Sinds er van die Imodiumpilletjes bestaan die op je tong smelten, zou een mens bijna beginnen te hopen dat hij diarree krijgt. Wat vind jij een lekker medicijn? “Ik ben nooit kwaad als ik hoestsiroop moet nemen. Tegenwoordig check ik wel eens goed welk flesje mijn ma bovenhaalt. Ze heeft me ooit een lepel Hextril gegeven in de overtuiging dat het hoestsiroop was. Maar dat is een spoelmiddel voor de mond dat je na tien seconden weer moet uitspuwen. Ik dronk het natuurlijk op. ( lacht) Dat was toch niet wat het moest zijn.

“Echt ziek word ik niet zo vaak, maar ik heb wel ten minste één keer per maand een snotvalling.”

Met wat hield jij je als kind bezig als je lang in de auto moest zitten?

“Toen ik bij PSV voetbalde, maakten mijn ouders met mij veel verre verplaatsingen. Als we van pakweg Amsterdam naar Ham kwamen, haalde ik onderweg mijn Gameboy boven. Ik verbond die dan, via een kabeltje, met die van Dana, mijn twee jaar oudere zus. We speelden oneindig vaak Tetris tegen elkaar.

“Als het goed weer was, draaide ik ook meestal het raampje open en legde ik mijn voeten erdoor. Ik vond dat heel verfrissend, vooral na een training of een match. Als je in de zomer voetbalt, krijg je, zeker op kunstgras, snel een verbrand gevoel op je zolen.”

Welke schoonheid zou zich gerust eens met je zolen mogen bezighouden?

Cheryl Tweedy, de partner van Ashley Cole.”

Welk kledingstuk heb je ooit gekocht, maar nooit aangedaan?

“Een skaterbroek, zo’n model dat minstens twintig maten te groot was. Dat was er een in de trant van die wijde kakbroeken die je nu hebt voor dames. Pas op, die vind ik wel nog vet.

“Sinds ik me eens zwaar geblesseerd heb aan mijn enkel is het skaten wat op de achtergrond geraakt. Ik zou er nu niet veel meer van bakken. Enkele jaren geleden trok ik op een ramp wel half-en-half mijn plan. Ik kon ook olliën over drie à vier boards. Daarbij zet je die skateboards op hun zij op elkaar. Je komt aangereden, springt erover en rijdt voort. Een kickflip lukte ook, maar alleen vanuit stilstand. Daarbij laat je je skateboard in de lucht eens helemaal over de kop gaan. Af en toe maakte ik eens een goeie petotter natuurlijk, maar je zet je daar vlug weer over. Als ik een sportactiviteit doe, dan is het: verstand op nul en blijven gaan.

“Ik leerde mezelf ook snowboarden. Daarvoor ging ik al naar Oostenrijk, Italië en Frankrijk. Vorig jaar deed ik het eens in Landgraaf, op een binnenpiste. Het lukt al behoorlijk. Ik kan een klein sprongetje maken en mijn bord even vastpakken. Maar een three sixty, waarbij je van een bergje springt en in de lucht eens rond je as draait, dat gaat nog niet. Ik ben, met het oog op het voetbal, wat voorzichtiger geworden.”

Zet je het winkelkarretje altijd mooi terug waar het hoort?

“Ja, ik ben redelijk perfectionistisch. Als ik vroeger het winkelkarretje terugbracht, vond ik het leuk om een aanloopje te nemen, erop te springen en me dan te laten bollen. Ik was nogal een wild kind. Mijn ouders kregen vaak stress van mij, bijvoorbeeld als we samen gingen fietsen. Ik bleef nooit mooi op de weg, ik reed langs de opritten, op zoek naar bergjes, om sprongetjes te maken. Intussen ben ik wat kalmer. Ik heb nu ook geen mountainbike meer, maar een meisjesfiets. Daar zit ik het liefst op. Dat rijdt chill, vind ik. Daarop hang je ook niet zo naar voren. En je zit er direct op. Ik ben niet de lenigste, bij een mannenfiets heb ik soms moeite om mijn been over het zadel te zwieren.”

Allemaal goed en wel, maar laat ons het zeggen zoals het is: op een meisjesfiets rijden, dat kun je het niet bepaald stoer noemen.

“Da’s waar. En toch zie je het almaar meer jongens doen. Het wordt een trend, let op mijn woorden.”

In deze rubriek laten we dit seizoen afwisselend een Belgische voetballer uit de Belgische competitie en een Belgische voetballer uit een buitenlandse competitie aan het woord.

KRISTOF DE RYCK

Ik zit het liefst op een meisjesfiets