IN DEZE RUBRIEK DIEPT JACQUES SYS ANEKDOTES OP UIT DE KELDER VAN ZIJN GEHEUGEN. VANDAAG: NEDERLANDSE TRAINERS IN BELGIË.

De Jupiler Pro League kleurt volgend seizoen Oranje. Zes Nederlandse trainers gaan straks aan de slag in de eerste klasse. Het doet denken aan vroegere tijden toen een stroom Nederlanders hier neerstreek om vanuit hun avontuurlijke voetbalfilosofie hun respectieve club nieuwe impulsen te geven. Leo Canjels was een van de eersten die succes boekte. Hij werd in 1973 met Club Brugge kampioen, de eerste titel in 53 jaar. Canjels kwam van NAC Breda en bracht Nico Rijnders mee. Zijn intrede mocht er zijn: Canjels gaf bij hem thuis een tuinfeest voor alle spelers en begeleiders. Dat liep behoorlijk uit de hand. Toch bleek de Brabander, nochtans een voormalige aanvaller, niet echt de meest moedige trainer: hij liet Club, toen badend in aanvallende weelde, behoudend voetballen, maar leerde zijn team wel functioneren zonder bal. Zoals de meeste Nederlanders zei Canjels wel wat hij dacht: toen hij in een interview het bestuur een stelletje hobbyisten noemde werd hij ontslagen.

Sommige Nederlandse trainers bouwden in België een status op. Zo kwam Hans Croon bijvoorbeeld in 1972 vanuit Volendam naar Waregem. Hij doceerde aanvallend voetbal en ging de spelers ’s avonds in familiekring opzoeken omdat hij wilde zien hoe ze leefden. Later werkte Croon onder meer bij Anderlecht, waarmee hij in 1976 de Europacup voor bekerwinnaars won.

In 1972 ook arriveerde Han Grijzenhout bij Cercle Brugge. Eerder was hij zes jaar assistent geweest van Rinus Michels in de gouden periode van Ajax. Grijzenhout frappeerde aanvankelijk door zijn brutaliteit. Hij ging de confrontatie met spelers aan. Anderzijds was hij zo creatief in het bedenken van oefenstof dat nogal wat spelers, zoals Jan Ceulemans, hem de beste trainer noemden onder wie ze ooit werkten. Grijzenhout zou in totaal 23 jaar in België werken en stond bij negen verschillende clubs op de loonlijst. Een record.

Verschillende Nederlanders die in België voetbalden, werden hier later ook trainer. Henk Houwaart bijvoorbeeld die bij Club Brugge met champagnevoetbal voor memorabele Europese avonden zorgde. Of Jan Boskamp. En Arie Haan die bij Standard de eerste trainer was die twee centrale verdedigers op één lijn liet spelen, Stéphane Demol en de Braziliaan André Cruz. Haan legde de lat telkens heel hoog en werd er moe van de spelers het abc van het voetbal uit te leggen.

Nog Nederlanders die een stempel drukten, waren Aad de Mos en Sef Vergoossen. Ieder op hun manier. De Mos werkte vooral bij KV Mechelen in op de rancunegevoelens van elders afgeserveerde spelers en boetseerde zo een topelftal. Hij maakte in Mechelen zo veel indruk dat voorzitter John Cordier vrijwel iedere nieuwe speler die hij vroeg ook vastlegde. Sef Vergoossen was dan weer de antipode van De Mos: met een zachte aanpak leidde hij RC Genk in 2002 naar de titel, al liet hij de spelers wel tot vervelens toe weten wat hij wel en niet van hen verlangde. Duidelijkheid was zijn credo.

Sommige Nederlandse trainers hielden het hier snel voor bekeken. Piet de Visser bijvoorbeeld die tijdens het seizoen 1976/77 met ongemeen veel enthousiasme bij RWDM werkte, maar na één jaar weer naar Nederland vertrok. Of de onlangs overleden George Knobel, voormalig trainer van Ajax en het Nederlandse elftal, die in 1980 kortstondig bij Beerschot aan de slag ging. Anderen bleken niet meer dan een voetnoot. Hans Dorjee en Jan Olde Riekerink bijvoorbeeld, die amper een paar maanden bij AA Gent bleven. Of Cor van der Hart, die tussen 1974 en 1976 bij Standard zat en met een serieus alcoholprobleem worstelde. Of Kees Rijvers, die medio 1980 bij FC Beringen arriveerde, nadat hij daarvoor acht seizoenen lang PSV met succes had getraind. Rijvers maakte niet echt een verpletterende indruk, al werd hij meteen nadien trainer van het Nederlands elftal.

Een opmerkelijke passage was die van Wim Reyers bij KV Kortrijk. Nadat hij voor deze club had gespeeld, kreeg de mondige Reyers in 1983 een kans als trainer. Hij bleef slechts één seizoen maar haalde met zijn oneliners geregeld de publiciteit. Memorabel is een uitspraak die Reyers deed nadat Kortrijk een 2-2-gelijkspel behaalde tegen Club Brugge en hem gevraagd werd naar een reactie na een aangevochten strafschopfout van Ronald Spelbos op Didier Quain: “Wat Pinanti? Hoe Pinanti? Waar Pinanti? Pinanti is pinanti!”

De beelden van dat interview werden in 2005 voor het televisieprogramma Studio 1 uit het archief gehaald en gebruikt om de vaste strafschoprubriek in te leiden.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier