Ontmoeting met de nog altijd maar 26-jarige ex-keeper van de Rode Duivels, die zonder verpinken over de Tsjetsjeense maffia, geld, Ford Genk, zijn slechte reputatie en dwaze geruchten praat.

Oud-Heverlee Leuven en Logan Bailly, is dat niet een beetje zoals water en vuur proberen te verenigen? Aan de ene kant heb je een club die op een intelligente manier stappen zet in eerste klasse, aan de andere kant een keeper die bekendstaat om zijn kamikazeachtige interventies, zijn serieuze dosis waanzin, zijn excentrieke kapsels en zijn snelle wagens. We ontmoeten hem op het oefenterrein van OHL, in de bossen van Oud-Heverlee. De doelman praat er honderduit over hoe hij van international en toekomstige Bundesligavedette afgegleden is naar de Zwitserse anonimiteit van Neuchâtel Xamax en het delirium van een maffiose voorzitter. Bailly neemt rustig de tijd en laat zich door niets afleiden, zelfs niet door de constante telefoontjes van zijn goeie vriend Olivier Renard.

Hoe voel je je vandaag?

Logan Bailly: “Almaar beter. Ik speel elke wedstrijd en ik voel dat ik aan kracht win. Ik zit tegenwoordig goed in mijn vel en ik denk dat je dat ook op het veld kan zien.”

Wat was tot nu toe de beste periode in je carrière?

“Mijn laatste seizoen bij Genk toen we in 2007 vicekampioen werden, en het seizoen daarna, mijn eerste seizoen bij Mönchengladbach. Ik kan niet zeggen hoeveel procent ik nog moet verbeteren om opnieuw dat niveau te halen, maar ik voel wel dat ik daar geleidelijk aan naartoe groei.”

Wat is daarbij de inbreng van trainer Ronny Van Geneugden?

“Die is enorm groot. Ik waardeer hem heel erg als trainer, maar ook als mens. Hij was bij Genk al mijn trainer bij de jeugd en toen ik prof werd, maakte hij deel uit van de staf. Hij heeft bij mijn overstap naar OHL de balans in mijn voordeel doen overslaan.”

Klopt het dat jullie een soort pact hebben gesloten met elkaar: jij moet Leuven naar een zo hoog mogelijke positie in de rangschikking leiden en hij moet je helpen om opnieuw bij de nationale ploeg te raken?

“Dat is niet echt een pact. We hebben gewoon gezegd dat we samen naar een bepaald doel moesten toewerken. En Ronny is echt de geknipte persoon om de carrière van iemand opnieuw te lanceren. Hij heeft dat ook bewezen met Jordan Remacle en nu ben ik aan de beurt.”

Je doel op lange termijn is dus om opnieuw Rode Duivel te worden?

“Ik verberg niet dat dat een van mijn grote ambities is. Ik weet natuurlijk ook wel dat de drie doelmannen die de bondscoach nu oproept een erg hoog niveau halen. En de opvolging staat ook al klaar, want Koen Casteels is zijn weg aan het vinden in Duitsland. Ik moet gewoon opnieuw mijn allerhoogste niveau halen zoals enkele jaren geleden. Die kwaliteiten kan ik niet kwijt zijn. Daarna zien we wel.”

Kampte je vooral met mentale problemen?

“Absoluut. Juist daarom had ik ook nood aan een rustige en gezonde club, waarbij ik het vertrouwen kon krijgen. Ik heb nu net mijn contract met één seizoen verlengd tot in juni 2014. Hier vind ik de nodige stabiliteit.”

Je had nood aan een kleine familiale club om opnieuw op niveau te raken?

“Ja, bij OHL verloopt alles heel gemoedelijk. Van druk is er nauwelijks sprake. Ik had er echt nood aan om de zware druk van de laatste twee jaar achter me te laten. Ik moest ook dringend opnieuw mijn imago oppoetsen en sportief weer op een hoger niveau raken. Daarom heb ik een tijdje niet met de pers gesproken, want voordien hadden de media mij niet gespaard. Maar goed, dat was voor een stuk ook mijn eigen fout, want het spreekwoord klopt natuurlijk: waar rook is, is vuur…”

Zwitserland en de maffia

Beschouw je je terugkeer naar Genk in januari van dit jaar als een mislukking?

“Nee, helemaal niet. Ik had een heel jaar niet gespeeld en ik kwam van het Zwitserse Neuchâtel Xamax, een club die volledig de pedalen kwijt is. Ik moest terugkeren naar België, want om het maar eens ordinair te zeggen: ik zat flink in de shit. Financieel, want ik was al maanden niet meer betaald, en natuurlijk zat ik ook sportief in een complete impasse. Vooral mentaal vond ik dat allemaal bijzonder moeilijk. Ik speelde niet, de voorzitter had me compleet in zijn greep en in twee maanden tijd waren er drie verschillende trainers. Dat was allemaal nogal speciaal.”

Kende je, voor je in Zwitserland tekende, de kwalijke reputatie van de Tsjetsjeense eigenaar Boelat Tsjagajev?

“Totaal niet. Ik had een gesprek gehad met de technisch directeur van de club en die had een goede indruk op me gemaakt. De assistent-trainer was Sonny Anderson (42-jarige ex-spits die bij onder meer FC Barcelona en Olympique Lyon gespeeld heeft, nvdr) en Jean-Luc Ettori (57-jarige ex-doelman van AS Monaco, nvdr) was keeperstrainer. Dat zijn toch namen die vertrouwen inboezemen? Jammer genoeg raakte ik al snel geblesseerd. Maar toen ik de trainingen kon hervatten, voelde ik me snel weer in goede conditie. Daarna kreeg ik echter de niet mis te verstane boodschap dat het bestuur niet wilde dat ik zou spelen.”

Over Tsjagajev hebben we de gekste verhalen gelezen. Hij zou met wapens hebben rondgelopen en zelfs spelers hebben bedreigd. Klopt dat?

“Ja, hij was duidelijk een maffiafiguur. Hij was altijd vergezeld van een aantal lijfwachten. Ik heb hem inderdaad spelers horen bedreigen. Maar omdat ik niet speelde, had ik eigenlijk niets te vrezen. En uiteindelijk geloof ik ook niet dat hij echt iemand neergeschoten zou hebben. Mijn entourage drukte me wel op het hart niets verkeerd te doen, omdat hij anders mijn contract had kunnen verbreken. Drie maanden aan een stuk ben ik elke dag gaan trainen en voerde ik altijd braafjes uit wat men me opdroeg. Op een dag vroeg men me om de lijnen te kalken en dat heb ik ook gedaan. Ik wist dat ik, als ik gehoorzaamde, uiteindelijk aan het langste eind zou trekken, ook bij de FIFA, want ik heb nog een pak geld te goed. En vroeg of laat zal ik dat ook krijgen. Daar ben ik vrij zeker van.”

Dat je in Genk niet dadelijk een goede indruk maakte, is dus te wijten aan het korte verblijf in Zwitserland?

“Zeker en vast. Fysiek was ik wel goed, maar ik miste matchritme. Dat krijg je alleen door te spelen. Door de blessure van László Köteles moest ik ook vrij snel aan de bak. Mentaal was ik daar echter niet klaar voor. Dat is allemaal moeilijk uit te leggen. Ik heb mezelf dan maar voorgehouden dat ik gewoon mijn best moest doen, dat ik uiteindelijk ook geen superman ben.”

Op een bepaald ogenblik in je carrière was dat nochtans je bijnaam…

“Ja, maar nu ben ik dat niet meer. (lacht) Ik ben gewoon Logan Bailly. Ik heb geleerd om geen stappen over te slaan en match na match te proberen weer mijn niveau te halen. Op het einde lukte dat toch alweer vrij aardig.”

Ford Genk en luxewagens

Had je bij Genk willen blijven?

“Op het einde van het seizoen wel. Uiteindelijk is dat de club van mijn hart. Ik ken er iedereen, van de terreinverzorger tot de voorzitter. En ook honderden supporters. Mijn schoonfamilie is ook van daar en ik kom er ook regelmatig want ik woon nu in Maasmechelen. Ik was bij Genk terug thuisgekomen en dus was ik gelukkig. Ik ben de club nog altijd heel dankbaar voor de nieuwe kans die ik er heb gekregen.”

Ben je geraakt geweest door de aangekondigde sluiting van Ford Genk?

“Dat spreekt voor zich. Ik ken enorm veel mensen die er werken, zoals mijn broer. Zelf ben ik ook een arbeiderskind. Ik heb dus heel veel begrip voor de moeilijkheden die al die mensen, die ontslagen worden, te wachten staan.”

Zelf heb je al op jonge leeftijd veel geld verdiend. Vind je dat, achteraf bekeken, gevaarlijk?

“Ja. Een jonge voetballer moet goed omringd zijn om met hoge bedragen te kunnen omgaan.”

En zelf mis je een degelijke omkadering?

“Het heeft geen zin dat ik anderen de schuld in de schoenen schuif voor het feit dat ik altijd mijn zin wilde doen. Ik heb van dat geld genoten en ook anderen laten genieten, maar het heeft geen zin daar nog veel over uit te weiden. Niemand kan de klok terugdraaien.”

Op een bepaald ogenblik verzamelde je luxewagens…

“Ik kocht inderdaad een chique wagen voor mijn vader, een voor mijn broer, een voor mijn vrouw en twee voor mezelf. Terwijl dat natuurlijk geen zin heeft. Maar ik had nu eenmaal iets met wagens, terwijl anderen liever mooie horloges kopen of graag ver op reis gaan. Ik keek gewoon niet naar hoeveel dat allemaal kostte.”

In welke periode was dat?

“Toen ik naar Duitsland verkaste. Ik verdiende bij Mönchengladbach nog veel meer dan bij Genk en ik was nog maar 23. Het voelde echt aan alsof ik de lotto had gewonnen. Uiteindelijk was het niet abnormaal dat ik daar maximaal van wilde profiteren. Ook veel andere mensen houden van mooie kleren en dure wagens en ik kon het me veroorloven alles te kopen waarin ik zin had. Maar nu besef ik dat ik toen heb overdreven en uit de bocht ben gegaan. Maar ja, het is door fouten te maken dat je kan leren.”

Ook sportief ging het je in Duitsland, zeker op het einde, niet voor de wind. Hoe ben je daarmee omgegaan?

“Ik kon dat moeilijk verkroppen. Op een gegeven ogenblik zat ik echt onder de grond. Uiterlijk was dat niet aan me te zien, want ik toon niet snel mijn emoties. Maar als je eerst de beste keeper van de Bundesliga wordt genoemd, als iedereen het al heeft over een transfer naar Bayern München en als je dan langs een achterpoortje moet vertrekken, is dat allemaal zwaar om te dragen. Ik had weliswaar nog een contract voor twee jaar, maar het ging niet meer. Gelukkig is mijn familie me altijd blijven steunen en heb ik in die moeilijke periode ook geleerd wie mijn echte vrienden zijn.”

Slaagde je erin om je sportieve problemen niet mee te nemen naar huis?

“Meestal wel. Alleen op het einde in Zwitserland niet meer. Ik heb toen aan mijn vrouw gevraagd dat zij terugkeerde naar België, want ik wilde niet dat alles wat ik meemaakte ook voor haar en de kinderen negatieve gevolgen zou hebben. Ik ben dus drie maanden alleen in Zwitserland gebleven, maar kreeg er regelmatig bezoek van mijn vader en mijn broers. Nu heb ik het gevoel dat ik daar op korte tijd erg rijp en volwassen ben geworden en dat ik voortaan mentaal wel tegen een stootje kan.”

Hoe verklaar je dat je op een gegeven moment de weg kwijt leek?

“Dat is moeilijk te zeggen. Door de slechte resultaten met Mönchengladbach raakte ik in een negatieve spiraal. Uiteindelijk heb ik alleen een flater begaan door een bal in eigen doel te boksen. Dat is geen moord hé. Ik weet nog altijd niet waarom de fans me dat zo kwalijk hebben genomen.”

Het Duitse magazine Der Spiegel publiceerde een berucht artikel over alles waar je geld aan verkwistte…

“Ik weet het. (zucht) Dat artikel was één lange leugen. De journalisten beweerden dat ze video-opnames hadden die aantoonden dat ik mijn geld vergokte in casino’s. Nu, ik heb veel fouten, maar ik ben gelukkig geen gokker. Ik heb nog nooit een voet in een casino gezet en ik heb nog nooit voor geld poker of black jack gespeeld.”

Het artikel had het ook over een beslag op je loon om je schulden af te bouwen…

“Ook dat was uit de lucht gegrepen. Net zoals het feit dat ik een Bentley gekocht zou hebben voor mijn vader. Want ik reed zelf met een Bentley, een leasingwagen trouwens. Wat wel waar was, was dat ik het binnenzwembad een heel jaar verwarmde op dertig graden. En wat dan nog? Ik betaalde dus een hogere factuur voor de verwarming, maar ik kon me dat veroorloven.”

Bad boy?

Geef je ondertussen minder uit dan vroeger?

“Ja, zeker en vast. Ik heb niet meer hetzelfde contract als in Duitsland, maar ik verdien nog altijd heel goed mijn boterham. Anders zou ik trouwens niet getekend hebben bij Leuven.”

Waarom denk je dat de Duitse media je zo fel op de korrel namen?

“Ik heb er geen idee van. Ik ben misschien een tikje extravagant, maar ik ben toch de enige niet. Ga eens een kijkje nemen op de parking van Mönchengladbach en je ziet de ene Lamborghini naast de andere Aston Martin staan. Eigenlijk gaven andere spelers nog veel meer uit dan ik aan auto’s…”

Heb je eigenlijk goede contacten overgehouden aan je verblijf in Duitsland?

“Ja, toch wel. Bijvoorbeeld met Marco Reus (nu bij Borussia Dortmund, nvdr) en Roman Neustädter (nu bij Schalke 04, nvdr). Gladbach is een fantastische club en ik ben blij dat ze het de jongste tijd zo goed doen. De Duitse competitie lag me ook goed, met het spectaculaire voetbal en de fantastische stadions.”

Vind je dat je nu dringend de verloren tijd moet goedmaken?

“Ik ben 26, maar ik heb inderdaad het gevoel dat ik niet te veel tijd meer mag verliezen. De komende jaren zullen beslissend zijn voor mij.”

Na de titel van Standard in april 2008 raakte je ook betrokken in een gevecht dat je problemen opleverde met het gerecht…

“Ik stond in een groepje met vier man dat werd geprovoceerd door een groep van vijf of zes kerels. Er vielen wat klappen langs beide kanten, maar de andere groep diende klacht in wegens slagen en verwondingen. Maar eigenlijk zijn dat kleinigheden die elk weekend gebeuren.”

Maar niet alle eersteklassespelers raken toch bij zoiets betrokken…

“Nee, maar ik ken ook heel wat spelers die een positieve alcoholtest aflegden als ze aan het stuur zaten, die veel te snel reden of die betrokken raakten in gevechten waar het grote publiek niet van afweet. Echt, er zijn er tientallen. Ik weet niet waarom de naam Bailly op de pers kennelijk hetzelfde effect heeft als een rode lap op een stier. Nu, slechte reclame is ook reclame…”

Maar je erkent wel fouten te hebben begaan?

“Uiteraard. Ik ben geen engeltje. Maar dat is nu eenmaal het leven. Sommigen zijn kalmer of leper dan anderen. Wat geweest is, is geweest. En trouwens, ik heb ook al heel wat klappen gekregen in het leven.”

Wat zou je anders doen als je kon herbeginnen?

“Niets. Als ik sommige dwaze streken nu niet had uitgehaald, was dat misschien later gebeurd. Als ik al dat geld op mijn 22e niet had uitgegeven aan dure wagens, had ik het misschien op mijn 30e gedaan om dan op mijn 35e helemaal geruïneerd te zijn. Het is een geluk dat ik nog zo jong was toen ik een aantal keren uit de bocht ben gegaan. Ik heb nu nog ruim de tijd om dat allemaal recht te trekken.”

DOOR THOMAS BRICMONT – BEELDEN: KOEN BAUTERS

“Op een dag vroeg men me bij Neuchâtel om de lijnen te kalken en dat heb ik ook gedaan.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier