Jordan Remacle keerde half juni terug naar OH Leuven. De club van zijn hart zoals hij het zelf omschreef. Maar het liefst zou Remacle zijn carrière afsluiten waar het voor hem begon: bij Standard.

Het is een komen en gaan van bulldozers aan het jeugd- en oefencomplex van OH Leuven. De werken aan het hoofdterrein schieten aardig op en eind deze maand moet hier een nagelnieuw kunstgrasveld verrijzen voor het eerste elftal en de driehonderd jeugdspelertjes die er wekelijks trainen.

Vanuit het clubhouse observeert Jordan Remacle hoe de bulldozers de laag menggranulaat effen maken met hun gigantische rupsbanden. “Ik ben geen uitgesproken fan van kunstgras”, vertelt Remacle. “Voetbal is een sport die je bij uitstek op een natuurlijke ondergrond moet uitoefenen. Een grasveld betreden dat net besproeid werd, dat zou ik niet kunnen missen. Ons synthetisch terrein heeft een voordeel: we zullen de verplaatsing naar de buren van Sint-Truiden in de beste omstandigheden kunnen voorbereiden.”

Remacle tekende op 16 juni een contract van drie seizoenen bij OH Leuven, de club waar hij vier seizoenen geleden in eerste klasse doorbrak. Zijn azuurblauwe ogen blinken net iets feller dan tijdens zijn periode bij Gent, Waasland-Beveren en Lokeren. “Van bij mijn eerste training onder Jacky Mathijssen voelde ik dat het goed zat. Het is een trainer die kalm blijft en openstaat voor discussie. Een verademing met wat ik bij mijn vorige clubs heb meegemaakt. Ik blaak opnieuw van het vertrouwen! En dat geldt voor meer spelers. Met deze ploeg mogen we niet zakken. Een Geraerts, Iakovenko, Kaminski, Boi of Ruytinx – zoals vier jaar geleden in mijn eerste periode In Leuven – loopt hier niet rond, maar we moeten minstens vijftiende kunnen eindigen.”

Bij jouw voorstelling vertelde je dat OH Leuven de club van je hart is. Dat was dus niet gespeeld?

Jordan Remacle: “Ik wilde al vroeger terugkeren, maar het is er nooit van gekomen. Deze keer geraakten we er al uit na een eerste gesprek. Oké, ik heb financieel moeten inleveren, maar OH Leuven heeft ook een forse inspanning gedaan om mij terug te halen. Dit was hét goede moment om terug te komen.”

Hoe verklaar je dat je nauwelijks aan populariteit hebt ingeboet bij de supporters?

“Ze zijn ook niet vergeten dat ik met mijn vijftien doelpunten beslissend was in het verzekeren van het behoud. Een kleine minderheid neemt het mij nog kwalijk dat ik mijn vertrek naar AA Gent geforceerd heb. Ik had nooit met een ziektebriefje moeten zwaaien, dat valt niet goed te praten. Maar supporters moeten begrijpen dat een voetballer op korte tijd carrière moet maken. Vandaag zou ik een meer koosjere manier gezocht hebben om mijn transfer te regelen.”

Vertroebelde relatie

Besefte je dat je op het slechtst denkbare moment bij Gent terechtkwam?

“Het nieuwe stadion stond in de steigers en het bestuur had een elftal bij elkaar gekocht met het oog op de verhuis naar de Ghelamco Arena. Maar de resultaten vielen tegen en daardoor begon het Gentse publiek te morren. Achteraf bekeken heb ik twee jaar te vroeg bij Gent getekend. Hein Vanhaezebrouck had van mij een andere speler kunnen maken. Vanhaezebrouck houdt oprecht van zijn spelers en ze zouden bij wijze van spreken een moord voor hem begaan.”

Jouw start bij Gent was nochtans veelbelovend. Waarom kon je daar geen vervolg aan breien?

“Onder Trond Sollied deed ik het niet onaardig. Maar de aanstelling van Bob Peeters heeft mijn lot bij Gent bezegeld. (denkt na) Met Peeters klikte het niet door een futiliteit die dateert van tien jaar geleden toen we beiden bij Genk speelden. Blijkbaar heeft hij de bladzijde niet kunnen omdraaien.”

Hoe vertaalde zich dat in jullie dagelijkse relatie?

“Ik wist dat er iets niet klopte: gaf ik de bal naar links, dan kreeg ik de volle laag omdat ik niet naar rechts had gepasst. Misschien had ik via Bernd Thijs, toen aanvoerder, moeten bemiddelen. Thijs verdiende wél mijn respect. Maar ik had snel door dat het onmogelijk was om met Peeters in dialoog te gaan. Ach, door zijn naam te noemen, geef ik hem meer aandacht dan hij verdient. Ik gun hem dat plezier niet.”

Je was hoe dan ook vragende partij om een half seizoen aan Waasland-Beveren uitgeleend te worden?

“Een paar mensen fluisterden mij in wat ik al langer wist: dat Peeters mij niet meer zou opstellen. Toen Gent Stijn De Smet en mij wilde ruilen voor Christophe Lepoint, heb ik daar meteen mee ingestemd. Ik zou toen elke aanbieding aanvaard hebben. Aan die regeling heb ik trouwens geen cent verloren.”

Willy Reynders, die jou nog kende van bij de jeugd van Genk, zag het wel in jou zitten…

“Mijn eerste weken bij Lokeren waren fenomenaal met vier doelpunten en zes assists in tien wedstrijden. Ik leefde op een wolk. Drie dagen voor het sluiten van de transferperiode in augustus kwam Chievo Verona aankloppen, maar Lokeren heeft het bod geweigerd. Ik had mijn revanche beet: enkele maanden daarvoor werd ik niet goed genoeg bevonden om op de bank te zitten en plots zat een club uit de Serie A achter mij aan.”

Hoe is Peter Maes erin geslaagd om jou opnieuw aan het voetballen te krijgen?

“Hij is bikkelhard, ontziet niemand en draait niet rond de pot. Heb je de goede vorm te pakken, dan kan hij jou stimuleren om nog een paar procentjes beter te worden. Zit je echter in een dipje, dan is Maes niet de persoon die de juiste woorden zal vinden om je erdoor te sleuren. Ik heb zo’n trainer nodig, eentje die veel praat. Dat kan veel sluimerende conflicten vermijden.”

Jouw tweede seizoen bij Lokeren was een tegenvaller. Of is dat te streng beoordeeld?

“Met mijn eerste Europese doelpunt heb ik Lokeren wel naar de poules van de Europa League getrapt. Alle kranten titelden de dag erna: Remacle is terug. In de twee wedstrijden die volgen geef ik zowel tegen Standard als Kortrijk een assist. De week daarop zit ik op de bank tegen KV Mechelen omdat nieuwkomer Besart Abdurahimi moet spelen. Ik ben mij toen vragen beginnen te stellen… (zucht) In het voetbal mag je sommige zaken niet luidop zeggen. Maar de bekerwinst en mijn Europese treffer pakt niemand mij nog af.”

Had je nog een toekomst bij Lokeren?

“Ik ben niet uit Lokeren gevlucht voor Peeters zoals wordt beweerd. Mijn beslissing lag al vast voor hij als trainer benoemd werd. Lokeren is een aflopend verhaal. Ga het lijstje met vertrekkers maar eens af: Hans Vanaken, Mbaye Leye en Nill De Pauw. Van de technische staf blijft er na het vertrek van Peter Maes, Erwin Lemmens en Rudi Cossey ook niet veel over. Ik heb gehoord dat er een paar sponsors overgelopen zijn naar Gent. Het wordt een overgangsseizoen op Daknam.”

Weinig voetbalvrienden

Je zei ooit dat je weinig vrienden hebt overgehouden aan het voetbal. Klopt het dan niet dat je iemand bent die gemakkelijk contacten legt?

“Vluchtige relaties zijn de regel, echte vriendschapsbanden zijn uitzonderlijk in het voetbalmilieu. Waarom? Heel simpel: omdat normen en waarden nauwelijks bestaan. Alles draait om hoeveel duizenden euro’s op je bankrekening liggen te slapen. Geld is een schimmel die veel relaties doet verzuren. In een kleedkamer is het taboe om over je maandloon te spreken. Maar als speler A toevallig te weten komt dat hij minder verdient dan speler B, dan zorgt dat voor spanningen.”

Met Logan Bailly, Marvin Ogunjimi, Sebastien Pocognoli heb je wel een innige band?

“We hangen sterk aan elkaar omdat we samen zijn opgegroeid bij Standard, Genk en de nationale jeugdploegen. Raak je aan een van ons, dan heb je met de hele bende te maken. StevenDefour en Faris Haroun beschouw ik ook als vrienden. Ik woonde bij hetzelfde gastgezin als Defour. In die tijd maakte ik hem geregeld belachelijk met een panna. Nu zou ik het niet eens moeten proberen.” (lacht)

Bailly, Ogunjimi en jij werden snel bejubeld, maar jullie verdwenen even snel van het voorplan.

“We zijn de eerste om onszelf ter discussie te stellen. Waarom is het misgelopen? Waar zijn we onderweg blijven hangen? We zouden de media de schuld kunnen geven omdat we te snel opgehemeld werden. Maar we moeten in de eerste plaats naar onszelf kijken. Weet je waar ik tot op vandaag spijt van heb? Dat mijn ouders mij niet naar Ajax lieten gaan. Ik moest toen een jaar of vijftien geweest zijn. We zijn naar Amsterdam gereden waar technisch directeur Danny Blind ons stond op te wachten. Het contract lag klaar, enkel de handtekening van mijn ouders ontbrak. Maar zij wilden dat ik eerst mijn school afmaakte. MoussaDembélé, JanVertonghen en ThomasVermaelen zijn toen wel naar Ajax vertrokken. Ik vraag mij af hoe mijn carrière er had uitgezien mocht ik naar daar zijn gegaan.”

Waarom ben je het jaar daarop als zestienjarige van Standard naar Genk gegaan?

“Nu heeft de jeugd van Standard het goed. In mijn tijd werd er aan ons geen aandacht geschonken. We trainden toen zelfs op gemalen baksteen. Waarom zijn Bailly, Pocognoli, Legear en tal van andere talentvolle spelers vertrokken, denk je? Het bestuur mikte toen op vedetten als de Mpenza’s en Ivica Mornar. Onmogelijk om er in het eerste elftal door te breken. Je kwam bij de beloften en dan stond je voor een betonnen muur. Van mijn generatie is er welgeteld één speler doorgebroken: Réginal Goreux. Maar het heeft jaren geduurd voor hij au sérieux werd genomen.”

Dacht je bij Genk te kunnen spelen?

“In mijn tweede seizoen werd ik samen met Defour, SinanBolat, Ogunjimi en Pocognoli teruggezet naar de beloften. René Vandereycken vond dat alle gasten jonger dan 21 eerst bij de beloften moesten rijpen. En toch geloofde de club in mij, dat heb ik later ontdekt. Ik ben naar RKC Waalwijk gegaan voor het geld. Ik was toen slecht omringd en ik heb naar de verkeerde mensen geluisterd.”

Afsluiten bij Standard

Herinner je je eerste wedstrijd bij RKC als volwaardige profspeler nog?

“En hoe. Op de eerste speeldag moesten we naar Ajax. Bij de rust gaf het scorebord in de Arena 4-0 aan. Terwijl ik mij in de tweede helft warmliep kon ik maar aan één ding denken: hoe lang zal mijn blaas het uithouden? Ik moest van de stress dringend plassen. Een half uur voor het einde mocht ik invallen en bij een corner stond Jaap Stam naast mij. In mijn ooghoek zag ik ook WesleySneijder en Klaas-JanHuntelaar opduiken. Dat seizoen heb ik ogen getrokken. Alle stadions in Nederland lagen er verzorgd bij. In vergelijking daarmee ziet het Vanden Stockstadion van Anderlecht er maar mistroostig uit.”

Hoe verging het jou bij anonieme tweedeklassers Helmond Sport en RBC Roosendaal?

“Bij Helmond Sport kroonde ik mij tot topschutter van de ploeg. Mijn laatste seizoen in Nederland bij RBC Roosendaal was een ramp. De infrastructuur trok op niets en er was geen geld meer om de premies te betalen. De club is uiteindelijk failliet gegaan. Naar mijn geld kan ik fluiten.”

Ben je Ronny Van Geneugden nog altijd dankbaar dat hij je in de zomer van 2010 terug naar België haalde?

“Ik heb een pak trainers versleten: Trond Sollied, Peter Maes, Bob Peeters, Sef Vergoossen, Hugo Broos, Glen De Boeck, Adrie Koster, Mark Wotte… Maar Ronny Van Geneugden steekt erbovenuit. De eerste dag van de voorbereiding bij OH Leuven zei hij: ‘Jo, geef mij een jaar en je zit zo in eerste klasse.’ Hij heeft gelijk gekregen. Naar OH Leuven gaan, was de beste zet uit mijn carrière. Zelfs al was dat slechts tweede klasse. In Nederland was ik in een vergeetput gesukkeld. Behalve de taal heb ik daar niets geleerd.”

Hoe komt het dat je nog nooit in Wallonië hebt gevoetbald?

“Elke transferperiode slaat mijn Twitteraccount tilt. De schuld van Standardsupporters die denken dat een transfer naar Sclessin nakend is. In 2012, na mijn vijftien potten met OHL, was het bijna zover. Blijft José Riga trainer, dan had ik het shirt van Standard aangetrokken. Je ziet, het hangt van details af.”

Zou je je loopbaan bij een Waalse club willen beëindigen?

“Bij Charleroi heb ik niets te zoeken. Ik ben geen Carolo! Het zou mij wel dwarszitten mocht ik mijn carrière afsluiten zonder een minuut voor Standard te hebben gespeeld. Een Luikenaar wordt met het DNA van Standard geboren. Elke Luikse voetballer droomt per definitie dus van Standard. Vraag maar eens aan Bailly hoeveel nachten hij wakker heeft gelegen omdat hij nog niet onder de lat heeft gestaan bij Standard.”

Je juicht de overname van Luikenaar Bruno Venanzi dus toe?

“Dat is het beste wat Standard kon overkomen. Ik vind het ook belangrijk dat een Franstalige de grootste club van Wallonië voorzit. Noem mij eens een Vlaamse club waar een Franstalige de baas is. Het voorzitterschap van Roland Duchâtelet – een Vlaming – was voor velen een brug te ver. Daarom klikte het niet tussen de supporters en hem. Standard, dat is een club van en voor Luikenaars. Veel supporters hebben heimwee naar de tijd dat er elf Liégeois op het veld stonden. Dat zou vandaag vonken geven.”

DOOR ALAIN ELIASY – FOTO’S BELGAIMAGE / CHRISTOPHE KETELS

“Weet je waar ik tot op vandaag spijt van heb? Dat mijn ouders mij niet naar Ajax lieten gaan.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier