Bevestigen, dat is dezer dagen het codewoord in de kleedkamer van AA Gent. Ook voor Danijel Milicevic, de Zwitserse Serviër van Bosnische afkomst, wiens carrière aan de top vorig seizoen in een stroomversnelling raakte. ‘Ik de Messi van Gent? In geen geval!’

Hij woont in een steegje in hartje Gent, veel dichter bij het historisch centrum van de Arteveldestad kan haast niet. Daar voelt Danijel Milicevic (29) zich thuis, waar er leven is en waar goeie restaurantjes en leuke cafeetjes op wandelafstand liggen. Hier kuiert hij graag rond, op zoek naar wat leuke kleuren, of gewoon, om onder de mensen te zijn. Hier vierde hij in mei de titel met een grachtentocht die door ruim 120.000 enthousiastelingen werd gevolgd. En hier bereidt hij het nieuwe seizoen voor, eentje dat staat in het teken van de bevestiging.

Hoe was de vakantie?

Danijel Milicevic: “Rustig, samen met de familie. De eerste dagen in de buurt van Lugano, Zwitserland. Een fantastische plek. Het meer, de bergen, en als je een paar uur rijdt, kan je naar zee. Daarna was ik een paar dagen in Belgrado, op bezoek bij het Servische deel van de familie. Kort allemaal, maar we klagen niet. Grote spelers hebben zelden veel vakantie, dat is iets waarmee we moeten leren omgaan.”

Hoe groot is het contrast tussen de luxe van Zwitserland en de armoede in Servië?

“Groot. Het verschil tussen Belgrado, de rijkste stad van Servië, en de rest van het land is op zich al zeer groot. Mijn ouders zijn eigenlijk Bosnische Serviërs. Ik ben wel zelf in Zwitserland geboren, mijn ouders woonden er al een tijdje. Zij zijn in 1977 naar Zwitserland verhuisd, om er te werken. Ik ben daar geboren. Toen in 1992 Joegoslavië uit elkaar spatte, waren we net op bezoek bij familie. Mijn vader hoorde wat dingen op radio en televisie en zei toen direct: we moeten dringend weg, naar de luchthaven. We zijn direct vertrokken. Ons dorp in Bosnië lag op de frontlijn en werd later ook oorlogsgebied. Van de oorlog herinner ik me ook nog dat mijn ouders voortdurend aan de telefoon hingen met mijn grootouders, die ginder achterbleven. Maar zelf heb ik niks beleefd.”

Veel nazaten van die vluchtelingen, inmiddels geassimileerde Zwitsers, drongen door tot in de nationale ploeg. Wat hebben zij toegevoegd aan het Zwitserse voetbal?

“Honger en de wil om te slagen. Mentaliteit. Er is wat gemakzucht bij de jonge Zwitser. Je verdient en woont er goed. Wie uit een oorlogssituatie komt, of uit moeilijke economische omstandigheden, heeft andere drijfveren.”

Referentie Anderlecht

Hoe groot was de vermoeidheid na vorig seizoen?

(lacht) “Je kent de kwaliteiten van meneer Vanhaezebrouck hé. Fysiek is er zéér hard gewerkt. Ik heb tijdens de vakantie dan ook vooral gerust. (lacht) Eigenlijk alleen gerust. Op het einde van de play-offs had ik een beetje last. Daarom heb ik me in Zwitserland een tijdje laten verzorgen, om klaar te zijn voor de start van de trainingen.”

Bekeken ze jou anders, nu je kampioen bent?

“Waar ik vandaan kom wél. Tientallen mensen kwamen me feliciteren. Ik was verrast, want ik dacht niet dat zoveel mensen de Belgische competitie volgden. Ook in Belgrado spraken veel mensen me erop aan. Het verandert je leven een beetje, de aandacht. Maar het is zoals de coach het zei bij de hervatting. We mogen niet vergeten wat er is gebeurd, maar moeten het nu wel opzijzetten. Voeten op de grond, herbeginnen vanaf nul. Het woord dat in de kleedkamer tot dusver het meeste viel is: bevestigen.”

Dat tot dusver nagenoeg niemand is vertrokken, wat betekent dat in jouw ogen?

“Dat is een goeie zaak. We kunnen werken binnen een bepaalde continuïteit. Het is anders dan vorig seizoen, toen we bijna vanaf nul begonnen. Tactiek, coach,… Ik herinner me nog die beginfase. We hadden het de eerste weken, maanden zelfs, zeer moeilijk. De trainer heeft ook vaak moeten bijsturen. Dat alles kennen we nu.”

Betekent dat ook niet dat er niemand was die er echt bovenuit stak, dat scouts niet echt wisten wat ze met jullie moesten doen?

“Klopt. De titel kwam er niet dankzij een paar grote individuele talenten, maar dankzij ons zeer solide blok. Het algemene niveau was zeer homogeen. De ene maand was die speler goed, een andere maand een ander. Ook dat maakte ons sterk.”

Jij was top in de play-offs. Toeval?

“Ik had me toch wat speciaal voorbereid. Na de reguliere competitie voelde ik me een beetje vermoeid. Op de stage in Spanje voor de play-offs heb ik daarom vooral apart getraind, samen met de medische staf. Wat meer op explosiviteit in de fitness, dat soort dingen. De uithouding was er toch al. Achteraf moet ik concluderen dat het heeft geholpen. Ik voelde me fris, mentaal ging het goed.”

Wekte dat geen belangstelling? Er was half mei sprake van Palermo.

“Ik zag dat in de Italiaanse media, tijdens mijn vakantie. Wie kampioen wordt in België, zal wel érgens over de tong gaan. Dat zal ook wel gebeurd zijn in de entourage van Brecht Dejaegere, Sven Kums, MosesSimon, RenatoNeto… Maar ik denk dat de directie van deze club snel heeft verklaard dat ze voor volgend seizoen op iedereen rekenen. Er is de Champions League, het programma gaat drukker worden.”

Wat verwacht je daarvan?

“Dat is één groot vraagteken. Ik heb er geen ervaring mee, tenzij van op televisie. In september kan ik je antwoorden. Het verschil is groot, het zal veel sneller gaan, steviger zijn ook. Anderzijds: Anderlecht heeft het vorig seizoen goed gedaan. Ik denk dat we hen als referentiepunt moeten nemen. Zij hebben en bloc gespeeld en resultaten gehaald. Ik denk dat we nog meer op details gaan moeten werken, en vooral: werken aan onze stevigheid. Bang ben ik er niet voor, wel een tikkeltje… opgewonden. Een beetje zoals voor de start van de play-offs. Je moet op zulke momenten niet nerveus zijn, maar ervan profiteren, vind ik. Binnen tien jaar is het allemaal voorbij en zijn dit alleen nog herinneringen. Ik denk ook dat we verder moeten kijken dan die competitie. Met één titelis Gent niks, hoe leuk het allemaal ook is geweest. In een paar landen hebben onverwachte kampioenen het jaar erop niks gebracht. Dat mag ons niet overkomen.”

Beter afwerken

Op tactische besprekingen valt vaak de naam van Barcelona. In welke context is dat dan?

“Vorig seizoen hebben ze ongelooflijke wedstrijden gespeeld, op alle niveaus. Maar de essentie was voor de trainer, denk ik, minder het spel, maar meer de manier waarop al die grote talenten daar, Messi op kop, samenwerkten en verdedigend hun taak deden. Messi is nog altijd geen wroeter, maar hij doet al meer dan vroeger.”

En ben jij dan de Messi van Gent?

“In géén geval (lacht). Ik denk niet dat er één speler van ons te vergelijken valt met hem.”

Is de citroen uitgeperst of kan deze ploeg nog vooruitgang boeken?

“Ik denk dat de ploeg vorig seizoen af en toe in de problemen kwam als de tegenstander hoog druk zette, en ons niet in ons balbezit liet komen, of als hij ging werken met lange ballen. Ik herinner me de tweede helft tegen Club Brugge in de play-offs, toen ze van 2-0 naar 2-2 terugkwamen. Dat moet dit seizoen beter. Wat ook beter kan, is de efficiëntie in de twee rechthoeken. Voorin nog iets beter afwerken misschien, al was dat vooral een probleem in het begin. Ik herinner me een wedstrijd tegen RC Genk, toen we 37 kansen kregen, maar de match toch eindigde op 0-0. En we zelfs hadden kunnen verliezen. Na januari is dat verbeterd, werd het veel efficiënter, veel verticaler ook, op vraag van de coach. Toen werden we beter in de afwerking. Dat is ook iets wat je ziet bij elke grote club. Met één pas elimineren zij vier, vijf spelers.”

Kort door de bocht: Barcelona versus Real Madrid.

“Inderdaad. Versnellingen en verticaal voetbal, daarop gaan we moeten werken. In de twee richtingen. Zien dat we daarop voorbereid zijn, maar ook proberen om het zelf te kunnen. Het zal niet met die paar competitiewedstrijden zijn, dat we daarvoor klaar zullen zijn. Het zal ook veel trainingsarbeid vragen.”

Stille leiders

Ligt de vloek van de Ghelamco Arena nu ook definitief achter jullie?

“Ik denk het wel. De doorbraak kwam er volgens mij tijdens de reguliere competitie met de zege tegen Club Brugge. Veel druk vooraf, een wedstrijd waarin we ongelooflijk veel hebben gegeven op fysiek vlak. Op het einde zat volgens mij iedereen met krampen. Maar we moesten die wedstrijd winnen, omdat het op mentaal vlak zo belangrijk was. Een paar weken later wonnen we ook in Anderlecht. Dat zijn de stappen die we vorig seizoen hebben gezet. Maar het was niet alleen tegen de grote ploegen dat het moeilijker lukte. Ook tegen de ‘kleinere’ ploegen gebeurde dat, als die ons gegroepeerd opvingen en op eigen helft verdedigden. Maar daarvoor werden oplossingen gevonden.”

Ben je tevreden over jouw evolutie?

“Nu wel. Als ik het wat algemener bekijk, moet ik zeggen dat ik een speciale carrière achter de rug heb, met niet altijd de beste keuzes. Soms ingegeven door slechte raadgevers. Eens in België vond ik mijn keuzes wel logisch. Stap voor stap. Eerst Eupen in tweede klasse. Kampioen, een seizoen in eerste klasse en dan, toen we weer zakten, de overstap naar Charleroi. Daar bevestigd, vervolgens naar een topper…”

Maar voor je naar Eupen kwam, was je vijf maanden werkloos. Hoe bracht je die tijd door?

“Ik kon wel aan de slag als ik wilde, bij een Zwitserse tweedeklasser, maar daar had ik geen zin in. Fit bleef ik door bij mijn ex-ploeg Lugano te trainen. Fysiek was ik oké, maar financieel was het niks. Geen salaris, geen wedstrijden. Achteraf bekeken was dat een moment waarop ik kon breken en het opgeven, of toch verder doen. En ik ben niet gebroken, dankzij de familie.”

Heeft je vader je nooit gevraagd om in zijn garage te werken?

“Constant. Ik was er ook altijd, maar ik wilde voetballen. Wagens vind ik leuk… om ermee te rijden. Ik heb een Maserati. Maar eraan werken? Neen. Toen ik klein was, kreeg ik van hem een paar keer een werkoverall. Zijn pogingen om me te interesseren…”

Gingen vrienden er ook vanuit dat jij wel wat van auto’s zou afweten, als zoon van…

(enthousiast) “Ja! Ik kende wel de basis, maar herstellen, nee, dat niet. Ik kan alleen een lekke band vervangen.”

Waarom wilde je weg uit Zwitserland?

“Het leven was er zeer oké, maar ik had nood aan wat anders. In die periode was Eupen in handen van Italianen en een manager kende mijn ex-manager zeer goed en van het ene kwam het andere. Italië was wellicht een meer logische uitweg, maar Italianen hadden toen geen te hoge dunk van Zwitserse voetballers. Nu weer wel, vandaar dat er veel Zwitsers spelen. België was ook niet zo onlogisch. Benoît Thans voetbalde nog in Bellinzona, net als LjubomirRadanovic, ex-Standard. Met zijn zoon heb ik nog gevoetbald bij de jeugd. Zijn pa is nu mijn manager, we kennen mekaar al twintig jaar. Misschien was ik beter nog wat vroeger hier beland. Anderzijds: veel spelers komen te jong bij een grote club terecht en als je dan terug naar af moet,…”

Laat aan de top betekent ook: minder intens getraind, minder klappen gekregen, minder blessures,… Je kan je carrière wat langer rekken op die manier.

“Zou kunnen, ja. Fysiek heb ik nu wel het zwaarste jaar achter de rug, op dat vlak merk ik in de tests dat mijn basis is verbreed.”

Je statistieken zijn ook beter, je scoort meer.

“Dat heeft met mijn positie te maken. Vorig seizoen was het eerste dat ik afwerkte als een echte tien, als tweede spits. Daarvoor was het toch wat vaker vanaf de flank, op rechts of op links. Ik sta nu dichter bij doel. Mijn manier van voetballen is veranderd, ik probeer efficiënter te zijn, concreter… Dat verklaart waarom mijn eigen cijfers beter zijn dan vroeger.”

Wat is jouw rol in deze kern?

“Ik denk dat ik een stille leider ben. Ik praat niet te veel, maar probeer op het veld te tonen hoe het moet. Als een van de ouderen moet ik wat gidsen. Ik niet alleen. Kums, Rafinha, NanaAsare. Wij zijn allemaal stille leiders, jongens die eerder tonen hoe het moet, dan het zeggen. Ook dat is hier veranderd, in vergelijking met vroeger. Dat past ook beter bij mij, een rustige kleedkamer. Als je daar al disputen hebt, krijg je die ook op het veld. Wij hebben aangetoond dat het anders kan. Zonder echt grote sterren in de ploeg, kan je ook iets bereiken.”

DOOR PETER T’KINT – FOTO’S BELGAIMAGE / CHRISTOPHE KETELS

“In een paar landen hebben onverwachte kampioenen het jaar erop niks gebracht. Dat mag ons niet overkomen.”

“Zonder echte sterren in de ploeg kan je ook iets bereiken, dat hebben wij aangetoond.”

“Versnellingen en verticaal voetbal, daarop gaan we moeten werken.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier