We mochten op bezoek bij de beste Belgische speler van het moment om te praten over de koppositie van Chelsea, de Rode Duivels en hoe hij tegen het profvoetbal aankijkt.

Chelsea domineert momenteel de Premier League, met vijf punten voorsprong op Manchester City, acht op Manchester United en Tottenham, en negen op Arsenal en Liverpool. Dat danken The Blues aan hun nieuwe aanvaller Diego Costa en hun metronoom Cesc Fàbregas, maar evengoed aan de bloeiende vorm van Eden Hazard, die jaar na jaar dichter sluipt bij de absolute wereldtop. Voor zijn 23 jaar is hij al erg volwassen. Het is dan ook met veel overzicht dat hij ons meer dan een uur onderhoudt over zijn eigen prestaties en over het voetbal als passie en beroep.

Je speelt alweer een uitstekend seizoensbegin en dat is niet voor het eerst.

Eden Hazard: “Het loopt heel goed, dat klopt. Zowel collectief als individueel. Misschien is dit wel de beste seizoenstart uit mijn carrière, ook al is dat in de statistieken (twee goals, één assist, nvdr) niet echt te zien.”

Zit je daarmee in je hoofd, met die statistieken?

“Nee, helemaal niet, zeker niet als je de kwaliteit van de matchen ziet. Ik heb dit seizoen maar één matige wedstrijd gespeeld, tegen Aston Villa. Tijdens de vakantie heb ik goed uitgerust, ik heb nadien een prima voorbereiding gehad en ik voel me op dit moment echt goed.”

Nochtans laat José Mourinho geen gelegenheid voorbijgaan om je op te jutten…

(lacht) “We komen goed overeen. Het blijft The Special One, hé… (ernstiger) Er is veel respect. Hij is de beste trainer ter wereld, meer valt daar niet over te zeggen. Hij geeft me veel vertrouwen. Na een slechte match geeft hij weleens een steekje – ‘we hebben vandaag met tien gespeeld’ – maar daar blijft het bij. Op zulke momenten laat hij me met rust en zeurt hij niet aan mijn kop.”

Heb je moeten wennen aan zijn manier om spelers via de pers te prikkelen?

“Het was de eerste keer dat ik zoiets meemaakte met een trainer. De voorgaande hadden de neiging me in bescherming te nemen. Hij wil echt dat mijn kwaliteiten helemaal tot uiting komen en daar heeft hij alles voor over.”

Was je bang voor je plaats toen Mourinho aangekondigd werd als nieuwe coach van Chelsea?

“Bang was ik niet. Ik vroeg me alleen af of ik er nerveus van zou worden als hij me aanpakte. Ik herinner me de eerste voorbereidingswedstrijden in Azië: daar kraakte hij me een paar keer af. Toen heb ik bij mezelf gezegd: oké, dat is nu eenmaal de stijl van José Mourinho. Als hij je in de ogen kijkt en je je geviseerd voelt, dan ben je daar even niet goed van. (glimlacht) Als je je niet honderd procent inzet, weet je dat hij het daar niet bij laat en dat je riskeert de volle laag te krijgen. Hij heeft al serieuze tirades afgestoken in de kleedkamer, maar goed: dat blijft interne keuken. Het is anders wel vermakelijk om te zien… als je tenminste niet zelf het doelwit bent! Hij komt in elk geval overeen met het beeld dat ik van hem had: een grote trainer die alles gewonnen heeft, die zijn ervaring deelt en dicht bij zijn spelers staat. Hij verdedigt hen voortdurend.”

Meer ruimte

Bevalt de manier waarop Chelsea momenteel speelt je nu beter?

“Wel, in tegenstelling tot wat je vorig jaar misschien kon denken, heeft het spel van Chelsea mij altijd bevallen. Omdat ik veel offensieve vrijheid kreeg. Ik kon lopen waar ik wou, proberen wat ik wou, zolang het maar efficiënt was.”

Verrast dit zogoed als perfecte seizoensbegin van Chelsea jou?

“Nee, want vorig jaar waren we al dicht bij de titel. We eindigden op vier punten van City. Als we het op het einde een beetje beter hadden gedaan, waren we kampioen geweest! Er is continuïteit ten opzichte van vorig seizoen en enkele versterkingen maken het verschil.”

Zoals Costa en Fàbregas?

“Ja, precies. Op dit moment is er geen betere nummer 9 dan Diego Costa! Hij is het type aanvaller dat een wedstrijd die op slot zit, kan openbreken. En zijn mentaliteit is uitstekend. Hij geeft zich helemaal voor de ploeg, soms zelfs te veel!”

Maakt zijn aanwezigheid het jou ook gemakkelijker?

“Zoals hij speelt, als een aartsgevaarlijke 9, trekt hij natuurlijk verdedigers naar zich toe. Dus is er onbewust minder aandacht voor mij. Zeker omdat de tegenstander ook nog eens Fàbregas in de gaten moet houden, die door zijn voortreffelijke passing de beslissende opening kan creëren. Dus krijg ik wat meer ruimte.”

Kom je door dit seizoensbegin in de buurt van de beste vijf spelers ter wereld?

(stellig) “Nee, de top vijf nog niet. Misschien ben ik er niet heel ver van af, maar ik moet toch nog wat werken om daar te geraken. Ik denk dat je daar pas toe behoort wanneer je beslissend bent in de grote wedstrijden. Dat begint stilaan wel te lukken, zoals je kon zien tegen Arsenal en Manchester City.”

Wie is er dan nog beter dan jij?

Die twee buitenaardse wezens (hij bedoelt Lionel Messi en Cristiano Ronaldo, nvdr), Zlatan Ibrahimovic, Franck Ribéry, Arjen Robben… Die al zeker. Zij maken in elke match het verschil, ik nog niet.”

Die spelers worden beoordeeld op basis van hun statistieken: goals, assists, strafschopfouten die op hen worden begaan… Moet je daar vooral aan werken om in die top vijf te geraken?

“Niet echt. Ik ben nooit een speler van statistieken geweest.”

Maar zelfs in een prima seizoen in de Premier League blijf je steken op veertien goals en zeven assists…

“Statistisch is dat niet slecht, maar inderdaad ook niet uitzonderlijk. Daarop mag je me niet beoordelen. Ik weet na een wedstrijd wel of ik goed gespeeld heb of niet. En soms heb ik dan niet gescoord. Ik heb dit seizoen misschien wel mijn beste match gespeeld tegen Swansea en ik heb toen geen goal gemaakt en geen assist gegeven. Maar ik was aanwezig van de eerste tot de laatste minuut: ik heb het de tegenstander moeilijk gemaakt, gedribbeld… Ik was echt heel goed die dag.”

Je denkt er dus helemaal anders over dan Samuel Eto’o, die jou vertelde dat hij elke wedstrijd moest scoren om te slagen?”

“Absoluut, en dat zal altijd zo zijn.”

Er gaat ondertussen geen maand voorbij zonder het gerucht dat PSG zich weer eens voor jou gemeld heeft…

“Ik ben altijd heel duidelijk geweest: ik voel me goed bij Chelsea. Elke week herhaal ik hetzelfde: PSG is een grote club maar de Ligue 1 is inferieur aan de Premier League. Ik heb geen zin om terug te keren naar Frankrijk, omdat ik daar al alles heb meegemaakt: kampioen, bekerwinst, beste jongere, beste speler… Ik wil niet beweren dat het een stap achteruit zou zijn, maar het zou een terugkeer betekenen naar iets dat ik al ken. Terwijl ik eigenlijk voortdurend zin heb in nieuwe ervaringen. Als ik op een dag Chelsea verlaat, zal dat zijn om iets nieuws te ontdekken.”

Denk je dat je een lange carrière zult hebben?

“Ik denk niet dat ik nog zal voetballen wanneer ik 36 ben, want ik ben jong begonnen en ik moet veel incasseren. Ik ben nog maar 23 en ik heb al overal pijn, ik lijk soms wel een opa. Wanneer ik 31 of 32 ben, bekijk ik het wel.”

Fouten gemaakt

Ben je dan niet compleet uitgeblust aan het WK begonnen?

“Nee, want ik ben op het einde van het seizoen geblesseerd geweest en daardoor moest ik wel rust nemen. Ik voelde me niet echt vermoeid.”

Wat is je oordeel over jouw WK?

“Het was niet goed, maar ook niet slecht. Men verwachtte te veel dat ik in elke match het verschil zou maken, zoals Lionel Messi bij Argentinië. Maar je mag niet vergeten dat dit mijn eerste WK was, en toch ben ik een paar keer beslissend geweest. Er werd gezegd dat ik een slecht WK heb gespeeld, maar zonder mij hadden we na twee wedstrijden maar twee punten gehad. Ik probeer het objectief te bekijken: ik heb geen goed WK gespeeld, maar ook geen slecht. Het was zeker niet ondermaats.”

Toch hebben wij nog altijd de indruk dat we bij de nationale ploeg nog niet de Eden Hazard van bij Chelsea hebben gezien.

“Maar ik ook niet! In enkele matchen misschien, maar nog niet vaak. Dat stoort mij ook. Waarom speel ik soms fantastische matchen voor Chelsea en niet voor de Rode Duivels? Mijn matchen zijn oké, maar het is niet Eden Hazard die de ploeg draagt. Ik wil niet de indruk wekken dat ik er zomaar wat bij loop.”

De avond van de uitschakeling door Argentinië gaf je kritiek op het gebrek aan voetballend vermogen en beweging in de ploeg…

“Ik heb daar nadien nog met de coach over gepraat. Die uitlatingen gaven vooral een ontgoocheling weer over mijn eigen prestatie in die kwartfinale. Soms zeg je na een nederlaag dingen waar je later spijt van hebt.”

Je kritiek was wel niet geheel onterecht.

“Nee, maar ik moet dat niet direct na de uitschakeling tegen de pers zeggen. Over zoiets spreek je met de groep en de trainer in de beslotenheid van de kleedkamer. Ik heb daar een fout gemaakt. Misschien gaf ik kritiek op de coach, maar ik ben zeker niet vergeten wat we gedurende drie jaar dankzij hem verwezenlijkt hebben. Onze overwinningen op het WK waren ook te danken aan de juiste vervangingen die hij doorvoerde. Echt: je moet achter die uitlatingen niet meer zoeken dan ontgoocheling over mijn mislukte wedstrijd.”

Het betekent desalniettemin dat je meer voetbal en beweging wilt zien in de nationale ploeg…

“Daar werken we aan. We zijn bezig met een nieuw systeem. Tegen Australië kon je al veel meer beweging zien. Je moet niet denken dat we de capaciteit hebben om tachtig procent balbezit te halen zoals Spanje, maar onze tegenstanders gaan ons opwachten en we gaan andere oplossingen moeten zoeken. Ik weet ook dat het nog zal gebeuren dat we 1-0 winnen na een slechte match.”

Begrijp je de kritiek na het WK?

“De mensen verwachtten veel van België, maar achteraf gezien kunnen ze zeggen wat ze willen: we hebben een mooi WK gespeeld. Wij, de spelers, zijn er tevreden over. Het is een fantastische groep. We horen weleens zeggen dat er spanningen zijn in een groep die een maand samenleeft, maar bij ons zijn die er niet geweest.”

Heb je niet de indruk dat het mooie imago dat jullie hadden opgebouwd een beetje afgebrokkeld is door het gebrek aan engagement na jullie terugkeer?

“We hebben daar nadien samen nog eens over gepraat. Ik denk dat de groep zich ervan bewust is een fout gemaakt te hebben. (pauzeert even) We waren vermoeid, we hadden een zware maand achter de rug en we wilden graag naar onze families. Dat moeten de mensen toch begrijpen, niet? De Fandag in Oostende heeft toch al iets goedgemaakt.”

Geen verdediger

Op welk moment in een wedstrijd besef je: dit wordt mijn match!

“Na tien minuten weet ik dat. Als ik al veel de bal geraakt hebt en voor gevaar gezorgd heb, dan weet ik dat het gevoel goed zit. Dat is niks nieuws. Al van toen ik klein was, zijn de eerste tien minuten cruciaal.”

Is het voor een verdediger gemakkelijk om jou uit de wedstrijd te houden?

“Nee, want ik ben gefocust op mijn wedstrijd en ik ga niet in op provocaties. Sinds ik bij Lille debuteerde, heb ik al veel stampen gekregen en ik heb daarmee leren omgaan. De adrenaline verzacht de pijn. Ik ben klein, maar ik sta wel stevig op mijn benen. Ik kan incasseren. De twee, drie dagen na een wedstrijd heb ik wel overal pijn, maar er zijn kinesisten om me er weer bovenop te helpen.”

Denk je vaak na over je slechte wedstrijden?

“Nee, ik weet na een match wat ik verkeerd deed en sla die bladzijde om. De dag erna is er opnieuw training en denk ik al aan de volgende wedstrijd.”

Voel je dat men je jaar na jaar anders bekijkt?

“Vooral sinds vorig jaar, ja. Na mijn goede periode vorig seizoen merkte ik dat de verdedigers me iets meer vreesden.”

Men heeft je lang verweten dat je te weinig je defensieve taken uitvoerde. Heb je de indruk dat Mourinho je op dat vlak veranderd heeft?

“Ik kan niet zeggen dat hij me geleerd heeft om mee te verdedigen. Om de simpele reden dat ik nooit een verdediger zal zijn… Ik zal dat nooit goed kunnen. Maar voor de ploeg tracht ik me goed op te stellen. Dat komt met de ervaring.”

Vind je dan dat je een goed evenwicht gevonden hebt tussen je defensieve taken en je offensieve inbreng?

“Ja. Ik slaag erin om verdedigend werk op te knappen en toch ook aanvallend goed voor de dag te komen. In het verleden kwam ik loopvermogen te kort. Ik kon de opeenvolgende inspanningen niet aan. Dat is nu anders.”

Droomde je er altijd al van om in Engeland te voetballen? Wat trekt je daar zo in aan?

“De volle stadions, de onberispelijke velden, de speciale sfeer en vooral de beste competitie ter wereld. Zelfs als we in de beker tegen een vierdeklasser spelen, zit Stamford Bridge vol. In Engeland krijgen de spelers ook veel verantwoordelijkheid. Je mag eten en doen wat je wilt, als je maar goed bent op het voetbalveld. Voor een jonge speler als ik is het verrijkend om wekelijks tegen de toppers te spelen. Het gaat er met 200 per uur, verdedigen-aanvallen, aanvallen-verdedigen, er wordt niet gerekend. Vandaar scores zoals onze 3-6 op Everton. We stonden 0-2 voor, maar we bleven aanvallen. En ook Everton liet nooit de schouders hangen.”

Hoe is Mourinho na zo’n score?

“Hij vond het vast niet leuk dat we drie goals slikten, maar hij was desondanks toch tevreden dat we een sterke match gespeeld hadden… en dat we gewonnen hadden. Hij krijgt vaak het etiket van defensieve trainer, maar hij geniet ook van wat spektakel.”

Je hebt het statuut van ‘vedette’ maar je houdt je ver van het sterrenwereldje. Je hebt een familiaal leven, gaat nooit uit, hebt geen blinbling…

(onderbreekt al lachend) “Jawel hoor, maar jullie weten dat niet! Nee, serieus, dat komt gewoon door de opvoeding die ik heb gehad. Ik ben nooit iemand geweest die het breed wil laten hangen. Ik zeg altijd bij mezelf: het kan heel snel gaan in het voetbal. Er zijn zo veel voorbeelden van topvoetballers die hun fortuin verbrast hebben. Als je geen vrouw of kinderen hebt, dan kun je proberen op te vallen, maar ik heb een gezin, waarom zou ik dat dan doen?”

Komt de voetbalwereld overeen met je kinderdromen?

“Ja. Ik heb er altijd van gedroomd om de mensen te vermaken en dat is wat ik nu elk weekend kan doen.”

Voor sommigen ben je zelfs hun god geworden.

“God is een groot woord. Net zoals Zinédine Zidane mijn idool was, denk ik dat ik dat voor heel wat Belgen ben. Een reden te meer om me nooit te laten gaan, om nooit op te geven.”

DOOR STÉPHANE VANDE VELDE – BEELDEN BELGAIMAGE

“Als je je niet honderd procent inzet, weet je dat Mourinho je de volle laag geeft.”

“Ik heb er altijd van gedroomd om de mensen te vermaken en dat is wat ik nu elk weekend kan doen.”

“In het verleden kwam ik loopvermogen te kort voor mijn defensieve taken. Dat is nu anders.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier