Belgische wetenschappers brachten de epotest aan het wankelen en in afwachting dat hij helemaal op de schop gaat, mag spoedig een zetje vanuit de Verenigde Staten worden verwacht. ‘Van over heel de wereld kloppen atleten aan onze deur’, zegt de Leuvense onderzoeker Bart Landuyt.

Op 9 augustus 2005 sprak de Disciplinaire Raad van de Vlaamse Gemeenschap Rutger Beke vrij van epogebruik tijdens de Zwintriatlon van een jaar geleden in Knokke. De Raad volgde daarmee de conclusies van de Leuvense hematoloog Marc Boogaerts, die als onafhankelijk expert was aangesteld om de bevindingen van de (eveneens Leuvense) wetenschappers Mathieu Bollen en Mo- nique Beullens (die de epotest nabouwden) en Bart Landuyt naar waarde te schatten. Zij waren tot de vaststelling gekomen dat in de urine van Beke eiwitten zitten die opduiken na een zware inspanning en die bij een epotest een vals-positief resultaat opleveren. Eerder had ook de Gentse professor Joris Delanghe in die richting betoogd, maar daar hield de Disciplinaire Commissie geen rekening mee toen ze Beke op 4 maart voor 18 maanden schorste. De Disciplinaire Raad maakte die beslissing ongedaan. Boogaerts liet zich niet uit over schuld of onschuld van de triatleet, maar besloot dat “geen hard bewijs” is geleverd dat hij in Knokke epo tot zich had genomen.

Zaak gesloten, maar niet voor Bollen, Beullens en Landuyt. “Dit is bijzonder interessant onderzoek voor een wereldwijd publiek. Het zou zonde zijn, mochten we het niet afronden en het ergens in een kast laten liggen”, zegt Landuyt. Sinds hij in 2000 afstudeerde als bio-ingenieur, werkt hij als doctorandus op de afdeling gezwelziekten van het universitair ziekenhuis Gasthuisberg in Leuven. Daar introduceerde hij een aantal nieuwe technologieën voor eiwitanalyse in het kankeronderzoek. De zaak-Beke trok zijn aandacht omdat de hele epotest draait om eiwitten en antilichamen. Pas over enkele maanden denkt Landuyt de identiteit te kunnen prijsgeven van de drie eiwitten waarvan hij zo goed als zeker is dat ze een vals-positief beeld kunnen opleveren bij de epotest. “Er lopen nog onderzoeken. Door alle media-aandacht willen we geen honderd, maar duizend procent zekerheid.”

“Wij hebben Beke niet één eurocent aangerekend”, vervolgt Landuyt. “Wij hebben dit helemaal pro Deo gedaan, maar we moeten natuurlijk verantwoording afleggen tegenover onze geldschieters. Daarom is het belangrijk dat we hier een mooie publicatie uit halen. Daar worden wij, wetenschappers, ook op beoordeeld. Misschien wel het belangrijkste dat wij hebben aangetoond, is dat de nieuwe technieken die wij tot nog toe alleen gebruikten in het kankeronderzoek, universeel inzetbaar zijn en ook andere medische en biochemische toepassingen hebben. Het is ons dus niet te doen om het afkraken van de epotest, maar het ene brengt natuurlijk het andere met zich mee.”

Ondanks de nog lopende onderzoeken verklaarde u in De Standaard van 11 augustus jongstleden onverbloemd dat de huidige epotest onhoudbaar is.

Bart Landuyt : “Klopt. Er scheelt inderdaad heel wat aan die test.”

Vreemde vraag misschien, maar is er ooit al iemand betrapt met die test ? Anders gezegd : kan hij wel exogeen epo detecteren ? Of vindt hij alleen maar andere eiwitten, die in bepaalde omstandigheden verkeerdelijk als exogeen epo worden herkend ?

“Zo sterk zou ik het niet durven stellen : de epotest kan wel degelijk een onderscheid maken tussen endogeen (lichaamseigen) en exogeen (lichaamsvreemd) epo. Wij hebben een paar referentiestalen meegenomen van patiënten uit het ziekenhuis die behandeld zijn met epo, en je ziet zeer duidelijk dat je het met die test toch kunt detecteren. Ik ben dus vrij zeker dat men er al atleten mee heeft betrapt die gebruikt hebben. Maar er is ook een tamelijk hoog percentage vals-negatieven. Men mist dus een aantal positieve gevallen en dat weet het Wada ( het Wereld Anti-Doping Agentschap, nvdr). Daarom ook heeft het bijsturingen doorgevoerd, die echter niet door alle labo’s worden opgevolgd, zoals is gebleken in de zaak-Beke. Het controlelabo van Gent paste de verscherpte regels wél toe, waarna het Franse dopinglab repliceerde dat zij het staal van Beke nooit als positief zouden hebben beschouwd omdat zij nog altijd de oude, minder strenge criteria gebruiken. Delbeke ( het hoofd van het Gentse IOC-lab, nvdr) heeft zich daar enorm over geërgerd.”

Professor Boogaerts schreef in zijn verslag aan de Disciplinaire Raad letterlijk dat de Lasne-test, zoals de epotest is genoemd naar de Parijse wetenschapster die hem ontwikkelde, “wellicht zijn beste tijd heeft gehad”. Dat is klare taal.

“De epotest is bedoeld om te achterhalen of een atleet exogeen epo heeft genomen. Het antwoord op die vraag is ja of neen, maar de uitslag van de test is niet zwart of wit, maar grijs. Men krijgt een soort van streepjescode, allemaal zwarte bandjes op een grijze achtergrond. De criteria om iemand vervolgens als positief te beschouwen, zijn zeer arbitrair. Het ene labo zegt : positief, het andere zegt : niet positief. Kortom, dikwijls is het een welles-nietesspelletje. Je kunt je dan ook de vraag stellen wat de waarde is van die test, en zeker wanneer je hem wil gebruiken om er juridische gevolgen aan vast te koppelen.”

Voor alle duidelijkheid : ook omgekeerd kan geen enkele atleet zich op basis van deze test schoonwassen en zeggen : “Het resultaat is negatief, ik heb geen epo gebruikt.” De test kan er ook dan net zo goed naast hebben gezeten.

“Ja, dat is best mogelijk. Van over heel de wereld kloppen nu atleten aan onze deur. Het eerste criterium waaraan wij die mensen willen onderwerpen, is : hebben zij, zoals Beke, overvloedig veel eiwit in de urine na een zware inspanning ? Van de mensen die dat niet hebben, is de kans zeer klein dat zij in een Beke-situatie zitten en vals-positief testen. In dat geval twijfel ik aan de echtheid van hun verklaringen. Maar Beke is zeker geen uitzondering : inspanningsgebonden proteïnurie, zoals dit fenomeen heet, staat al dertig, veertig jaar beschreven in de medische literatuur. Een belangrijk percentage van de atleten lijdt eraan.”

Dus hebben in het verleden, vóór Beke, ongetwijfeld al heel wat atleten vals-positief getest ?

“Die kans is zeer groot, ja. Rutger Beke heeft het grote geluk gehad dat zijn trainer, Pieter Timmermans, enorm hardnekkig is geweest en heeft gezegd : ‘Als je echt niet hebt gebruikt, gaan we dit tot op het bot uitzoeken.’ Dankzij zijn doorzettingsvermogen zijn hier zoveel wetenschappers in geïnteresseerd geraakt.”

Hoe zijn de vals-negatieven te verkla-ren ?

“De epotest is heel weinig gevoelig. Voor de test start, moet de urine met factor vijfhonderd à duizend geconcentreerd worden. Dat doet men met centrifugatie. Men heeft een membraan, een soort van filtertje, met een bepaalde poriëngrootte die men heeft gekozen in de buurt van het eiwit van epo. Dus al wat kleiner is dan epo, wordt samen met het water door het membraan geperst. Zo houdt men een massa van eiwit over dat gelijk is aan de grootte van epo en groter. Probleem is precies dat men die poriëngrootte heeft gekozen in de buurt van het eiwit van epo. Dus, de kans dat het epo-eiwit zélf door die poriën glipt, is vrij reëel. Daar kan het volgens mij al serieus fout gaan.”

Op de website van de KULeuven lees ik : “Bij het ontwerp van de epotest is nooit nagegaan of het antilichaam alleen maar epo-eiwit detecteert.” Zelfs een leek valt hierbij van zijn stoel.

“Ik ook, ik was hooglijk verbaasd. Nog voor ik met mijn experimenten ben begonnen, stuurde ik een e-mail naar de firma ( RD Systems, nvdr) die het antilichaam maakt dat gebruikt wordt in de epotest. Zij bevestigden mij dat ze dat antilichaam hadden gekocht van een failliet Amerikaans bedrijf ( Genzyme, nvdr). Dat had nooit specificiteitstests gedaan. Met andere woorden : het had nooit gecontroleerd of het antilichaam naast epo ook nog andere dingen zou kunnen detecteren. Dus heeft de firma zich juridisch ingedekt door in de bijsluiter duidelijk te vermelden dat het antilichaam enkel geschikt is voor wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden, en niet voor diagnostische tests. Op basis van die ene regel in de bijsluiter kan een Amerikaan volgens mij op één been vrijkomen. We hebben nu ook iemand die aan onze deur heeft geklopt en die daarvan gebruik zal maken, denk ik ( Eddy Hellebuyck, zie kaderstuk, nvdr). Ook Armstrong zou het kunnen, mocht het tot een rechtszaak komen, wat echter technisch uitgesloten is omdat hij niet veroordeeld is en er geen tegenexpertise meer mogelijk is. Natuurlijk, je bent dan vrij op basis van procedurefouten en dan is je naam niet echt gezuiverd.”

Blijft het feit dat u vindt dat je met deze test nooit helemaal zeker kunt zijn of je nu echt iemand hebt betrapt, noch of je iemand terecht vrijuit laat gaan.

“Klopt. Het kan dat je niks hebt gebruikt maar toch wordt beschuldigd, zoals Beke, en dat je buur die wel heeft gebruikt, vrijuit gaat. Als je dat weet, kan je dit moeilijk een fatsoenlijke test noemen.”

Dat u de eerste moet zijn om daarop te wijzen.

“Professor Delanghe had dit al gezegd. Hij is daar hard voor aangepakt, ook door de pers. Maar hij had heel weinig tijd voor zijn onderzoek en is nooit zover geraakt als wij. Wij hebben zijn onderzoek verdergezet, onder meer met technieken waarover hij niet beschikte.”

Hadden de wetenschappers die de test ontwikkelden, de tekortkomingen ervan al niet moeten onderkennen ?

“Dat zou je kunnen denken, ja. Ik weet ook niet hoe dit kan.”

De vrijspraak van Beke is de wereld rond gegaan. Kunt u dan begrijpen dat Lance Armstrong nu van epogebruik wordt beticht op basis van een test waarvan het Wada, nog voor de uitspraak in de zaak-Beke, zelf impliciet toegaf dat hij niet deugt ?

“( Na een lange stilte.) Ik vind het wel straf. Men wéét dat er iets scheelt aan de test. Men is nu, volgens mij naar aanleiding van de vrijspraak van Beke, alle stalen die nog in de diepvriezer steken aan het analyseren om klaarheid te scheppen. Zo is men op de stalen van Armstrong gestoten. Eigenlijk zitten we op dit moment in een machtsvacuüm : het Wada heeft aangekondigd dat het zijn test evalueert en eind september met nieuwe onderzoeksresultaten naar buiten treedt. Dat men uitgerekend in die tussenperiode met nieuwe gegevens naar buiten komt, is vrij straf en kan moeilijk toeval zijn.

“Juridisch gezien wist men dat er geen staal voorhanden was voor een tegenexpertise. Dus kan het moeilijk op vraag van de Franse overheid of de wielerbond zijn geweest dat men stalen uit 1999 of vroeger is beginnen controleren. Zo’n test kost bovendien tamelijk veel geld. Ik denk dus niet dat het ooit de bedoeling is geweest om juridisch te gaan vervolgen. Dat pleit ervoor dat het allemaal is gebeurd in het kader van de verfijning van de epotest.”

Heeft u al iets gehoord van het Wada ?

“Ik had verwacht dat ik vroeg of laat gevraagd zou worden om eens samen te zitten en als volwassen mensen te praten over wat er scheelt aan de test, maar ik ben nooit uitgenodigd. Wij kunnen alleen maar gissen wat er aan het gebeuren is.

“De Franse labo’s hebben gezegd dat ze het profiel van Beke herkenden als een inspanningsprofiel. Blijkbaar zijn er dus labo’s die genoeg Fingerspitzengefühl hebben om dat onderscheid te maken. Ik denk dat ze dit nu zullen trachten te vertalen in een algemene richtlijn naar alle andere Wada-labs. Hoe men dat concreet zal doen, weet ik niet, want zoals gezegd : het gaat om streepjescodes en het is heel moeilijk om daarop een verschil te zien tussen een vals-positief en een echt-positief beeld.

“Als ik hoor hoe sterk ze nog altijd vasthouden aan de sluitendheid van hun test, denk ik dat ze eerder naar buiten zullen komen met een bijstelling van de interpretatieregels, dan dat ze de oorzaak van vals-positieve tests zullen prijsgeven. Wij zijn daar wél mee bezig en daar kruipt redelijk wat tijd in. Het Wada heeft zichzelf een zeer strikt tijdschema opgelegd. Ik betwijfel dus dat zij al die experimenten waar wij al maanden mee bezig zijn, zelf ook zeer snel gedaan zouden hebben.”

U vreest dat de oplossing van het Wada even goed zal leiden tot vals-negatieve en vals-positieve resultaten ?

“Ik denk dat het probleem zal blijven bestaan, ja.”

Dus komen we van de regen in de drop terecht.

“Ik denk het wel.”

door Jan Hauspie

‘Men wéét dat er iets scheelt aan de test.’

‘Op basis van één regel in de bijsluiter kan een Amerikaan op één been vrijkomen.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier