Mbo Mpenza bereidt zich voor op de grote sprong voorwaarts. ‘Ik kan nu wel roepen dat ik in januari weg ben,’ zegt de snelle dribbelaar van Moeskroen, ‘maar wat als het niet lukt ? Zullen jullie me dan komen vragen of ik teleurgesteld ben ?’

Goed twee jaar geleden zat de carrière van Mbo Mpenza (26) in het slop. De van Standard naar Sporting Lissabon getransfereerde aanvaller kwam niet meer aan spelen toe in Portugal. Met een verhuizing naar Galatasaray verzeilde hij van de regen in de drop : het leverde slechts nog meer extrasportieve en contractuele perikelen op. Toen België zich plaatste voor het WK en bondscoach Robert Waseige aankondigde alleen te rekenen op spelers die spéélden in hun club, heroriënteerde Mpenza zijn loopbaan. Hij verruilde zijn dikke contract in Turkije voor een afgeslankte verbintenis met Moeskroen, de club waarmee hij in 1996 in eerste klasse debuteerde.

Anderhalf jaar later zit hij er nog. De verhoopte transfer volgde niet na het WK. Tot overmaat van ramp ging het voorbije seizoen ook grotendeels de mist in toen hij het slachtoffer werd van een zware tackle in de bekerpartij op Overpelt. Die zaak loopt nog voor de burgerrechtbank. Zes maanden was hij op de sukkel, maar dat is inmiddels voorbij. Mbo is weer fit, draait en flitst als vanouds, zaait vernieling in de verdediging van de tegenstander en is goed op weg om de club te verlaten. In Moeskroen, dat geruisloos opklom tot de subtop, houden ze rekening met een vertrek over twee maanden in de winterstop.

Wat heeft Georges Leekens gedaan om het tij te keren bij Moeskroen ?

Mbo Mpenza : “We pakken minder goals en dat is de vrucht van veel arbeid. Vandaag bijvoorbeeld hebben we specifiek gewerkt op de plaatsing, zowel in de overschakeling naar de aanval als naar de verdediging. Verder hebben we een systeem ontwikkeld dat blijft staan : 4-4-2, af en toe 4-3-3. Er zijn ook veel minder geblesseerde spelers dan vorig seizoen, zodat we de hele tijd met bijna hetzelfde team konden spelen. En een laatste punt : als Georges Leekens begint te roepen, dan… euh… maak je je truitje twee keer zo nat, om het zo te zeggen.”

Natter dan wanneer Lorenzo Staelens roept ?

Lorenzo kreeg niet de versterkingen die hij vroeg, Leekens wel. Dat is een eerste verschil. Lorenzo ging niet bij de voorzitter op tafel kloppen, maar monsieur Leekens… Beginnen als trainer is nooit evident. Het ging goed tot er een groot aantal geblesseerden was. En dan was er toch de ervaring die speelde. Maar ik wil Staelens niet afvallen. Ik zou heel graag – en dat wil ik benadrukken – nog eens onder hem werken in de toekomst.”

Opvallend : zag je vorig seizoen nog geregeld onbekende namen bij Moeskroen, dan valt Leekens toch vooral terug op ervaring.

“Ik denk dat je dat ook nodig hebt. Individueel hebben we allemaal goede, jonge spelers, maar als je ze allemaal samen moet opstellen, dan werkt het niet. Het zijn niet de jongeren die een schip van koers kunnen doen veranderen. Je kan verantwoordelijkheid geven aan een jongere speler, maar niet te veel en niet aan te veel spelers tegelijk. Dat verklaart voor een stuk onze dertiende plaats van vorig seizoen.”

En waarom jullie nu stilletjes een plaats in de topvijf, -zes hebben heroverd ?

“Ja. Vooraf was er de wil om mee te draaien in de linkerkolom, bij de eerste negen. Wij zijn geen topclub in België. (Kijkt om zich heen in de gymzaal van de club.) We hebben installaties die tot de top behoren, nu moet de ploeg volgen. Dat zal hier nooit in één grote sprong kunnen, maar de omkadering is er wel.”

De groep waarmee jullie het nu zoveel beter doen, is vrijwel dezelfde als die van vorig seizoen. Ik kan me inbeelden dat Lorenzo Staelens met een slecht gevoel zit.

“Ik ook, dit moet inderdaad vervelend zijn. Misschien zegt hij nu wel, of zegt men het over hem, dat hij het even goed had kunnen doen. Anderzijds kan je niet naast het aantal geblesseerden kijken. En waaraan dat dan lag ? Het lot of iets anders ? Ik weet het antwoord niet.”

Ik heb je statistieken erop nagekeken om te zien hoe vaak je geblesseerd bent. Op de ellende van vorig seizoen na blijkt dat mee te vallen. Hebben wij dan een verkeerd beeld van jou ?

“Ik heb dit seizoen één wedstrijd gemist door een trap in de wedstrijd tegen Genk. Spierblessures heb ik zelden, maar ik sukkelde wel al met de enkel of de knie. Dat noem ik het lot. De interland tegen Kroatië heb ik ook door die trap gemist en tegen Nederland ben ik gewisseld omdat er iemand op mijn hand ging staan. Contacten zijn inherent aan het voetbal Als ik een tennisspeler was, dan raakte ik nooit geblesseerd.”

De enkelproblemen van vorig jaar begonnen tijdens de bekerwedstrijd in Overpelt. Kan je nog even verduidelijken waarom jullie daarvoor naar de rechtbank trokken ?

“Omdat ik vind dat je zulke aanslagen niet meer zou mogen zien op een terrein. Er waren geen excuses : de bal was voor mij en die speler bevond zich een meter achter mij. Hij kon hem op geen enkele manier spelen. Als ik dan lees in de krant dat ik door mijn spel zulke tackles uitlok… Ik ben tien jaar prof, maar dit maakte ik nooit eerder mee.”

Hoever staat het met die rechtszaak ?

“Daarvoor moet je de advocaat bellen. In feite is het trouwens Moeskroen dat klacht neerlegde ; ik word enkel gehoord als getuige.”

Heb je je burgerlijke partij gesteld om een schadevergoeding te claimen ?

“Neen. Ik speel niet voor het geld. Misschien had ik zonder dat ongeval naar het buitenland gekund, maar misschien ook niet. In elk geval heeft het me bijna de rest van het seizoen gekost, want toen ik na nieuwjaar terugkeerde, ben ik vrij snel hervallen. Wellicht te vroeg herbegonnen, maar ik moet niemand iets verwijten : ik voelde me zelf weer klaar voor de dienst. Ik ben anders dan Emile, die wél veel spierproblemen kent en zich daarvoor zelfs speciaal liet opereren.”

Binnenkort is er weer bekervoetbal. De tegenstander heet Walhain. Bang ?

“Als je zo zou redeneren… Nee, daar wil ik niet aan denken. Ik heb zelf ook de andere kant meegemaakt toen ik nog voor Kortrijk voetbalde. Je wil je tonen tegenover die voetballers uit eerste klasse. Zolang die uitdaging sportief blijft, is er niks aan de hand, maar als je de botte bijl gaat bovenhalen…”

In december ben je twee jaar in Moeskroen. Tevreden over je tweede passage in de club ?

“Héél tevreden. Eigenlijk is het nog beter gegaan dan verwacht. Ik kwam van Turkije om opnieuw te voetballen met het oog op het WK. Dat is gelukt en ik heb Japan gehaald. Wat kan een speler zich meer wensen ?”

Ben je tevreden over je inbreng in de nationale ploeg ?

“Ik denk inderdaad dat ik dat mag zijn. De bondscoach houdt niet op te herhalen dat hij op me rekent. Dat apprecieer ik.”

Opmerkelijk : na een WK dat voor jou positief eindigde, begon je tegen Bulgarije wel weer op de bank. Englebert was toen rechtsmidden.

“Ik denk dat Anthuenis in het begin zonder specifieke rechterflank wilde spelen. Toen zijn 4-4-2 geleidelijk vorm kreeg, kwam ik in de ploeg. De rechterflank is niet mijn favoriete positie, maar goed, ik ben ook geen rechtsmidden of specifieke rechtsbuiten. Ik mag zwerven, naar binnen komen, kan van flank veranderen. Van zo’n vrijheid hou ik wel. En verder, ik ben Maradona niet, hé. Ik heet Mbo en die voetbalt waar men het hem opdraagt.”

In Moeskroen ben je zeker van je plaats, maar in de grote kernen van Sporting Lissabon en Galatasaray was het anders. Wat verkies je ?

“Bijleren doe je duidelijk meer bij een ploeg met twintig internationals, maar qua sfeer is het hier leuker. Je kan ook makkelijker zeggen wat je denkt. Als ik bij Galatasaray tegen iemand wat zei, was het antwoord vaak : zeg, ventje, ik ben zoveel keer international, wat kom jij mij vertellen ? Bij Sporting was de sfeer ook goed, moet ik zeggen. In de kleedkamer tenminste, want op het trainingsveld was het andere koek. Toen ik er kwam, verwittigde de trainer me meteen : altijd scheenbeschermers aan op training. Hij had gelijk : het ging er hard aan toe. Eigenlijk lag het niveau op training er hoger dan in sommige wedstrijden. Zo leer je bij. Hier probeer ik dat te compenseren door bij te trainen. Als we vrij zijn, werk ik in zaal met Gilles(hulptrainer Vandenbroeck, nvdr) op kracht en snelheid. Ik weet waar ik wil komen. Ik wil weg. Dat weten ze hier. Vandaag, morgen, over drie jaar, over tien jaar, geen mens die er een datum op kan plakken, maar weg wil ik. Dus moet ik er alles voor doen. Daarom neem ik nooit vrij.”

Na de interland kreeg je nochtans twee dagen verlof.

“Verplichte rust, opgelegd door de trainer, omdat hij vreesde voor spiervermoeidheid. Hij had gelijk, die twee dagen hebben me goed gedaan.”

En wat doet Mbo Mpenza als hij vrij heeft ?

“Zijn vrouw volgen, mee naar de paarden. Dat is voor ons allebei een echte passie geworden. Ik heb haar al moeten afremmen : we gaan nog maar twee keer per week naar de manège.”

Wat bewonder je in een paard ?

“Zijn elegantie. Zijn kracht.”

Je woonde in Lissabon en kort in Istanboel. Wat neem je mee in de keuze voor een volgende ploeg ?

“Eén : dat je niet moet vertrekken om te vertrekken, maar je keuze goed moet overwegen. Wat zeker ook meetelt, is of de trainer je wil. In Istanboel was dat duidelijk niet het geval. Ik zat met dat WK, speelde niet bij Sporting en toen meldde Galatasaray zich. Ik kon er meer verdienen, maar de trainer kende me niet. Bovendien begonnen ze te zeuren over mijn contract : ik moest bepaalde clausules veranderen, anders zou ik niet spelen. Dat zal me geen twee keer overkomen. En twee : dat de club beter moet zijn dan Moeskroen, dat spreekt vanzelf.”

Deze zomer was er een aanbieding van Santander. Waarom ging je daar niet op in ?

“Omdat ik nauwelijks tijd had om na te denken. Santander meldde zich zaterdag in de late namiddag en de transferperiode sloot op maandagmiddag. Misschien dat ik vier jaar geleden direct ja zou hebben gezegd, maar nu niet. Oké, Santander is Spanje, maar ik kende de club niet, noch de trainer en de ambities, en ik moest direct beslissen. Het geld was er, maar ik speel niet voor het geld.”

Zou je het wel hebben geaccepteerd mocht je meer bedenktijd gehad hebben ?

“Hypothetische vraag. Geen idee.”

Kom nu, Primera División…

“Ik wil gewoon zeker zijn van mijn zaak en niet drie maanden later constateren dat ik een connerie beging. Niet vergeten : je spreekt ook niet op één, twee, drie Spaans. Het heeft een jaar geduurd voor ik in het openbaar Portugees durfde te praten. En ik heb een vrouw, het kan altijd dat zij het daar niet leuk vindt.”

Wat onthield je op het menselijke vlak uit je twee buitenlandse avonturen ?

“Twee maanden in Turkije was te kort om vrienden te maken, maar die hield ik wel over aan mijn Portugese periode. Mijn vrouw gaat er nog geregeld naartoe, ze koopt bijvoorbeeld nog alleen maar Braziliaanse muziek. Hun mentaliteit past ons goed, hebben we ontdekt. Als de zon schijnt en ze zeggen over vijf minuten ben ik er, dan mag je zeker zijn dat je na zonsondergang nog zit te wachten. Ik krijg nog vaak een truitje van ginder cadeau met mijn naam op. Dat raakt me.”

Was het een moeilijke beslissing om er te vertrekken ?

“Dat wel, ja. Het leven was er een paradijs, maar uiteindelijk haalt het sportieve het toch omdat je ambitieus blijft. Daarom ben ik ook uit Istanboel vertrokken, al kon ik hier véél minder verdienen. Maar spelen was belangrijker. Ik betreur geen enkele beslissing, zelfs niet die om Lissabon te verlaten, want dan had ik geen WK gespeeld en was ik nu geen international. Je moet in het leven ook op lange termijn denken, al is inleveren niet gemakkelijk, neem dat maar van me aan. Iedereen wil altijd meer verdienen, jij toch ook ?”

Straks even vragen aan de baas. Heeft Emile jou om raad gevraagd toen hij Schalke verliet en naar Standard terugkeerde ?

“Ja. Tot dusver hebben we altijd elke keuze aan elkaar voorgelegd. Bij Schalke zou hij nooit meer hebben gevoetbald. Hij vroeg me wat ik ervan vond. Hij had nog andere mogelijkheden, maar sportief vond ik Standard de beste keuze. Alleen zal hij moeten beseffen dat hij twee keer zo hard moet werken als bij Schalke, want in Luik zal iedereen hem met de vinger wijzen als het niet lukt. Druk schrikt hem niet af, maar vooraleer het goed zal zijn, zal hij het twee, neen, tién keer beter moeten doen dan in Gelsenkirchen. Ik werk nu ook drie keer harder dan in Portugal om het niveauverschil tussen België en een andere competitie te overbruggen. Want laat ons eerlijk zijn : ons voetbal is niet het voetbal waar mensen naar komen kijken omdat de spelers zo schitteren.”

Iedereen zegt dat je in januari vertrekt.

“Iedereen zegt dat, ja. Iedereen zei ook dat ik na het WK zou vertrekken, en daarna dat ik in juli zou gaan. Ik wil weg, ik ben ambitieus. Ik kan nu roepen dat ik in januari weg ben, maar wat als het niet lukt ? Komen jullie me dan vragen of ik teleurgesteld ben ? En of ik dan in juli zal gaan ? Ik blijf realistisch : alles is bespreekbaar, maar beide partijen moeten er goed bij varen. En er is de realiteit van de markt.”

Iets anders nu : jij en Emile waren lange tijd de enige ‘Kongolezen’ die doorbraken in de nationale ploeg, maar nu meldt er zich een hele reeks beloften, Kompany op kop. Aangenaam verrast ?

“Ja. Ik denk dat het opstellen van spelers van buitenlandse afkomst in de nationale ploeg onze integratie vooruit kan helpen. Misschien gaan we met de Belgische ploeg de weg van Frankrijk op.”

Heb jij er een verklaring voor waarom Noord-Afrikanen, die hier al langer zijn, moeilijker tot de top doordringen ?

(Denkt na.) Nu je het zegt : op Jbari na ken ik niemand. Geen verklaring voor. Aan de liefde voor het voetbal kan het niet liggen, ze zijn er even gek van. Misschien kiezen zij niet zo snel voor een Belgische ploeg. Niet vergeten, wij waren een kolonie van België.”

Word jij vaak gevraagd om dingen voor Kongo te doen ?

“Ja. Ik kan onmogelijk ingaan op alle verzoeken. Via Robert Waseige werd me onlangs gevraagd of ik een spotje wilde inspreken in het kader van de strijd tegen aids. Ik heb ja gezegd. Niet evident, want het is een vak. We hebben het een paar keer moeten overdoen voor het er goed op stond.”

De film met je broer al gezien ?

“Neen, nog niet. Mama zegt dat hij goed is. Ik wacht op de dvd.”

Hoe sta je tegenover de hulp die België Kongo wil geven ?

“Ze is welkom, maar ik denk dat het belangrijk is dat de mensen zélf leren hun plan te trekken.”

door Peter T’Kint

‘Inleveren is niet gemakkelijk, maar in het leven moet je ook op lange termijn denken.’

‘Laat ons eerlijk zijn : ons voetbal is niet het voetbal waar mensen naar komen kijken omdat de spelers zo schitteren.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier