“De meeste Syriërs zijn moslim,” zegt Sanharib Malki, “maar wij zijn christen. Het was meer dan twintig jaar geleden dat er nog een christen voor de Syrische nationale ploeg had gespeeld. Dat heeft mee mijn keuze bepaald. De christenen in dit land en de Arameeërs in het bijzonder zijn erg trots op mij. Ik wil hen waardig vertegenwoordigen.”

Tegelijk met Malki zijn nog twee Arameeërs nieuw in de selectie. Louai Chenko en Ilyas Merkes voetballen allebei in Zweden: Chenko bij Hammarby IF en Merkes bij Assyriska Föreningen. Dat laatste is een door uitgeweken Assyriërs – de verzamelnaam voor de verschillende stromingen Syrische christenen – opgerichte club die momenteel aan de leiding staat in de Zweedse tweede klasse. Haar bekendste exportproduct is Kennedy Bakircioglü, sinds vorige zomer onder contract bij Ajax.

“Ik heb er getest toen ik nog bij Union speelde”, zegt Malki. “Eigenlijk deed ik het vooral om mijn familie te kunnen bezoeken. Mijn grootouders van moederszijde wonen in Göteborg en de oudste broer van mijn vader nabij Stockholm. Ik heb ook familie in Duitsland, Nederland en New York. Een beetje overal dus.”

Een paar maanden geleden kreeg hij de vraag om met een Aramese ploeg deel te nemen aan het officieuze WK voor niet-erkende staten, maar dat legde hij naast zich neer. De keuze ging tussen België en Syrië. Op 16 mei 2008 reisde hij af naar Damascus om de vriendschappelijke interland Syrië-Irak bij te wonen. Het was zijn eerste terugkeer naar zijn geboorteland in achttien jaar en zijn allereerste kennismaking met het Syrische voetbal. Hij bleef er drie dagen in het gezelschap van zijn vader en oom Konstantin.

“Vijfhonderd mensen stonden me in de luchthaven op te wachten. Er waren bloemen voor mij en mijn vader. Iedereen was blij. Maar het was een vreemde ervaring. Ik voelde me zoals jij je hier voelt: een vreemdeling. De mensen zien het ook aan mij: aan hoe ik gekapt ben of gekleed loop. Syrië is nieuw voor mij. Ik ben opgegroeid in België en spreek ook nauwelijks Arabisch. Dus voel ik me meer op mijn gemak in België, wat normaal is: ik heb er het grootste deel van mijn leven doorgebracht.”

Na drie dagen Damascus vertrok Malki als nieuweling met de Rode Duivels op stage naar Malta. “We speelden een oefenwedstrijd, wonnen met 2-1 en ik scoorde. Ik verwachtte me aan een selectie tegen Italië, maar toen bleek ik pas vierentwintigste man te zijn. Voor mij was dat een teken dat de coach niet op mij rekende. Jammer, want België heeft offensieve problemen en ik ben toch één van de beste Belgische aanvallers. Ik was ontgoocheld. Als ik tegen Italië bij de achttien had gezeten, was ik nu een Belgisch en geen Syrisch international. Zelfs al had ik maar op de bank gezeten. Zeker weten. Maar niemand heeft me achteraf gebeld, dus blijkbaar missen ze me niet. Als je dat vergelijkt met de mensen hier in Syrië: die bleven mijn vader maar opbellen. Zij gaven mij het gevoel dat ik belangrijk was.”

En dus keerde Malki eind mei terug naar Damascus voor de WK-kwalificatie-interland op 2 juni tegen Koeweit. Syrië won (1-0), maar spelen deed hij niet: de Aziatische voetbalfederatie kreeg zijn papieren niet tijdig in orde gebracht. “Omdat hij een christen is”, vermoedt Benibal boosaardig opzet. Drie bussen fans uit Qamishli maakten tevergeefs de tien uur durende busreis naar de hoofdstad. Zes dagen later kwam dan de verplaatsing naar Koeweit, zijn late invalbeurt als debuut en de nederlaag (4-2). En afgelopen zaterdag het pijnlijke thuisverlies tegen de Verenigde Arabische Emiraten (0-2) en opnieuw slechts een invalbeurt. In Qamishli zijn de discussies al losgebarsten: “Moest hij daarvoor dat hele eind van Europa naar hier komen?”

Op 22 juni staat de laatste groepswedstrijd op de kalender. Alleen als Syrië in Abu Dhabi wint van de Emiraten, gaat het naar de laatste kwalificatieronde. Een play-off met tien landen, waarvan er vijf naar Zuid-Afrika mogen. “Vijftig procent kans dus. Syrië was nog nooit op een WK. Ik hoop dat het ons lukt. En dat ik speel, ja.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier