Volgend weekend nemen KRC Genk en Standard de maat van elkaar. Dominique D’Onofrio draait de motor alvast even warm. ‘Dit is een gemakkelijke groep, maar misschien ook een beetje gevaarlijk.’

Interviews zijn dit seizoen een schaars goed op Standard, maar als Dominique D’Onofrio er dan toch eentje geeft, houdt hij er graag de goede luim in. Zeker in de wetenschap dat Standard Anderlecht heeft vernederd en de wedstrijd tegen Genk perspectieven biedt.

Bien évidemment heb ik een mooie week achter de rug,” zo begint hij, “maar ik relativeer snel. Voetbal is een eeuwig herbeginnen, je mag niet te lang blijven stilstaan en genieten. Toen ik overnam, had ik hier al 140 wedstrijden achter de rug – en in wat voor omstandigheden! Dan leer je snel relativeren. Ik sta héél gemakkelijk boven alles.”

Waarom heb je vroeger interviews altijd afgehouden?

Dominique D’Onofrio: “Het heeft altijd in mijn filosofie gezeten om mij niet bloot te geven in de media. C’est pas trop mon truc. Men zegt wel eens dat ik mijzelf beter moet verkopen, maar het belangrijkste is het werk dat ik verricht.”

Er zit iets paradoxaals in: je bent enerzijds joviaal in de omgang, maar anderzijds scherm je je wel af van de media.

“In het verleden was ik te naïef en te vriendelijk met de pers. Op een gegeven ogenblik heb ik me door sommigen ook verraden gevoeld. Daar heb ik lessen uit getrokken. Ik was een jonge trainer die een interim deed in eerste klasse, maar die heeft wel vier jaar geduurd. En ik heb de doelen bereikt: de poules van de Europa League, vicekampioen geworden …”

Heb je het gevoel dat de buitenwereld je als een volwaardige trainer ziet?

“Onder trainers en clubs word ik gerespecteerd.”

Het waren wel je opvolgers die de titels haalden. Stoort je dat niet?

“Maar er is vier jaar lang wel een basis gelegd. Michel Preud’homme heeft daarop verder gewerkt, net zoals Bölöni op zijn werk verder heeft gedaan. Vergeet ook niet: ik ben voor ik de laatste keer overnam zeven jaar trainer geweest. Drie jaar als assistent en vier als hoofdtrainer. In de loop van vorig seizoen ben ik door de omstandigheden aan een nieuwe cyclus begonnen, ook al verwachtte ik dat helemaal niet.”

Waarom heb je het aanvaard?

“Omdat ik voelde dat de club een elektroshock nodig had en het zou heel moeilijk zijn geweest om iemand van buitenaf te vragen. Ik kende de spelers én het huis.”

Maar je weigerde eerst …

“Neen, ik heb mezelf gewoon wat tijd gegund om na te denken. Ik had neen kunnen zeggen, maar het was de enige oplossing die toen overbleef, op vier matchen van het einde. Toen nadien de vraag kwam om verder te gaan, heb ik beslist om dat te doen.”

Tussen jou en de supporters is het sinds ze met modder hebben gegooid nooit echt hartelijk geweest. Hoe voel je je daarbij?

Tant pis. Ik weet wat ik doe.”

Na de wedstrijd tegen Kortrijk zei je dat de supporters maar beter blij konden zijn dat iemand 20 miljoen had uitgegeven voor hen. Daar viel je uit je rol als trainer en dat hebben sommigen je kwalijk genomen.

“Maar Preud’homme heeft net hetzelfde gedaan! En daar hebben ze nooit iets over gezegd. Ik heb de supporters ontmoet, van bij het begin van het seizoen, wat geen enkele andere trainer zou doen. Maar zelfs dan waren er nog die niet overtuigd waren. Omdat ik zogezegd de broer van ‘die andere’ ben of geen grote carrière had als speler. In België wordt een grote speler die trainer wordt meer bewonderd dan iemand die al jaren trainer is. Dat is toch niet normaal? Ik ga niet beweren dat ik een grote trainer ben, maar ik heb toch een verleden dat respect verdient?”

Heeft dat meegespeeld in je beslissing om na vorig seizoen toch trainer te blijven?

“Dat heeft meegespeeld, maar de supporters moeten beseffen dat we met Standard het beste nastreven wat mogelijk is. Je mag niet vergeten dat Defour en Witsel voordien als jongeren points de re-paire hadden met De Camargo, Jova-novic, Mbokani, Sarr, Dalmat, Marcos, maar nu zijn zij zélf points de repaire. Dat is niet gemakkelijk. Beetje bij beetje probeer ik hen duidelijk te maken wat het is om leider te zijn van Standard.”

Zoeken naar evenwicht

Wat is het doel voor Standard dit seizoen?

“Het doel van Standard is, ongeacht de trainer, altijd al hetzelfde geweest: Europees spelen en meedoen met de besten. Voor de titel gaan is niet elk jaar het eerste doel van Standard, omdat de middelen er niet altijd zijn. Anderlecht móét voor de titel gaan, want hun budget is het dubbele of meer zelfs van dat van Standard ( in werkelijkheid slechts 30 tegenover 25 miljoen, nvdr).”

De aanval van Standard was onthoofd door het vertrek van De Camargo, Mbokani en Jovanovic. Wordt de nieuwe aanval weer een troef?

“We hebben naar het juiste evenwicht moeten zoeken. Ik kende Cyriac, hij is op mijn aangeven gekomen, net als Tchité destijds. Cyriac werd geopereerd aan een pubalgie, Bölöni deed niet vaak een beroep op hem, maar ik wist wat hij kon. Je moest hem alleen beetje bij beetje brengen. En we hebben nog drie goede aanvallers laten komen.”

Heb je het er met je broer over gehad dat de ploeg versterkt moest worden?

Lucien is niet dom, hé. Hij wist het. Een jonge groep zoals nu is – in vergelijking met de andere jonge groepen die ik hier geleid heb – een gemakkelijke groep, maar misschien een beetje gevaarlijk. Ik bedoel: je weet niet hoe ze gaan reageren na een goede prestatie. Bij een ervaren groep weet je: als er een conflict is, komt er een constructieve reactie. Hier is er altijd de schrik of die reactie na een slechte wedstrijd of de bevestiging na een goede er wel komt.”

Jullie middenveld en aanval zien er stabiel uit, maar dat kan niet worden gezegd van de verdediging. Missen jullie een speler als Sarr toch niet een beetje?

“Neen. Een ervaren speler had ons kunnen helpen, maar de jongeren die daar staan hebben toch ook al iets bewezen? Ramos in de Europa League, Mangala in de Champions League, Filipe …”

Maar er is geen leider.

“Een leider, een leider … In de Europa League hadden Ramos en Mangala die ook niet en ze deden het niet slecht. Maar het is normaal dat ze fouten gemaakt hebben – ze zullen daaruit leren. Ciman is een stopper van opleiding, dus ik heb hem centraal gezet. Hij deed het oké op rechts, maar hij vond centraal zijn vroegere automatismen terug. Ik ben blij dat ik daardoor achteraan een extra alternatief heb.”

Je mist ervaring achterin en toch weigerde je Koen Daerden weer op te vissen.

“Op zijn leeftijd, bijna 30, is het moeilijk hem nog centraal uit te spelen. Het kost te veel tijd om hem dat nu nog bij te brengen. Dat risico wou ik niet nemen. Ciman heeft die opleiding vroeger gehad. Ik heb Daerden uitgeprobeerd als linksachter en links-midden. Ik heb, denk ik, alles gedaan voor die jongen. Ik heb hem gesteund, gesproken, uitgeprobeerd … Op een gegeven moment moet je dan keuzes maken.”

Maar moest dat vlak voor het afsluiten van de transfermarkt?

“Ik heb gepraat met Daerden en ik dacht dat we een oplossing konden vinden. Je weet nooit welke opportunités zich aandienen. Maar de kern werd met 29 spelers te groot.”

Leye had er bij Gent genoeg van om op de flank te spelen en hij wou daarom vertrekken, maar nu stel jij hem ook op de flank op. Heb je het daar met hem over gehad?

Leye is heel intelligent en hij heeft het begrepen. We kunnen niet met meer dan twee aanvallers spelen. Ik speel het liefst met twee aanvallers in de as. Hij heeft het op de flank heel goed gedaan tegen Anderlecht: gescoord, een assist en veel verdedigd. Chapeau! Hij heeft begrepen dat er bij Standard veel concurrentie is en dat er op de flank een positie ligt die hij misschien kan innemen.”

Lange ballen

Dat je de supporters niet gemakkelijk voor je wint – zo hoor je – komt onder andere doordat je je ploeg vaak met lange ballen laat spelen en het middenveld overslaat.

“Mijn filosofie is die welke de ploeg heeft laten zien tegen Anderlecht: maximaal de kwaliteiten uitbuiten van de spelers die ik aanvallend ter beschikking heb en collectief verdedigen. Dan heb je toch geen twintig passes nodig om tot aan het doel te raken? Als de mensen die die kritiek uiten eens naar de Champions League zouden kijken, dan zouden ze zien dat men daar met drie passes aan het doel van de tegenstander staat. Anderlecht liet ons de ruimte waarin we de kwaliteiten van Cyriac, Tchité en Carcela konden benutten. Ik begrijp niet dat men altijd over die lange ballen begint. Dat een verdediger blind naar voren trapt, dat vraag ik helemaal niet.”

Defour en Witsel hebben het eerder al aangegeven dat de bal in sommige wedstrijden te snel naar voren gaat.

“Misschien ook omdat het een jonge ploeg is die nog wat persoonlijkheid mist. De spanning, de druk is er, en dan maakt men dat men de bal kwijt is. Maar als André Cruz indertijd een pass van zestig meter gaf naar Henk Vos, klaagde men dan over een lange bal? Neen, dan vond men dat een uitstekende pass. Is het doelpunt tegen Olympiacos van Mbokani een lange bal? Neen, het was een uitzonderlijk doelpunt.”

Maar Bölöni liet de ploeg meer voetballen.

“Mijn voetbalfilosofie is niet om twintig passes te moeten geven voor je aan het doel bent. Je n’aime pas le tic à tac. Soms zie je ploegen die zeventig procent balbezit hebben, maar geen kansen creëren. Terwijl voetbal volgens mij toch is: kansen creëren. Het spel verleggen met een lange bal is toch fantastisch? Dat is het voetbal zoals je het in Europa ziet. Ik werk op offensieve automatismen en die liggen in de diepte. Je moet het onderscheid maken tussen lange ballen en dieptepasses.”

Jijzelf en Defour hekelden eerder, zoals na de wedstrijd tegen KV Mechelen, de mentaliteit in de groep. Is het dat wat Standard mist: de juiste mentaliteit?

“Voetbal is, zoals ik eerder al zei, een eeuwig herbeginnen. Af en toe moet je, vooral jongeren, op training bij de les houden. Maar de boodschap is ondertussen aangekomen, denk ik.”

Boven de kritiek

Carcela begon sterk aan de competitie, maar zakte dan wat weg in een periode dat hij een keuze moest maken voor welk land hij wou uitkomen. Heeft dat zijn prestatie beïnvloed?

“Volgens mij wel, ja. Het heeft hem erg beziggehouden. Het is een speler met wie ik veel praat. Het is een enorm talent en nu begint hij in te zien wat ik van hem vraag. Hij speelt nog een beetje zoals hij op straat onder vrienden speelde. Maar voetbal op hoog niveau is nog iets anders. Dat is niet zomaar individuele acties en dribbels doen. Tegen Anderlecht liet hij zien dat hij qua positiespel en terugverdedigen bijgeleerd heeft. Hij moet veel meer begaan zijn met het ploegspel . Dat probeer ik hem bij te brengen. De assist die hij geeft en de goal die hij maakt, waren een uiting van wat ik hem wou bijbrengen. Daarom is hij daarna ook naar mij toe gelopen, denk ik.”

Dat moet je goed gedaan hebben, dat spelers je in de euforie betrokken?

“Ik heb van deze groep nooit het gevoel gekregen dat ze zich tegen mij zouden keren. Maar het deed mij plezier, want ik verwachtte het niet. Het bewijst dat de groep ook de kritiek gevoeld heeft en gemerkt heeft dat een en ander mij niet verweten mocht worden. Maar ik sta boven al die kritiek, hoor. Toen ik de wedstrijd tegen Anderlecht zag, dacht ik bij mijzelf: wat ik op training vraag, begin ik in wedstrijden terug te zien. Daar ben ik trots op, maar we hebben nog niets gewonnen. Ik denk al aan de wedstrijd tegen Genk.”

Wordt dat de wedstrijd die zal beslissen wie de titelkandidaten zijn?

“Ze zitten in een opwaartse spiraal die vorig seizoen is begonnen. Met een kern die al een tweetal jaar samen is. Genk is voor mij, samen met Anderlecht, met voorsprong de beste ploeg van België.”

Maar eigenlijk wil jij toch gewoon kampioen spelen om eindelijk erkenning te krijgen?

“Maar ik bén twee keer kampioen geworden met Standard – als technisch directeur. Ik werkte in andere omstandigheden als trainer, maar mijn voldoening is dat Standard kampioen wordt, niet dat ik kampioen word als trainer.”

door stéphane van de velde en raoul de groote – beeld jonas hamers (reporters)

“Ik heb, denk ik, alles gedaan voor Koen Daerden.”

“Genk is, samen met Anderlecht, met voorsprong de beste ploeg van België.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier