IN DEZE RUBRIEK DIEPT JACQUES SYS ANEKDOTES OP UIT DE KELDER VAN ZIJN GEHEUGEN. VANDAAG: HET BEVERSE BOEGBEELD JEAN JANSSENS.

Met een haast kinderlijke blijheid reageerde Jean-Janssens op de promotie van Waasland-Beveren en het vooruitzicht dat er op de Freethiel weer voetbal op het hoogste niveau te zien zal zijn. Oude tijden herleefden bij de inmiddels 67-jarige linksbuiten, een van de boegbeelden uit de gouden periode. Eenentwintig seizoenen, tussen 1961 en 1982, voetbalde Janssens voor Beveren, een periode die in vierde klasse begon en eindigde met twee titels, een beker en tal van memorabele Europese wedstrijden. En steeds weer combineerde hij de voetbalsport met zijn werk in de Antwerpse dokken waar hij, badend in het zweet, zakken van honderd tot tweehonderd kilo versleurde. Er waren avonden dat hij zijn rug niet voelde.

Niet gemakkelijk was het om Jean Janssens te interviewen. Niet omdat hij niet wilde want de bescheidenheid van de aanvaller was bijna ontroerend. Hij omschreef zichzelf steevast als “een simpele dokwerker die toevallig tegen een bal kon stampen en daarmee een frank verdiende.” Dat hij, die in 1979 de Gouden Schoen won en zeven keer voor de nationale ploeg werd opgeroepen, zijn kwaliteiten niet maximaal verzilverde, dat was voor hem allerminst een zorg. In het leven moest je volgens hem tevreden zijn met wat je hebt.

Het was tekenend voor de mentaliteit van de meeste spelers van het Beveren uit die periode. Clubliefde was voor hen geen ijdel begrip. Eén enkele keer, zo vertelde Janssens tijdens dat interview in de auto, had hij een aanbieding van Anderlecht gekregen. Het schemerde voor zijn ogen toen hij hoorde welke bedragen er werden genoemd, hij kon er twee nachten niet van slapen. Maar het bestuur verzette zich met hand en tand tegen die overgang, ook al was Beveren naar tweede klasse gedegradeerd. Ze weigerden zelfs met de Brusselse club rond de onderhandelingstafel te gaan zitten. Daar mokte Jean Janssens niet over. En toen hij later hoorde dat er dat seizoen nog zeven andere eersteklassers in hem waren geïnteresseerd, lachte hij eens. Jean vreesde zelfs dat hij een slechte prof zou zijn. Omdat hij dan te lui zou worden. Veel liever vertrok hij elke ochtend om zes uur naar de Antwerpse haven en vervolgens van het werk rechtstreeks naar de trainingen, veel liever was hij dokwerker dan profvoetballer. Als Beveren de woensdagavond op verplaatsing speelde, had hij zelfs de tijd niet meer om zich te wassen.

Maar klagen, nee, dat deed Jean Janssens nooit. Hij was braaf en liet zich soms te veel doen. Toen hij in 1979 voor de eerste keer voor de nationale ploeg werd opgeroepen, keek hij vol ontzag op naar de spelers van Anderlecht en Standard. Hij kroop stil in een hoekje. En toen hij een keer na een goeie wedstrijd niet werd opgeroepen leed hij daar innerlijk onder, maar hij zei er geen woord over. Daarvoor was Jean Janssens dan weer te bescheiden. Ook al hoorde hij op zijn 35e nog altijd bij de beste voetballers van Beveren en ook al was hij bijna 41 jaar toen hij bij SV Bornem stopte. Het voetbal liet hem nooit los. Blij was Jean Janssens telkens weer als hij na het seizoen enkele weken met vakantie kon. Maar na een paar dagen kriebelde het alweer om te beginnen trainen.

Ze zijn er niet meer, klasrijke voetballers die met zo’n eenvoud door het leven stappen. Nadat Beveren in 1979 kampioen werd kreeg Jean Janssens eens een uitnodiging van een supportersclub in Stekene. Hij ging er met zijn vrouw naartoe. Er hingen wel 100 vlaggen in het dorp en Jean vroeg zich af welke stoet er nog voorbij moest komen. Geen moment kwam het bij hem op dat die vlaggen wel eens voor hem zouden kunnen zijn. Nooit liet zijn verleden hem los. En vaak dacht Jean Janssens terug aan de tijd dat hij als rechtsbuiten in de jeugd van Beveren speelde en zo klein en tenger was dat hij leek weg te waaien als er een beetje wind stond… Toch raasde hij iedereen voorbij en verscheen hij op zijn zestiende in de eerste ploeg. Als linksbuiten, rechts stond er iemand die een grote carrière werd voorspeld: Wilfried Van Moer. Het leven, zou Janssens later ervaren, is een aaneenschakeling van toevalligheden.

Intussen is Jean Janssens al een tijd gepensioneerd. Zijn inmiddels gefusioneerde ex-club volgt hij nog altijd. Er is niets in het leven dat hij zich heeft beklaagd. Ook al zaten zijn dagen zo barstenvol dat hij zijn familie te weinig zag. Het was een extreem gevuld leven. Maar wat een mooi leven. Jean Janssens geniet nog altijd als hij in zijn herinneringen graaft.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier