Belg, geboren op 21 mei 1981 in Sint-Niklaas. 1,84 meter – 74 kg. Profiel: de intellectueel.

Kris De Wree: “Drieënhalf was ik toen mijn pa stierf. Een hersentumor. Mijn moeder bracht me in haar eentje groot. Na school was ik vaak als eerste thuis, liep ik daar een uur alleen rond. Nooit moest ma iets twee keer zeggen. In zo’n context blijft geen tijd over om de rebel uit te hangen. Daar moet je de wortel zoeken van de voorbeeldfunctie die mij nog altijd wordt toegedicht.

“Ik volgde in het secundair Latijn-wiskunde, tot het vierde jaar. Toen schakelde ik over op wetenschappen-wiskunde. Niet omdat ik het eerste niet aankon – ik zou mezelf nooit toegestaan hebben om af te zakken – maar omdat het tweede mij meer boeide. Op mijn achttiende begon ik de studies bio-ingenieur. Waarom die richting? Omdat die de moeilijkste was. Ik wou bewijzen dat ik dat kon. Hoewel, meer dan door een drang om me te bewijzen, word ik gedreven door een drang om niet te mislukken.

“De meeste voetballers willen presteren in hun sport, ik heb dat ook nog eens daarbuiten. Van klein af was ik de beste in veel dingen: ik sprong het verst, liep het snelst, haalde de beste punten. Een soort status die je niet meer wilt afgeven.

“Vroeger keken we thuis naar quizzen op tv. Dan wist ik al die stomme antwoorden, absurde weetjes. Toen al onthield ik de dingen die ik hoorde en las. Ik wil zo veel mogelijk in mij opnemen. Overdag ben ik met voetbal bezig, daarnaast zoek ik andere dingen. Ik sla graag een P-Magazine open, maar kan evengoed met mijn hoofd in een Knack zitten. Onlangs bedacht ik nog: waarom geen avondcursus elektriciteit volgen? In het begin word je in dat voetbalmilieu wel als raar beschouwd – je begint over tv-programma’s die niemand gezien heeft. Nu zwijg ik meestal, maar ze weten wel dat ik al eens naar iets anders kijk.

“Aanvankelijk stoorde het wel dat ik binnen het voetbal met niemand over mijn interesses kon praten. Ik kwam dan soms de kleedkamer binnen, waar het over pakweg borsten ging, terwijl ik een uur eerder op de unief nog over eiwitten praatte. Maar nu amuseer ik me, en wanneer over mooie auto’s wordt gebabbeld, doe ik mee, want dat boeit me eigenlijk ook. Als je in alles geïnteresseerd bent, mis je wel eens die gedrevenheid om je te focussen op één ding. Je hebt topsporters die alleen maar met hun vak bezig zijn, erbuiten niks. Als een soort tunnel waar ze in zitten. Om echt een hoog niveau te halen, moet je zo zijn, denk ik. Aan de ene kant ben ik blij dat ik voor veel opensta. Anderzijds … Maar het is niet mijn ambitie om in zo’n tunnel te raken.

“Soms denk ik te veel na. Doet me wel eens de das om op het veld. Daarom ook zijn zoveel voetballers bezig met rituelen. Als je telkens eerst je rechter- en dan je linkerschoen aantrekt, is dat het enige waar je op dat moment aan hoort te denken en blijft de rest even buiten je hoofd. Ik stap eerst met mijn linkervoet op de mat. Voor de aftrap spring ik enkele keren. Dwaas, hè?

“Ik zou graag zelfverzekerder zijn. Een tegenslag kan mij te ver terugduwen. Aan de ene kant zeg ik graag over mezelf dat ik een groot relativeringsvermogen heb, anderzijds kan ik dat niet toepassen als mij iets overkomt. Dan blaas ik dat op, zie ik alleen de donkere kant. Wanneer ik een slechte bal heb gegeven in een match, kan die fase na de wedstrijd door mijn hoofd blijven flitsen, opnieuw en opnieuw. Zelfs na een 4-0-overwinning. Dan blijf ik ’s nachts tot drie uur naar tv kijken, om daar niet aan te denken. Ik blijf zitten tot ik in slaap val.” S

door kristof de ryck

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier