‘Ik speelde dubbel voor het plezier’

Olivier Rochus: 'Ik besef het soms zelf niet, maar ik heb aan drie Olympische Spelen deelgenomen. Voor een kleine jongen van 1m65 is dat toch niet slecht, hé?' © BELGAIMAGE

Twintig jaar geleden stapten Olivier Rochus en Roger Federer samen het veld van Wimbledon op voor het juniorendubbel. Het avontuur was een doorbraak voor de eerste en een bevestiging van de ambitie van de tweede.

Olivier Rochus ontvangt ons bij hem thuis. Of toch bijna. Voor de gewezen nummer 24 van de wereld is het golfterrein een tweede thuis geworden. Een parcours van achttien holes tussen Nijvel en Ottignies verraadt de beginnende ambitie van een jonge gepensioneerde om voltijds en professioneel golfer te worden. Een opleiding van tweeënhalf jaar, dat kan ermee door voor wie gepassioneerd is. Bovendien weet Olivier Rochus zich wel opofferingen te getroosten, dat bewijst zijn tenniscarrière. De jongste van de broers Rochus heeft er altijd wat meer dan een ander voor moeten doen om te slagen. We blikken terug op zijn loopbaan.

Je had de grote gasten en dan had je de broertjes Rochus.’ Olivier Rochus

Iedereen weet nog dat je met Xavier Malisse in 2004 het dubbelspel won op Roland Garros. Minder mensen zijn op de hoogte van je winst in het juniorendubbel van Wimbledon in 1998 met Roger Federer. Welke herinnering heb jij daaraan?

Olivier Rochus: ‘Een foto op mijn gsm. Voor de rest niet veel. Ik zie Roger weinig. Wanneer ik hem toch eens tegenkom, praten we een kwartiertje maar verder gaat dat niet. Hij wordt voortdurend bevraagd, we hebben een ander leven. Maar ’t is een heel fijne kerel.’

Vind je ook niet dat Malisse en Federer veel gelijkaardige kwaliteiten hebben, maar dat die laatste zijn tekortkomingen, vooral de mentale, heeft kunnen uitvlakken. Hij is sereen en zelfzeker. Xavier gaf altijd de omgekeerde indruk.

Rochus: ‘Tussen zijn 18 en 20 jaar is Roger helemaal veranderd. Toen hij 17 was, kreeg hij soms nog onredelijke woede-uitbarstingen. Op een dag besefte hij dat hij daarmee moest ophouden, dat hij een voorbeeldfunctie had. Hij is dan een echte gentleman geworden.’

Toen jij in 1998 Wimbledon met hem won, stond je rond plaats 600 op de ATP-ranking en had hij alleen nog maar bij de junioren gespeeld. Hij was dus eigenlijk een laatbloeier?

Rochus: ‘Niet echt, hoor. Toen ik 14 was, klopte ik hem nog gemakkelijk en ik niet alleen. Tommy Robredo of Feliciano López bijvoorbeeld. Toen ik 16 was, speelde ik de halve finales op Wimbledon en Roland Garros en dat jaar had ik hem geklopt in drie sets. Maar hij ging enorm snel vooruit. Toen ik zeventien was, verloor ik in drie weken tijd drie keer op rij van hem, zonder één set te winnen. Drie jaar later stond hij al in de top 10 van de wereld.’

Jouw carrière lijkt te bestaan uit historische wedstrijden, onvergetelijke zeges en wrede nederlagen. Je leek jezelf te overstijgen in de grote matchen.

Rochus: ‘Ik besef het soms zelf niet, maar ik heb aan drie Olympische Spelen deelgenomen. Voor een kleine jongen van 1m65 is dat toch niet slecht, hé? Nadien zijn er wel dompers geweest, vooral mijn achtste finale op de US Open in 2004 tegen Dominik Hrbaty. Ik stond 2-0 voor en op één game van de kwartfinales, maar het werd een vijfsetter en ik kreeg daarin krampen. Het verhaal van mijn carrière…’

Door je gestalte moest je veel inspanningen leveren. Is het niet frustrerend om geregeld een speler uit de top 10 van het veld te spelen, maar in het zicht van de meet te falen?

Rochus: ‘Ik won weinig gratis punten met mijn opslag, maar ik had een goeie vista. Je had de grote gasten en dan had je de broertjes Rochus. Wij moesten variëren met sliceballen, dropshots… Het probleem is dat je wedstrijden verliest waarin je veel sterker bent, maar 24 aces slikt. Dat is een volledige set met alleen aces! Ik herinner me een match tegen Marat Safin op Roland Garros. Opeens begint die voluit te serveren. Twee sets met 216 per uur… Marat was afgesteld op 216 per uur, onvoorstelbaar! Op cruisecontrol stuurde die zijn bommen. Geen kans om te breken. Niks tegen te doen. In 2005 deed hij hetzelfde op de Australian Open, die hij toen won. Ik verloor nochtans maar met 4-6, 7-6, 7-6, 7-6 en nadien won hij het toernooi met de vingers in de neus. Ik was destijds met Lleyton Hewitt, David Ferrer en Federer een van de beste baselinespelers van het circuit. Had ik een opslag van 185 per uur gehad, dan had alles er anders uitgezien.’

In 2004 won Olivier Rochus samen met Xavier Malisse het dubbeltoernooi van Roland Garros.
In 2004 won Olivier Rochus samen met Xavier Malisse het dubbeltoernooi van Roland Garros.© BELGAIMAGE

Door je uitzonderlijke techniek kon je geregeld schitteren in het dubbelspel en je opwerpen als de leider van de Belgische Daviscupploeg gedurende vijftien jaar. Je hebt met alle mogelijke partners samengespeeld: van Xavier Malisse, via Steve Darcis en Kristof Vliegen tot Ruben Bemelmans. En je broer ook niet vergeten. Wie paste uiteindelijk het beste bij jou?

Rochus: ‘Moeilijk te zeggen, we hadden allemaal een andere stijl, maar degene met wie ik me misschien het meest complementair voelde, dat was Steve. Maar ik heb met mijn broer ook twee ATP-finales gespeeld en ook met Kristof Vliegen mooie momenten beleefd. De meest regelmatige in de returns en de meest stabiele aan de opslag was natuurlijk Xavier. Daarom hebben we ook mooie resultaten behaald. Wij waren zowat de beste retourneerders van het circuit, allebei met een heel goeie techniek.’

Xavier Malisse werd in de Daviscup vaak wat mentale breekbaarheid verweten.

Rochus: ‘Hij slaagde er inderdaad niet in om zijn beste tennis te produceren in de Daviscup omdat hij gecrispeerd was. Dat is wat paradoxaal, want als je Xavier ziet, dan is hij altijd erg kalm en relaxt. Maar hij wilde het altijd heel goed doen voor zijn land en hij slaagde er niet in bevrijd te spelen. Hadden Xavier en ik op hetzelfde moment top kunnen zijn, dan hadden we gensters kunnen slaan.’

De link is snel gelegd met jullie overwinning in het dubbelspel op Roland Garros in 2004. Dat succes kwam eerlijk gezegd uit het niets. Hoeveel matchen hadden jullie samengespeeld vóór Parijs?

Rochus: ‘We hadden in geen maanden gespeeld. Toen we jonger waren, 15 of 16, speelden we vaak samen, nadien niet meer. Maar aangezien we goed overeenkwamen, zeiden we: waarom Roland Garros eens niet samen doen? Te meer daar het aansluitend de Olympische Spelen in Athene waren. Dat was een leuk vooruitzicht. Alleen kwam ik geblesseerd in Parijs en vertelde ik een uur voor het afsluiten van de inschrijvingen aan Xavier dat hij beter een andere dubbelspelpartner zou zoeken. Maar hij zei me: ‘Neen, maakt niet uit. Als ik speel, is het met jou. Het ergste wat kan gebeuren is dat we er in de eerste ronde uit liggen en dan gaan we golfen.’ Dus hebben we ons ingeschreven en speelde ik in de eerste twee rondes met een enorm verband rond mijn dij. Ik was meer een blok aan zijn been dan wat anders…’ ( lacht)

Het was het begin van een waanzinnig avontuur.

Rochus: ‘Ja. In het enkelspel ging ik eruit tegen Ferrer in drie sets. De eerste ronde in het dubbelspel wonnen we op de valreep, met 6-4 in de derde set. Na de eerste twee wedstrijden zei de kine dat ik mijn verband er mocht af laten. De ergste pijn was weg en ik had echt zin om die twee weken voluit te gaan. Met als gevolg dat we WoodbridgeBjorkman ( 2e reekshoofd dat jaar, nvdr) uitschakelden in de achtste finales, ElisRodríguez ( 9e reekshoofd dat jaar, nvdr) in de kwartfinales en BhupatMirny ( 3e reekshoofd dat jaar, nvdr) in de halve finales. Allemaal ongelooflijk sterke duo’s. De finale speelden we tegen LlodraSantoro ( 6e reekshoofd dat jaar, nvdr) op Court Lenglen voor honderden Belgische supporters. Geweldig! Het stomme is: op de Spelen in Athene vallen we in de eerste ronde op … Santoro en Llora! Er stond verschrikkelijk veel wind, we konden amper de bal opgooien en we moesten tot acht uur wachten om te spelen. En Xavier was in de eerste ronde van het enkelspel uitgeschakeld door Michail Joezjny, die was gedegouteerd. Enfin, de magie heeft niet lang geduurd…’ ( lacht)

Besef je dat je veertien jaar na datum voor de Belgen de man blijft die ooit met Xavier Malisse het dubbelspel van Roland Garros gewonnen heeft?

Rochus: ‘Ja, dat is bizar. Want het lijkt echt of de mensen alleen dat onthouden hebben van mijn carrière. Ik was top 25, stond dertien, veertien jaar in de top 100, speelde tien finales in het enkelspel alleen al, maar wat men zich herinnert, dat is die zege in het dubbelspel. Terwijl ik het dubbel eigenlijk altijd gewoon voor het plezier heb gespeeld…’

‘David kende geen stress’

In 2014 nam je afscheid. Een jaar later speelde België zijn tweede Daviscupfinale ooit, in Gent tegen het Groot-Brittannië van Andy Murray. Ongelukkige timing, niet?

Rochus: ‘Tja, ik heb vijftien jaar Daviscup gespeeld en ik ben net op het verkeerde moment gestopt… ( lacht) Maar er is absoluut geen frustratie bij, hoor. Ik heb vijftien mooie jaren gekend, ik heb nooit een wedstrijd gemist en ik meen te mogen zeggen dat ik enkele sterke emoties heb beleefd in de Daviscup. En je moet ook eerlijk zijn: soms heb je wat geluk nodig om resultaten te halen in de Daviscup.’

Wat kwam jullie generatie tekort om dezelfde resultaten te halen als de huidige?

Rochus: ‘Om te beginnen hadden we geen speler zoals David Goffin, die bijna altijd goed is voor twee punten per weekend. Ik herinner me nog zijn debuut in de Daviscup ( in 2012 in Glasgow tegen Groot-Brittannië, nvdr). Hij had net een challenger gewonnen in Guadeloupe. Hij kwam totaal ontspannen aan, zonder enige stress. Voor zijn eerste match zag ik dat hij zich bijna niet opwarmde. Ik ging hem vragen of alles oké was en hij antwoordde me: ‘Ja, hoor, ik voel me prima, maak je geen zorgen. Als ik deftig speel, dan zouden het drie setjes moeten worden.’ Resultaat: 6-4, 6-3, 6-4! Hij verloor niet één keer zijn service in de hele match. Ik weet nog dat hij bij 2-0 naar mij keek en knipoogde. Een echte machine. Wij stonden met meerderen in de top 50, maar we hadden niet de regelmaat van die jongen. Ons team was homogener, maar de tennisgeschiedenis toont aan dat je de Daviscup maar moeilijk kunt winnen zonder een echt grote speler die de rest meetrekt. Dat zag je in 2015 met het Engeland van Andy Murray, die drie punten pakte per weekend.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier