Naar Messi of Ronaldinho gaan kijken, dat interesseert hem niet. Marouane Fellaini, met Standard een sterk seizoen spelend, is niet bezig met anderen. ‘Ik probeer mijn eigen stijl te ontwikkelen.’

Zijn lange bene – de voeten in badslippers gestoken en de twee grote tenen omzwachteld – heeft hij daarnet uit zijn tweedeursautootje gehesen en nu schuift Marouane Fellaini ze in het perszaaltje van Standards fraaie oefencomplex met een zucht onder het tafeltje. Bijna alles lijkt te verkleinen als het in de buurt van de 1,94m lange Belg met Marokkaanse roots komt. Zelfs figuurlijk, want sinds hij zich dit seizoen verder ontwikkelde en met zijn club kampioen kan spelen, lijkt hij weldra ook de Belgische competitie te zullen ontgroeien.

Wat is volgens jezelf de grootste vooruitgang die je dit seizoen hebt gemaakt?

Marouane Fellaini: “Om vooruit te gaan moet je werken; ik heb gewerkt, dus ik ben vooruitgegaan. Werken loont. Tenzij je over fenomenale kwaliteiten beschikt. Maar om groter te kunnen worden, heb ik technisch en tactisch gewerkt.”

Hoe?

“Meer gelet op mijn positiespel en mij meer in de opbouw laten betrekken. Ik heb meer mét de bal gespeeld. Ik heb vroeger niet in opleidingscentra gezeten, dus ik heb niet van jongs af het hele gamma geleerd. Slechts één jaar zat ik in een opleidingscentrum. Maar ik kijk, ik leer en ik probeer. Et voilà.”

Vind je dat nu niet jammer, dat je die opleiding niet langer hebt gekregen bij Standard? Je parcours loopt over Anderlecht, Bergen, Francs Borains en Charleroi …

“Misschien. Maar het belangrijkste is dat ik geslaagd ben in eerste klasse. Wie weet was het wel misgelopen als ik de hele tijd in een jeugdopleidingscentrum had gezeten. Ik had er genoeg van kunnen krijgen en stoppen.”

De troef die je in elk geval wel hebt, is dat je over een goed loopvermogen beschikt. Je vader liet je achter zijn fiets lopen omdat hij voor jou als alternatief nog een carrière als atleet op de 3.000 of 5.000 meter in gedachten had.

“Ik loop graag, maar ik hield ook van voetbal. Maar als het niet gelukt was, tja, waarom dan niet loper worden? Ik heb een goeie fond, maar het belangrijkste in voetbal is niet de fond, maar het vóetballen.”

Daar zeg je het. Een en ander zorgde er wel voor dat je snelheid van uitvoering nog beter kan als het op meevoetballen aankomt.

“Maar dat is het Belgische niveau, het spel gaat hier niet snel genoeg ( lachje). Als je topwedstrijden speelt, tegen Anderlecht of zo, dán gaat het snel. Maar hoe wil je het spel sneller vooruit laten gaan als je moet voetballen tegen Roeselare, dat met elf achteruit kruipt? Polen, Portugal, dát gaat snel.”

Dat heb je ook tegen Marokko gevoeld.

“Ja, maar in die wedstrijd hebben wij, België, niet goed gespeeld. Dat gebeurt, dat het soms niet lukt. Maar dat het internationale voetbal van een ander niveau is dan het Belgische, dat wist ik al van de eerste dag dat ik tegen Portugal speelde.”

Zit je daar nog ver van verwijderd, vind je?

“Ik heb goeie wedstrijden gespeeld met de nationale ploeg ( grijnst).”

Touwtje springen

Je woonde totnogtoe met je ouders in een van de huisjes vlak naast het oefencomplex, je kwam daardoor zelfs op je vrije dagen trainen met de geblesseerden.

“Af en toe, ja. Touwtje springen onder andere. Zoals ik zei: om te slagen, moet je werken. Et le travail passe par la souffrance.

Toen je nog niet bij de eerste ploeg zat en met Sarr, die wel al met de eerste ploeg trainde, bij de reserven speelde, viel hem jouw winnaarsmentaliteit op, zegt hij.

“Wat ik aan hem apprecieerde, is dat hij zelfs bij de reserven voluit ging. Veel spelers moeten bij de reserven komen spelen en vinden het dan niet erg als ze verliezen. Dat had hij niet: hij wilde net als ik altijd winnen.”

Dankzij Guy Namurois, jullie conditietrainer, is ook je startsnelheid verbeterd.

“Ik ben niet de snelste – ik ben groot en zwaar en dat is niet altijd makkelijk in de kleine ruimte -, maar met touwtje springen en loopoefeningen ben ik toch wat sneller geworden. Maar een Defour of een Jovanovic zal ik nooit worden.”

Touwtje springen zou, net als bij boksers, wordt gezegd, ook je benenspel helpen.

“Men zegt mij toch dat ze iets meer souplesse zien, dat ik vinniger speel. Het helpt een beetje voor alles: snelheid, sprong- kracht …”

Is je timing in wedstrijden ook niet veranderd dit seizoen? Terwijl je vroeger altijd in het strafschopgebied van de tegenstander wilde komen, lijk je nu beter je momenten te kiezen.

“Ja, ik kies de momenten. Ik ben meer verdedigend dan Defour of Witsel, maar ik probeer af en toe op het juiste moment op te rukken. Dat is dan de ervaring die je leert wannéér.”

En het werpt vruchten af: je hebt al meer gescoord dan vorig seizoen, toen je er maar vier maakte.

“Ik ben geëvolueerd, ik ben ook, vind ik, geconcentreerder als ik voor doel kom.”

Is dat zo? Want je scoort vaak met het hoofd, maar je mist, zeggen ze, nog de rust als het met de voeten moet.

“Ik ben het niet gewoon om vaak voor doel te staan met de bal aan de voet. Het is niet dat ik dan gestresseerd ben, maar ik wil die bal zo snel mogelijk in het net trappen. En dan mis ik. Maar dat zal geleidelijk aan wel beter lukken. Ik kan tegen een bal trappen, maar ik ben nog niet geconcentreerd genóeg. Kopduels winnen, dat ben ik wel gewoon, daar heb ik in de jeugd genoeg op gewerkt.”

Slimmer afpakken

Welke rol speelt het vertrek van Conçeicão in je ontwikkeling?

“Geen. Het is míjn inzet die mij vooruitgang heeft doen maken ( lachje).”

Maar hij verdedigde niet veel, waardoor jij meer gaten moest dichtlopen op het middenveld; nu is er een betere wisselwerking en kan je je meer met de opbouw bezighouden.

“Ja, dat is waar, ik liep meer te verdedigen toen hij hier nog speelde, maar dat is het verleden, daar ga ik niet meer over praten. Ik kijk naar nu: heel Standard en alle jongeren hebben vooruitgang geboekt.”

Maar jij houdt nu meer energie over.

“Ik voel me frisser omdat ik minder terrein bestrijk. Dus ja, dat heeft mij misschien een beetje geholpen. Maar als ik een ploegmaat in de problemen zie, dan help ik nog altijd om het gat dicht te lopen.”

Voor iemand van jouw lengte en kracht heb je opvallend weinig blessures of rugklachten. Hoe komt dat, denk je?

“Ik heb veel gefitnest, maar niet om aan volume te winnen, alleen voor de kracht. Ik heb gewerkt om niet geblesseerd te raken. Ik heb geprobeerd om de juiste spieren te versterken.”

Toen je van Francs Borains naar Charleroi kwam, werd je getraind door de latere assistent-trainer Khalid Karama. Die zag in jou een Belgische Patrick Vieira.

“Vieira heb ik nog niet ontmoet, neen ( lachje). Ik droom er niet van om een andere voetballer te ontmoeten. Als ik ooit eens tegen hem speel, wel, dan speel ik tegen hem. Het is niet dat ik het mij niet aantrek, maar Messi of Ronaldinho bezig zien op training, dat interesseert mij niet. Waarom? Het zijn voetballers zoals ik voetballer ben. Met fenomenale kwaliteiten, dat wel. Ik heb ook geen echt voorbeeld. Ik ben mijn eigen voorbeeld.

“Maar Vieira en ook Yaya Touré bijvoorbeeld zie ik als verdedigende middenvelder wel graag spelen: ze hebben dezelfde lengte, ze zijn ook groot, sterk, technisch. Ze spelen een beetje zoals ik, of liever: ik speel een beetje zoals zij. Het zijn spelers die ik graag bezig zie, maar ik probeer mijn eigen stijl te ontwikkelen. Ik kon naar Rijsel-Marseille gaan kijken – Kevin Mirallas had mij uitgenodigd -, maar ik kon het niet opbrengen. Manchester of Barcelona, ik ben daar bijvoorbeeld ook geen supporter van, ik ben daar niet mee bezig. Ik ben supporter van mijzelf. Maar Liverpool-Arsenal, daar heb ik wel naar gekeken, gewoon omdat het ploegen zijn die goed voetballen.”

Wat is de rol van Michel Preud’homme in je ontwikkeling?

Preud’homme vraagt mij om te spelen naar mijn mogelijkheden: de bal recupereren en hem zo snel mogelijk weer afspelen. Hij praat veel met mij, zoals iedereen van de technische staf bij Standard eigenlijk. Dat is goed.”

Waarover praten jullie?

“Mijn passing, opletten voor de pressing van de anderen …”

… rustig blijven …

“Dat ook, ja. Dat is normaal. Maar waarop doel je?”

Je handgemeen met Jovanovic van de winter op oefenkamp in Portugal bijvoorbeeld.

“In een ploeg heb je allemaal hetzelfde doel en onderlinge conflicten mag je daar niet tussen laten komen. Hij enerveerde zich, sloeg mij en ik heb geantwoord. Maar dat is voorbij, we zijn allemaal vrienden. Ik ben het al lang vergeten. We praten weer met elkaar.”

Preud’homme vraagt je onder andere ook om een tegenstander in balbezit die met de rug naar doel staat niet meer te tackelen, anders pak je onnodig kaarten.

“Ik krijg ook veel kaarten zonder vuile fouten te maken, gewoon door mijn reputatie, hoor. Maar elke wedstrijd leer je iets. Ik heb geleerd wanneer je iemand moet attaqueren en wanneer niet. Maar geen enkele jongere voetbalt perfect, dus ik blijf op alles werken: lange ballen, het spel in de diepte. Daar train ik op. Maar in een wedstrijd is dat nog anders natuurlijk. Daar komt ook feeling bij kijken. Maar ik probeer minder in duel te gaan, de bal slimmer af te pakken.”

Huis gekocht

Je bent 20 en je vader zegt dat hij je nu zelf meer beslissingen laat nemen. Ben je naast het veld ook rijper geworden?

“Ik weet wat ik moet doen om te slagen. Het maximum geven en mijn rust nemen. Ik probeer mijn carrière zelf te regelen. Serieus zijn wanneer het moet en je ontspannen wanneer het kan.”

Je vader is heel belangrijk geweest in je ontwikkeling.

“Mijn hele familie is belangrijk geweest, maar mijn vader was degene die mij leerde voetballen, die mij naar het voetbal bracht, die mij zélf verzorgde als ik geblesseerd was, want er was geen kinesist bij Francs Borains … Mijn vader is mijn broer, mijn vriend, mijn vertrouweling in één, alles. We hebben toen ik klein was wel eens geroepen op elkaar, maar dat was meteen weer vergeten. Dankzij mijn familie ben ik geslaagd. Ik heb ervoor gewerkt, maar zij hebben er ook alles aan gedaan om mij te doen slagen.”

Je begon te huilen toen tijdens het Gala van de Gouden Schoen een filmpje te zien was waarop je vader met veel liefde over je sprak en de foto van jezelf toonde die tussen de spiegel zat. ‘Pour mon papa’, had je erop geschreven. Was je verrast door je reactie?

“Ja, ik had nooit gedacht dat ik zou wenen. Alles wat hij zei deed me plezier. Maar ik ben een man nu, ik probeer zelf te oordelen wat goed voor mij is.”

Hij hoeft je niet meer te voeren, want je rijdt ondertussen ook zelf met de wagen.

“Inderdaad.”

Wel een klein autootje voor een grote voetballer.

“Ja, maar het is een vervangauto, ik heb een nieuwe gekocht die nog niet geleverd is.”

Wat voor een?

“Dat zeg ik niet ( lacht). Auto’s zijn niet belangrijk.”

Mohamed Sarr, je beste vriend bij Standard, zegt dat je niet materialistisch ingesteld bent. Ze moeten altijd op je inpraten om je ook eens iets nieuws te doen kopen, zegt hij, want je schijnt in tegenstelling tot veel voetballers ook niet zo in de nieuwste technologie geïnteresseerd te zijn.

“Ik heb een iPod en een gsm, maar inderdaad, het zijn zij die mij erop gewezen hebben om het te kopen. Sarr heeft een iPhone en zei dat ik mijzelf ook eens een plezier moest gunnen en er een kopen. Dus ik heb er nu ook een. Maar een gsm was voor mij al voldoende geweest. Maar goed, ik heb nu iPhone met alles erin en een draagbare computer. Toen ik klein was, had ik dat allemaal niet. Nu kan ik het me permitteren, maar het interesseert mij nog altijd niet zo erg.”

Wat wel?

“Euh …”

Behalve vrouwen.

“Neen, de vrouwen interesseren mij niet. Ik héb een vrouw. Ik voel me goed als ik bij haar ben. Maar mijn hele familie is belangrijk voor mij. Dat interesseert mij naast het voetbal het meest: dat mijn naasten het goed hebben. Daar doe ik alles voor.”

Jullie gaan verhuizen.

“Ik heb een appartement in de stad gekocht en daar woon ik nu alleen. Ik ben 20, een man en ik probeer mijn plan te trekken. Ik weet wat ik kan en niet kan doen. Mijn ouders gaan binnenkort verhuizen naar Brussel. Terug naar de basis. Mijn vader heeft zijn huis verkocht om mij te kunnen volgen. Niet veel mensen kunnen dat zeggen, dat ze hun huis verkopen voor hun zoon. Dat zal ik nooit vergeten. Ik heb dat goedgemaakt.”

Hoe?

“Ik ben er nog niet, maar ik haal toch al een serieus niveau in het voetbal en mijn ouders zijn nu beter af dan vroeger: ik heb voor hen een huis gekocht in Brussel. Ze hebben veel voor mij opgeofferd, dus doe ik nu hetzelfde voor hen. Iedereen is klaar voor mijn verdere ontwikkeling, om in het hoofd en met de benen beter te worden.”

Negentig procent

De clubs waarmee je in verband bent gebracht zijn niet de minste: Olympique Marseille, Bayern München, Manchester United …

“Weet ik niet. Ik doe mijn best en dan zien we wel. Maar ik ben ambitieus.”

Je hebt de wet van ’78 gebruikt om een beter contract te krijgen.

“Maar daarvoor heb ik mij al geëxcuseerd: ik heb een fout gemaakt, ik was jong en te gehaast.”

Steven Defour kreeg een beter contract zonder die wet omdat Ajax belangstelling toonde. Hij verdient nu bij Standard 90 procent van wat hij in Nederland kon krijgen. Verdien jij 90 procent van wat je bij Marseille of Bayern zou kunnen krijgen?

“( lachje) Dat kan je niet zeggen. Maar als het voor hem zo is, des te beter voor hem.”

Volgens een dossier bij ons ben jij qua inkomen van 115.000 naar 600.000 euro gestegen.

“Dat weet ik niet ( lachje).”

Ben je klaar om Standard te verlaten?

“Ik voel me goed bij Standard. Ik wil best blijven en Champions League spelen. Maar Standard zal beslissen of ze mij willen verkopen of niet. Ik lig nog vier jaar onder contract. Als ik vertrek, zal ik vooruitgaan, dat is logisch, maar het leven zal beslissen of ik moet vertrekken of blijven. Het is aan mij om te doen wat ik moet doen en ik weet wat ik moet doen: werken en ernstig blijven.”

Je maakt niet echt een rustige indruk: je zit al het hele interview met je sleutels te wriemelen.

“Ik ben altijd nerveus. Ik wil altijd bewegen.”

Je kan op het veld nochtans veel energie kwijt.

“Maar een uur stilzitten, dat is niets voor mij. C’est la vie. Maar ik voel me prima en in mijn hoofd ben ik wel rustig, hoor.” S

door raoul de groote – beeld: olivia droeshaut & yves dethier

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier