Sporting Anderlecht zit nu nog in de rode cijfers, maar niet lang meer. De volgende balans zal een financiële heropleving tonen.

Sinds het voetbal het tijdperk van de big business binnengestapt is en door het geld wordt beheerst, komt niet elke waarheid naar boven. Zoals elk beursgenoteerd bedrijf worden verliezen ‘vertaald’ als investeringen. Om shirts te verkopen en investeerders aan te trekken bewaart men maar beter een uitstekend imago. Daarvoor moet men goed overkomen in de media en stippelt men een strakke communicatie uit. Loslippigheid over gevoelige thema’s is dus uit den boze. En geld is zo’n thema.

Sinds de bekendmaking van de cijfers in oktober 2011 heeft algemeen manager Herman Van Holsbeeck zich beperkt tot een kort perscommuniqué en ook nu wou hij daar niet punt per punt op ingaan. Daarom besloot dit blad om zelf de boekhouding van Anderlecht uit te pluizen. Waarom? Om na te gaan wat er waar is van het gerucht dat de club aan de rand van de afgrond staat. En wat blijkt? De situatie is allerminst catastrofaal. Er rommelde in de verte wel een onweer, maar de donkerste wolken zijn al voorbijgetrokken.

Ademruimte

Even terugspoelen. Toen in juni 2011 de cijfers van 2010 werden bekendgemaakt, bedroeg het verlies nog 2 miljoen euro, wat het totale tekort over drie jaar op 11,4 miljoen euro bracht. Sinds het niet meer tot de Champions League doordringt, zit Anderlecht in de rode cijfers. Drie jaar werd er verlies geboekt, met een record van 5,5 miljoen in 2009. Al in de vroege lente van 2011 kondigde een nieuw verlies zich aan (men sprak toen van 5 miljoen euro) en zag men zich genoodzaakt de beste spelers te verkopen.

Het vertrek van Mbark Boussoufa moest dus wat ademruimte verschaffen. RSCA zat in het nauw en greep de geboden kans met beide handen. “We konden hem niet tegen zijn wil houden. Ik zou een slechte manager zijn als ik hem niet had verkocht”, zo klonk het bij Van Holsbeeck, die de nadruk legde op de wensen van de speler. Toch zei hij ook: “We hebben inderdaad niet veel getransfereerd de voorbije jaren, we hebben een opleidingscentrum van 15 miljoen euro neergezet en we willen een nieuw stadion, maar we willen toch vooral een ploeg opbouwen.”

Ondanks die klemtoon op het sportieve kreeg de aanzuivering van de financiën voorrang. Zelfs met het risico dat het kampioenschap zou kantelen? Daar hield niemand echt rekening mee, ondanks de scherpe concurrentie van Genk, en dan nog werd het verkopen van de beste speler voor het begin van de play-offs als een aanvaardbaar risico gezien. Anderlecht hield immers een slag om de arm: het moest niet kampioen spelen in 2011 maar in 2012, omdat het dan rechtstreeks geplaatst zou zijn voor de poulefase van de CL.

Poker blijkt geniale zet

Uiteindelijk voltrok het doemscenario zich toch en verloor Anderlecht vorig seizoen de titel en mogelijk de potten goud die verbonden zijn aan het bereiken van de CL-poules. Het zogenaamde ‘kampioenenspoor’ biedt Belgische clubs immers een prima kans om die fase te halen, zoals Genk bewees. Anderzijds toont het verleden aan dat het ook allesbehalve een zekerheid is: herinner u de uitschakeling van paars-wit door BATE Borisov in 2008 en Partizan Belgrado in 2010. Het Anderlechtbestuur vond het dan ook raadzamer om alles op een zekere CL-kwalificatie in 2012 te zetten dan op een eventuele in 2011. Een insider verwoordt het zo: “De titel van 2011 was welkom geweest, maar die in 2012 is een ab-so-lu-te must.”

Het spelletje poker dat het bestuur met enkele transfers speelde, mag dan op korte termijn niet zo geweldig uitgepakt hebben, op lange termijn blijkt het winstgevend. Door Boussoufa en Jan Polák in 2011 te verkopen kromp RSCA zijn deficit in en verminderde het de loonmassa van 19,6 naar 16,8 miljoen euro. Daarbij kreeg het ook nog de garantie Romelu Lukaku in de zomer te kunnen verkopen. Opeens was de club uit de rode cijfers, kon ze de toekomst rustig tegemoet zien en in het tussenseizoen zelfs stevig uithalen op de transfermarkt. Het spelletje poker bleek een geniale zet. Het geld kwam binnen, meer dan voorzien zelfs. Want de opbrengst van Boussoufa (8 miljoen) en Lukaku (12 miljoen, mogelijk nog oplopend tot 20 miljoen) was min of meer ingecalculeerd, maar de 4,5 miljoen die Grozny voor Jonathan Legear neertelde en de 3 miljoen van Dnjepr voor Ondrej Mazuch waren onverhoopt. Resultaat: 27,5 miljoen bij op de rekening. Daarmee konden de opgestapelde tekorten gelenigd worden en een paar stevige transfers ( Milan Jovanovic, Dieumerci Mbokani, Ronald Vargas) gerealiseerd worden zodat men zich in 2012 van de titel zou kunnen verzekeren.

Te hoge loonmassa

Het verlies dat Anderlecht in juni voorlegde was dus na een zonnige zomer al flink weggesmolten. Voor zijn eerste balans als nv legde RSCA in oktober een rapport over zestien maanden neer en bedroegen de verliezen niet meer dan 1,2 miljoen, met een exploitatieverlies (de gewone dagelijkse werking, zonder speciale verrichtingen als de verkoop van spelers of gebouwen) van 4,2 miljoen. Zonder de verkoop van Polák en Boussoufa mag men aannemen dat het deficit zou zijn opgelopen tot 4,2 miljoen.

Is dat nu erg? Neen, want die balans houdt geen rekening met de transfers van Lukaku, Legear en Mazuch en voor die van Boussoufa werd alleen de betaling van de eerste schijf in rekening genomen. RSCA verwacht dus in juni 2012 een substantiële winst te kunnen voorleggen. Wordt de titel behaald, dan stroomt nog eens 15 miljoen extra binnen via de Champions League en ook een transfer van Matías Suárez levert allicht een mooie som op. De magere jaren lijken daarmee definitief afgesloten.

Vier seizoenen zonder CL hebben immers sporen nagelaten. Het huidige budget bedraagt nog maar 31 miljoen, tegenover 42 in 2008 en 37 in 2009. Op basis van dat budget zou men kunnen zeggen dat de kloof met Standard (een budget van 25 miljoen) en Club Brugge (28,5 miljoen) steeds kleiner wordt. Anderlecht komt met zijn budget volgens Van Holsbeeck pas op de 250e plaats in Europa.

Eigenlijk zou het wel omhoog mogen, zeker vanwege de loonmassa. Jovanovic, Mbokani en Vargas waren duur, de transferprijs van Dieu zou zelfs – ook al werd die nooit volledig onthuld – een clubrecord zijn (4 miljoen). Naar verluidt zou hij 1,5 miljoen bruto per jaar verdienen, en Jovanovic 2 miljoen. Waar de loonmassa in juni nog 16,9 miljoen bedroeg, was die in november al gestegen tot 24 miljoen! Al moet men er rekening mee houden dat ook dit cijfer dus over zestien in plaats van twaalf maanden gaat. Op jaarbasis komt dat neer op ruim 18 miljoen, nog altijd een stijging met zowat twaalf procent. Op dit moment bedraagt de totale loonmassa van RSCA (die van het personeel inbegrepen) 59 procent van het budget, terwijl de club altijd sprak van 52 procent.

Gezien de sportieve ambitie van Anderlecht (gesymboliseerd door de vorige zomertransfers) zou die loonmassa nog kunnen uitbreiden. Maar het wordt algemeen aangenomen dat een club waarvan de loonmassa de 60 procent overstijgt op problemen afstevent. Standarddirecteur Pierre François gaf zelfs aan dat personeelskosten die meer dan de helft van het budget inpalmen, voor een structureel onevenwicht zorgen.

Gering kapitaal

De balans heeft nog andere pijnpunten blootgelegd. “Het kapitaal is mager”, zegt Robert Van Apeldoorn, economiejournalist bij Trends/ Tendances. “Er werd amper 2,5 miljoen op tafel gelegd. Daarnaast is er ook nog eens 7,5 miljoen dat kan opgeroepen worden bij de aandeelhouders in geval van verliezen of wanneer er investeringen gedaan moeten worden.”

Nu heeft die 7,5 miljoen in feite al een bestemming gekregen: het nieuwe stadion. “Vandaag bedragen de eigen middelen 1,316 miljoen, oftewel het kapitaal (2,5 miljoen) min het verlies (1,184 miljoen). Dat wil zeggen dat als Anderlecht volgend jaar een gelijkaardig verlies heeft, het geen eigen middelen meer overhoudt en voor een nieuwe kapitaalinjectie moet zorgen.” Geen goed scenario gezien het nog op te halen kapitaal eigenlijk voor het stadion is voorbestemd en niet om tekorten aan te vullen.

“De schulden die toe te schrijven zijn aan leningen belopen bijna 34 miljoen, dat is veel in verhouding tot het kapitaal”, voegt Van Apeldoorn daaraan toe. “Maar omdat 16 van die 34 miljoen schulden op korte termijn zijn, zullen ze in de volgende balans al verdwenen zijn.”

Nog een eigenaardigheid wat betreft de balans: de waarde van de spelerskern (immateriële activa) bedraagt amper 5,6 miljoen. Nu weet iedereen dat als Anderlecht al zijn spelers zou verkopen, dat veel meer zou opbrengen. “De reden dat men aan zo’n lage som komt,” zegt Van Apeldoorn, “is dat de waarde van een speler wordt afgeschreven over de duur van zijn contract. Anderlecht werkt volgens een lineaire methode en meestal over drie jaar.” Een speler verliest dus stelselmatig aan waarde in de loop van zijn contract, terwijl het op de markt doorgaans andersom is, zeker bij jonge spelers die in waarde toenemen.

DOOR BRUNO GOVERS & STÉPHANE VANDE VELDE

De loonmassa is gestegen met zowat twaalf procent.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier