Zo veel komt er op hem af sinds het WK dat Kevin De Bruyne (23) al naar rust snakt – en het seizoen is pas begonnen. Een seizoen waar hij zoals altijd met hoge ambities is ingestapt, zowel met VfL Wolfsburg als vanaf morgen met de Rode Duivels. ‘Het doel is altijd: winnen.’

Op de tafel ligt een vuistdik boek opengeslagen. Een cursus psychologie van zijn vriendin Michèle, zegt een wat vermoeid ogende Kevin De Bruyne. “Ik bén ook moe”, bekent de Rode Duivel, die er vandaag al twee trainingen op heeft zitten. “Het is de laatste weken enorm druk geweest.” We zitten in de woonkamer van het jonge koppel. Hun voor de gps nog onvindbare huis bevindt zich in een nieuwe wijk in de landelijke rand van Wolfsburg, het wat zielloze stadje in Noord-Duitsland dat zijn bekendheid dankt aan de hoofdzetel van Volkswagen. Eén telefoontje met zijn makelaar Patrick De Koster en in een oogwenk was de afspraak geregeld. Zonder tussenkomst van de club. “Ze weten wat Patrick voor me betekent”, zegt de Belgische uitblinker van het afgelopen WK, terwijl hij Michèles cursus opzijschuift en zij zich voor de tv vlijt. Twee jonge mensen, nog wat onwennig in hun grote, kale huis.

Toen we je twee jaar geleden interviewden in Bremen, zei je: “Ik zou hier niet kunnen wonen.” Het land en de mensen lagen je niet.

Kevin De Bruyne: “Láter zal ik niet in Duitsland wonen. Op dit moment gaat het voetbal boven alles en wat dat betreft heb ik het hier goed. Bremen was aanpassen, alles was nieuw. Misschien heb ik dat toen iets te snel gezegd. Ondertussen spreek ik behoorlijk Duits en is alles goed geregeld. Mijn huizeke is groot genoeg voor als er in het weekend vrienden of familie op bezoek komen. Dan zit het vol.”

Je vertelde ook dat je elk vrij moment te baat nam om terug naar België te rijden. Is dat nog altijd zo?

“Ja, om mijn vrienden te zien. En voor Michèle en haar ouders. Voor haar is het allemaal nieuw. Zij is vrijwel de hele tijd bij mij nu en dan is het goed dat ze in het begin haar ouders nog geregeld ziet. Maar we nemen geen onnodige risico’s: pas vanaf anderhalve dag vrij rijd ik op en af. Voor minder doe ik het niet.”

Ook het voetbal in Bremen viel tegen. Je klaagde dat er weinig op balbezit werd gespeeld, op training speelde je amper kleine partijtjes. Hoe zit dat bij Wolfsburg?

“Totaal het omgekeerde. Wij moeten meestal het spel maken. Daar had Bremen het team niet voor. Ook qua verdedigen is het anders: niet achteruit, maar naar vóren. Dat ligt mij meer.”

Wist je dat op voorhand?

“Neen. Ik kende de ploeg natuurlijk wel van in mijn periode bij Bremen. Klaus (sportief directeur Allofs, nvdr)is dan naar Wolfsburg vertrokken. Hij heeft er de kern opgeruimd. Ik denk dat er nog een speler of zeven overblijft van het team waartegen ik twee jaar geleden speelde. Vorig seizoen dwongen we een plaats in de Europa League af, maar ik denk dat deze club het potentieel heeft om hoger te mikken. Alles is aanwezig om op alle vlakken sterker te worden. Dat was in Bremen helemaal niet het geval.”

Praten met Mourinho

Je zegt ‘Klaus’. Hoe goed ken je hem?

Bwah, je wordt hier meestal met de voornaam aangesproken. Klaus heeft me zowel naar Bremen als naar Wolfsburg gehaald, maar als Wolfsburg niet wil betalen wat Chelsea vraagt, zit ik hier niet. Dit project bevalt me en ik zit goed in Duitsland. Het voetbal hier is toch wat mijn stijl, denk ik.”

Van Klaus Allofs gesproken: het is opvallend hoe makkelijk Didier Frenay, die dicht bij jouw makelaar Patrick De Koster staat, spelers bij hem kan afzetten. Zie ook Ivan Perisic en Junior Malanda. Was Wolfsburg je eigen keuze?

“Ik weet dat Patrick en Didier goede vrienden zijn, maar enkel Patrick is mijn zaakwaarnemer. Zijn mening is de enige waarmee ik rekening houd. Ivan en Junior zijn trouwens goede transfers. Ivan scoorde nog tien keer in mijn eerste half jaar hier. En Junior heeft als jonge gast erg snel zijn plaats veroverd.”

Wat had je keuze voor Wolfsburg vorige winter te maken met het nakende WK?

“Niets. Ik had geen zin meer om bij Chelsea te blijven. Ten eerste had ik niet het gevoel dat ik er ooit zou spelen. En ten tweede wilde ik geen uitgeleende speler meer zijn. Ik wist: zelfs als ik zes maanden top ben en een goed WK speel, zal ik volgende zomer bij Chelsea weer in dezelfde situatie verzeild raken. Dat wilde ik niet meer. Ik wilde iets nieuws. Ook zónder WK was ik weggegaan.”

Waarom ben je er niet geslaagd?

“Geen idee, totáál niet. Er is ook nooit iets over gezegd. Ik las onlangs nog eens dat Mourinho geen uitleg geeft waarom je wel of niet speelt. Dat is ook zo. (lacht) Zelfs als hij me gezegd zou hebben dat ik zou spelen, dan nog wist ik dat het niet zou gebeuren. Als voetballer weet je dat perfect. Mijn besluit stond vast: ik wilde weg. Aanvankelijk was Mourinho er wat tegen: hij wilde dat ik vocht voor mijn plaats. Ik heb hem uitgelegd dat ik niet het gevoel had dat ik die ooit zou krijgen. Daarop is de club zich gaan bezighouden met een transfer.”

Welk gevoel houd je over aan je tijd bij Chelsea?

“Kan gebeuren. Dit is mijn zevende jaar profvoetbal. Daarvan is zes en een half jaar top geweest. En zelfs dat halve seizoen heb ik me geamuseerd. Ik speelde wel minder, maar zo slecht was het niet: ik zat toch bij Chelsea.”

Kreeg je van de bondscoach het bericht dat je dringend moest spelen met het oog op het WK?

“Neen. We hebben daar wel eens over gepraat, maar niet in de zin dat ik mijn plaats zou kwijtraken als ik niet speelde.”

Voelde je je fitter tijdens het WK omdat je bij Chelsea een half seizoen amper op het veld had gestaan?

“Ik kan niet vergelijken met de situatie waarbij ik het hele jaar zou hebben gespeeld. Ook na dat volledige seizoen bij Bremen voelde ik me in de laatste wedstrijd tegen Servië nog fit genoeg om negentig minuten te blijven gaan. Ik kon blijven lopen op het WK. Volgens mij heb ik mijn tweede seizoenshelft doorgetrokken en zonder problemen het WK afgewerkt.”

Beste Rode Duivel

Heb je al andere Rode Duivels terug gehoord of -gezien?

“Ik heb er een paar gezien op vakantie: Moussa (Dembélé, nvdr)en Jan (Vertonghen, nvdr), en ik ben een dag bij Dries (Mertens, nvdr)geweest. Sinds we weer zijn beginnen te trainen, heb ik het echter zo druk dat ik er nog niet aan heb gedacht met iemand contact op te nemen. Ik kijk ernaar uit om iedereen terug te zien.”

Hoe blik je terug op het WK?

“Ik heb me geamuseerd, echt waar. Ik vind dat ik een deftig WK heb gespeeld. Kwartfinale, eerste keer: da’s toch goed. Natuurlijk wilde ik naar de finale en was ik ook ontgoocheld na de nederlaag tegen Argentinië. Maar achteraf bekeken mogen we niet klagen.”

Leefde het echt onder de spelers dat jullie de finale konden bereiken?

“Vanaf dag één. De trainer had de zeven wedstrijden op het bord gezet: finale 1, finale 2, tot finale 7. Na elke match vinkten we dat af: gelukt! Ik vind: je gaat niet naar zo’n toernooi met de kwartfinale als ambitie. We botsten op Argentinië en een wereldgoal van Higuaín, maar je moet vooraf niet zeggen: kwartfinale is leuk. Ik ga naar een WK om te wínnen.”

Wij vonden je de meest constante Duivel.

“Dank je. (lacht) Sinds mijn periode bij Bremen ben ik meer en meer in die richting geëvolueerd. Bij Genk had ik een topmatch, dan een mindere, dan weer goed, en dan matig. De laatste twee jaar heb ik zelfs in een mindere wedstrijd veel goede momenten. Ook in Brazilië mocht ik niet klagen over mijn niveau. Zeker omdat het moeilijk spelen was tegen erg verdedigende tegenstanders.”

Tegen Algerije begon je onverwacht op de rechterflank, naast een driehoek die nooit eerder samen had gespeeld.

“Ik heb altijd ook op rechts gespeeld: zo verrast was ik dus niet. Wél omdat ik daar tijdens de voorbereiding nooit had gestaan. De keuze van de coach zeker? Tegen de VS zette hij me opeens op de flank en Eden (Hazard, nvdr) op tien. Tja, soms verandert hij van gedacht.”

Ook bij Wolfsburg speelde je dit seizoen al op meerdere posities. Bij Bremen in één seizoen zelfs op zés.

“Het verandert niet. (lacht) Ik heb vier wedstrijden gespeeld, vier keer op een andere positie. In de eerste match was ik een van de twee spitsen, daarna speelde ik op tien, op links, en dan op rechts. Tja, ik kan het zelf ook niet uitleggen. Vervelend is het niet, het is vooral niet altijd makkelijk. Stel: je speelt twee wedstrijden centraal, je doet het goed en de derde moet je plots naar rechts. Dat is telkens weer aanpassen.”

Makkelijk excuus

Jullie winnende doelpunten tegen Algerije, Rusland en Zuid-Korea vielen stuk voor stuk in de omschakeling. Is dat niet merkwaardig voor een elftal dat dominant wil zijn?

“We wáren ook dominant in die matchen. Maar tegen ploegen die laag terugzakken, is het altijd moeilijker. Het maakt ook niet uit of je pas in de 85e minuut scoort. Zo’n tegenstander wordt moe, dat weet je op voorhand. Tegen Algerije hadden we, dacht ik, 65 procent balbezit. De hele tijd hebben zij achter de bal moeten lopen. Vanaf de 1-1 wist ik zeker dat we erover zouden gaan. Ik denk niet dat wij, zoals in Genk onder Vercauteren, een groep hebben om in de omschakeling te spelen. Veel Rode Duivels zijn sterk aan de bal. Dan hanteer je een ander soort voetbal. Daarom pas ik ook zo goed in deze groep: omdat ik snel probeer te spelen.”

Wat moet er nog beter bij de nationale ploeg?

“Makkelijker scoren. Scherper zijn voor doel. Ook in de kwalificatie was het vaak 2-0 of 2-1. Altijd genoeg, maar nooit 4-1. Dat zou wel eens makkelijk zijn.”

Steeds meer signalen wijzen erop dat er een sterke behoefte is aan een goede veldtrainer. Aan iemand met gevarieerde oefenstof die wedstrijdgericht kan trainen.

“Sommigen trainen graag tactisch, anderen helemaal niet. Voor mij hoefde het niet. Ik vind het een makkelijk excuus dat we met meer tactische trainingen wel gewonnen zouden hebben van Argentinië. Qua intelligentie zitten we vrij hoog: wij weten wel hoe we situaties moeten oplossen. Als andere spelers vinden dat er een veldtrainer bij moet, moeten zij dat maar zeggen tegen de coach.”

Jij bent een man van stilstaande fases. In Brazilië viel op hoe weinig voordeel er uit de hoekschoppen werd gehaald, maar Wilmots gelooft niet in het nut van trainen op spelhervattingen.

“Je kan dat doen, maar als de trainer er niet in gelooft… Bovendien, als je er te veel op traint, is het ook niet leuk meer. We hebben er als spelers ook niet bij stilgestaan. Dan is het makkelijk om de coach met de vinger te wijzen. Het komt van twee kanten: de trainer die het niet wil en de spelers die er niet aan hebben gedacht. Weet je, bij mijn vier clubs heb ik nog nooit twee trainers gehad die precies hetzelfde deden. Als speler moet je je altijd aanpassen. Dat is onze job: doen wat de coach zegt.”

In de groep zou het gevoel zijn ontstaan dat Wilmots niet de man is die jullie de prijzen zal laten winnen waartoe jullie je in staat achten.

“Dat weet ik niet. Misschien zijn sommigen een beetje bang? (lacht) Voetbal hangt van details af. Een coach kan het verschil maken, dat klopt. Ik heb het zelf meegemaakt bij Genk: onder Vanhaezebrouck ging het niet en met Vercauteren werden we kampioen. Met dezelfde ploeg. Maar hadden wij het in Brazilië beter gedaan met een andere trainer? Dat weet ik niet.”

Lat zo hoog mogelijk

Ervan uitgaand dat België zich kwalificeert voor het EK 2016 in Frankrijk: wat moet de ambitie daar zijn?

“Zoals ik al zei: je gaat naar een toernooi om het te winnen, anders blijf je beter thuis. Niet dat het makkelijk zal gaan, maar het doel is altijd: winnen. Ook bij Wolfsburg. Mijn ambitie is de titel pakken. Zal dat lukken? Moeilijk, dat weet ik ook. Maar je kan geen competitie starten met de vijfde plaats als ambitie. Ik heb soms het gevoel dat voetballers anders beginnen te spelen zodra ze hun doel in het vizier krijgen. Dat ze nerveuzer worden. Dus leg je de lat van bij het begin het best zo hoog mogelijk. Zelfs als Wolfsburg zegt dat het zoals vorig seizoen opnieuw vijfde wil worden, hoop ik dat we als tweede zullen eindigen. Lukt dat niet en zijn we vijfde, dan zal ik vertellen dat we het goed hebben gedaan. Vorig seizoen verspeelden we een kwartier voor het einde van het kampioenschap de vierde plaats en een Champions Leagueticket. Maar we hebben het geprobeerd, dus hebben we ons niks te verwijten.”

Je had het over nerveus worden. Was je zenuwachtig op het WK?

“Alleen voor de eerste wedstrijd had ik een ander gevoel. Gewoon omdat je niet in je vertrouwde omgeving zit. Maar stress? Neen. Voetbal blijft voor mij een spel. Oké, het is mijn job, maar ik doe het ook graag. Niet omdat het moet. Dat zal altijd zo blijven.”

Wat is je beste herinnering aan Brazilië?

“De match tegen de VS. Zó intens. En de vreugde achteraf: super! Daar doe je het voor. Ik vond het hele toernooi in het algemeen leuk. We hebben ons altijd goed kunnen bezighouden. Dat is het allerbelangrijkste als je zolang van huis bent. Ik heb in die twee jaar ook nog nooit iets van fricties gemerkt. Iedereen amuseert zich samen, niemand staat apart. De enige groep waarmee ik dat ooit heb meegemaakt.”

Slechte journalist

Je deed mee aan de Ice Bucket Challenge, een actie rond de spierziekte ALS. Je nomineerde de Gentse rapper Spreej, het tv-fenomeen ‘de Lau’ en Lieven Maesschalck, jullie kinesist bij de nationale ploeg. Waarom Maesschalck?

Lieven is grappig. (lacht) Die man heeft zó veel energie. Té veel soms. Maar Lieven is Lieven: altijd dezelfde. Hij zal nooit veranderen. Iedereen kent hem, zelfs hier bij Wolfsburg: laat zijn naam vallen en ze weten over wie je het hebt. Hij is zo top in wat hij doet. Daarom gaan ze ook allemaal bij hem en is hij ook zo belangrijk voor ons. Er is op dat vlak bij de nationale ploeg goed geïnvesteerd in de juiste mensen. Bovendien kan Lieven het ook goed uitleggen.” (lacht)

Maesschalck is ook jullie vertrouwensman.

“Hij is erg sociaal en wint vlug je vertrouwen. Dat is inderdaad een van zijn sterke kanten.”

Hij leefde tijdens het WK wel op gespannen voet met de bondscoach.

“Ah? Dat wist ik niet. Meestal ben ik de laatste om iets te weten te komen. Ik ben niet zo nieuwsgierig. Ik denk altijd: als mensen iets willen zeggen, zullen ze dat wel doen. En als ik het niet mag weten, moeten ze het maar niet doen. Ik zou geen goede journalist zijn.” (lacht)

DOOR JAN HAUSPIE

“Ook zónder WK was ik weggegaan bij Chelsea.”

“Een coach kan het verschil maken, dat klopt. Maar hadden wij het in Brazilië beter gedaan met een andere trainer? Dat weet ik niet.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier