De laatste tijd heb ik enkele sportieve trauma’s opgelopen. Het begon met de uitschakeling van Club Brugge en Anderlecht in de 16e finales van de Europa League. Vooral het feit dat paars-wit buiten ligt, laat bij mij een zure nasmaak na. Het begon nochtans veelbelovend tegen AZ in het Constant Vanden Stockstadion. De eerste vijf minuten van de wedstrijd waren indrukwekkend! De Brusselaars hadden in die periode gemakkelijk twee keer kunnen scoren en dan ben ik nog mild. De match had er dan heel anders kunnen uitzien. De Nederlanders moesten serieus pompen om niet te verzuipen. Het water stond tot aan hun lippen, nochtans zijn Hollanders specialisten in het omgaan met wateroverlast.

Waarom de paars-witte motor later meer en meer is beginnen te pruttelen, is mij een raadsel. Toen de korte storm was overgewaaid, namen onze noorderburen stilletjes aan de wedstrijd in handen met het gekende resultaat. Dat het nekschot ons werd toegediend door Maarten Martens, een landgenoot en oud-speler van Anderlecht nota bene, maakte mijn humeur er niet beter op. Volgende keer tegenhouden aan de grens, die man! Maarten zal nooit meer een goede vriend van mij worden, zo veel is zeker. Nochtans blijf ik erbij: AZ is verdedigend kwetsbaar. Dat hebben ze bewezen door zes doelpunten te slikken in hun twee laatste competitiewedstrijden, drie tegen FC Utrecht voor en drie tegen Heerenveen na hun bezoek aan Brussel. Het is duidelijk, het is niet thuis maar in Alkmaar dat we het verkloot hebben! Daar hebben we te veel respect getoond voor onze Nederlandse vrienden. Maar dat zijn allemaal vijgen na Pasen.

Eén ding is zeker: de ‘keiskoppen’ hebben het ons weer geflikt. Moeten we misschien concluderen dat na de kansloze uitschakeling tegen Ajax verleden jaar en tegen AZ dit jaar, de Hollandse ploegen een maatje te groot zijn voor ons? Het lijkt er een beetje op, maar ik val nog liever dood dan dat toe te geven. Toch, het wordt een beetje gênant. Is er nu echt geen balsport waarin we onze buren kunnen kloppen? Jawel hoor, onze rugbymannen versloegen de Nederlanders met liefst 58-3. Als dat geen wereldprestatie is, dan weet ik het niet meer. De bal in die sport is nu niet bepaald rond, maar dat is slechts een detail!

Nadat ik twee dagen depressief had rondgelopen, was er gelukkig een groot evenement in ons landje, waar ik al maanden naar uitkeek en waar gelukkig geen bal aan te pas kwam: De Omloop Het Nieuwsblad. Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik, na een fervente supporter te zijn geweest van Roger De Vlaeminck vroeger, nu voor honderd procent achter Tom Boonen sta. Tom had al enkele wedstrijden gewonnen dit jaar en was in goede doen, het serieuze werk kon beginnen. De koers verliep volgens het perfecte scenario. Boonen had een paar keer aan de boom geschud en er waren er maar twee die konden volgen. En heel belangrijk voor mij: er was geen Hollander bij, want die vertrouw ik niet meer. Ik volgde de koers in café Bij De Ket, in Vilvoorde, samen met enkele vrienden. In al mijn euforie beloofde ik een ’tournée Gillerale’ te betalen als Tom won! Weggesmeten geld eigenlijk, want wie ging hem kloppen in de sprint? Toch die twee strijkijzers niet met wie hij op pad was? Ik was er gerust in. Consternatie alom toen ene Sep Vanmarcke won. Wat een mens in één week kan meemaken! Toen de cafébaas, een Brusselaar en absoluut geen sportfanaat, mij vroeg of ‘Bunen’ nu had gewonnen, wilde ik hem een uppercut verkopen. Ik heb het echter zo gelaten, want ik herinnerde me dat hij vroeger nog had gebokst, ten tijde van Marcel Cerdan. Het was duidelijk mijn geluksweek niet. Er is één groot probleem: Sep kunnen we niet aan de grens tegenhouden, want die woont hier …

“Heel belangrijk voor mij: er was geen Hollander bij.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier