Na drie seizoenen van uitleenbeurten bij Westerlo en OHL lijkt Sasja Jakovenko zich dit seizoen pas eindelijk te kunnen doorzetten in het eerste elftal van Anderlecht.

Hij moet het voorlopig vooral hebben van invalbeurten, maar in vergelijking met vroeger bij Anderlecht is dat voor Sasja Jakovenko al winst. En wanneer hij het veld op komt, toont hij ook wat, zoals zijn goal tegen AEL Limassol.

Eindelijk tevreden?

Sasja Jakovenko: “Euh… tevreden wel, ja, maar ik zal pas echt gelukkig zijn als ik ook aan de wedstrijden zal mogen beginnen. Ik wil een basisplaats afdwingen, want ik wil elke wedstrijd spelen. Elke minuut zelfs.”

Waar ontbreekt het je nog aan om die basisplaats te kunnen claimen?

“Aan niets. Ik ben er klaar voor. De trainer ziet mij nu gewoon eerder als joker, maar dat kan snel veranderen. Kijk naar Sacha Kljestan. In het begin speelde hij niet en nu is hij titularis. Alles kan zeer snel gaan in het voetbal.”

Is het frustrerend om in het weekend niet mee te mogen spelen nadat je de hele tijd met de groep hebt getraind?

( lacht) “Natuurlijk. Maar je kunt op twee manieren reageren: of je laat het hoofd hangen, of je komt er sterker uit. Ik ga voor de tweede optie.”

Volwaardige speler

Heb je tijdens een van je uitleenbeurten ooit getwijfeld aan een carrière bij Anderlecht?

“Neen. Ik wachtte maar op één ding: het vertrek van Ariël Jacobs. Ik wist dat ik bij een andere coach eindelijk mijn kans zou krijgen. Ik heb altijd mijn best gedaan om Jacobs te tonen dat ik een kans verdiende. Soms had ik de indruk dat hij wel in mij geloofde, maar uiteindelijk werd ik dan toch weer uit de selectie gegooid. Maar goed, ik ben al bij al wel blij dat ik die tegenslagen heb meegemaakt. What doesn’t kill you, makes you stronger!”

Hoe reageerde je toen je vernam dat Jacobs vertrok bij Anderlecht?

“Er waren al een hele tijd geruchten dat hij zou vertrekken, dus echt verrast was ik niet. Het veranderde wel heel wat voor mij, want als Jacobs gebleven zou zijn, had ik een andere club moeten zoeken. Toen ik hoorde dat er een nieuwe trainer kwam, wist ik nog niet zeker dat ik van hem een kans zou krijgen, maar ik hoefde niet per se naar een andere club.”

Wanneer had je door dat John van den Brom wel wat in jou ziet?

“Ik mocht meteen spelen in de voorbereiding, dus ik had al snel door dat hij mij als een volwaardige speler ziet.”

Toen Herman Van Holsbeeck zei dat er geen toekomst is bij Anderlecht voor spelers die bij hun club geen meerwaarde betekenden, leek het alsof hij het onder meer over jou had. Voelde jij dat ook zo aan?

( ontwijkend) “Toen was er nog geen nieuwe trainer, dus ik wist niet goed wat ik met die uitspraak aan moest. Het kon alle kanten op.”

Telefoontje van Broos

Zijn jouw huidige prestaties een vorm van revanche op hen die niet in jou geloofden?

“Dit is zeker geen revanche ten opzichte van Herman Van Holsbeeck hoor. He’s a nice guy. En een uitstekende manager. Als ik goed had gespeeld bij Westerlo of OHL was hij de eerste om me te feliciteren. Hij heeft geen eenvoudige job. Hij zag me niet trainen, dus ik kan me voorstellen dat het moeilijk was voor hem om in mij te blijven geloven. Hij kon zich makkelijker een beeld vormen van een 18-jarige nieuwkomer in de A-kern dan van mij, omdat ik als uitgeleende speler nooit op de club was.”

Na je goede invalbeurt tegen Genk zei je dat je net zo’n goede prestatie zou kunnen neerzetten als basisspeler.

“Dat was niet helemaal wat ik zei. Ik bedoelde gewoon dat het makkelijker is om aan de wedstrijd te beginnen dan om in te vallen. Als basisspeler doe je alles samen met het team. Je warmt op, je bereidt je mentaal voor en wanneer de wedstrijd begint, ben je klaar. De eerste minuten wordt er doorgaans wat afwachtender gespeeld en zo heb je de kans om langzaam in de wedstrijd te komen. Die luxe heb je niet als invaller. Dan word je in de strijd gegooid en moet je er meteen staan.”

Je liet je nochtans al bij elke invalbeurt in positieve zin opmerken.

“Ik doe wat ik kan, maar zij die zeggen dat het makkelijker is om de laatste vijftien minuten te spelen dan de eerste vijftien, weten niet waarover ze het hebben. Je krijgt tijdens je invalbeurt misschien maar twee deftige passes en daar moet je het dan mee doen. Daar komt nog eens bij dat je sowieso een beetje in een mentaal dipje zit omdat je op de bank bent moeten beginnen.”

Praat je vaak met John van den Brom?

“Dat gebeurt weleens, ja. De sfeer is echt perfect.”

Hoe vaak heb je in al die jaren met Jacobs gepraat?

“Eerlijk? De laatste keer dat hij me heeft aangesproken was toen ik in 2009 voor het eerst aan Westerlo werd uitgeleend. Hij wenste me succes. Nadien hebben we elkaar niet meer gesproken.”

Je had een soortgelijke band met Hugo Broos bij Racing Genk.

Hugo Broos heeft me jaren later nog eens opgebeld om te zeggen dat hij zich vergist had in mij en dat hij er spijt van had dat hij me niet méér speelgelegenheid had gegund. Hij was toen trainer bij Zulte Waregem en had me er graag bij gehad. Ik ben er nog altijd trots op dat ik hem van mening heb kunnen doen veranderen. Dat telefoontje was een belangrijk moment in mijn carrière.”

Misschien belt Jacobs jou morgen met dezelfde boodschap.

( lacht luid) “Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen de mens Jacobs, het was geen persoonlijke kwestie. Hij was gewoon mijn trainer en net zoals er bazen zijn die sommige werknemers negeren omdat ze hen niet genegen zijn, zo had ik een koele relatie met Jacobs. Maar het kan perfect dat die mensen buiten het werk wel normaal tegen elkaar doen.”

Samenspelen met Jova

Aangezien Jovanovic geschorst was voor de terugwedstrijd tegen AEL hadden heel wat analisten jou aan de aftrap verwacht. Was je zelf verrast dat je toch op de bank startte?

“Weet je, ik heb al zo veel meegemaakt… Toen ik vernam dat ik niet zou starten, heb ik meteen de knop omgedraaid en hoopte ik op een invalbeurt. Die kwam er en ik denk dat ik daarin mijn waarde heb bewezen.”

Hoe voel je je wanneer je weer eens op de bank moet plaatsnemen? Teleurgesteld? Gefrustreerd? Boos?

“Ik wacht rustig af. Wat kan ik anders doen?”

De trainer noemde jou al snel ‘de vervanger van Jovanovic’. Wat vond je van die uitspraak?

“De trainer deed die uitspraak in juli, niets zegt dat hij daar in september nog achter stond. Milan Jovanovic is een geweldige voetballer en zonder twijfel mijn beste vriend in de spelersgroep. Waarom zouden we trouwens niet samen in de ploeg kunnen staan? We kunnen heel goed samenspelen. Of ben je ons doelpunt tegen OHL al vergeten? Tegen Genk speelde Jova me goed aan en gaf ik de assist voor het doelpunt van Massimo Bruno, dus het kan perfect.”

Ben je net zo goed op de linkerflank als op de rechterflank?

“Natuurlijk. Mijn rechter is mijn beste voet, maar ik kan ook aardig uit de voeten met links. Het maakt niet uit op welke flank je me zet. En dat geldt voor Jova net zo.”

Laten we jullie eens met elkaar vergelijken. Wie heeft de beste trap? Wie is het snelst? En wie is er op technisch vlak de sterkste?

( lacht) “Dat spelletje speel ik niet mee, hoor! We hebben allebei onze eigen troeven. Jova heeft ervaring te koop en een geweldige dribbel in de voeten. Daarbij, als je Profvoetballer van het Jaar en Gouden Schoen bent geweest, zegt dat genoeg, vind ik. Ik ben dan weer goed op vrijschoppen en corners.”

Het was ons al opgevallen dat jij steeds vaker de vrijschoppen trapt in plaats van Biglia.

Besnik Hasi heeft me ervan overtuigd dat ik ook op dat vlak mijn verantwoordelijkheid moet opnemen. Dat zei hij al toen Jacobs nog hoofdtrainer was. Al botste ik wel al een aantal keren op mijn grenzen. Rechtstreekse vrijschoppen zijn mijn ding zo niet. Ik nam er nu al drie en miste ze alle drie. Daar moet ik dus nog wat op oefenen.”

Ontsnappen onmogelijk

Was het feit dat je niet geselecteerd werd voor het EK in eigen land tot nu toe de grootste teleurstelling uit je carrière?

“Helemaal niet. Dat is voorbij. Ik kijk altijd naar de toekomst. Zo zit ik in elkaar.”

Toen je in 2010 werd opgeroepen moet je toch gedacht hebben dat je een kans maakte?

“Ik heb uiteindelijk geen enkele wedstrijd gespeeld. Verder werd ik nog drie keer opgeroepen, maar ik was elke keer geblesseerd. Aangezien ik nooit meedeed bij Anderlecht was het ook moeilijk om echt aanspraak te maken op een basisplaats bij Oekraïne.”

Het is nog niet te laat voor een internationale carrière…

“Zeker niet. Ik ben nog maar 25. Als alles goed gaat, kan ik nog tien jaar voor de Oekraïense nationale ploeg spelen. Als ik goed speel bij Anderlecht moet ik mijn kans wel krijgen.”

Speelden er veel voormalige ploegmaats van jou op het EK?

“Wel een aantal, ja. Meestal jongens die ik nog ken van de nationale jeugdreeksen. Die doorliep ik helemaal tot de U21.”

Is jouw vader nog steeds trainer van de U21?

“Ja. Hij was al trainer toen ik daar nog zat. Onze enige wedstrijd samen was zijn eerste als trainer en mijn laatste als speler van de U21.”

Je bent geboren en getogen in Kiev, maar je bracht nog een jaar in Charkov door voor je naar België kwam. Charkov was niet bepaald de favoriete verblijfplaats voor fans en teams tijdens Euro 2012. Was het destijds ook voor jou een cultuurschok?

“Niet echt eigenlijk. Maar als je op je zestiende je gezin achterlaat om elders te gaan voetballen, sta je wel stevig in je schoenen, hoor. Dat de mensen die in Kiev logeerden tijdens het EK het naar hun zin hebben gehad, verbaast me niet. Kiev is een geweldige stad. Charkov is anders, maar er zijn heus wel ergere plaatsen. Je zou eens moeten weten wat ik dacht toen ik voor het eerst in Lier rondliep… Dat was nog wel andere koek. In Charkov wonen nog anderhalf miljoen mensen en is er altijd iets te doen. In Lier woonde ik op wandelafstand van het stadion en daar was verder echt niets. Tot overmaat van ramp had ik toen nog geen rijbewijs, dus van ontsnappen was geen sprake.”

Was dat de moeilijkste periode uit je leven?

“Waarom zou ik klagen? Ik heb er zelf voor gekozen om Oekraïne te verlaten om mijn kans in Europa te wagen.”

door pierre danvoye – beelden: imageglobe

“De laatste keer dat ik met Jacobs heb gepraat? Dat moet in 2009 geweest zijn.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier