Journalisten in Mongolië

Enkele van de Belgische journalisten die de olympische ploeg volgen, bevonden zich vorige week plots tot hun grote verrassing in… het binnenland van Mongolië. Nadat de jongens van Jean-François de Sart in Sjanghai een ticket voor de kwart-finales hadden veroverd, werd het vliegtuig van de journalisten omwille van het slechte weer in Peking immers omgeleid naar Mongolië. Een uurtje later kon het vliegtuig weer opstijgen in de richting van de Chinese hoofdstad met aan de stuurknuppel een kapitein uit… Dinant. Meteen kregen de Belgische persjongens het voorrecht om vanuit de cockpit de Mongoolse steppe te bewonderen.

Grapjassen

Dat de Belgische olympische ploeg het zo goed doet, heeft veel te maken met de schitterende sfeer. “De grappen volgen elkaar in snel tempo op”, legt een lid van de staf uit. “Na de training in Sjanghai verstopte Kevin Mirallas bijvoorbeeld de tas van Sébastien Pocognoli in de ijsbak met de dranken.”

Enkele dagen eerder stelde een van de spelers vast dat zijn uurwerk enkele minuten achteruit was gezet. Hij kwam iets te laat en kreeg een sermoen van de trainer, terwijl de rest van de groep de slappe lach kreeg. We konden echter niet achterhalen over welke speler het ging.

Adoptie in gezin Pocognoli?

Na het duel tegen China kwamen verschillende Chinese journalisten informeren naar de toestand van Sébastien Pocognoli. Ze vreesden immers dat hij na de drieste tackle van Tan, die vooral zijn geslachtsdelen leek te viseren, in het ziekenhuis was opgenomen. “Ik had het zien aankomen en ik heb me nog kunnen beschermen”, minimaliseerde de linksback het incident. “Mijn vrouw belde me wel dadelijk na de wedstrijd om te vragen hoe ik er aan toe was. Ze vroeg me of ze al een adoptieprocedure moest opstarten…”, grapte hij ook nog.

Zonder deodorant

In Sjanghai logeerden de spelers en de volledige technische staf in een hotel met zicht op het stadion. Voor de journalisten was logies voorzien in het stadion zelf. Omdat in deze stad kennelijk veel meer voor terreuraanslagen werd gevreesd dan elders, leken de hotels op versterkte burchten. Voor de spelers was het dan ook onmogelijk om enkele minuten naar buiten te komen. Net als de journalisten moesten ze hun bus met deodorant bij de receptie achterlaten omdat het een ontvlambaar product is.

Eén groot dorp

De voetballers, die over het algemeen gewoon zijn in de meest comfortabele hotels te logeren, waren danig verrast toen ze de accommodatie in het olympisch dorp ontdekten. “Er is zelfs geen internet of televisie op de kamers”, luidde hun jammerklacht. Maar ’s anderendaags was de spartaans aandoende infrastructuur snel vergeten, toen de spelers in de kantine oog in oog stonden met Rafael Nadal. “Ik heb er meteen van geprofiteerd om met hem op de foto te gaan staan”, legde Anthony Vanden Borre uit. “Van alle sporten weet Anthony van de hoed en de rand”, voegde Jean-François Rémy eraan toe. “Hij was ook de eerste die Haile Gebrselassie herkende.” Waarmee nog maar eens duidelijk wordt dat men van sommige mensen snel een verkeerde indruk kan krijgen.

Voor iedereen ander drinken

“De spelers zijn fris, want ze drinken veel, ze rusten goed en ze doen elke training met een hartslagmeter. Al hun gegevens worden permanent geanalyseerd”, legt kinesist Bernard Vandevelde uit. “Ze verliezen veel vocht en in dat geval dreigen sneller krampen, maar zoiets kan met het gepaste drinken worden vermeden. Daarom staat op elke drinkbus het nummer van de speler. Op basis van het vochtverlies, dat voor iedereen anders is, krijgen ze allemaal drank met meer of minder suikers en minerale zouten. Voor en na elke training en wedstrijd moeten ze allemaal op de weegschaal. Zo kunnen we exact het vochtverlies meten. De drankjes die ze voor en na de wedstrijd krijgen, zijn ook niet dezelfde. Voor de wedstrijd zitten er meer elementen in die de maag verdraagt, erna gaat het meer om zogenaamde recup fuel, die zwaarder is om te verteren.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier