Met drie jobwissels in twee jaar tijd haalde Filips Dhondt zijn imago van man van rustige vastheid resoluut onderuit. Bij AS Monaco geeft de 49-jarige West-Vlaming mee de grootse ambities van zijn Russische voorzitter vorm. Van het goede leven heeft hij er nog niet zo veel gemerkt: ‘Op dit moment is werken het enige wat ik doe.’

Tijd om een appartement te zoeken had hij nog niet, en dus betrekt Filips Dhondt tijdelijk een kamer in het Columbus Hotel, een prijzig onderkomen waarvan voormalig formule 1-coureur David Coulthard een tijdlang mede-eigenaar was. “Ik heb er bewust voor gekozen om hier te wonen. Ik wil bij mijn werk zijn. Van hier wandel ik naar het stadion”, vertelt de Belg terwijl we de daad bij het woord voegen.

Hij heeft niet eens een wagen. Dat hoeft ook niet. De dwergstaat Monaco is weinig meer dan een stevig uit de kluiten gewassen dorp: 36.000 inwoners op nauwelijks twee vierkante kilometer, van wie slechts 6000 echte Monegasken. De meeste locals wonen hier, in Fontvieille. Een wijk gewonnen op de zee, waar in de jaren 1980 ook het Stade Louis II verrees. Hier organiseert de UEFA elk jaar de Supercup, het duel tussen de winnaars van de Champions League en de Europa League. Het mondaine Monaco, met zijn bekende casino, bevindt zich aan de andere kant van le rocher, de rots waarop de oude vestingstad met het prinselijk paleis zich bevindt.

“Op tweede kerstdag 2011 werd ik opgebeld door de omgeving van Dmitry Rybolovlev met de vraag of een functie binnen AS Monaco mij zou interesseren”, begint Dhondt, gezeten in zijn kantoor in het Stade Louis II, het verhaal van zijn opzienbarende transfer. “Ik zat op dat moment bij Ujpest, bij Roderick Duchâtelet, maar uiteraard interesseerde dit mij. Ik werd uitgenodigd om de volgende dag, op 27 december, naar Courchevel (skioord in de Franse Alpen, nvdr) te komen. Daar had ik een twee uur durend lunchgesprek met de president. Een paar dagen later kreeg ik een telefoontje: ik kon beginnen op 1 januari. Maar dat ging niet, want ik had verplichtingen tegenover Roderick. Als er zich zo’n kans voordoet, moet je ze goed overwegen, maar je krijgt ook geen twee maanden de tijd. Ik lichtte Roderick in en hij antwoordde dat hij het perfect begreep. Ik waardeer het enorm dat hij hier geen vijf minuten over moest nadenken.”

Veertien dagen nog bleef hij in Hongarije om de lopende dossiers uit handen te geven. Dan vloog hij naar Monaco. “Ik ben hier begonnen op maandag 16 januari 2012. Op donderdagavond vertrokken uit Boedapest. Vliegtuig naar Charleroi, van Charleroi naar Zaventem en dezelfde avond nog naar hier gevlogen. Vrijdagochtend opnieuw voorgesteld aan de voorzitter en aan nog twee bestuursleden. Vandaaruit naar het prinselijk paleis gebracht en er voorgesteld aan de prins. ’s Namiddags naar België gevlogen, zondagavond teruggekeerd naar Monaco en op maandag begonnen. Zo snel is het gegaan.”

Recht in de ogen

Dmitry Rybolovlev nam AS Monaco over in december 2011. Een 46-jarige Rus afkomstig uit Siberië, en dus ogenschijnlijk niet behorend tot de Sint-Petersburgclan van president Vladimir Poetin en eerste minister Dmitri Medvedev waarvan ook Chelsea-eigenaar Roman Abramovitsj deel uitmaakt. Rybolovlev, rijk geworden in de kaliumindustrie, is het voorbeeld van een oligarch die met zijn geld is vertrokken uit Rusland en, omdat hij niet aan politiek doet, met rust wordt gelaten. Aan smeuïge verhalen ontbreekt het niet, maar Filips Dhondt zegt zich niet in de achtergrond van zijn nieuwe baas te hebben verdiept. “Ik ben een voetbalman. Ik hield een heel goed gevoel over aan dat eerste gesprek op 27 december. Je ziet snel of er een sérieux aan iemand zit. Ik voelde dat ik met die man kon communiceren. Het is iemand die je recht in de ogen kijkt. Je voelt zijn oprechte interesse in de mens die voor hem zit. Dat vond ik heel belangrijk, ondanks het feit dat hij geen Frans noch Engels spreekt en het gesprek altijd via een tolk verloopt.”

De nieuwe negenkoppige raad van bestuur van AS Monaco bestaat uit zes vertegenwoordigers uit het bedrijf van Rybo- lovlev. Van de oude équipe bleef drie man over, onder wie de vorige voorzitter Etienne Franzi. “Allemaal aangename mensen”, zegt Dhondt, na Rybolovlev en ondervoorzitter Dmitry Tsjetsjkin nu de machtigste man bij de Champions Leaguefinalist van 2004. Zijn aanstelling zegt hij aan zijn internationale netwerk te danken. “Ik heb jarenlang Club Brugge vertegenwoordigd in de European Club Association en talloze Europese lotingen bijgewoond. Dan leer je wel wat mensen kennen. Dat ik bij Ujpest werkte, maakte duidelijk dat de stap naar het buitenland mij niet afschrikte. Ze wilden ook een meertalig iemand. Als Belg heb je dan een groot voordeel. Ik spreek hier veertig procent van de tijd Engels. In Boedapest was het nogal wat Duits.”

Hectische weken

De eerste weken waren slopend. Hoe hard Dhondt ook geloofde in het potentieel van AS Monaco, een grote naam met een mooi verleden, de ploeg stond bij zijn komst uitzichtloos laatste in de Ligue 2, de Franse tweede klasse. “Zes punten achter de voorlaatste”, herinnert hij zich. “De laatste drie ploegen zakten. Het was dramatisch. Ik zag op 17 februari de wedstrijd in Avignon en dacht: hoe moeten wij met deze ploeg in tweede klasse blijven? We zijn dan punten beginnen te pakken, maar de eerste weken deden álle staartploegen dat. Dus bleven we daar hangen. Daarna hebben we een fantastische reeks neergezet en we hebben ons gered.”

Afgelopen vrijdag was de laatste speeldag. AS Monaco sloot het kampioenschap af als achtste op twintig ploegen. Het behoud was het hoogst haalbare. “De tweede stap wordt de promotie”, weet Dhondt. “Promotie móét volgend seizoen, met ook al bijzondere aandacht voor de Franse beker en de Ligabeker. Het jaar daarna moet er onmiddellijk een Europees ticket worden gehaald. De voorzitter is niet iemand om ergens in te stappen en dan met de flow mee te gaan. Zijn ambities zijn enorm. Als hij daarvoor een beroep wil doen op jouw expertise, zeg je niet neen. Ook al zorgt het voor druk. Maar als er geen ambities waren, wat zou ik hier dan zitten te doen?”

Rybolovlev versterkte zijn kader met nog meer buitenlanders. Tor-Kristian Karlsen, de technisch directeur, is een Noorse dertiger die al jaren in Londen woont en onder meer voor Zenit Sint-Petersburg werkte. Ook in januari kwam de Spaanse physical coach Oscar García, volgens Dhondt een cruciale aanwerving in de sportieve wederopstanding. “De conditie van de spelers was een probleem. Mede door zijn goede werk zijn de resultaten gevolgd. Nu relativeert men het allemaal, maar Tor en ik zijn die zware eerste dagen nog niet vergeten. Verre van. Er waren twee weken om de ploeg te versterken. Dat is redelijk hectisch geweest. Van de negen spelers die we aantrokken, zijn er zes titularis geworden, onder wie Nabil Dirar. Een zevende zou zonder zijn blessure nooit uit de ploeg gegaan zijn. De transfers waren een succesverhaal.”

Naar de oorzaken van het globale verval van de club zegt hij niet te hebben gezocht. “Ik kijk vooruit, dat is mijn levenshouding. Wat voorbij is, is voorbij.” Inmiddels is hij bezig met de uitbouw van nieuwe structuren. ” We zijn nu de fundamenten aan het leggen. Daarna kunnen we de meer strategische doelstellingen gaan bepalen. Nu was het in eerste instantie vooral blussen waar het brandde. Ik heb al met veel mensen gesproken. Wat ik dan altijd zeg, is dat iedereen fouten maakt, behalve wie nooit initiatief neemt. Dat hebben ze hier trouwens ook als titel boven een interview met mij in een lokaal maandblad gezet. Ik heb graag mensen die initiatief nemen. Al maak je tien fouten: geen probleem. Fouten kun je rechtzetten. Zo probeer ik de mensen hier te motiveren voor de nieuwe aanpak, want uiteraard hebben ze vragen. Dat was in Boedapest ook zo.”

Kabeljauw en bergen

Tijd voor een stadiontour. AS Monaco is maar een van de vele gebruikers van het Stade Louis II, dus het duurt even voor Filips Dhondt aan de juiste sleutels raakt. Ondanks de fraaie architectuur en zijn multifunctionaliteit is het wat verouderd. Plaats is er voor 18.500 toeschouwers, maar die daagden nooit op het afgelopen seizoen. Anders was het toen de ploeg in de Ligue 1 speelde. Volle huizen tegen de toppers deden het gemiddelde stijgen tot 12.000 à 14.000 bezoekers. Vooral in de Var, op een uurtje rijden van Monaco, blijkt de vroegere club van Enzo Scifo en Philippe Léonard behoorlijk populair te zijn.

Dhondt gelooft in het commerciële potentieel van zijn nieuwe werkgever. “Waar je ook komt in de wereld, men kent Monaco. Je hebt met een internationale context en een sterk merk te maken. In Monaco heb je 156 nationaliteiten. Je zou een club des Belges in het leven kunnen roepen waar na de wedstrijd de Belgische spelers langs gaan. Hetzelfde met de Duitsers en de Nederlanders, want van elke nationaliteit heb je er telkens wel een paar honderd in Monaco. Bovendien zijn het over het algemeen vermogende mensen. Je moet dus op een andere manier denken. Niet enkel mikken op de massa en zeggen: we gaan een stadion met 30.000 man vullen. Dat is bijzonder moeilijk. Er wonen maar 30.000 mensen in Monaco en vanwaar zouden ze verder komen? Je hebt hier de zee, en zoals Eddy Vergeylen(vroegere voorzitter van KV Oostende, nvdr) ooit zei: de kabeljauw komt niet naar het voetbal. Aan de ene kant zit je dicht bij de Italiaanse grens, aan de andere kant ligt Nice met een eersteklasseclub. En hierachter liggen de bergen. We moeten ons dus anders gaan positioneren met ons merk. Bijvoorbeeld door een weekendje Monaco aan te bieden, gecombineerd met een voetbalwedstrijd. Ik ben zeker dat ook veel dames in zo’n product geïnteresseerd zijn.”

Graag in Boedapest

Terwijl we de beklimming naar de oude vestingstad aanvatten, overlopen we zijn carrière. Hij leek een man van de rustige vastheid. Negen jaar Club Brugge. En dan nu: drie jobwissels op twee jaar tijd. Last van een midlifecrisis? Filips Dhondt lacht. “Ik werk graag en ik werk veel. Maar ik ben op een leeftijd gekomen dat ik vind dat ik beter iets anders ga doen als ik voel dat ik me ergens niet meer nuttig kan maken. Ik ben liever consequent. Waarom ergens aan vasthouden? Al moet ik eerlijk zeggen dat ik met spijt in het hart uit Boedapest ben vertrokken. Ik voelde me daar zó goed. Dat het maar een korte periode heeft geduurd, komt alleen doordat deze opportuniteit zich aandiende. Anders had ik nog altijd in Boedapest gezeten. Zeker weten. Het is een fantastische stad, een goede club ook, en de samenwerking met Roderick Duchâtelet verliep uitstekend. Maar de kans die ik hier krijg, met zo veel potentieel: dat is een ander verhaal.”

Zijn tijd bij Club Brugge was de stabielste uit zijn professionele leven. “Mensen vergeten snel”, plaatst hij de stormachtige ontwikkelingen bij zijn ex-club in perspectief. “Club heeft nu een tweede stap gezet in zijn modernisering. In 2001 had het een gemiddelde van 11.000 toeschouwers en sprak men over de magische grens van 10.000 abonnees. De omzet bedroeg 350 miljoen Belgische frank, zeg maar 8,5 miljoen euro. Er gebeurde nog geen direct mailing naar de abonnees, enveloppes werden nog met de hand geschreven. We hebben toen op relatief korte termijn de omzet spectaculair kunnen verhogen naar ongeveer 25 miljoen euro. Vandaag speelt Club voor gemiddeld 26.000 toeschouwers, maar dat hadden we al gerealiseerd na een jaar of drie, vier. Ze zijn nu heel terecht bezig met een nieuwe stap in die modernisering, maar je mag niet zeggen dat de professionalisering nú is begonnen, want dan misken je wat er voordien al was gerealiseerd.”

De opvolging van voorzitter Michel D’Hooghe door Pol Jonckheere leidde zijn zelf gekozen vertrek in. “Ik heb zes jaar goed samengewerkt met Michel D’Hooghe. Dat hij besloot zijn mandaat niet te verlengen heeft bijgedragen aan het gevoel dat een periode werd afgesloten. Changing of the guards, zo gaat dat. In het bedrijfsleven net zo goed als ook hier bij Monaco.”

Na zijn sabbatical strikte SV Zulte Waregem hem voor de opvolging van Vincent Mannaert. Dat hij er maar zeven maanden zou blijven was niet voorzien. “Toen Vincent vertrok, zaten ze met de vraag hoe ze de club zouden herstructureren. Ze wilden hem niet zomaar door iemand anders vervangen en hebben toen beslist om twee mensen aan te stellen: Patrick Decuyper voor het commerciële en het sportieve gedeelte, en mezelf voor het organisatorische en administratieve gedeelte, maar met overlappende bevoegdheden. Na verloop van tijd werd duidelijk dat die structuur niet werkte. Het heeft geen zin om met twee mensen hetzelfde te doen. Ik zie mij en Patrick nog zitten op dat terrasje. We spraken erover en besloten dat het zo geen zin had. We hebben er op een vriendschappelijke manier een punt achter gezet.”

Zonder rancune

Minder dan twee maanden later wenkte het buitenland. Eerst Boedapest, nu Monaco. Hij zou de 856e Belgische inwoner van het vorstendom zijn. Daar kunnen er twee bij komen als straks zijn vrouw en dochter hem vervoegen. “We zijn aan het afwegen wat we volgend jaar zullen doen. Mijn vrouw heeft een goede job. En mijn dochter zit in het laatste jaar van de lagere school. Zij zou hier naar een internationale school kunnen. Ondertussen gooi ik me op mijn werk. Het is hier geen slechte regio om te leven, maar ik wist heel goed dat ik naar hier kwam om te werken. Op dit moment is dat het enige wat ik doe.”

Hij kijkt niet met spijt achterom. “Het verleden is het verleden. Ik herinner me vooral de goede momenten. De menselijke relaties zijn voor mij altijd het belangrijkste. Wat voor zin heeft het om op mekaars kop te zitten? Je moet je gedacht zeggen, maar daarna moet je ook samen een pot kunnen pakken. We gaan toch niet met rancunes rondlopen?”

DOOR JAN HAUSPIE – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“De ambities van de voorzitter zijn enorm.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier