Ofte Chelsea’s Pensioners. Of je nu de Engelse dan wel de Spaanse media leest, iedereen focust op de leeftijd van de oude garde van de Blues. Die moet zaterdag in München een laatste kunstje flikken. Met dank aan José Mourinho.

Lang geleden, begin jaren tachtig, waren we op Stamford Bridge. De universiteit had ons met een beurs over het Kanaal gestuurd, om ons Engels te vervolmaken. De meeste studenten kozen voor Oxford, Cambridge, Bath of het platteland, wij voor een gastgezin in de marge (neem dat gerust letterlijk) van Greater London. Daar kon je in september immers zogoed als alle dagen naar het voetbal, voor nauwelijks geld, een tot anderhalve pond. Altijd liep je wel het risico in mekaar geslagen te worden – hoogdagen van het hooliganisme waren het. Chelsea voetbalde toen in tweede klasse en naast ons stond een supporter – type skinhead – die de hele tijd riep te fucken en ons woest aanspoorde om die fucking bastards op hun smoel te gaan slaan. Daarmee doelde hij op de spelers die er weer eens niks van bakten.

Dat was Chelsea, een lelijke vlek in een chique wijk. Working class, het was geen toeval dat de club een paar keer figureerde in films met hooliganisme als thema (onder meer in Football Factory, een prent uit 2004). Dennis Wise was hier een icoon, geen lieverdje, een product van de Crazy Gang van Wimbledon ( Vinnie Jones, weet u nog). Voor chic voetbal moest je in die jaren tachtig aan de andere kant van de stad zijn. Niet bij Arsenal, dat is nu, maar bij het Tottenham van Ardiles en Hoddle. Voor Chelseafans the Yid Army.

Het was notabene Hoddle die het imago van Chelsea in de jaren negentig deed keren. Met de hulp van wat friends. Hij haalde fijnbesnaarde voetballers als Mark Hughes en Ruud Gullit naar Stamford Bridge, en toen die trainer werd, overhaalde de Nederlander Gianfranco Zola en Gianluca Vialli om Italië te ruilen voor de Engelse regen. Het werkte. Chelsea ging leuker voetballen en prijzen pakken. De losers/vechters kregen zowaar een sexy imago. Voor een titel kwamen ze niet in aanmerking, maar in een bekercompetitie bleek Chelsea te duchten. Ook Europees. Chelsea won op het einde van de jaren negentig de UEFA Cup, de Europese supercup, twee keer de FA Cup en de League Cup.

Voor de titel had eigenaar Ken Bates te weinig geld. Roman Abramovitsj, die van de jungle na de val van het communisme in zijn land tijdens de jaren negentig profiteerde om fortuin te vergaren, bracht de oplossing. Abramovitsj nam de club in 2003 over en maakte in mei 2004 een einde aan zes jaar Italiaans management (eerst Vialli en na een kort intermezzo onder Graham Rix was er 4 jaar Claudio Ranieri) door de Portugees José Mourinho naar Londen te halen.

Samen met Mourinho kwamen die zomer ook Petr Cech, twee jaar indrukwekkend bij het Franse Rennes, en Didier Drogba, een spits met een wonderlijk verhaal. De Ronde van Frankrijk gereden als voetballer, vooral in de lagere afdelingen en pas op zijn 25ste, het jaar voordien, aan de top (bij Olympique Marseille) doorgebroken. Een gok, leek het, maar een beredeneerde. De reus in doel deed zijn werk en Drogba paste goed bij het powervoetbal dat de Special One in gedachten had. Chelski werd prompt kampioen. Twee keer na mekaar onder Mourinho. Het voetbal was niet altijd om over naar huis te schrijven – we herinneren ons zelf een draak van een bekerfinale tegen Man. United. Als ‘opening’ van het nieuwe Wembley kon die match tellen.

De as van 2004 staat er acht jaar later nog steeds: Cech, Terry (een jeugdproduct), Lampard (getransfereerd van West Ham in 2001), Drogba. Die vier deden het kunstje van de titel twee jaar geleden nog eens over, alweer onder een Italiaan ( Carlo Ancelotti). Het enige wat ze op hun rijkgevulde palmares (onlangs voegden ze er een vierde FA Cup in zes jaar aan toe) nog missen, is de Champions League. Daar waren ze in 2008 in Moskou dicht bij, maar uitgerekend die avond stelden ze teleur. Drogba werd uitgesloten en in een match waarin Lampard de 1-1 maakte, trok tegenstander Man. United tijdens de strafschoppen aan het langste eind. Wie miste die avond? Juist: John Terry (en later ook Anelka).

To jog

Straks krijgt d’oude garde een nieuwe kans. Dankzij … José Mourinho. Chelsea steunt niet alleen op zijn ruggengraat, het gebruikte in de return van de halve finale ook zijn tactiek. Twee jaar geleden schakelde Mourinho met Inter Barcelona uit in de halve finale van de CL (die hij vervolgens ook won, van … Bayern). In de return trok Inter met een voorsprong van 3-1 naar Camp Nou. Daar sloot Frank De Bleeckere na 28 minuten Thiago Motta uit. Mourinho liet prompt zijn twee spitsen, Eto’o en Diego Milito, diep terugvallen op de flank en metselde de wedstrijd kapot. Toen John Terry recent ook voor de rust rood zag, deed Roberto Di Matteo hetzelfde. Diepe spits Didier Drogba (en later ook invaller Fernando Torres) gingen op de flank verdedigen (het was vanuit die positie dat Torres slim diep ging lopen en zo de wedstrijd in de slotseconden definitief besliste).

D’Oude Garde, Los Geriatricos, Chelsea’s Pensioners, er wordt dezer dagen gelachen met Chelsea. Ook al is dat eigenlijk niet zo terecht. Oké, Drogba is 35 en Lampard wordt dat in juni, maar de rest is 31 (Terry) of minder. Paul Scholes en Ryan Giggs streden de voorbije weken mee om de titel in Engeland en zijn samen 75. Mark van Bommel, ei zo na Italiaans kampioen, is twee jaar ouder dan Lampard. Xavi, de architect van Barça, een jaartje jonger, Puyol drie jaar ouder dan Terry. Lachen we dan ook met Barça, vroegen de Londenaars na de kwalificatie?

Het lachen komt er ook vanwege het spel. Karl-Heinz Rummenigge kreeg naar eigen zeggen veel sms’jes, of de Duitsers alsjeblieft konden winnen, om het voetbal te redden. Want het Chelsea van Di Matteo, dat is niet altijd aangenaam om kijken. Tien dagen geleden won Chelsea de FA Cup. Het schoot op Wembley exact … vier keer op doel. Ramires en Drogba scoorden, qua efficiëntie kan dat tellen. In de duels tegen Barcelona was het al niet veel beter.

Di Matteo maakte van de ploeg weer winnaars, dat is zijn verdienste. André Villas-Boas, tot maart de jonge Portugese roerganger, maakte oorlog met zijn kleedkamer. Petr Cech wist in februari niet wat hij zag op het veld: geen Terry, Lampard noch Drogba. Bank, vond André. Di Matteo haalde ze allemaal terug, behandelde iedereen met respect, herinnerde de oudjes aan hun kwaliteiten, en maakte er weer een hechte ploeg van. Zijn beloning: de oudjes die na de FA Cup in de media gingen pleiten om hem aan het roer te houden. In één adem bepleitten ze ook een verlengd verblijf van Drogba, deze zomer einde contract en al met één been in China. De Ivoriaan wil blijven, maar alleen als hij voor twee jaar kan tekenen.

Wees dus gerust, een uitgeblust en oververmoeid Chelsea krijgt Bayern niet tegen zich. Wel geprikkeld, maar ook: gehandicapt. Het centrale duo dat het dit seizoen vond – Ivanovic-Terry – is geschorst. Net als middenvelder Meireles, eerste invaller op het middenveld. Maar de belangrijkste afwezige is Bugs Bunny, alias Ramires. De waterdrager die in het begin van zijn Londense carrière “zijn emmers liet vallen”, lachte de Engelse pers. Nu onmisbaar, de man die van het Jogo Bonito alleen de drie eerste letters onthield. To jog. In zijn geval: hard lopen (en scoren, 11 goals dit seizoen). Lampard, Mikel en Drogba zullen zijn draafwerk missen.

DOOR PETER T’KINT

De tactiek waarmee José Mourinho met Inter Barça elimineerde, gebruikte ook Roberto di Matteo.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier