Botsauto’s hebben vaak een vlaggetje van een land. Welke nationaliteit hadden de botsauto’s waar jij vroeger voor koos? “Ik wilde meestal een met de vlag van België. Brazilië en Spanje waren ook nog goed.”

De drie grote voetballanden …

( lacht) “Ook. Brazilië sprak tot mijn verbeelding, in Spanje was ik al eens op vakantie geweest. Omdat mijn vader een Waal is, gingen we vroeger wel meestal naar Frankrijk.”

Heb jij je broer of zus ooit gebeten?

“Waarschijnlijk wel, maar eigenlijk was Gaétan veeleer de bijter. Ik deelde tikken uit. Op Valérie haar kont bijvoorbeeld, daar kon ze niet tegen. Soms werd ik wel zelf het slachtoffer. Op een keer gaf ik haar een mep en dacht ik dat ze zou terugslaan. Ik bukte me en botste met mijn hoofd tegen de scherpe rand van een stoel, waardoor ik een gapende wonde had boven een van mijn wenkbrauwen. In het ziekenhuis is dat genaaid.

“Ik heb op de spoedafdeling bijna een abonnement. Toen ik in het tweede leerjaar zat, scheurde ik tijdens een herfstwandeling eens het kapsel van een van mijn enkels. Bij een voetbalmatch op school raakte op een keer een van mijn vingers ontwricht. Toen ik eens met mijn fiets viel, kreeg ik het stuur in mijn lies … Begin dit seizoen had ik weer prijs. We hielden thuis een barbecue en ik ging met mijn handen vol naar binnen. Aan de deur hing een vliegenraam, zo een met touwtjes. Toen ik die aan de kant wilde doen met mijn voet, schuurde een van die touwtjes een gat tussen twee van mijn tenen. Ik had een gapende wonde, tot op het bot. De dokter zei dat hij zoiets nog nooit gezien had. Het was niet zo fijn om dat in Genk te gaan uitleggen, anderhalve week vóór onze match tegen Turku. Gelukkig genas het snel. De draadjes zijn nu uit mijn voet, maar ik kan mijn tenen niet meer helemaal opendoen.”

Wie zou je tijdens zo’n ziekenhuisbezoek graag eens als verpleegster hebben?

Angelina Jolie. Die straalt wel iets uit.”

Als ze kleren aanheeft? Of zonder?

“Als ze pikante dingen draagt.”

Breek je in de keuken weleens galant een ei met je elleboog?

“Nog nooit geprobeerd, maar ik kan wel ongelooflijk snel een ei pellen. Vroeger was er bij Genk op het einde van een jeugdstage meestal een bonte avond. Dan werden er wedstrijdjes georganiseerd: zo snel mogelijk een glas melk opdrinken, of zo snel mogelijk een ei pellen en opeten. Ik had daarvoor een goede techniek, ik klopte het ei eerst lichtjes op tafel en wreef het daarna tussen mijn handen.”

Welke job in een circus zou jou liggen?

“Vooral níét die van stuntman. Voor toestelturnen haalde ik meestal maar een vijf of een zes. Toen ik op een keer tijdens een salto te veel begon na te denken, viel ik op mijn gezicht en nam ik in mijn val met mijn voeten de leerkracht mee. Vroeger stond er in onze tuin naast het zwembad een trampoline. Meestal sprong ik eerst daarop en dook ik dan met een spectaculaire beweging het water in. Sinds dat ongelukje doe ik zulke dingen niet meer.

“Tijdens de Olympische Tuinspelen die een vriend van mij in onze straat organiseerde, was trampolinespringen trouwens mijn zwakste onderdeel. Je moest dan salto’s maken waarop die vriend punten gaf. Een andere opdracht was: zo lang mogelijk op de trampoline blijven zonder geraakt te worden door een van de ballen waarmee anderen naar je gooiden. De disciplines voetballen, fietsen en drie baantjes zwemmen lagen me beter.

“Ik vond die Tuinspelen wel tof, 20 à 25 kinderen deden daaraan mee. Op het einde waren er prijzen: medailles van voetbaltoernooien waar die vriend nieuwe stickertjes had opgeplakt.”

Hield je nare ervaringen over aan het medisch onderzoek op school?

“Ik herinner me dat je je dan in een kamertje moest omkleden en dat je lang moest wachten.”

Om uiteindelijk in je blootje voor de dokter te gaan staan.

“Ik had een dokteres.”

Dat verandert de zaak.

“Maar het was geen schone.”

In deze rubriek komen dit seizoen

Belgische sportfiguren uit verschillende

disciplines aan bod.

KRISTOF DE RYCK