Ruim drie maanden zijn verstreken sinds Nabil Dirar Club Brugge inruilde voor AS Monaco en de Côte d’Azur. Leven en werk

lachen de Marokkaanse Belg volop toe: de ploeg redde

zich uit de kelder van de Ligue 2 en zijn dochter

Layana werd geboren. ‘Ik heb mijn beslissing

nog niet betreurd.’

Voor wie het wagenpark van voetballers tot de verbeelding spreekt, valt er verrassend weinig te melden vanop de stoffige parking van het trainingscentrum van AS Monaco. Jawel, er is de zwarte Porsche Turbo S van Ludovic Giuly, maar noblesse oblige. De aanvoerder van de Monegasken voetbalde een indrukwekkend palmares bij elkaar in een lange carrière die hem onder meer langs FC Barcelona voerde, en hij is de enige vedette in het huidige team. Ook Marco Simone zou thuis een Porsche en een Bentley in de garage hebben staan, maar de coach met evenmin een misse spelerscarrière achter de rug plooit zich met het oog op de vele haarspeldbochten liever dubbel in een trendy Smart – nummerplaat S009, een knipoog naar het rugnummer uit zijn spelerstijd – dan met zijn dure carrosserie tegen het asfalt te schuren.

Het op Frans grondgebied gelegen La Turbie bevindt zich hoog in de bergen rond het mondaine vorstendom. Twee oefenvelden geprangd tussen de afgrond en een metershoge rotswand van de oude steengroeve waarop ze ooit zijn aangelegd. Een minikunstgrasveldje en enkele lage bungalows maken het bescheiden plaatje compleet. Tijdens de hoogdagen onder de trainers Arsène Wenger, Jean Tigana en Didier Deschamps – toen kleppers als Jürgen Klinsmann, Liliam Thuram, Thierry Henry of Fernando Morientes hier de dienst uitmaakten – kleedden de spelers zich nog om in wat de bereidwillige perschef omschrijft als baraques de chantier, bouwketen zeg maar. Neen, voor de grote luxe reed en rijd je hier nog steeds niet naar boven.

Promotie verplicht

Voor sportief succes evenmin dezer dagen. Toen Nabil Dirar eind januari 2012 zijn handtekening zette onder een driejarig contract met AS Monaco, stond de Champions Leaguefinalist van 2004 op de laatste plaats in de Ligue 2. Dankzij een spectaculaire remonte met onder meer zes opeenvolgende zeges klom de ploeg op naar de veilige middenmoot. Nog één speeldag en het kampioenschap zit erop in de Franse tweede klasse. “Het gaat uitstekend”, lacht Dirar – witte Audi S5 – de tanden bloot. “De uitdaging was om ons te redden. Dat is gelukt. Hadden we enkele speeldagen geleden niet verloren van Clermont, dan maakten we zelfs nog kans op promotie. Met een volledig nieuwe ploeg hebben we ons toch aardig uit de slag getrokken.”

Elf keer in de basis, vier keer ingevallen, drie doelpunten. Dirar blikt tevreden terug op zijn eerste maanden aan de Côte d’Azur. “De trainer stelt veel vertrouwen in mij. Die paar keer op de bank hadden te maken met fysieke problemen door het vele verdedigen. Hij vraagt van mij hetzelfde wat Christoph Daum vroeg: dat ik aanval én verdedig. Het voetbal in de Franse tweede klasse is erg fysiek en agressief. Tot de laatste minuut. Ik heb me daaraan moeten aanpassen. In de Ligue 2 moet je je opofferen voor de ploeg. Soms maak je het verschil, soms hou je het beter simpel. Belangrijk is om daar een evenwicht in te vinden. In het begin was het extra moeilijk omdat we door onze penibele situatie bijna negentig minuten op verdedigen waren aangewezen.”

Dirars transfer maakte deel uit van de grootse plannen die de nieuwe eigenaar van de club, de Russische zakenman en ondernemer Dmitry Rybolovlev, koestert met AS Monaco. De doelstellingen zijn duidelijk: volgend seizoen promoveren (binnen de eerste drie eindigen volstaat daarvoor) en daarna onmiddellijk meedingen naar de Europese plaatsen. “Ik ben naar hier gekomen om zo snel mogelijk te promoveren, niet om de rest van mijn carrière in de tweede klasse te spelen”, zegt Dirar. “Er zullen nog versterkingen komen, deze club kan zich gelijk welke speler veroorloven. Ik verwacht dus zeker dat we zullen promoveren. En daarna begint het pas echt. Met Club Brugge speelden we Europa League, maar om die te winnen waren we niet goed genoeg. Met Monaco is dat anders. Als we promoveren, zullen we tot grootse prestaties in staat zijn. Ik heb ongelooflijk veel zin om daar deel van uit te maken.”

Noem het reculer pour mieux sauter. Een stap terug om er daarna twee vooruit te zetten. “Maar goed, dat zal ik pas weten op het einde van volgend seizoen. Het is duidelijk dat ik geen zin heb om drie jaar in tweede klasse te spelen. Mochten we niet promoveren, dan wordt het moeilijk voor mij hier.”

Enfant terrible

Om zijn onverhoedse vertrek uit Brugge afgelopen winter te verklaren, bedient Nabil Dirar zich ook van de klassieke clichés. “Ik had het allemaal een beetje gezien in België. Zeven jaar hetzelfde kampioenschap, dezelfde stadions. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Een nieuwe start.”

De slimme journalist ziet al snel in het belastingvrije loon een doorslaggevend argument. Dirar bestrijdt dat. “Deze club is ambitieus. Ik weet zeker dat jullie over twee jaar weer over AS Monaco zullen spreken zoals vroeger. Daarom heb ik zonder terughoudendheid getekend. Zelfs mijn vrouw drong aan. Mooie stad, mooi weer, goed leven. Allemaal zaken waarvan ze houdt. Bovendien kan ze hier Frans praten. Dat heeft me ook over de streep getrokken. Als het aanbod uit Rusland was gekomen, had ik nooit getekend. Alles is deprimerend aan Rusland. Mijn beweegredenen waren dus niet louter financieel. Natuurlijk, het geld hier is een beetje beter dan bij Club Brugge. Een beetje, ja. Maar je moet dat echt niet overdrijven.”

Misschien wilde hij afstand nemen van zijn imago van moeilijke jongen. Letterlijk ook. “Met dat beeld had ik al komaf gemaakt. Met name doordat ik aan zo’n goed seizoen bezig was. Club Brugge, de supporters en ikzelf waren opnieuw met een schone lei begonnen. Maar het klopt: op een bepaald moment had ik er inderdaad genoeg van. Mijn vrouw, mijn dochtertje en mijn goeie maat Cardo hebben me geholpen om de echte Nabil Dirar te tonen. En dat is geen enfant terrible. Ik ben een grappige jongen in het normale leven, maar ik ben erg competitief ook. Ik verlies niet graag. Daardoor verlies ik soms mijn beheersing.”

Hij zegt spijt te hebben. Écht spijt. “Vooral van wat ik Vadis Odjidja heb aangedaan, want Vadis is een fijne kerel en een uitstekende speler. Ik heb groot respect voor hem. Ik weet niet wat er toen in mij is gevaren, maar ik zou het nooit meer opnieuw doen. Nooit. Het was pure frustratie. Ik ben een winnaar. Ik kwam naar Brugge om titels te winnen, niet om telkens tweede of derde te worden. Dat frustreerde mij. Daardoor had ik mezelf soms niet meer in de hand.”

Mannen met karakter

Met Christoph Daum klikte het buitengewoon goed. “Een man met een indrukwekkende persoonlijkheid”, spaart Dirar zijn lof niet. “Tonnen ervaring ook. En erg streng. Een training bij hem was als een wedstrijd. Hij liet de concurrentie ten volle spelen. Iedereen was bang van hem, dus gaf iedereen zich helemaal. Hij wilde echte mannen op het veld zien. Mannen met karakter. Als je deed wat hij je opdroeg, dan liet hij je met rust. Hij kon vertrouwen geven. Daar hield ik wel van.”

Geen kwaad woord nochtans over Adrie Koster. “Koster liet ons altijd vooruit spelen en de tegenstander onder druk zetten. Daum was het tegenovergestelde. Wijken, het goede moment afwachten en dan de snelle tegenaanval spelen. Als ik Koster iets verwijt, dan is het dat hij te lief was voor sommige spelers. Ik was oprecht triest toen hij moest opstappen. We beleefden hoogtes en laagtes met hem, maar hij droeg het hart tenminste op de juiste plaats. Koster was een man zoals je ze maar zelden tegenkomt in het voetbal. Een goed mens. Alleen: soms moet je de puntjes eens op de i zetten ook. Je moet spelers duidelijk maken dat ze moeten aanvallen én verdedigen. Dat gebeurde niet. We dachten alleen maar aan aanvallen. Daardoor slikten we te veel doelpunten.”

Het is hem niet ontgaan daar in het zuiden van Frankrijk dat Daum meermaals zijn beklag maakte dat hij geen vleugels meer had. Zonder Dirar beschouwde de Duitse coach zich beroofd van een belangrijk wapen in de titelstrijd. Want Dirar, zo zei hij zelfs, was zijn beste speler. “Soms moet je aan je carrière denken”, aldus de Marokkaanse international. “Jammer voor Club, en vooral voor Daum. Nooit eerder was ik onder een trainer zo efficiënt als onder hem. Ik was bezig aan mijn beste seizoen en voelde me elke dag beter worden. Maar goed, op dat moment kon ik dat niet in mijn hoofd steken. Het moest te snel gaan. Iedereen aan de onderhandelingstafel ging akkoord. Het enige wat ontbrak, was mijn handtekening. Ik overlegde met mijn beste vriend en belde twee minuten met mijn vriendin. Zij was er helemaal voor gewonnen. Ik heb snel getekend, zonder nog aan Club te denken.”

En zo komt het dat hij België verliet met een leeg palmares. Net nu Daum Club misschien nog wel aan de landstitel had kunnen helpen, met Dirar erbij dan. “Daar heb ik niet meer aan gedacht”, lacht hij. “We stonden derde, geloof ik. Als ze me een half uurtje alleen hadden gelaten, zou ik niet hebben getekend. Maar ze waren zo gehaast, het was de laatste dag van de transferperiode. Iedereen zat me op de huid. Het was stresserend en tegelijk ook een risico om hier te tekenen, want de ploeg verkeerde in groot degradatiegevaar. Maar zoals gezegd: ik heb me er allemaal niet veel vragen bij gesteld. Ik heb de beslissing genomen en ik betreur ze niet. Trouwens, ik zag ook wel dat Club bijzonder tevreden was met het voorstel van Monaco. Zij beschouwden het ook als een kans die ze niet mochten laten liggen. Dat heeft me ook overtuigd om te tekenen. Als Club neen had gezegd en me het seizoen had willen laten uitdoen, dan had ik dat gedaan. De club beslist altijd.”

Gelukkige vrouw

Dat Filips Dhondt, voormalig algemeen directeur bij Club Brugge, kort voor hem zijn lot aan AS Monaco had verbonden, sterkte hem in zijn keuze. “Monaco wilde me zo graag, de sfeer rond de tafel was zo goed en ik heb getekend, zonder te weten waaraan ik me kon verwachten. Tot dan dacht ik echt niet aan een transfer. Integendeel, ik meende dat we met Daum een kans maakten op de titel. Vázquez en Refaelov waren uitstekende aanwinsten, Figueras gaf stabiliteit aan de verdediging: het was het moment om iets neer te zetten. Aan iets anders dacht ik niet. Tot de telefoon ging. Ik zat bij mijn moeder, thee te drinken. Ik ben halsoverkop vertrokken naar Monaco, in de jeans die ik aanhad. Ik woonde de wedstrijd tegen Lens bij, we hebben samen gegeten daarna, een beetje gepraat en iedereen ging akkoord. Ik moest alleen nog tekenen. Ik heb de tijd niet gehad om na te denken.”

Over zijn drieënhalf jaar bij Club Brugge zegt hij alleen de talrijke goede momenten te onthouden. “Ik heb me nooit ergens zo goed gevoeld als daar. De incidenten waren telkens snel vergeten, de meeste supporters schaarden zich steeds weer achter mij. Dat heeft me altijd gedreven. Jammer genoeg heeft het nooit een titel opgeleverd, maar verder was alles goed.”

Met dank aan zijn vriendin, met wie hij vorig jaar huwde. “Zij heeft veel op me ingepraat. Ze vond dat ik door mijn gedrag niet alleen mijn imago, maar ook dat van haar en mijn familie bezoedelde. Ik vertegenwoordig ook hen, dus moest ik me waardiger gaan gedragen. Ik ben rustiger nu. Daarom voel ik me zo goed in Monaco. Monaco is een rustige stad. Er lopen zo veel sterren rond dat niemand er nog van opkijkt. Dat bevalt me. Als ik op een plek kom waar iedereen me aanstaart, voel ik me slecht op mijn gemak.”

Hij wil het niet wegsteken: zijn vrouw heeft heel erg op zijn keuze voor AS Monaco en het leven aan de Côte d’Azur gewogen. “Zij kent het zuiden erg goed. Ze is hier vaak op vakantie geweest en bovendien heeft ze familie niet ver hiervandaan, in Nice. Toen ik haar belde met het voorstel wilde ze al direct vertrekken. Bevallen in Monaco, wandelen met de kleine… het vooruitzicht maakte haar superenthousiast. In Knokke, waar we woonden, kende ze niemand en voelde ze zich eenzaam. België was haar ook te koud. Sinds we hier zijn, is ze weer gelukkig.”

Op 8 april werd hun dochter geboren. Layana heet ze, een Arabische naam die douceur betekent. Zachtheid. “Zoals ik”, lacht Dirar.

DOOR JAN HAUSPIE – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“Nooit eerder was ik onder een trainer zo efficiënt als onder Daum.”

“Als Monaco promoveert, zullen we tot grootse prestaties in staat zijn.”

“Als Club nee had gezegd, had ik hier niet getekend.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier