Met de Pro Tour dropte Hein Verbruggen begin dit jaar een bom in het wielermilieu. Ondanks luid protest verdedigt de UCI-voorzitter zijn plannen met de vastberadenheid van een pitbull terriër.

Eén dag voor de 91ste Ronde van Frankrijk in Luik op gang geschoten wordt, beent een kwieke Hein Verbruggen het Sheratonhotel op de Brusselse luchthaven binnen. Tot hij het voorzitterschap van de Internationale Wielerunie in 2005 overlaat aan een opvolger, verdeelt de 63-jarige Nederlander zijn tijd tussen de hoofdzetel van de UCI in het Zwitserse Aigle, het Internationaal Olympisch Comité en zijn eigen consultancybureau. Toch neemt hij met plezier een vliegtuig vroeger om zijn toekomstvisie voor de wielersport uit de doeken te doen.

Voor een pittige discussie is Verbruggen altijd te vinden. De professionalisering van de UCI, de invoering van de wereldbeker, de doorgedreven dopingcontroles : de voorzitter raakte er aan gewend om de wind langs voor te krijgen. Journalisten legt Verbruggen iedere morgen rauw tussen de boterham. “Jullie komen op mij over als een stelletje doemdenkers die het totale systeem niet zien”, zegt hij over de niet aflatende kritiek op de Pro Tour. “Ik durf best toe te geven dat aan alles wat je doet bepaalde nadelen verbonden zijn. U zult het echter zeer moeilijk hebben om mij ervan te overtuigen dat de nadeeltjes waar u het over hebt belangrijker zijn dan de voordelen. Ik heb op dit moment négen ploegen die dankzij de Pro Tour voor vier jaar getekend hebben met een sponsor. Négen ! Gisteren zag ik de eerste grote nieuwe Italiaanse sponsor en die zei : ‘Pro Tour, schrijf maar op, ik doe mee’.”

Wat zijn dan de belangrijkste doelstellingen van de Pro Tour ?

Hein Verbruggen : “De voornaamste doelstelling is dat we eindelijk eens wat doen voor diegenen die het meeste geld in de sport brengen : de sponsors. Het blijft middeleeuws dat een sponsor die in de wielersport investeert, precies weet wat hij moet betalen, maar vooraf geen idee heeft van het uiteindelijke rendement. Niet eens bij benadering, want als de organisatie van de Tour beslist dat je niet mag meedoen, kan je meteen de helft van je investering afschrijven.

“In de tweede plaats willen we de ploegen dwingen tot kwaliteit en continuïteit. Het kan eigenlijk niet dat een goede ploegstructuur die gedurende jaren werd opgebouwd van de ene op de andere dag verdwijnt omdat de sponsor ermee stopt, zoals twee jaar geleden met Mapei gebeurde.

“Ten slotte ondervinden wij de grootste moeite om de wielersport van de grond te krijgen in andere continenten dan Europa, om de doodeenvoudige reden dat die mensen niet op de Europese kalender geraken. Enkel buiten het hoogseizoen zijn Europese ploegen bereid om in Australië of Amerika te rijden, en dan nog enkel als voorbereiding. Zo krijg je op den duur een vicieuze cirkel.”

Hoe helpt de Pro Tour dit probleem uit de wereld ?

“De Pro Tour wordt als het ware uit die kalender gelicht. Daaronder komen vijf continentale kalenders, waarin hoofdzakelijk ploegen van het eigen continent rijden, zodat Amerikaanse of Aziatische wedstrijden niet langer afhankelijk zijn van de deelname van Europese ploegen. Het is heel duidelijk dat de Pro Tour een Europese competitie is, een apart circuit met achttien tot twintig ploegen die verplicht drieëntwintig à vijfentwintig wedstrijden rijden. We nemen er wedstrijden in op als de Ronde van Polen, in de toekomst misschien ook een Ronde van Scandinavië of Groot-Brittannië. Daar speelt het marketingidee mee : je moet de sponsors de Europese markt bieden. Vorig jaar liepen we een grote Japanse sponsor mis omdat die vond dat we met de wielersport Europa te weinig afdekten.”

Vreest u niet dat die continentale kalender niet uit de schaduw van de Pro Tour zal raken en net minder aandacht zal krijgen ?

“Hoeveel aandacht krijgen die wedstrijden nu ?”

Sommige, zoals de Omloop het Volk, behoorlijk veel. Volgend jaar staat die wedstrijd op de continentale kalender en organisatoren vrezen dat de media-aandacht en dus ook de interesse van de sponsors geleidelijk aan zal afnemen.

“Waarom krijgen ze die aandacht ? Vanwege de deelname en de traditie. Daar verandert toch niets aan ? Het Volk zat altijd al onder het niveau wereldbekerwedstrijden en dat blijft zo. En de deelname is precies hetzelfde, want de Pro-Tourploegen mogen eraan deelnemen.”

De vraag is : zullen ze dat ook doen nu hun eigen kalender al zo zwaar is ?

“Vooraf spraken we met tientallen ploegleiders en die wilden allemaal nog meedoen aan koersen op de continentale kalender. En denk je nu echt dat renners voor het oog van de hele wereld een koers weggeven die ze kunnen winnen ? De man van Gerolsteiner, meneer Holczer, houdt alle statistieken bij. Op dit moment rijdt zijn ploeg 230 dagen per jaar, terwijl de Pro Tour 155 wedstrijddagen telt.”

De verplichte deelname aan de Giro, de Tour en de Vuelta is ook niet te belastend ?

“Op geen enkele manier. De ploegleiders zeiden ons zelf dat ze met vijfentwintig renners en drie jongeren zonder problemen drie grote rondes kunnen rijden. Dan moet iedere renner slechts één grote ronde doen.”

U zegt zelf al jaren dat de drie grote rondes eigenlijk te lang zijn. Waarom hebt u de Pro Tour niet gebruikt om te snoeien in de Giro, de Tour en de Vuelta ?

“Het staat op de agenda. Meer kan ik daar niet over zeggen, want er is nog niks beslist.”

U zei daarnet dat een van de belangrijkste doelen van de Pro Tour erin bestaat dat de structuren van de ploeg bewaard blijven op het moment dat de sponsor er de brui aan geeft. Hoe ziet u dat precies ?

“Aanvankelijk wilden we af van het systeem waarbij de sponsor ook eigenaar is van de ploeg, wat betekent dat de ploeg verdwijnt wanneer de sponsor ermee kapt. Om dat te vermijden, wilden we de licenties eerst enkel aan de ploegleiders zelf geven, die dan een eigen firmaatje moesten oprichten, zoals Walter Godefroot al deed. Van die gedachte zijn we een beetje teruggekomen. Een aantal sponsors bleek dermate geïnteresseerd dat ze zeiden : ‘Geef ons die licentie maar en wij garanderen u dat wij nog twee, drie of vier jaar in de sport blijven. Als wij stoppen, zorgen we zelf voor een andere sponsor, wat wij als bedrijf gemakkelijk kunnen doen.’ Die beloftes nemen we nu op in het contract dat de sponsor met de UCI sluit op het moment dat hij een licentie krijgt.”

De macht is wel opnieuw in handen van de bedrijven.

“Niet helemaal. Voor een overgrote meerderheid van de Pro-Tourploegen sluiten we de contracten af met de firma’s van de ploegleiders. Een paar bedrijven, zoals Phonak en Cofidis, nemen de licentie zelf. Een licentie kan trouwens ook verkocht worden, zij het met onze goedkeuring – we willen bijvoorbeeld niet dat een licentie in handen komt van iemand die er al eentje heeft.”

Waarom heeft Marc Coucke volgend jaar dan twee ploegen in de Pro Tour : de ploeg met Lotto en Quick Step-Davitamon ?

“Daar heb ik gisteren uitgebreid met hem over gesproken. Volgend jaar heeft meneer Coucke één ploeg en zit hij met een van zijn producten bij een andere ploeg. We zullen garanties vragen dat er geen enkele vermenging zal zijn. Vorig jaar hebben we die Spaanse ploeg ( Bodysol-Brustor, nvdr) ook heel nauwlettend gevolgd, en toen heeft hij er zich aardig aan gehouden. Maar ik geef toe : het is limiet.”

Wie bepaalt of een ploeg een licentie krijgt voor de Pro Tour ?

“Een onafhankelijke commissie, met aan het hoofd een Zwitserse magistraat van het Hooggerechtshof, kent licenties toe op basis van dossiers. Momenteel zijn er elf dossiers goedgekeurd en we denken dat we in totaal zestien goede dossiers zullen hebben voor dit jaar. In principe geldt een licentie voor vier jaar, maar de commissie kan ze ook voor twee of drie jaar toekennen. Omdat het contract met de sponsor eerder afloopt, of omdat de organisatie binnen de ploeg nog niet op punt staat. Die commissie kan overigens ook licenties intrekken, daartoe heeft ze de volledige gedelegeerde bevoegdheid van de UCI.

“Dit systeem kan onze dopingproblemen voor een groot deel oplossen. Ik heb geweldige reacties van nieuwe én bestaande sponsoren die willen afspreken om geen renners te engageren die ooit betrokken waren in een dopinggeval. Dat is nogal wat, hoor. Wie als 22-jarige betrokken raakt in een duidelijk dopinggeval, zal nooit meer op het hoogste niveau rijden. Dat is de grootste afschrikking die er bestaat.”

U bent ervan overtuigd dat het de renners zélf zijn die buiten de ploeg om naar verboden producten op zoek gaan.

“Ik ben er zeker van dat structurele doping niet meer kan en niet meer gebeurt in de meeste ploegen. Via onze data van de bloedcontroles zie je wel dat er in bepaalde ploegen een groter percentage renners knoeit dan in andere. Bij bepaalde ploegen vind je helemaal niets, bij andere zie je duidelijk : daar is het toezicht wat minder. Als de medische staf de ogen dichtknijpt, is dat een indirecte dopingpraktijk. Er zijn een paar gevallen in het peloton waarover wij onze twijfels hebben, renners die bij ons op de lijst staan en waar we speciaal op letten. Dat heeft overigens ook meegespeeld in de licentietoewijzing.”

Tegenstanders zeggen dat u met de Pro Tour een wielersport op twee snelheden creëert : de elite en de tweederangsploegen.

“Dat is toch ook zo. Er is toch geen enkele sport waar geen eerste en tweede divisie bestaat ? De verwondering komt uit de vraag : ga je niet naar iets op twee snelheden ? ( Verheft zijn stem) Ja, natuurlijk ! Landbouwkrediet rijdt echt niet hetzelfde programma als Quick Step. Ik herinner me de tijd dat Nikon – dat was een ploegske van niks – mocht meerijden in Milaan-Sanremo, enkel en alleen omdat Lomme Driessens veel contacten had. Dat is toch folklore ?”

Hoeveel kans maakt een renner uit een continentale ploeg nog om bij een Pro-Tourploeg aan de bak te komen ? Denk aan iemand als Popovych, die in het begin van zijn carrière voor een kleine ploeg uitkomt, een dijk van een Giro rijdt en zich op die manier in de belangstelling werkt van de grote ploegen.

“Dan rijdt hij zich toch in de kijker in een andere wedstrijd. Ik zal u nog iets vertellen : u gaat helemaal voorbij aan het feit dat de Giro aan het afzakken is. Dat probleem hopen we op te lossen met de Pro Tour, die ervoor zorgt dat alle grote ploegen opnieuw meedoen in de Giro. En dat enorme voordeel moet ik laten vallen voor Popovych ? Weet u, op het moment dat die Pro Tour een nieuwe impuls geeft aan het wielrennen, komt de rest automatisch mee. ( In één adem) Ik geef een voorbeeld : Luik-Bastenaken-Luik wordt nu goed georganiseerd, maar in de jaren tachtig was dat een absolute strontkoers. Wat hebben wij gedaan ? Een wereldbeker op poten gezet, met als voornaamste doel tien excellente koersen te krijgen, waardoor de rest au-to-ma-tisch meegezogen werd.”

Komt er een systeem van promotie en degradatie voor Pro-Tourploegen ?

“In principe ben ik er niet tegen, maar het staat haaks op de garanties die je aan de sponsor geeft. Zijn contract bepaalt namelijk dat hij vier jaar in de Pro Tour mag meedraaien. Je kan hem dus niet degraderen omdat zijn kopman toevallig out is door een valpartij en geen punten kan scoren. Ik kan me best voorstellen dat zo’n ploegleider in de continentale kalender zit te azen op een positie als topman bij een Pro-Tourploeg, net als een trainer in het voetbal die naar de nationale ploeg of Anderlecht wil. Nu, dan moet hij zijn beurt afwachten, een licentie kopen of een job zoeken bij een topploeg.”

Eens de Pro Tour opgevuld is met twintig ploegen, blijven dat in principe steeds dezelfde. Hoe wilt u op die manier nieuwe sponsors aantrekken ?

“Ze staan in de rij ! In de toekomst heb ik twintig ploegstructuren. Ik vraag niet beter dan dat er een sponsor komt die me vraagt : heb je nog een plaatske ergens op een trui ? Dát is de rol van een sponsor. Ik heb geen sponsors meer nodig die ploegen opstarten. In principe blijven de ploegen dezelfde, maar een sponsor die het na verloop van tijd voor bekeken houdt, kan zijn licentie verkopen. We hebben de prijs van een licentie overigens met opzet niet te hoog gemaakt, rond de 100.000 euro, zodat niet alleen de kapitaalkrachtigen er eentje kunnen kopen. Dat geld komt trouwens in een fonds onder de Pro Tour terecht. Er komt een reglement om te bepalen waarvoor dat geld zal dienen. Bijvoorbeeld om lonen te betalen wanneer de sponsor van een ploeg failliet gaat.”

De ploegen moeten minder afhankelijk worden van de sponsors. Als u ervoor zorgt dat ze eigen inkomsten hebben, zijn ze per definitie minder afhankelijk van hun broodheren.

“U vertelt het en ik hoor graag uw suggesties.”

U zou de organisatoren kunnen dwingen om een percentage van de televisierechten af te staan in ruil voor een licentie. De UCI kan op zijn beurt een deel van de tv-rechten op het WK aan de ploegen geven.

“Waar gebruiken wij die inkomsten voor ? Administratie, opleidingen, de organisatie van het WK, commissies… We krijgen per jaar ongeveer twintig miljoen Zwitserse Frank ( ongeveer dertien miljoen euro, nvdr) binnen en geven hetzelfde uit. En de voorzitter van de UCI wordt níet betaald. Tweede punt : de organisatoren. Daar heb ik iets heel duidelijks over te zeggen. De tv betaalt enkel in de drie grote rondes en de wereldbekerwedstrijden en dan zijn we rond.”

Het gaat wel over gigantische bedragen. De Tour vangt ieder jaar twintig miljoen euro aan tv-rechten alleen.

“De Ronde van Frankrijk heeft dat geld nodig, dat moet ook georganiseerd worden.”

Samen met het geld van de steden en de sponsors draait de Tour een jaarlijkse omzet van tachtig miljoen euro. Dat hebben ze heus niet allemaal nodig voor de organisatie.

(Verontwaardigd) “Mag een firma dan potverdomme geen winst maken ?”

Uiteraard, maar in competities zoals de Champions League stroomt een veel groter deel van dat geld terug. Ploegen die zich door de eerste ronde worstelen, krijgen 5,5 miljoen. De winnaar van de Ronde van Frankrijk krijgt 400.000 euro.

“De tv-rechten van de Champions League liggen ook veel hoger, dat loopt in de honderden miljoenen. Je pikt er hier bovendien één wedstrijd uit. De Société de Tour de France organiseert daarnaast zeker zes koersen waar ze verlies op lijdt. Aan Parijs-Nice of de Alpenklassieker wordt er echt geen geld verdiend. Kijk, wanneer wij erin slagen om via die Pro Tour alles op een hoger plan te tillen en bijkomende inkomsten te genereren, dan kan je praten over de verdeling van dat geld. U gaat wat kort door de bocht met te zeggen : de Tour krijgt twintig miljoen en de ploegen hebben te weinig. Mag ik eens een opmerking maken ? Wat gebeurt er met dat geld in het voetbal ? David Beckham verdient in plaats van vijf miljoen tien miljoen. ( Sarcastisch) Goeie besteding, hé.”

U zou het geld bijvoorbeeld ook kunnen gebruiken om het minimumsalaris van de renners omhoog te trekken.

( Zwijgt even) “U bent niet snel tevreden. We hebben in de laatste tien jaar voor de renners een contract, een paritaire overeenkomst, een minimumsalaris en een pensioen geregeld. Stel : ik krijg ieder jaar vijf miljoen van de Tour. Ik heb duizend profrenners. Wat moet ik met dat minimumsalaris doen ? Verhogen van honderd naar honderd en twee ?”

U kan het geld ook laten terugvloeien naar de ploegen, zodat die eigen inkomsten kunnen genereren. Patrick Lefevere probeert bijvoorbeeld merchandising uit de grond te stampen, maar hij heeft geen eigen geld om te investeren omdat hij totaal afhankelijk is van zijn sponsor.

“Dat is nou net de hele bedoeling van de Pro Tour, dat je twintig firmaatjes krijgt die begrijpen dat je geen jaar moet beginnen met nul euro. Dat ze eindelijk eens een planning opstellen, streven naar winst en die winst ook in de firma laten in plaats van op het einde alles mee te nemen. ( Windt zich alweer op) Want daar praten we toch over ! Eigenlijk moeten wij de ploegen heropvoeden om hen op een hoger niveau te tillen.

“Het geld dat de Uefa ieder jaar aan al die voetbalploegen geeft, staat gelijk aan – en dat mag u noteren – ka-pi-taals-vernietiging. Want wat gebeurt er ? Meneer Beckham verdient in plaats van vijf, tien miljoen. Halleluja ! Willen we in onze sport ook die weg op ? De rechten van de televisie behoren toe aan de organisator. Híj heeft een firma, híj neemt het risico. Níemand lult erover wanneer een organisator verlies lijdt. Heb je dat al gevraagd aan meneer Lefevere, of hij dan bereid is om mee te betalen ? Nu zet je me dus op mijn stokpaard. Ik heb het meegemaakt hoor, dat IMG een overval deed op het wielrennen. IMG vertegenwoordigde renners bij de ploegen, ging voor de ploegen onderhandelen met de organisatoren en verkocht tegelijkertijd de tv-rechten voor de organisatoren. Over ethiek gesproken. Nu, twaalf ploegen – met Patrick Lefevere op kop – waren bereid om te tekenen, gelukkig waren er nog een stuk of acht die nadachten. Op een bepaald ogenblik heb ik op een bord staan uittekenen hoeveel de ploegen uiteindelijk zouden ontvangen. Dat bleek niet zo’n enorm bedrag, terwijl IMG een veelvoud op zak stak. Toen kregen ze het in de gaten. ( Leunt naar voren) Vertel mij niks van ploegen ! Lefevere was de eerste om te tekenen. Doe hem de groeten maar. Wat mij betreft hoeven de ploegen dus niet op geld van de organisatoren te rekenen. Maar ja, ik ben er natuurlijk nog maar een jaar.

( Zwijgt even en veert dan plots recht) “Jongens, hebben jullie het allemaal ? Want ik heb hier toch mijn best gedaan. Gaan jullie hier een artikel over schrijven ?”

Daar kan u van op aan.

door Loes Geuens en Jacques Sys

‘Dankzij het geld van de Uefa verdient David Beckham tien miljoen euro in plaats van vijf. Willen we dáár naartoe met onze sport ?’

‘Wie als 22-jarige betrokken raakt in een duidelijk dopinggeval, zal nooit meer op het hoogste niveau rijden.’

‘Eigenlijk moeten wij de ploegen heropvoeden om hen op een hoger niveau te tillen.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier