak, met iedereen, maar een leider ben ik niet. Die rol ligt me niet, daar verandert die prijs niks aan. Blijkbaar ben ik de eerste Zuid-Amerikaan die won, dat is speciaal. Biglia is hier al langer en won hem niet, Frutos evenmin. Maar moet ik daarom anders worden? Ik ben nog steeds dezelfde jongen die graag thuis zit, die zijn familie weleens uit neemt om ergens een sapje te drinken, maar dan eerder om te winkelen, of ons dochtertje wat te laten spelen. Wat wel veranderde, is dat ik om publicitaire redenen meer word gevraagd. Iets wat ik niet graag doe, en dus probeer ik dat zo veel mogelijk af te houden. Ik blijf een familieman. Eind maart komt mijn mama, voor de verjaardag van ons dochtertje. Dat vind ik super.”

De Gouden Schoen heeft van je vrouw Magalí ook een ster gemaakt, wellicht is er voor haar meer veranderd?

“Ze bellen haar geregeld voor interviews. Ze is heel gelukkig en ze is ook van plan haar zangcarrière hier weer wat op te pikken. In oktober gaat ze alvast een show doen, in Aalst. Een Zuid-Amerikaanse avond. Voorlopig heeft ze nog geen groep, maar ook daar wordt ze voor gebeld. Hopelijk brengt het haar wat geluk.”

Oktober, dat betekent dat je blijft?

(lacht) “Het ene heeft niks met het andere te maken. Mocht ik ooit vertrekken, dan ben ik zeker van plan af en toe naar België terug te keren.”

Je aanpassen heeft je veel inspanningen gekost. Ben je al klaar voor zo’n nieuw hard proces?

“De ambitie die ik heb als speler drijft mij ernaartoe. Ik weet dat het weer een nieuw gevecht zal worden. Maar of dat nu al moet? Ik spreek niet over vertrekken. God weet wat de toekomst voor mij in petto heeft. Veel spelers hebben die ambitie om het hogerop te proberen, maar je kan je ook vergissen.”

Lukaku, Mbokani, Jovanovic, ze maakten allen de keerzijde mee.

“Wat ik zeker niet wil, is vertrekken naar een liga voor het grote geld.”

Rusland is geen optie?

“Neen, vandaag niet. Vandaag zoek ik niet naar het grote geld. Mijn ambitie drijft me naar een belangrijke competitie, waar ik wil proberen een rol van betekenis te spelen. Als ik de zaken goed doe, komt het geld wel. Als geld een drijfveer zou zijn, kan ik eigenlijk best in België blijven. Ik voel me hier goed, het is hier rustig, ik ben aangepast. Mijn vrouw en ik vinden dit een zeer aangenaam land, op het weer na misschien, maar ook dat ben ik nu gewend. We hebben hier geen bescherming nodig van de politie als we gaan winkelen. In Argentinië is dat toch anders, daar kan ik niet altijd gerust mijn wagen voor de deur laten staan.”

Porsche

Je dochtertje gaat sinds dit seizoen naar school. Jij bent zelf maar tot je dertiende geweest. Heb je daar nu geen spijt van?

. Ik denk er zelfs aan om de school ooit nog af te maken. Hier in België gaat dat niet lukken, vanwege de taal, maar misschien later, als ik terugkeer naar Argentinië, en ergens in een verkorte versie mijn diploma kan halen.”

Waarom ben je eruit gestapt?

“Dat is een lang verhaal. Mijn papa viel zonder werk, er was geen geld meer voor de bus. En ik had eigenlijk ook geen zin meer. Altijd voetbal, liever voetbal.”

Heb je het gevoel dat je iets mist?

“Mijn ouders hebben me wel een aantal dingen meegegeven, levenslessen, dat respect hebben voor anderen het allerbelangrijkste is. Echt missen doe ik niks.”

Je bent op 5 januari getrouwd. Heeft dat wat veranderd?

“Het gaat goed tussen ons en het was een mooi moment. Een fantastisch feest, waar ik niet al te veel van heb kunnen genieten, want op 7 januari moest ik al naar Turkije. Maar goed, het was mooi, het was warm, de familie was er, en de vrienden.”

In interviews liet Magalí weten dat het aanzoek er kwam via sms. Zeer romantisch, Matías!

( lacht) “Ik heb die interviews allemaal gelezen en ben verschillende keren in lachen uitgebarsten. Ik ben wel een beetje gek, ja. Timide voor de buitenwereld, anders thuis. En ja, oké, ze mag dat zeggen, geen probleem. Ik voel me heel gelukkig. Niet alleen omdat ik speel, maar ook omdat alles zo goed gaat met de mensen rond mij. Mijn familie hier en mijn familie in Argentinië.”

Bij Biglia thuis is zijn overleden vader nog sterk aanwezig, via veel foto’s. Is dat bij jou ook zo?

“Ja. Ik heb hier in België aan de muur grote foto’s hangen van mijn schoonbroer en mijn vader. In Argentinië ook, bij al mijn zussen en mijn broer hangen foto’s van mijn vader. Vijf, zes. Voor ons is dat normaal. Het zijn dingen die je sterker maken, als het eens wat minder gaat. Je blijft vechten.”

Je neefje Gastón speelt inmiddels ook in de eerste ploeg van Belgrano.

“Hij zit nu in de A-kern, ook als offensieve middenvelder. Heel intelligente jongen, ik hoop dat hij zijn kans krijgt. Een beetje zoals ik de mijne. Eigenlijk wilde ik niet gaan voetballen, vroeger. Toch niet bij een club. Ik liep liever met mijn vrienden op straat te voetballen.”

Je helpt je familie financieel.

“Logisch, denk ik. Ze werken twaalf uur per dag voor 150 tot 200 euro. Ik wil niet dat ze het slecht hebben. Als ik geen voetballer was geworden, was dat ook mijn leven, het werk van mijn broer, mijn vrienden, in een fabriek, ergens in moeilijke omstandigheden, voor weinig geld. Mijn broer vertrekt ’s morgens thuis om zes uur en komt vaak pas tegen 8, 9 uur terug. Hij heeft twee kinderen. Met het bedrag dat ik in de supermarkt uitgeef in één keer, moet hij een maand rondkomen. Veel mensen zitten in die omstandigheden in Argentinië. Dat raakt me. Ergens heb ik wel het geluk gehad dat ooit iemand me thuis is komen opzoeken om me van straat te halen. Het leven neemt aan de ene kant dierbare dingen van je af, maar geeft je anderzijds ook mooie momenten.”

Je hebt een Porsche. Vind je het dan niet vreemd om zo veel geld uit te geven voor een wagen.

“Komende vanwaar ik kom, waar mensen soms geen eten hebben, en dan dat doen … Het is vreemd, ja. Maar mijn zaakwaarnemer vond dat ik het me kon permitteren. Ik heb er hard voor gewerkt, ergens verdien ik het wel. Maar ik geef toe: het wringt wel als je rond je kijkt, en de toestand van anderen ziet.”

DOOR PETER T’KINT – BEELDEN: KOEN BAUTERS

“Ik ben eerder de man van de assist, niet van de goals.”

“Als mijn ploegmaats vorig jaar iemand zochten om het verschil te maken, ging de bal naar Boussoufa. Nu krijg ik ook veel ballen.”

“Met het bedrag dat ik in één keer uitgeef in de supermarkt, moet mijn broer een maand rondkomen.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier