Hij is even oud als Thibaut Courtois, speelt op dezelfde positie en groeide ook op in een gezin waar volleybal op de eerste plaats kwam, maar verder wil de huidige nummer een van Anderlecht vooral zijn eigen weg inslaan.

Thomas Kaminski vervangt momenteel met succes de geblesseerde Silvio Proto in doel bij Anderlecht en vorige week tekende hij nog voor vijf jaar bij. Nochtans heeft hij het er niet altijd even gemakkelijk gehad.

Je mag het straks tegen PSG en het duo Ibrahimovic-Cavani opnemen. Ben je er klaar voor?

Thomas Kaminski: “Het is een droom die uitkomt. Vroeger kon ik enkel op de PlayStation tegen hen spelen, deze keer is het voor echt. Het is nu aan mij om ook op het niveau van de Champions League te tonen wat ik waard ben. PSG is toch een echte sterrenparade. En Zlatan Ibrahimovic staat daar dan nog eens boven. Ik heb onlangs zijn boek nog gelezen.”

Wat heb je daarvan onthouden?

“Vooral zaken die ik voor mezelf kan toepassen: nooit van iemand bang zijn, veel zelfvertrouwen hebben en in alle omstandigheden mentale sterkte tonen.”

Tegen Olympiacos moest je drie goals slikken van Kostas Mitroglou. Klein bier vergeleken met Ibra. Wordt deze Cham-pions Leaguecampagne een droom of eerder een nachtmerrie?

“Er zit wat van beide in. De match tegen Olympiacos was verschrikkelijk frustrerend. De Grieken hadden over de hele match maar drie kansen, maar het waren wel drie goals.”

Was het een goede zaak dat je pas op het laatste nippertje wist dat je zou spelen?

“Ik heb zelfs niet de tijd gehad om zenuwachtig te worden. Goed 20 minuten voor de aftrap vertelde John van den Brom me dat Silvio zich geblesseerd had en dat ik me intensiever mocht beginnen op te warmen. Ik ben de keeperstrainer dan gaan opzoeken, die me vertelde dat ik zou starten.”

Op het moment dat jij in de ploeg kwam, had Anderlecht een van de slechtste verdedigingen uit zijn moderne historie.

“Dat brengt wel wat druk met zich mee, maar ik probeer dat van me af te zetten en daar niet te veel aan te denken.”

Als het tegen PSG niet goed afloopt, volgt er vier dagen later nog een herkansing: jullie krijgen dan Standard op bezoek.

“We hebben een kentering nodig en daar is geen beter recept voor dan een topwedstrijd. Als we goed presteren tegen PSG kan dat ons zelfvertrouwen weer de hoogte in stuwen.”

Het is de eerste clásico uit je carrière, hoe ga je je daarop voorbereiden?

“Zoals voor elke andere match: heel rustig. Stress is voor mij nooit een probleem geweest. Ik voel me nog steeds als een klein jongetje als ik het veld op stap, zelfs als we voor veel publiek spelen en er veel op het spel staat.”

Gebroken been

Je bent net als Thibaut Courtois doelman, jullie zijn in hetzelfde jaar geboren en jij komt ook uit een familie waar volleybal centraal stond. Hebben jullie verder nog iets gemeen?

“Nee, daar houdt de gelijkenis op. Thibaut Courtois is een geweldige keeper, maar ik wil mijn eigen parcours afleggen.”

Courtois zegt dat hij het een en ander heeft opgepikt uit het volleybal. Jij ook?

“Daar heb ik de sport niet lang genoeg voor gespeeld. Ik heb samen met mijn tweelingbroer wel enkele trainingen gevolgd, maar in onze leeftijdscategorie kon je toen nog geen volleybal in competitie spelen. Zonder wedstrijd in het weekend was het plezier er voor ons snel af. En dus zijn we maar beginnen te voetballen.”

Waarom ben jij doelman geworden en je broer verdediger?

“Ik ben ooit als flankspeler begonnen, maar ik viel de hele tijd omdat ik niet sterk genoeg was in de duels. Mijn broer is begonnen als spits. Hij had een goeie techniek, was kopbalsterk en scoorde veel, maar hij was net niet snel genoeg. Daarom hebben ze hem in de verdediging gedropt. Hij heeft het tot de Gentse beloften geschopt, maar net toen hij zijn eerste profcontract wilde tekenen viel hij geblesseerd uit. Hij heeft daarna nog in lagere klassen gespeeld, maar sinds dit seizoen is hij er volledig mee opgehouden. Het grootste verschil tussen mijn broer en mij? Hij is nooit bezeten geweest van een carrière als prof. Toen ik nog in de basisschool zat, zei ik de onderwijzers al dat ik later profvoetballer wilde worden.”

Op je vijftiende lag er een contract voor je klaar bij Arsenal.

“Klopt, ik ben naar ginds getrokken voor een stage en Arsenal heeft me toen een contract voorgelegd. Zelfs na die stage heeft de club me nog meermaals uitgenodigd om naar wedstrijden te komen kijken. Dat aanbod zadelde me wel met een dilemma op. Wilde ik een van de vele jongeren worden bij Arsenal of mijn kans wagen bij Beerschot, waar ik onmiddellijk een profcontract kon tekenen als derde doelman? Ik heb uiteindelijk voor Beerschot gekozen, omdat dat de eenvoudigste weg leek.”

Ooit spijt gehad van die keuze?

(denkt na) “Arsenal blijft toch Arsenal. Vorig jaar heb ik er vaak aan teruggedacht, zeker toen ik maar niet van de bank raakte bij Anderlecht.”

Simon Mignolet is vrij jong naar Engeland vertrokken en kijk waar hij nu staat.

“Klopt, maar voor zijn vertrek had hij zichzelf al voldoende bewezen in België. Dat was bij mij niet het geval. Mijn keuze was ook niet enkel sportief. De hele familie had mee moeten verhuizen en op dat moment hoopte mijn broer nog op een profcarrière in België.”

Hoe heeft Arsenal je proberen te overtuigen?

“Ze wilden mijn vader aan het werk zetten als scout, ook al heeft hij zelf geen verleden in het voetbal. De bedoeling was dat hij spelertjes zou gaan scouten in Polen. Ik vond dat een goed plan. Het lijkt misschien bizar om zo’n beroep aan een ex-volleyballer te geven, maar hij heeft een goed oog voor talent en heeft veel contacten binnen de Poolse topsport. Hij weet dus waar hij over praat. Als hij zijn discipline niet had overgezet op mij, had ik vandaag allicht geen carrière. Als ik hem vroeg of ik mocht uitgaan met mijn vrienden, zei hij nooit dat dat niet mocht, hij zei: ‘Oké voor mij, maar ik breng je morgen niet naar de wedstrijd, je neemt de trein maar.’ Ik had de les snel begrepen. Hij heeft me ook nooit gespaard, daar heb ik wel enkele verhalen over. Af en toe speelden we badminton in de sportzaal van de school waar mijn moeder leerkracht was. Hij werd telkens kwaad als ik verloor: ga maar naar de klas van je moeder, ik wil je niet meer zien voor vanavond!”

Dat is nog erger dan Daniel Van Buyten, die thuis tractorbanden moest trekken in zijn tuin.

“Het was zwaar. Op mijn dertiende heb ik op een domme manier mijn voet gebroken, terwijl we voetbal speelden op de speelplaats. Mijn vader was woest. Het kon er bij hem niet in dat ik me geblesseerd had door met vriendjes te spelen terwijl hij speciaal gestopt was als volleybalcoach om me elke dag naar de training te brengen. Hij heeft me daarna twee weken lang niet aangesproken. Zodra ik uit het gips mocht, zei hij:’Nu begint het echt.’ Hij kwam me ’s morgens vroeg wakker maken om me mee te nemen naar een park, voor de school begon. Ik vroeg hem om me te laten slapen, ik had nog steeds pijn aan mijn voet, zelfs gewoon stappen lukte nauwelijks, maar hij liet me hellingen op lopen terwijl hij naast me fietste. Ik moest er bijna van huilen, maar ik ben er wel sterker uit gekomen. Mijn vader heeft me zijn denkwijze doorgegeven: om te slagen moet je meer doen dan de anderen. Hij heeft zelf een carrière op het hoogste niveau achter de rug: Pools international, in Duitsland gespeeld… Maar hij heeft me vaak gezegd hoe lastig hij het had toen hij voor het eerst in België aankwam. Andere spelers waren al lang tevreden als ze tien punten scoorden op training, als buitenlander was hij verplicht om er elke keer twintig te maken.”

Seizoen om snel te vergeten

Bij Beerschot was je enkele jaren geleden ook al de doublure van Proto. Je hebt hem toen zelfs eens enkele minuten vervangen in de competitie.

“Het was de allerlaatste wedstrijd van het seizoen. Hij heeft toen zelf om die wissel gevraagd, terwijl hij nochtans niet geblesseerd was. Hij zei me toen: we hebben een jaar lang goed samengewerkt, nu is het eens aan jou.”

Jullie zijn intussen herenigd bij Anderlecht, hoe is jullie band vandaag?

“We werken alle twee hard en hij geeft me af en toe advies. Het is een gezonde relatie, maar we blijven toch concurrenten.”

Proto is nog relatief jong, keept sterk, is enorm graag gezien op Anderlecht en is bovendien zelden geblesseerd of geschorst. Hoe krijg je zo’n monument van zijn sokkel?

“Dat is heel moeilijk. Ik moet gewoon bevestigen wat ik nu al een paar weken toon: dat de ploeg op mij kan rekenen.”

Je bent ook geen groentje meer. Je hebt er al een zestigtal matchen in eerste op zitten met Beerschot en OHL. Is dat extra frustrerend als je een heel jaar niet van de bank raakt?

“Vorig jaar was echt heel zwaar. Een seizoen om snel te vergeten.”

Je bent anders wel kampioen geworden…

“Neen. Ik voel me geen kampioen, die titel van vorig seizoen is niet van mij. Ik heb maar één match gespeeld in de competitie en twee in de beker. Dat deed elk weekend weer pijn. Het lukte maar niet om mezelf in te prenten dat het al niet slecht was om op de bank te zitten bij Anderlecht.”

Je wist toch dat Proto hier titularis was en dat hij niet meteen van club zou veranderen?

“Natuurlijk, maar je moet mijn keuze ook zien als een teken van ambitie. De keuze was snel gemaakt tussen Beerschot en een ploeg die elk jaar meespeelt voor de titel. Beerschot wilde me trouwens niet meer, ze wilden Stijn Stijnen in mijn plaats.”

Je had het jezelf veel gemakkelijker kunnen maken als je in januari naar Club Brugge was gegaan. Wilde je zelf de overstap maken?

(na een lange zucht) “Ik had vooral zin om te spelen, maar van Anderlecht naar Brugge, dat ligt toch gevoelig. En Anderlecht is al van kinds af mijn club. Toen ik nog een kleine jongen was, droomde ik er al van om hier te spelen. Ik heb nog foto’s liggen waarop ik poseer met OlivierDeschacht, Besnik Hasi en Marcin Wasilewski.”

Nochtans liet je vorig seizoen in elk interview je ongenoegen blijken.

“Ik wilde gewoon verandering zien in mijn situatie. Vandaag vertelt de coach me dat hij vertrouwen in me heeft, maar vorig jaar had ik het gevoel dat hij me niet in doel durfde te zetten. Mijn ouders waren ook ontgoocheld. Mijn vader was er elk weekend ziek van om me op de bank te zien zitten. Hij praatte zelfs niet meer met me.”

Bij de Beloften hetzelfde liedje: je krijgt positieve kritieken, je zit altijd bij de groep, maar je speelt niet, omdat Colin Coosemans daar de vaste nummer een is.

“Daar wil ik het liever niet te veel over hebben.”

Is het even lastig als op de bank zitten bij Anderlecht?

“Nog lastiger. Maar de trainer kiest, meer valt daar niet over te zeggen.”

Denk je dat er nog verandering in zit?

“Het moet echt veranderen, anders…”

Je bent 14 keer opgeroepen en hebt 5 matchen gespeeld, dat is 30 procent van de speeltijd.

“Dat is twee keer niets! Daarbij, in september mocht ik starten tegen Noord-Ierland en ik heb toen echt een sterke wedstrijd gespeeld.”

Ben je niet bang van een carrière zoals die van Michaël Cordier bij Anderlecht? Hij heeft zich te snel neergelegd bij een plek in de schaduw van Silvio Proto.

“Dat zou ik nooit doen. Daar heb ik te veel ambitie voor.”

Van jouw generatie, jongens geboren in 1992, speelt Thibaut Courtois in Spanje en bij de Rode Duivels, Koen Casteels zit in de Bundesliga en bij de Duivels en Colin Coosemans is titularis in de Jupiler Pro League en bij de Beloften. Denk je nooit: ‘En ik dan?’

“Elke ochtend sta ik om 8 uur in Neerpede. Een uur voor we daar verwacht worden. Om stabilisatieoefeningen te doen, om in de fitness te zitten, om te stretchen… Dat is een keuze die je maakt, maar je moet er wel karakter voor hebben. Mijn doel is duidelijk: ik wil de nummer 1 worden bij Anderlecht en de Beloften.”

DOOR PIERRE DANVOYE – BEELDEN: IMAGEGLOBE

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier