Volgend weekend staan Standard en Anderlecht nog eens tegenover elkaar. In het recente verleden leverde dat niet meteen de ouderwetse toppers op zoals Jan Mulder ze zelf graag speelde. ‘Men kan helemaal niets meer verdragen van de tegenstander.’

Het scherpe oog van analyticus Jan Mulder vatte eind vorig seizoen de laatste testwedstrijd tussen Standard en Anderlecht als volgt samen:

“De kolderieke bijeenkomst die ons is verkocht als een voetbalwedstrijd om het kampioenschap van België op mijn geliefde vijandige Sclessin, is (…) veranderd in een gezamenlijke actietherapie voor 22 overspannen patiënten die anderhalf uur uit hun isoleercel mochten. Het heeft niet geholpen. Ze zijn zieker dan ooit. Voor mijn ogen voltrekt zich een schouwspel van de haat zoals dat nimmer op een voetbalveld is vertoond, ook niet in het verkankerde topvoetbal waarin alles in het teken staat van het negatieve.”

Het lijkt er, kortom, niet bepaald op dat Jan Mulder naar de komende Standard-Anderlecht uitkijkt.

“Neen, neen,” lacht hij nu, “ik zal daar niet naartoe gaan.”

Al ligt dat, zal hij er later lachend aan toevoegen, meer aan de afstand tot zijn woonplaats in Groningen dan aan wat er nadien gebeurde met Witsel en Wasilewski.

Mulder zegt het in het artiestenfoyer van het Stadstheater van Zoetermeer. Daar heeft de voormalige Anderlechtspeler vanavond een voorstelling waarin Remco Campert, Bart Chabot en hijzelf voorlezen uit eigen werk. De schrijver en analyticus in hem overstijgt weliswaar al langer het voetbal, maar het blijft zijn biotoop.

“Ten tijde van de laatste testmatch had ik wat afstand genomen”, zegt Mulder. “Ik ben toen – ik zou bijna zeggen – huilend Luik uit gereden. Wat een walgelijke vertoning, zeg.”

Het werd er nadien met de beenbrekende tackle van Witsel op Wasilewski niet beter op. “Maar het is absoluut niet typerend voor het Belgisch voetbal en zeker ook niet voor Standard en al helemaal niet voor Witsel, het is een algehele kanker in het voetbal. Ik las een stuk met Georges Leekens en die vond dat allemaal niet zo erg. Maar ik ben toch niet gek?! Je ziet toch wat er gebeurt op de velden. Dat was vroeger niet zo. Maar misschien ziet hij het beter dan ik. ( lacht) Het is ook een kwestie van persoonlijk incasseringsvermogen. Ik kan dat niet aan, al die misdaden.”

Welke oorzaken hij ziet voor zo veel ongezonde agressiviteit in het veld?

Jan Mulder: “De lankmoedigheid van de scheidsrechters. En ook de verbetering van het voetbal: het is sneller of – zoals dat heet in modern jargon – compacter. De contacten zijn vaak niet te vermijden, want je zit dichter op mekaar. Toen ik speelde, was er veel meer ruimte en kon je makkelijker ontwijken. De dekking is veel stringenter nu.

“Ik las als titel boven een hoofdredactioneel commentaar van Jacques Sys: ‘Er is geen fatsoen meer in de wereld’. Maar ook geen straf! De sancties moeten omhoog. Het is namelijk elke zondag raak, elke zondag. Het is een mirakel dat er niet meer van die versplinterde benen te betreuren zijn.

“De Belgische voetbalbond stimuleert die bottenbrekerij door niet aan de UEFA door te geven dat Witsel geschorst moet worden. En ik spreek hier niet als een oud-Anderlechtspeler over iemand van Standard, hoor. Ik zou precies hetzelfde zeggen als het omgekeerd was. Ik heb namelijk niets tegen Witsel.

“Ik zag onlangs die overtreding van die jongen van Brugge op Kortrijk ( Nabil Dirar, nvdr) … Hij trapte naar een been … Niet eens een vrije trap. Zó eigenaardig. En na afloop hoor ik hem zelf nog zeggen dat het absoluut niet de bedoeling was geweest om die speler van Kortrijk zo aan te trappen. Dat is ook zo grappig tegenwoordig: de jongens geloven hun eigen woorden. Het gebeurt buiten hen om! ( grijnst) Er hangt een satelliet boven het veld die ze verplichte opdrachten geeft: ‘schop naar knie van nummer 8’. Na Gent-Anderlecht was het eerste wat Biglia zei: ‘ Lepoint deed het niet expres.’ Dat kan niet. In een voetbalwedstrijd gebeurt nooit iets per ongeluk en zeker tegenwoordig niet meer. Wat erger is: het publiek is die trend gevolgd. De normen zijn verlegd, men accepteert het veel meer. Men vindt het wel lekker. Die bijna bloeddorst die gecreëerd wordt, daar moet je als voetballer tegen kunnen. Want die bloeddorst ontstaat pas als jij het doet op het veld. Wasilewski zelf deed in Luik in de eerste minuut ook een overtreding dat je denkt: man, rustig, rustig!”

Pers & scheidsrechters

Jan Mulder: “Ik had niet gedacht dat ik het ooit zou zeggen, maar de pers heeft een heel kwalijke rol gespeeld in die ontwikkeling. Men is lang niet hard genoeg in z’n afstand nemen van het ontoelaatbare. De analyticus van de dag zegt: ja, dat is misschien terecht geel. Neen man, onterecht! Het moet rood zijn! Dat wil ik veel meer horen in televisiestudio’s.

“Maar je eet allemaal uit dezelfde ruif en verdient als speler ongelooflijk veel geld. En hoe meer geld je verdient, des te meer accepteer je aan kwalijkheden. Voetballers – en dat is van alle tijden – vallen mekaar niet af voor de tuchtcommissie. Je geeft iemand een doodschop, maar als het zover is, word je gedekt door het slachtoffer, want anders heb je al heel gauw de naam van matennaaier. De verontwaardiging is veel groter in het amateurvoetbal. Daar zou je sneller zeggen: hou je in, we spelen hier voor ons plezier. Er wordt te veel geaccepteerd onder dwang van enorme salarissen. Wat er tegen Messi allemaal aan geschopt wordt … maar hij verdient elf miljoen netto per jaar. Hij denkt: laat ik maar niet klagen.”

Ook bij de scheidsrechters zijn de normen verlegd.

“Scheidsrechters zijn véél te lankmoedig. Het is niet terug te draaien en dat hoeft ook niet. Men vindt dit wel goed. De media vooral ook. Die is het zeer kwalijk te nemen dat dit circus, deze poppenkast is ontstaan. Ik zie of hoor nooit walging. Die tackle van Witsel op Wasilewski gebeurt al járen, elke zondag.

“Scheidsrechters passen het reglement niet toe, dat is het probleem. In Engeland is de hele scheidsrechterij op een cursus discussietechniek geweest. Gevolg: eindeloze gesprekken op het veld met voetbal-boeven die je alleen maar rood hoeft te geven, klaar is kees, maar in Engeland houden ze van de praatgroep. De spelregels worden zo met de voeten getreden … Ze kunnen ook niet anders, want je kan wel aan het fluiten blijven. Maar één keer een zware sanctie en het is voorbij. De buitenspelregel! Belachelijk, wordt nooit meer toegepast. Ze vlaggen altijd heel snel af, om maar zeker te zijn dat ze niet de hoon van iedereen over zich heen krijgen als er toevallig een doelpunt gemaakt wordt en het was buitenspel. Maar het is nooit buitenspel. Die spelregel wordt elke keer weer misbruikt.”

En dan de scheidsrechtersbal …

“Vroeger liet de scheidsrechter een bal vallen en moest je hem betwisten. Nu is dat iets geworden van de scheidsrechter zelf die hem naar één speler toe gooit. Staat niet zo in de spelregels! En dan de bal sportief terugspelen, maar liefst zo etterig mogelijk. De onverdraagzaamheid is tien keer over de kop gegaan. Als je er met een objectief oog naar kijkt, denk je: wat is dit voor een krankzinnigengesticht?

“Als je het over de arbitrage hebt, heb je het over één ding: straf. Maar daarna moet een scheidsrechter gedekt worden door de tuchtcommissie die daar dan ook adequaat gevolg aan geeft. Maar meestal wordt dat weggewuifd. De regels moeten gewoon drie keer zo zwaar worden. Je moet echt een half jaar straf kunnen krijgen voor wat Witsel daar flikte. Er moeten vaste, zware straffen komen voor wie met een gestrekt been inkomt. Drie, vier maanden. Het gaat om de intentie, niet om het gevolg.

“Stél dat het niet een speler z’n bedoeling was, dan nog wordt er te veel risico genomen in z’n niet-bedoeling. Dan heb je schuld. Dan kun je iemand invalide trappen. Daar kun je ook als trainer iets aan doen. Wie er zich niet aan houdt, straf je en stel je de volgende week niet op.”

Anderlecht & Standard

In welke spelers kan Mulder de schoonheid van het voetbal dan wel nog terugvinden?

“Ik vond bij Anderlecht Kanu een leuke voetballer”, zegt Mulder. “Een tien vond ik dat echt. De Sutter vond ik ook een mooie voetballer, ik ben blij dat hij terug is. En die Lukaku is toch wel heel bijzonder. Iemand van zestien en dan zo’n belangrijke speler zijn. Ik ben niet echt iemand die op statistieken afgaat, maar Lukaku scoort me net te veel om het toeval te laten zijn. Op de een of andere manier staat z’n kop me aan. Hij kan zich ontwikkelen tot een originele, geweldige spits.

“Van Boussoufa geniet ik ook altijd. Bij Standard hou ik van Jovanovic. Goeie, geslepen spits. Er zijn spelers genoeg voor wie je naar het stadion zou gaan, alleen worden ze ondergesneeuwd door die weerzinwekkendheden die langzaam maar zeker in de loop der jaren bij het spel zijn gaan horen. Het publiek en de scheidsrechters kijken er niet meer van op. Ik doe zó (houdt de armen voor zijn gezicht, nvdr) als ik voor de televisie zit. Als ik vroeger, in de jaren zestig, doorbrak aan de middenlijn en ik werd aan het shirt vastge-houden, dan zeiden de mensen: heb je dát gezien?! Nu gebeurt dat duizend keer in een wedstrijd. Ze spelen namelijk allemaal aan elkaar vast. Een spits wordt de hele tijd vastgehouden.”

Nu Anderlecht eerste staat en Standard zevende lijkt hun onderlinge duel wat aan spankracht in te boeten.

“Vroeger was Standard nog meer dé directe concurrent. Anderlecht en Standard, dat was water en vuur. Maar dan hoefde je niet te vrezen voor je benen. Het was allemaal minder hard, gemeen of vals. Er werd ook niet zo getreiterd en geëtterd door voetballers. De mentaliteit waarmee men tegenwoordig een wedstrijd in gaat, is zó ongehoord negatief geworden. Zowel bij het publiek als bij de spelers. Men kan helemaal niets meer verdragen van de tegenstander. Niets meer. Echte, authentieke haat is in de plaats gekomen van sportieve vijandschap.”

Maar tweestrijd is er altijd al geweest tussen beide clubs.

“De kleine wrevel tussen Standard en Anderlecht heeft altijd bestaan en ergens is dat ook goed, dat je een soort aartsvijand hebt die je niet kunt luchten of zien. Maar dat moet niet ontaarden in wedstrijden zoals de Standard-Anderlecht die ik gezien heb.

“Anderlecht verdient dat ze zover voor staan. Dat Anderlecht Polák en Wasi-lewski niet echt mist, doet mij deugd. Want Anderlecht moet het hebben, vind ik, van aanvallend mooi spel en dat is er met Lukaku nog meer gekomen. Dan is het misschien juist goed dat een paar van die polákachtige mannetjes even wegvallen. Dan moet je vooruit met die handel ( lacht), de middenlijn over.

“Standard lijkt internationaal iets meer guts te hebben. Dat moet internationaal ook. Arsenal speelde onlangs tegen Chelsea, alsof junioren tegen volwassenen speelden. Fysiek moet je ook iets brengen en dat doet Standard misschien meer dan Anderlecht, internationaal gezien. En dat bedoel ik positief, weet je wel.”

Gebruiksaanwijzing

Zowel Ariël Jacobs als Laszlo Bölöni lieten zich in interviews na wedstrijden betrappen op nukkige reacties. Trainers onder hoogspanning maken soms gekke sprongen.

“Ariël Jacobs acht ik een fatsoenlijk mens”, zegt Mulder. “Hij was zeer ontdaan na die wedstrijd met Witsel en Wasilew-ski. Maar in Gent-Anderlecht gaf KouyatéThijs een trap, dat was afschuwelijk, hoor. Ik hoor Ariël Jacobs daar niet over. Hij had Kouyaté onmiddellijk uit het veld moeten halen en achteraf aan de pers moeten verklaren: ‘Ik accepteer dit gedrag níét.’Want zo woekert dat kwaad verder. Kou-yaté had straf moeten krijgen, want hij doet het nu de volgende week wéér. Al die betrokkenen kun je niet meer vertrouwen op hun woord. En zo sukkelt het hele circus verder naar een totaal andere sport. Ik was echt niet bang als speler, maar ik griezel van wat je tegenwoordig elke wedstrijd ziet.

“Bölöni is er eentje met een gebruiksaanwijzing. Over het algemeen is dat wel sympathiek, vind ik, dat iemand zich de kaas niet van het brood laat eten. Maar hij is ook wel erg zeikerig zo nu en dan, hoor. Ook ten opzichte van de pers. Je kunt hem geen vraag stellen of hij voelt er iets achter wat zijn hele wereld gaat ondermijnen. Nee man, we vragen alleen maar iets over die voetbalwedstrijd. Wees niet zo bang. Ik vind het een beetje een moeilijke figuur. Maar verder ken ik hem niet zo goed als trainer. De resultaten die hij behaald heeft, zijn goed. Hij heeft het twee jaar knap gedaan, hoor. Standard heeft een goeie ploeg. Gehad. Het was een zegen voor het Belgisch voetbal dat Standard eindelijk weer kampioen werd.”

En wie wordt dit seizoen kampioen?

“Anderlecht. Ik twijfel tussen Brugge en Anderlecht, maar ik zeg Anderlecht. Anderlecht ging meer dan Brugge gebukt onder het feit dat Standard twee jaar kampioen is geweest. Anderlecht is, denk ik, gretiger dan Brugge. Brugge gelooft er nog niet echt in en Anderlecht wel, dat is het verschil. Standard, die halen het niet meer. En Anderlecht voelde zich natuurlijk zwaar bekocht vorig jaar door die strafschop in Gent – het is psychologie van de koude grond, maar ze zijn meer overtuigd dan Brugge. Brugge… volgend jaar. Met Koster.”

door raoul de groote

Het is elke zondag raak, el-ke zondag.

Men kan helemaal niets meer verdragen van de tegenstander. Niets meer.

Als je met een objectief oog naar een wedstrijd kijkt, denk je: wat is dit voor een krankzinnigen-gesticht?

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier