De kaarten zijn geschud! Anderlecht wordt voor de 31e keer landskampioen. Wat iedereen ook beweerde, voor mij was de wedstrijd van play-off 1 in het Jan Breydelstadion beslissend. Club Brugge kon in eigen huis de fakkel overnemen van paars-wit, wat voor een serieuze morele boost gezorgd zou hebben. Maar het gebeurde niet. Integendeel, ze kregen een opdoffer te verwerken. Nadien hebben ze de rol gelost en was het over en out!

In mijn Anderlechtperiode hebben we dat blauw-zwart ook eens geflikt. Op een zestal matchen van het einde moesten we naar ‘De Klokke’. We hadden een onoverbrugbare achterstand op onze aartsrivaal. De champagne stond al klaar in Brugge. Tijdens de heenreis was de sfeer in onze bus ontspannen. Er werd veel gelachen en gezeverd. Het kalf was toch al verdronken. Toen we het veld oprenden, zag ik de gestresseerde gezichten van de Bruggelingen, ze waren verdorie bang van ons! En dat bleek tijdens de wedstrijd, ze bakten er niets van. Wij zagen onze kans en wonnen moeiteloos met 0-2! Ik vroeg na de wedstrijd aan Pierre Carteus of we een paar flessen van hun champagne mochten lenen voor de terugreis, maar die kon daar absoluut niet mee lachen.

De volgende matchen haalde Club nog amper punten, ze waren de pedalen kwijt en begonnen te panikeren. Uiteindelijk werd er over het kampioenschap beslist op de laatste speeldag. Blauw-zwart moest absoluut winnen in het Fallonstadion tegen de door ons gesponsorde vrienden van RC White. Ze raakten niet verder dan 1-1, en wij werden kampioen, een echt mirakel! De ontelbare bussen, gevuld met op de rand van een depressie staande Brugse supporters moesten met lege handen terug richting kust. Ik heb mij laten wijsmaken dat men in Brugge zelfs een rouwregister kon gaan tekenen.

Kampioen spelen was en blijft voor iedere voetballer een speciale ervaring. Ik kon er maar tweemaal van genieten in elf jaar Anderlecht. Onwaarschijnlijk als men zag over welke ploeg we toen beschikten, een echte schande. Men mocht toch van die ploeg verwachten dat ze minimaal om de twee jaar de hoofdprijs zouden winnen. Tijdens de topmatchen was er geen vuiltje aan de lucht, maar als we op bezoek moesten bij de mindere goden werd er regelmatig sinterklaas gespeeld. En dat waren dan de punten die we op het einde van de rit te kort kwamen. Een uitspraak uit die tijd van Raymond Goethals was veelzeggend: ” Webbe dikweils mei twelf gespeild mor oek dikweils mei teen!” Hij doelde dan op Robbie Rensenbrink. In galamatchen haalde hij ons gewoonlijk over de streep, maar bij uitwedstrijden, tegen FC Luik bijvoorbeeld, liet hij het soms afweten. Hij was het beu constant een mandekker aan zijn kont te hebben tijdens die wedstrijdjes, vertrouwde hij mij eens in een gulle bui toe. Hij zou liever elke week tegen Barcelona gespeeld hebben.

Als ik nu in de plaats van het Anderlechtbestuur was, dan zou ik zo vlug mogelijk Herman Van Holsbeeck op pad sturen naar Scherpenheuvel om twee grote kaarsen aan te steken. De eerste om Bayern München een handje te helpen om de finale van de Champions League te winnen, dan is Anderlecht zeker van de groepsfase van de Champions League met de bijhorende Euro Millions. De tweede om te vermijden dat er weer een bende aasgieren neerstrijkt in het Constant Vanden Stockstadion met het doel paars-wit te beroven van al zijn beste spelers. Mbokani, Suárez en Biglia zouden zeer gewild zijn.

Eén zaak moet ik toegeven: ik heb mij serieus vergist. Veel vertrouwen had ik niet in de komst van Mbokani en Jovanovic naar Anderlecht en dat is een understatement. Wel, beiden hebben meer dan hun steentje bijgedragen tot de landstitel. Als Van Holsbeeck terug is van Scherpenheuvel, moet hij proberen deze ploeg samen te houden en te versterken op plaatsen waar het nodig is. Ik weet dat het een utopie is, maar een mens mag toch eens dromen …

GILLE VAN BINST

“Ontelbare bussen met op de rand van een depressie staande Brugse supporters.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier