Dromen van de finaleDinsdag speelt Gent de halve finale van de beker tegen Standard. Met zijn grote actieradius en zijn verwoestende trap is Milos Maric een van de drijvende krachten op het middenveld van de Buffalo’s.

De spelers en de technische staf zijn het erover eens: Milos Maric is het toonbeeld van werkkracht, een speler die er altijd voor gaat en die probeert het hele team op sleeptouw te nemen. Mede door zijn goals zette AA Gent in de kwartfinale van de bekercompetitie de heel scheve situatie recht die was ontstaan na de 5-1-nederlaag bij tweedeklasser Kortrijk. Maric droomt dan ook van de bekerfinale op 17 mei, in de schaduw van het Atomium, het Brusselse monument dat dit jaar zijn vijftigste verjaardag viert.

Met de 2-2 van de heenwedstrijd in Luik is alles nog mogelijk.

Milos Maric: “Dat spreekt voor zich. We mogen absoluut niet in de val trappen te optimistisch te zijn om dan uiteindelijk toch de finale te missen. Ik weet zoals iedereen dat Standard van de dubbel droomt. Dat is altijd iets uitzonderlijks. Ik heb het zelf twee keer meegemaakt in Griekenland en het zorgt voor een onbeschrijflijk gevoel. Het is alsof je als atleet zowel de marathon – de competitie – als de sprint – de beker – zou winnen. Door een blessure was ik er in Luik niet bij, maar mijn teammaats boekten er een fantastisch resultaat, hoewel het aan de rust veel meer had kunnen staan dan 2-0. In de tweede helft konden we de druk weer wat naar hun kant verleggen en gelijkmaken. Dat was onverhoopt en het toont aan dat met offensief voetbal veel mogelijk is. We zijn op Sclessin niet als bange wezels voor ons eigen doel gaan liggen en dat heeft geloond. Maar toch moeten we schrik blijven hebben van Standard, dat echt alles wil winnen. Het komt er dus op aan de terugwedstrijd ook combattief aan te pakken. Ik ben ervan overtuigd dat we over een ploeg beschikken die de nodige wapens heeft om de kwalificatie af te dwingen: veel technische kwaliteiten, goede spelers en een offensieve ingesteldheid. Ik heb hier ondertussen gehoord dat het van 1984 geleden is dat Gent de beker gewonnen heeft. Hoog tijd dus om de club en de stad nog eens een grote prijs te schenken.”

Ploeg met troeven

Is de aankondiging van het vertrek van de trainer op het einde van het seizoen geen storende factor?

“Helemaal niet. In het profvoetbal moet je valies bij wijze van spreken altijd klaar staan. Dat weten we allemaal. Je kunt het ook omdraaien: we willen eigenlijk allemaal nog een tandje bijsteken om de coach te bedanken. Hij heeft het team immers heel wat bijgebracht. De kwaliteiten van Standard zijn genoegzaam bekend: het jonge, van energie bruisende middenveld, de snelheid van de spitsen en de onverzettelijke verdediging. Het is ook een team met heel veel lengte. Zelfs als er geblesseerden of geschor-sten zijn, blijft het raderwerk van hun 4-4-2 perfect draaien. Dat bewijst nog maar eens dat voetbal een ploegsport is. Je moet een sterk collectief hebben, want anders lukt het niet. Wie uitblinker wil zijn in een team dat verliest, heeft in het voetbal niets te zoeken. Let op, dat wil niet zeggen dat de individuele troeven van spelers niet belangrijk zijn. Toen Guillaume Gillet en Christophe Grégoire Gent verlieten voor respectievelijk Anderlecht en Willem II – waar ze ongetwijfeld zullen slagen omdat het hele goede voetballers zijn – heb ik me ook de nodige vragen gesteld. Maar uiteindelijk hebben we collectief oplossingen gevonden om hun vertrek op te vangen. Ik heb zelfs enkele weken als rechtsachter gespeeld. Dat stoorde me niet. Nu staat Roberto Rosales op die positie en we hebben natuurlijk nog een pak andere troeven.”

Bryan Ruiz, om hem niet te noemen …

“Hij is een spits met grote klasse. Met zijn linkervoet kan hij de tegenstander nachtmerries bezorgen. Maar ook hij kan het niet alleen. Het is ook dankzij het werk van Dominic Foley en Adekanmi Olufade dat zijn talenten beter tot uiting komen. En Khalilou Fadiga kan door zijn ervaring de ploeg heel veel bijbrengen. Zet ze maar op een rijtje : Admir Haznadar, Gil Vermouth, Boban Grncarov, Zlatan Ljubijankic, Marko Suler, Dario Smoje, Bojan Jorgacevic, stuk voor stuk jongens met veel talent.”

Vergeet je Milos Maric niet te vermelden?

“Ik ben ambitieus en ik wist heel goed wat ik deed toen ik inging op het aanbod van Gent. Dit is een club met ambitie, die op termijn bij de Belgische top vier kan horen. Het grote verschil met Griekenland is dat hier meer wordt geprobeerd om te voetballen en dat de scheidsrechters de aanvallers en de technisch gerichte spelers beschermen. In de Griekse hoogste klasse is het spel veel harder en brutaler. Het Belgische voetbal ligt me een stuk beter. Toen Cedomir Janevski me contacteerde, heb ik dan ook niet lang geaarzeld.”

Temeer omdat je al vertrouwd was met het systeem-Sollied.

“Ja, hij was gedurende anderhalf seizoen mijn coach bij Olympiacos. Met zijn technische staf, dezelfde als bij Gent, won ik de Griekse titel en de Griekse beker. Ik speelde onder hun leiding ook in de Champions League. We kennen elkaar dus goed en hij had voor de Buffalo’s een middenvelder als ik nodig. Ik wist dat zijn systeem niet was veranderd, zodat ik geen moeite zou hebben om me te integreren, ook al maakte ik niet de hele voorbereiding mee. Ik ben namelijk iets later aangekomen.”

Stinkend rijk

Met Serviërs, Kroaten, Slovenen, Macedoniërs en een Bosniër is Gent een echte Balkanploeg.

“Dat klopt en dat is heel leuk. Er zijn geen problemen. We zijn gelukkig dat we samen kunnen leven en spelen, maar we spreken in de groep vooral Engels.”

Waarom is Sollied eigenlijk niet langer bij Olympiacos gebleven?

“De druk van de media is in Griekenland enorm. Er worden dagelijks hele kranten over voetbal gevuld. Vooral Olympiacos wordt enorm gevolgd omdat die club alle Grieken interesseert. Griekenland ademt gewoon voetbal. Ik heb in Griekenland mijn contract ondertekend op de dag dat het land in 2004 het EK had gewonnen. Er liepen toen honderdduizenden mensen in de straten. Zo’n voetbalgekte heb ik werkelijk nog nooit gezien. Voeg daar nog bij dat de meeste Griekse clubvoorzitters stinkend rijk zijn en je beseft dat in dat land niets onmogelijk is. Zo had ik het geluk met spelers als Rivaldo, Giovanni en Predrag Djordjevic te kunnen spelen. Maar mede daardoor is het Griekse voetbal ook een enorme mallemolen waarin je werkelijk alles kan verwachten, het onmogelijkste eerst. De 4-3-3 van Sollied wekte in het begin de nodige verbazing, maar geen enkele ploeg heeft er ooit een antwoord op kunnen vinden. In de Champions League lag het anders, omdat dat toch weer een ander niveau is. Het bestuur van Olympiacos besefte dat volgens mij onvoldoende. Het eiste van Sollied dezelfde resultaten op het Europese toneel als in Griekenland. Daarom koos het uiteindelijk voor een andere trainer om zo tegelijk ook de fans wat te kalmeren.”

Onder Sollied had je niet altijd een basisplaats?

“Neen, en ik verloor ook mijn plaats in de Servische nationale ploeg omdat ik bij mijn club niet altijd speelde. Maar ik neem Sollied niets kwalijk. Ik ben altijd hard blijven werken tegen dat hij mij nodig zou hebben. Dat is nu eenmaal mijn stijl. Ik weet ondertussen dat er dan toch altijd weer een nieuwe kans komt, die je kunt grijpen. Trouwens, als ik een speler zou zijn die voor problemen zorgt, had Sollied nooit voorgesteld om me naar Gent te halen.”

Kers op de taart

Hoe was je eigenlijk bij Olympiacos terechtgekomen?

“Ik ben geboren in Belgrado, maar ons gezin – ik heb nog een broer die Sava heet – is redelijk snel verhuisd naar de regio nabij Uzice, ten zuiden van de hoofdstad. Echt op de buiten. Ik heb er een jaar geleden trouwens een restaurant geopend, waar een twintigtal mensen van mijn familie werken. Daar ben ik ook beginnen te voetballen, bij tweedeklasser Uzice. Nogal wat goede spelers hebben daar hun opleiding gekregen, want die club besteedde veel aandacht aan de jeugdwerking. Daarna ging ik naar FK Rémont Cacak, een ambitieuze derdeklasser die dadelijk de promotie afdwong. Ik speelde me daar in de kijker want de clubs uit Belgrado kregen belangstelling voor mij, maar ik tekende bij FK Zeta uit Montenegro. Ook daar ontpopte ik me op het middenveld tot een aanjager die de lijnen helpt uitzetten. Op het laatst zaten er in de tribunes scouts van Partizan en Rode Ster Belgrado, maar ook van Dortmund, Dynamo Kiev en een aantal Russische clubs. Uiteindelijk opteerde ik voor Olympiacos, dat het snelst op de bal was en de sterkste argumenten op tafel legde om me te overtuigen. Ik vond er ook een aantal landgenoten terug zoals trainer Dusan Bajevic, die het Griekse voetbal van haver tot gort kent, en Predrag Djordjevic die in Griekenland een echt idool is. Het liep fantastisch: twee dubbels, de eerste onder Bajevic, de tweede onder Sollied. Dat staat toch mooi op mijn palmares.”

Als je straks de Belgische beker wint, heb je alweer een prijs.

“Het zou een mooi geschenk zijn van de groep aan Sollied. Ik was onlangs in Griekenland en toen ik een taxi nam, herkende de chauffeur me. Hij wist dat Gent 2-2 had gespeeld op Standard en dicht bij de bekerfinale stond. Ik heb het daarnet al gezegd, Griekenland is echt voetbalgek. Het is toch een enorm verschil met Melle waar ik nu woon en waar het ’s avonds heel erg rustig is.”

In 1984 won Gent de finale met 2-0 tegen … Standard.

“Dat zou een mooie score zijn voor de terugwedstrijd, maar ik verwacht een spectaculaire en moeilijke wedstrijd. Gent heeft een mooi parcours afgelegd, maar we zijn er nog niet. Standard speelt vaak beter op verplaatsing dan in eigen huis. Als we van de eerste tot de laatste minuut geconcentreerd blijven en ons allemaal keihard inzetten, zou het moeten lukken. Daarna moeten we natuurlijk de finale ook nog winnen. Dat moet de kers op de taart worden.” S

door pierre bilic – beeld: wim beddegenoodts

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier