De Senegalees van Anderlecht blikt terug op zijn snelle opgang en vergeet niet ook stil te staan bij de moeilijke momenten van zijn debuut in België. Gesprek met een man die ooit naar de Premier League wil.

C heikhou Kouyaté heeft al een hele weg afgelegd, maar niemand kan hem verwijten een dikke nek te hebben. Nochtans stond hij afgelopen zomer in het centrum van de belangstelling. Na een geslaagd olympisch toernooi mocht hij zich verheugen in de interesse van diverse topclubs uit de Premier League. Maar dat heeft hem helemaal niet veranderd. Hij loopt er nog altijd even ontspannen en met dezelfde brede glimlach bij. Hij weet goed dat velen hem zien als een balveroveraar die met zijn rijzige gestalte en zijn grote stappen enigszins doet denken aan Patrick Vieira, maar vorig seizoen was hij de beste verdediger van Anderlecht en hij lijkt in die centrale as van de defensie definitief zijn plaats te hebben gevonden. Hij doet het daar zo goed dat hij al bijna twaalf maanden onafgebroken bezig is voor zijn club en voor de nationale ploeg. “Ik heb inderdaad geen vakantie gehad”, zegt hij. “Na onze titel heb ik kwalificatiewedstrijden voor de wereldbeker gespeeld en dan ben ik meegegaan op stage met de olympische ploeg. En dadelijk na de Spelen ben ik weer naar hier gekomen. Voor rust was er geen tijd.”

Vrees je dan geen fysieke terugslag?

Cheikhou Kouyaté: “Toch wel. Het zou zelfs abnormaal zijn als die er niet kwam. Daarom rust ik heel veel en blijf ik zo veel mogelijk thuis.”

De kwalificatie voor de Champions League heb je dus niet gevierd?

“Neen, want drie dagen later stond al het belangrijke duel tegen Genk op het programma. En als ik feest heb ik drie dagen nodig om te recupereren.”

Je hebt nochtans de naam een grote sfeermaker te zijn. Is dat niet langer het geval?

“Toch wel. Mijn teamgenoten weten dat er veel minder sfeer is als ik er niet ben. ( lacht) En het is inderdaad jammer voor hen dat ze me de jongste maanden niet veel gezien hebben. Maar ik moet energie sparen, want ik speel nu echt alles, ook bij de nationale ploeg.”

Het is voor jou dus niet langer mogelijk om feesten en voetbal te combineren?

“Neen, tenzij we een week vrij hebben. In dat geval kan ik zeggen: ‘Gasten, ik ben naar de Carré.’ Dat is trouwens de enige dancing die ik ken om uit te gaan.”

Volle stadions

Een maand geleden beleefde je nog volop de olympische sfeer. Hoe kijk je daarop terug?

“Het was een unieke ervaring. Elke sportman droomt ervan om dat mee te maken. Zelfs David Beckham, die toch alles heeft gezien en overal is geweest, was ontgoocheld dat hij geen deel uitmaakte van de Britse selectie. Ik vond de deelname aan de Spelen tot dusver het hoogtepunt van mijn carrière.”

Waarvan was je het meest onder de indruk?

“De manier waarop atleten uit alle disciplines worden gewaardeerd. En de stadions en de infrastructuur. Schitterend. Voor al onze wedstrijden zat het stadion vol. In die omstandigheden wil je altijd zo snel mogelijk het gras op.”

Senegal deed het trouwens erg goed, want het team werd in de kwartfinales slechts na verlengingen uitgeschakeld door de latere winnaar Mexico.

“En we gaven dan nog twee domme doelpunten weg. Maar met een jong team als het onze is dat ook enigszins begrijpelijk. Belangrijk is dat we opnieuw een groep hebben die ervoor wil gaan. De laatste jaren was de beleving wat teruggevallen, maar heel het land staat opnieuw achter ons. Net als in 2002, toen Senegal de kwartfinales van het WK bereikte.”

Heb je door de Spelen een andere status gekregen?

“Vast en zeker. Ik ben nu ook in heel het land bekend, terwijl dat vroeger enkel in mijn wijk was. Om de twee dagen sta ik nu in de krant. Iedereen weet waar ik speel en tegen wie. Heel de familie is trots op me, zeker omdat men in de pers spreekt over Kouyaté, de zoon van Khar Yalla, onze wijk in Dakar.”

Huilen van miserie en geluk

Het is ook een mooie revanche voor je moeilijke debuut in België bij Brussels.

“Dat klopt. Af en toe heb ik er behoefte aan om bij mij thuis in alle stilte het parcours te overlopen dat ik heb afgelegd. Gisteravond gebeurde dat nog. Ik was naar tv aan het kijken, maar plots betrapte ik mezelf erop dat ik wegdroomde en terugdacht aan de weg die ik heb afgelegd. En daar ben ik toch wel trots op. Maar het is natuurlijk nog niet gedaan. Ik wil op dezelfde weg doorgaan. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn familie, die bijzonder belangrijk is voor me. Ik weet heel goed vanwaar ik kom.”

Legt die bezorgdheid voor je familie geen bijkomende druk op je schouders?

“Zeker, want ik denk niet alleen aan mijn ouders, maar ook aan mijn neefjes en nichtjes. Maar ik doe wat ik kan, en dan gathié dou ame, Senegalees voor ‘er zal geen ontgoocheling zijn’. Bij de nationale ploeg is er zelfs een fanclub die die slogan op mijn T-shirt heeft geschreven.”

Heb je er indertijd bij Brussels nooit aan gedacht om op te geven, om de armen te laten hangen?

“Ik kan niet ontkennen dat ik in die periode heel veel gehuild heb. Het was bijzonder hard. Ik kon gelukkig rekenen op de steun van mijn makelaar die me bij zijn schoonbroer heeft ondergebracht. Maar ondanks die steun ging ik er bijna onderdoor. Ik dacht eindelijk geld te kunnen opsturen naar mijn familie, maar ik werd nooit betaald. Ze belden me of ik niet 100 of 200 euro kon opsturen, maar ik had zelfs zoveel niet. Ik begreep echt niet wat ik hier zat te doen. In Senegal was ik gelukkig met mijn familie en de vrienden en hier was het hard, koud en eenzaam. Het moeilijkst kreeg ik het als mijn moeder me belde en zei dat ik mijn trots niet mocht verliezen, terwijl ik echt heel laag zat. Temeer omdat zij er absoluut geen voorstander van was geweest dat ik uit Senegal weg zou gaan. Toen ik haar belde met de melding dat ik een contract had getekend, huilde ze van geluk. Maar het harde werk moest toen nog beginnen. Gelukkig ben ik een vechter. Zo ben ik erin geslaagd alle hindernissen te overwinnen.”

Nadat Anderlecht je overnam, leende paars-wit je uit aan Kortrijk. Was dat bevrijdend?

“Ik had eigenlijk geen zin om bij Anderlecht weg te gaan, want ik dacht dat ik, ook als ik niet speelde, heel wat progressie zou kunnen maken door te trainen met jongens als Lucas Biglia en Jan Polák. Ik was zelfs ontgoocheld over die overstap naar Kortrijk, tot Ariël Jacobs me uitlegde dat het vooral belangrijk voor mij was om speelminuten te krijgen. Maar de eerste maanden moest ik in West-Vlaanderen wachten op een kans omdat Hein Vanhaezebrouck al een typeploeg had samengesteld. Ik kreeg eindelijk een loon, maar zag de premies aan mijn neus voorbijgaan. Ik zei mijn makelaar dat ik bij de reserven niets bijleerde. Ik moest de trein nemen naar Bergen om een wedstrijd te spelen en dan naar Kortrijk en van daaruit weer naar Brussel. Ik was uren onderweg. Ik praatte erover met Anderlecht, dat zei dat het me zou terugroepen als ik geen speelkansen zou krijgen. Maar uiteindelijk is het goed gekomen. In de derby op 11 november tegen Zulte Waregem kreeg ik mijn kans en de supporters van Kortrijk waren dadelijk enthousiast over mijn enorme inzet. Dat heeft me vleugels gegeven.”

Graag achteraan

Hoe komt het dat je zo’n sterke band hebt met de supporters?

“Omdat ik probeer om genereus te zijn. Een glimlach en een vriendelijk woord kosten niets. Eigenlijk is dat de normaalste zaak van de wereld. En op het veld geef ik altijd alles. Ik ben een leeuw op het veld. Ik heb zelfs met een masker gespeeld toen mijn neus gebroken was.”

Na de kwalificatie van paars-wit voor de Champions League ging je ook de ultra’s groeten.

“Toen we in Brugge de titel vierden, hadden ze me al geroepen om met hen mee te vieren en te zingen. Ik vond dat een bijzonder leuke ervaring. Vandaar dat ik het nu opnieuw deed. Vergeet ook niet dat zij ons echt naar een hoger niveau kunnen schreeuwen. Tegen Limassol hadden ze een groot aandeel in onze zege. We mogen de fans niet vergeten. Toen er eventjes sprake van was dat ik zou vertrekken, heb ik op Facebook honderden vragen gekregen om toch te blijven. Er waren ook enkele minder leuke reacties, maar daar wil ik het niet over hebben.”

Zou je vertrokken zijn indien paars-wit was uitgeschakeld door de Cyprioten?

“Ik denk het wel. Ik was dan ongetwijfeld verkast naar een Engels team. Het blijft mijn droom om ooit in de Premier League te spelen. Ik heb ook aanbiedingen gekregen uit Frankrijk en Rusland, maar dat interesseert me niet.”

Kun je bevestigen dat er interesse was van Arsenal, Manchester City en Newcastle?

“Ja. Sommigen zeiden me dadelijk dat ik beter niet zou vertrekken, omdat ik bij die clubs zeker niet aan spelen zou toekomen. Ik heb nochtans een duidelijk doel voor ogen. Ik weet nog niet goed hoe, maar ik wil het wel halen. Misschien zal ik op mijn parcours nog hobbels tegenkomen, maar ik zal mijn doel bereiken. Een van mijn sterke punten is dat ik gewoon in mezelf geloof.”

Had je contact met Arsène Wenger?

“Niet rechtstreeks, maar mijn makelaar heeft hem in Londen wel gesproken. Ik liet alles aan hem over, omdat ik me op Anderlecht wilde concentreren. En ik wilde zelf beslissen, zodat ik, als ik ergens spijt van zou krijgen, alleen maar boos op mezelf zou kunnen zijn. Nu, ik heb nergens spijt van. Ik speel bij de beste club van België. Fans van andere Belgische clubs horen dat niet graag, maar het is wel de waarheid: Anderlecht is in heel de wereld bekend.”

Zijn het je prestaties op de Olympische Spelen die voor de belangstelling van de Engelse topclubs hebben gezorgd?

“Ja. Voor de scouts van die clubs waren de Spelen een unieke kans om spelers uit de hele wereld te bekijken. Ik moet er wel bij zeggen dat ik in de eerste wedstrijd tegen Engeland geen basisplaats had. De coach legde me uit dat hij de spelers die de kwalificatie hadden afgedwongen, wilde belonen. Ik heb hem geantwoord dat ik dat perfect begreep en kreeg lof voor die mentaliteit. Ik was natuurlijk ontgoocheld maar liet daar niets van merken. Na 35 minuten kon ik dan toch het veld op omdat een van mijn teamgenoten geblesseerd was geraakt. In de tweede wedstrijd ben ik gestart op het middenveld en daarna ben ik een rij achteruit geschoven nadat een van onze verdedigers een rode kaart had gekregen.”

Naar welke positie gaat je voorkeur nu uit?

“Twee jaar geleden kreeg ik kritiek als verdedigende middenvelder, terwijl ik een jaar eerder op die positie met naast mij Jelle Van Damme en Lucky ( Biglia, nvdr) toch mooie dingen had laten zien. De mensen vergeten kennelijk snel in het voetbal. Men ziet me liever achteraan spelen omdat ik snel ben en hard op de man kan spelen. Ik ben ook in staat om op te rukken met de bal aan de voet. En ik speel nu ook erg graag achteraan. Je hebt er meer overzicht en moet er minder lopen dan op het middenveld.”

Toch lijkt de paars-witte defensie dit seizoen nog niet zeker van haar stuk. Hoe komt dat?

“Het klopt dat we achteraan wat problemen hebben en dat we het op dat vlak in de Champions League beter zullen moeten doen. Maar met Roland Juhász en de Nederlandse aanwinst Bram Nuytinck moeten we normaal sterker voor de dag komen.”

Is het niet veelzeggend dat er op jouw terugkeer werd gewacht terwijl je toch een van de minst ervaren verdedigers bent?

“Dat is inderdaad niet normaal. ( lacht) Maar Roland komt terug op zijn beste niveau. Hij is heel belangrijk voor mij. Hij geeft advies en stuurt me. Ook als het minder gaat, is hij sterk aanwezig. Toen hij na de goal tegen Limassol opnieuw achteraan kwam spelen, kon ik ook weer op mijn vertrouwde positie van centrale verdediger aan de rechterkant spelen, en dat zorgde meteen voor een zucht van verlichting. Naast hem is er voor mij veel minder druk. Ik besef heel goed dat het team me nodig heeft en verwacht dat ik opnieuw een hoger niveau zal halen. Ik moet nog leren een defensie echt te leiden, maar ik ben nog jong en dat is niet vanzelfsprekend. Ik ben bang dat mijn maats misschien zouden gaan denken dat ik een dikke nek heb gekregen als ik tegen hen begin te schreeuwen. Als je de jongste bent, is het niet gemakkelijk om patron te spelen. Maar ik weet dat het in het belang van het team zal moeten gebeuren.”

Hollandse school

Je hebt wel brede schouders, maar bent eigenlijk vrij mager. Hoe komt dat?

“Ik ben zowat de enige in mijn familie die vrij mager is. Maar in de duels is dat een voordeel, want veel tegenstanders schrikken zich een hoedje als ze contact zoeken met mij. Ik ben veel harder dan ze denken. Ik ben helemaal niet bang, want wie bang is kan beter stoppen met voetballen. In de wijk in Dakar waar ik vandaan kom, krijg je slechts respect als je niet over je heen laat lopen.”

Wat is het grootste verschil tussen John van den Brom en Ariël Jacobs?

“De Nederlander is een stuk jonger. Als Jacobs een goal gevierd zou hebben zoals onze huidige coach deed tegen Limassol, had hij een hartaanval gekregen. Van den Brom is een product van de Hollandse school, met veel beleving en de wil om altijd naar voren te voetballen en om voor combinatievoetbal te kiezen.”

Als ik de namen Lucky, Silvio en Dieu uitspreek, waaraan denk je dan?

“Zij zijn de belangrijkste spelers van de kern. Zonder de save van Silvio waren we niet geplaatst voor de Champions League, en als Lucky draait, draait het hele team. Ook als het wat minder gaat, is hij met zijn présence en zijn coaching enorm belangrijk. En iedereen kent de enorme kwaliteiten van Mbokani. Als hij vertrekt, zal het nu naar een absolute topclub zijn. Hij is ook nog jong, hé, hij heeft nog alle tijd om het helemaal te maken. Samen met Matías Suárez is hij de beste speler met wie ik al gespeeld heb. Hij en Mati kunnen echt goochelen met een bal. Mati heeft het nu natuurlijk erg moeilijk maar ook hij zal terugkomen. Ik heb enorm veel respect voor hem. Hij is een echte vriend.”

Kan Anderlecht volgens jou iets doen in de Champions League?

“Natuurlijk. Ik had graag tegen Barcelona of Real gespeeld omdat het voor elke voetballer een droom is om zich te meten met Lionel Messi en Cristiano Ronaldo, maar AC Milan, Malaga en Zenit Sint-Petersburg zijn natuurlijk ook sterke tegenstanders. Maar daar mogen we ons niet door laten afschrikken.”

DOOR THOMAS BRICMONT

“Bij een uitschakeling door Limassol was ik ongetwijfeld naar een club uit de Premier League gegaan.”

“Als Jacobs op dezelfde manier een goal zou hebben gevierd als Van den Brom, zou hij een hartaanval hebben gekregen.”

“Als je de jongste bent in de verdediging is het niet gemakkelijk om er de patron van te worden.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier