De Portugese middenvelder Sergio Conceiçao verliet Porto en koos Standard boven aanbiedingen uit Frankrijk en Spanje. ‘Ik deed het uit vriendschap voor Luciano D’Onofrio.’

Vlak voor de wedstrijd tegen Charleroi stelde Standard Luik zijn nieuwste aanwinst voor : Sergio Conceiçao. Die leerde al meteen het passionele Standardpubliek kennen. “Een publiek met persoonlijkheid dat gelijk heeft om te fluiten bij een wanprestatie en dat applaudisseert als het draait. Dat is voor mij het bewijs dat ze van hun ploeg houden,” stelde de nieuwe rechtsmidden vast. “Drie maanden geleden onderging ik een operatie aan de rechterknie. Het is niet makkelijk om daarna weer de draad op te pikken. Ik ben geen superman. Je moet niet verwachten dat ik meteen voor een verdubbeling van de assists, de doelkansen en de goals zal zorgen. Maar ik voel me goed en klaar om de club te helpen zijn doelen te realiseren.”

Dat je Porto, de regerende Europese kampioen, verlaat voor Standard, doet de wenkbrauwen fronsen ?

Sergio Conceiçao : “Ik heb Porto op een vreemde manier verlaten. Ik blesseerde mij op de laatste speeldag van vorig seizoen aan de rechterknie. Ik deed er alles aan om terug te keren, ik nam zelfs een kinesist mee op vakantie. Maar twee dagen voor de hervatting van de trainingen, kreeg ik te horen dat ik niet in de plannen paste van de nieuwe coach, Luigi Del Neri. Ik was zelfs geen tweede keuze voor hem. Ik vind niet dat je een contract moet hebben waar in staat dat je moét spelen, maar ik wil toch op zijn minst met gelijke kansen starten. Als het is om wedstrijden vanuit de tribune te volgen, blijf ik liever thuis voor de televisie zitten. Om die reden heb ik besloten daar te vertrekken.”

Luigi Del Neri is ondertussen wel alweer ontslagen…

“Die dingen kunnen gebeuren in het leven, ik heb nergens spijt van. Zonder hem zat ik waarschijnlijk nog steeds in Porto. Hoewel ik vind dat de club iets erkentelijker mocht zijn voor mijn inzet.”

Gezien je palmares zul je wel meerdere aanbiedingen ontvangen hebben ?

“Er waren aanbiedingen uit Frankrijk en Spanje, maar uit vriendschap voor Luciano D’Onofrio opteerde ik voor Standard. Ik denk bovendien dat ik in een club als deze beter kan recupereren van de paar kleine blessures die ik vorig jaar had.”

Luciano D’Onofrio zorgde destijds ook al voor je transfer naar Lazio, waar Sven-Göran Eriksson je absoluut wilde en de club bijna 8 miljoen euro voor je neertelde. Hoe ben je zo goed bevriend geraakt met D’Onofrio ?

“Wij kennen elkaar al meer dan tien jaar. Ik wist dat hij deel uitmaakte van het Portobestuur toen die club in 1987 de Europacup won. Wij hadden gemeenschappelijke vrienden en op een dag, na een wedstrijd van Porto, kwamen we elkaar tegen. Nadien heeft hij mijn carrière vooruitgeholpen. In dat domein behoort hij tot de besten van Europa.”

Standard kan wel geen salarissen uitbetalen van 900.000 euro netto per jaar.

“Dat weet ik best. Dat zijn trouwens cijfers die niet meer actueel zijn. Misschien dat ze bij Juventus of Milaan nog dergelijke bedragen verdienen, maar het zijn er in ieder geval niet veel. Ik ben ook niet voor het geld naar hier gekomen, anders speelde ik nu wel in Spanje of Frankrijk. Ik zocht een club die me een zekere mentale rust kon geven. Manuel Dimas en Antonio Folha hadden mij goede dingen over Standard verteld. Dimas kon daardoor zelfs zijn plaats in de nationale ploeg heroveren en ging mee naar het Euro 2000. Ik weet dat deze competitie mij er, na mijn fysieke ongemakken, weer helemaal bovenop kan helpen. Zoals het een professionele speler betaamt, volgde ik alle Europese competities. Namen als Anderlecht, Club Brugge, Standard of Genk zijn mij niet onbekend. Het kampioenschap van België staat misschien niet zo hoog aangeschreven, maar ik schat het toch hoger in dan pakweg Zwitserland of Oostenrijk. De eerste speeldagen van deze campagne bevestigden mijn vermoedens : als je ziet dat een ploeg als Charleroi, dat omschreven wordt als kandidaat zakker, ons kan verslaan in eigen huis.”

Volgens de fysieke testen, zowel bij Lazio als bij Porto, hoorde je steeds bij de conditioneel sterksten van de ploeg. Hoe ver sta je momenteel ?

“Op 60 procent van mijn mogelijkheden. Ik dacht dat men hier minder hard zou trainen, maar in feite zijn de trainingen bijna gelijk aan die in Italië. Op kwantitatief niveau alleszins. Zoiets hangt natuurlijk af van de trainer. Sven-Göran Eriksson wilde bijvoorbeeld niet dat we te diep gingen, terwijl Hector Cuper dat juist wel verlangde.”

Stoort het je niet dat je constant moet verhuizen ?

“Ja, zeker voor mijn kinderen. Maar in feite moet ik God bedanken, want ik speelde altijd bij clubs met een hoog niveau. Ik ben van bescheiden komaf, ik zal bijvoorbeeld nooit vergeten dat wij vroeger soms met moeite een brood konden kopen. Dat vele verhuizen, vind ik uiteindelijk niet zo erg. Het belangrijkste is dat ik daardoor mijn gezin kan onderhouden. Voorlopig leef ik nog op hotel, samen met mijn vrouw en twee oudste kinderen. Niet zo prettig, maar normaal gezien zouden we ons eigen huis moeten hebben tegen het einde van deze maand.”

De familie zal wel belangrijk zijn voor iemand die zijn beide ouders al op jonge leeftijd verloor.

“Ik was 16 toen ik mijn moeder verloor en 18 toen mijn vader stierf. Ik heb me echter nooit eenzaam gevoeld, want vlak nadat mijn moeder overleed, ontmoette ik mijn huidige vrouw. Ze was toen amper 14 jaar, maar ondanks haar leeftijd slaagde ze erin om mij door de moeilijke momenten te helpen. Op een bepaald moment wilde ik zelfs stoppen met voetbal. Ik vraag mij soms af wat ik dan gedaan zou hebben, want je kon bezwaarlijk beweren dat ik verzot was op school gaan.”

Heb je dit jaar deelgenomen aan de pelgrimtocht naar Fatima ? Iets dat je naar verluidt elk jaar doet.

“Ik ben gelovig, maar ik praat daarover niet graag, dat is iets persoonlijk en ik zal nooit iemand zeggen dat hij of zij in God moet geloven. Ik hou er ook niet van dat men zoveel praat over mijn jaarlijkse deelname aan die pelgrimtocht. Een tocht van amper 300 of 350 meter, de afstand tussen de start en de heilige plaats, maar je moet hem wel op je blote knieën afleggen. Ik doe dat enkel voor mezelf. Het probleem is dat ik daardoor elk jaar op de eerste training verschijn met geschuurde knieën. Ik zei daar vroeger nooit wat over tegen de anderen, waardoor er heel wat geruchten circuleerden : zoals dat ik met mijn motorfiets gevallen zou zijn. Ik vertelde dan maar de waarheid en sindsdien zijn die hardnekkige roddels verdwenen. Toch heb ik niet graag dat men veel over dat aspect van mijn persoonlijkheid praat. Ik kan je wel verzekeren dat ik deze zomer niét heb deelgenomen, twee keer raden waarom ? !”

door Nicolas Ribaudo

‘Ik zal nooit vergeten dat wij vroeger soms met moeite een brood konden kopen.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier