Zo nuchter als hij het verwoordt, zo gretig voetbalt hij op het veld: met Hannes Van Der Bruggen (18) breekt sinds lang weer eens een jeugdproduct door bij AA Gent. ‘Ik ben vooral blij voor de mensen die er hun tijd in steken.’

Amper twee oefenwedstrijden had AA Gent van de zomer gespeeld toen Trond Sollied in de catacomben van het – what’s in a name? – Crackstadion van KVK Ieper aangaf hoe positief verrast hij was door wat hij van Hannes Van Der Bruggen tot dan toe ook op training al had gezien. Doordat hij met de Belgische U19 het EK in Roemenië speelde, bleef hij aanvankelijk wat uit beeld, maar sinds enkele weken haalde het jeugdproduct van AA Gent, mede door de blessure van Tim Smolders, in opeenvolgende wedstrijden de basiself.

Hannes Van Der Bruggen: “Ik ben jong en Belgisch en ik denk dat de mensen wel graag zien dat er iemand van eigen jeugd meespeelt. Ik ben er wel trots op. Maar ik denk dat het vooral een signaal is naar de jeugdwerking zelf. Gunther Schepens was twintig jaar geleden de laatste, denk ik, die doorbrak, maar die is ondertussen al gestopt met voetballen. Ik vind dat de Gentse jeugdwerking de laatste jaren enorm vooruit is gegaan. Dat ze goed werk leveren, werpt nu zijn vruchten af. Ik ben vooral blij voor de mensen die er hun tijd in steken.”

Sta je op dit moment waar je bij aanvang van het seizoen dacht te staan?

“Ik had nooit gedacht dat ik ging meemaken wat ik dit seizoen al meegemaakt heb. Ik had mezelf wel enkele doelen voor ogen gehouden, zoals een paar keer in de selectie zitten en af en toe eens invallen. Vorig jaar zat ik vier keer op de bank zonder eigenlijk voltijds mee te trainen. Ik zal mijn doelen blijkbaar moeten bijstellen, want het loopt goed en daar ben ik blij om. Ik ben vrij geleidelijk in de ploeg gekomen, niet zomaar erin gedropt. Dat is zeker een voordeel, het vergemakkelijkt toch wat de integratie en de automatismen. Je moet gewoon je best doen en dan zie je wel waar je uitkomt.”

Wat heeft Bob Peeters, die je bij de beloften als trainer had, betekend voor je ontwikkeling?

“Dat is een heel goed jaar geweest, met een heel goede ploeg ook: Benito ( Raman, nvdr), Gregory ( Mertens, nvdr), Igor ( Vetokele, nvdr), Zakaria ( M’Sila, nvdr), Ibrahima ( Conté, nvdr), ik, … Bob kon iedereen tevreden houden en ook de bankzitters gemotiveerd houden. Er werd veel op repetitie getraind, maar dat wierp zijn vruchten af. Ik speelde meer verdedigend, zuiver defensief eigenlijk. Ik was toen nog niet zo sterk, dus misschien komt mij dat nu wel van pas. Mijn kwaliteiten liggen toch meer op het aanvallende dan op het verdedigende vlak. Maar ik speel waar de trainer mij nodig heeft.”

Luc Dhaenens, die op AA Gent onder meer jeugdspelers begeleidt, verbaasde zich er bij het begin van het seizoen over dat je andere jongeren erop wees om rustig te blijven en te werken. Dat getuigt op z’n minst wel van maturiteit.

“Ik denk dat het voor veel jongeren moeilijk is om rustig te blijven. Heel veel willen direct spelen, maar je mag dat niet forceren. Daarom is het beter dat je rustig blijft en geduld hebt. Vroeg of laat zal je daarvoor beloond worden. Er zijn altijd uitzonderingen, zoals Lukaku of De Bruyne, maar dat zijn dan ook uitzonderingen. Ik moet ook rustig blijven voor mijzelf: je opjagen is voor niks goed. Niet in het voetbal en niet in het gewone leven.

“Ik weet wat echt nog onvoldoende is en daar werk ik op. Ik ken, denk ik, ook mijn kwaliteiten en daar probeer ik naar te spelen: ik ga geen moeilijke dingen proberen te doen. Gewoon doen is al moeilijk genoeg. Dus ik probeer altijd wel overdacht te zijn.”

Ook toen er interesse kwam van Anderlecht toen je nog in de jeugd van Gent speelde?

“Ik zat toen nog op school en ik zat goed bij AA Gent, dus ik zag niet in waarom ik zou moeten veranderen. Ik vond het goed zoals het liep en uiteindelijk is het een goede keuze gebleken om te blijven.”

Er zijn er die andere keuzes maken, zoals Mats Rits.

“Ja. Hij zit nu in Barcelona in de halve finales van de Champions League voor jongeren. Hij heeft geïnvesteerd in zijn opleiding. Bij Ajax traint hij ook met de A-kern mee, wat al een heel hoog niveau is en hij gaat er sowieso komen, want die heeft zo veel talent. Een van de besten met wie ik ooit samen gespeeld heb. Er wordt nu misschien niet zo veel over gesproken, maar ik ben er zeker van dat hij een topper wordt. Het was een verstandige keuze van hem om te investeren in zijn opleiding.

“We zijn vrij goede vrienden, want tegen OHL hadden onze ouders samen afgesproken. De mama’s zijn iets gaan eten en de papa’s zijn naar de wedstrijd komen kijken. Mats zelf zat in Amsterdam, denk ik, en speelde de dag erna tegen Barcelona.”

Kantelmoment

In Sport Foot Magazine zei je vader dat de familie je kwaliteiten lang onderschat heeft. Heb je dat gevoel ook?

“Mijn papa kon indertijd nooit naar wedstrijden komen kijken, maar hij heeft toch wel wat verstand van voetbal – hij heeft zijn UEFA B-diploma, dacht ik, en is vroeger ook jeugdcoördinator geweest. Er kwamen hem wel mensen zeggen dat ik goed speelde en dat er iets in zat. Maar hij wou daar toch niet zo op vertrouwen. De eerste keer dat zijn ogen zijn opengegaan was tijdens een gesprek op Anderlecht. Jean Kindermans, Robert Steeman en nog iemand die erbij moest komen. Dat bleek Herman Van Holsbeeck te zijn. Toen was mijn papa wel wat geschrokken. ‘ Dees is toch serieus, hé, als die erbij komt zitten.’ Ik denk dat dat het kantelpunt was voor hem.”

Komt er voor jou ook een kantelpunt, denk je, een moment dat bescheidenheid moeilijk te handhaven blijft?

“De ambitie is er, maar ik hou ze voor mijzelf, anders kan je daar later toch alleen maar op gepakt worden of kritiek voor krijgen. Ik ga uit van het slechtste, dan kan je nooit ontgoocheld zijn. Ik denk dat ik gewoon zeg waar het voor mijzelf op neerkomt.”

Manu Ferrera liet begin dit seizoen over jou optekenen: ‘Il va sec au ballon, hij gaat naar de bal om hem te hébben.’

“Dat is een mooi compliment van hem. Maar ik denk dat ik verstandiger moet lopen. Ik denk dat ik soms wat te veel loop. Tim Smolders bijvoorbeeld loopt heel verstandig. Ik maak mijzelf niet zo snel druk, maar ik weet dat ik soms wat meer grinta zou mogen tonen op het veld, mij meer zou mogen laten horen. Ik hoor van buitenaf dat ik wat meer ballen mag hebben op het veld, maar ja, dat ligt nu eenmaal niet in mijn aard, ik kan daar weinig aan doen. Ik probeer gewoon in alle omstandigheden rustig te blijven.”

Je scoorde dit seizoen twee keer, tegen Cercle Brugge en KRC Genk. Twee keer een bal voor doel vrij binnen getrapt omdat je twee keer op de juiste plaats stond: dat kan geen toeval zijn.

“Spelinzicht is wel een van mijn betere punten, maar als de bal er niet komt, mag je nog zo veel inzicht hebben als je wil. Mijn ploegmaats hebben daarom zeker evenveel spelinzicht. Ik denk dat het ook hun verdienste is dat ik die goals gemaakt heb.”

Je kopspel en startsnelheid gelden als je mindere kanten, maar je eerste balaanname is dan weer uitstekend en je bent tweevoetig.

“Ik probeer gewoon altijd zo snel mogelijk de bal vooruit te spelen. En die tweevoetigheid, daar heeft mijn papa vroeger altijd fel op gehamerd, hoewel mijn linkse nog wat beter mag. Mijn vader zei al van toen ik nog heel jong was: trap die met links, die met rechts. Ik kreeg voetbalschoenen – je kon mij niet meer plezier doen dan met een paar voetbalschoenen – als ik op blote voeten een tennisballetje zo veel keer hoog kon houden. Daardoor zal mijn techniek ook wel wat geëvolueerd zijn. Nu zie ik dat dat heel belangrijk was.”

DOOR RAOUL DE GROOTE – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“Gewoon doen is al moeilijk genoeg.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier