Want dat wil iedere spits, is Carlos Bacca eerlijk. Na een moeilijke aanpassing raakt de Colombiaan op dreef: de voorbije vijf wedstrijden scoorde hij elke keer voor de leider in de Jupiler Pro League. Het geheim? Geloven in jezelf. Geloof speelt sowieso een grote rol in het leven van deze doelpuntenmaker.

Toegegeven, zwaar waren we niet onder de indruk van Carlos Bacca (sinds zaterdag 26) toen we hem tijdens een van zijn eerste weken bij Club Brugge aan het werk zagen. Het was een oefening op afwerken en de ballen van zijn voet vlogen alle kanten uit. Alle kanten behalve de goeie. Neen, de netten trilden die namiddag niet. Een van de andere spitsen bekeek ons en glimlachte. Neen, hij was écht niet beter dan wat er al rondliep, die Colombiaan. Ergens leek Kenneth Brylle dat ook te bevestigen. Mijn uitdaging, zei de Deen half maart, is Carlos Bacca klaar krijgen voor volgend seizoen. Dan gaat Club nog veel plezier aan hem beleven.

Brylle werkte aan zijn afwerking en bewegingen, Christoph Daum liet zijn fysiek bijspijkeren. “Hij laat hem lopen als een konijn”, constateerde Thomas Meunier. Allen hadden ze op dat moment één doel: Carlos Bacca klaarstomen voor de play-offs. Dat lukte, en de Colombiaan bedankte met een paar mooie prestaties. Hij scoorde ook voor het eerst, tegen AA Gent, en werd in andere wedstrijden, onder meer de topper tegen Anderlecht, onterecht afgefloten voor buitenspel. Al snel werd Bacca in de lage verdediging die Daum hanteerde een wapen op het randje.

Maar geloofden ze in Brugge echt in hun Colombiaan als aanvalsleider? Het valt te betwijfelen. Georges Leekens alleszins niet direct, die drong aan op de komst van een ervaren nummer één. Mémé Tchité, eerder al op het shoppinglijstje van Club, belandde uiteindelijk toch in Jan Breydel. Op Carlos Bacca was het nog wachten, ondanks een meer dan degelijke voorbereiding. Joseph Akpala startte, Tchité was tweede spits, in Mechelen zat Bacca zelfs in de tribune. Naast de kern gevallen. Maar toen keerde het lot. Tchité schoof zijn moeizame start bij blauw-zwart wat in de schoenen van anderen, begon te klagen, en Leekens dropte Bacca tegen Beerschot in de ploeg. De trein was vertrokken, in elke wedstrijd scoorde de Colombiaan. Tegen Standard onlangs nog twee keer.

Zes maanden geleden zei Club: ‘Met Bacca moeten we geduld hebben.’ Ze lijken gelijk te krijgen.

Carlos Bacca: “Toen Club me kwam halen, wisten we dat ik voor een grote uitdaging stond. Verandering van klimaat, een ander tactisch schema… Langzaam heb ik me aangepast en ik ben het seizoen zéér goed geëindigd. Daarop is de club van trainer veranderd en heb ik me verder aangepast. Ik heb de hele voorbereiding kunnen spelen, de zaken gaan de goeie weg op. Ik heb het gevoel dat we dag na dag verbeteren. Ikzelf zeker, maar ook de ploeg.”

Wat was de grootste aanpassing? Fysiek, tactisch, het leven in België…?

“Qua voetbal zeker het tactische. Het voetbal in Colombia is veel technischer, hier is het meer strijden, meer fysiek. Het was ook zo dat ik net een seizoen in Colombia achter de rug had en daarna vakantie kreeg, vanaf eind november ongeveer. Ik kwam naar hier in januari, met nagenoeg twee maanden vakantie in de benen, twee maanden zonder fysiek werk. En hier was het seizoen volop aan de gang, zaten we al heel ver in de competitie. De ploeg was gevormd en het was aan mij om me zo snel mogelijk te integreren. In de groep, in deze competitie… Met de hulp van God is dat goed gelukt, mettertijd werden mijn prestaties beter.”

In de play-offs scoorde je voor het eerst. Voelde je toen al dat je dichter en dichter bij de ploeg kwam?

“Ja. Ik voelde me goed en kreeg van de technische staf een kans. Vier, vijf wedstrijden mocht ik meedoen, en daar had ik de indruk dat het harde werk loonde. Op dat elan ben ik doorgegaan. Na de trainerswissel kreeg ik nog meer geloof in eigen kunnen. Ik hoop dat ik dat voor mezelf kan consolideren en ook met de groep, dat we mettertijd meer solide worden.”

Was je toch niet wat verrast door de komst van Mémé Tchité?

“Neen, op geen enkel moment. In een goeie groep is concurrentie van groot belang: hoe meer die er is, hoe sterker je wordt. Ik ben wel blij dat het hier een gezonde concurrentie is, die komt de sfeer binnen de groep en de scherpte zeker ten goede.”

Concurrentie is oké, maar vier spelers (toen Akpala er nog was) voor één plaats… dat is veel.

“Ik had het gevoel dat iedereen vanaf nul vertrok. Trainer en club namen die aankoopbeslissing, die moet je als speler accepteren. Gelukkig mocht iedereen tijdens de voorbereiding spelen en dan is het aan de trainer om zijn keuze te maken. Dat heb je in elke wedstrijd gezien: de speler die tijdens de week de beste was, mocht de wedstrijd spelen.”

Jij was de beste spits in de voorbereiding, verwachtte je dan niet in de ploeg te staan?

“Dat verwacht ik altijd, daarvoor train ik ook altijd honderd procent. Maar die beslissingen neemt de trainer en die moet je als speler aanvaarden. Ik wil elke keer spelen, dag na dag, maar als dat niet het geval is, moet je wachten tot de trainer je opstelt. En zien dat je dan klaar bent.”

En sinds je die kans kreeg, scoor je.

( brede glimlach) “Ja. Dankzij God. Zeer belangrijk voor mij, maar tegelijk weet ik ook dat dit het werk is van de hele ploeg. Zij geven me de bal, ik leef van de passes van de ploegmaats. Dat moet je altijd voor ogen houden, dat scoren het resultaat is van teamwerk. Als aanvaller draag je de grootste verantwoordelijkheid, maar je bent niks zonder het werk van een groep.”

En of je nu in de spits staat dan wel op de rechterkant, eigenlijk maakt het voor jou weinig uit, constateerde Leekens na Standard.

“Zo is het. Ik voel me goed en ik voel het vertrouwen van de trainer.”

Jouw snelheid is fenomenaal, hoor ik.

“Fysiek werk is zeer belangrijk. Het is een geschenk van God, die snelheid. Ik hoorde dat ze hier onder de indruk waren toen ik mijn fysieke tests aflegde. Dat ze heel tevreden waren. Ik ben gewoon snel, ja.”

Zaterdag werd je 26. Welk geschenk wilde je graag?

“Dankzij God kon ik weer een jaartje volmaken. Ik ben blij – en tegelijk triest, omdat ik die verjaardag ver weg van de familie moet vieren. Veel vraag ik niet, alleen aan God een goeie gezondheid en veel vreugde, dat ik mijn zoon kan zien opgroeien in de beste omstandigheden. Verder wil ik een mooi leven met de familie en veel vrede. En sportief wil ik nog beter worden, zodat ik Club kan helpen.”

Topschutter worden?

“Zeker, honderd procent. Dat heb ik tijdens de vakantie in de Colombiaanse kranten ook gezegd. Dat wil toch iedere spits in elke ploeg? Ik heb nu in vijf matchen zes keer gescoord, ik hoop dat dat er na tien matchen geen elf of twaalf zijn, maar vijftien…”

Strand en drugs

Laat ons even naar Colombia gaan. Je groeide op in de buurt van Barranquilla, bekend van strand, carnaval en mooie vrouwen.

“Ja, schitterend, ik ben echt trots dat ik Barranquillero ben, dat ik van een kuststad kom. Ik ben er zeer gelukkig geweest, opgegroeid op twee minuutjes van het strand, genietend van de zon, de vrienden. Er waren tegelijk veel moeilijkheden, ook dat verberg ik niet, maar ik ben er sterker door geworden. Ik voel me nu een soort uithangbord van de streek, een vitrine, een spiegel zelfs voor de jongeren uit de buurt.”

Wat bedoel je met moeilijkheden?

“De buurt waar ik opgroeide, is geen omgeving zoals jullie kennen. We hebben onze problemen, alcohol, drugs. Als je daar opgroeit, is het niet altijd vanzelfsprekend om goed terecht te komen. Je kunt erin verzeild raken. Gelukkig gaat het nu beter, niet alleen in Colombia, maar ook in de rest van de wereld. De problemen die wij kennen, zijn er ook in andere landen. Maar het gaat beter, we kunnen nu mensen naar het land laten komen zonder dat ze veel gevaar lopen. De hotels zitten vol met toeristen, de stranden zijn mooi, niemand zal zich een bezoek beklagen.”

Je stond ooit op het punt om te stoppen met voetballen, las ik ergens. Wat gebeurde er?

“Ik was nog amateur, in 2004, en kreeg maar geen poort open naar het profvoetbal. Thuis waren de zaken economisch niet zo best, en als je 17 of 18 bent, moet je stilaan denken aan een alternatief. Aan werken. En dat deed ik toen. Ik ben in een klein bedrijfje gaan helpen en ging niet meer trainen. Alleen nog voetbal in het weekend, op zondag. Het was pas toen mijn ploegje van toen een trainer kreeg die wél in mij geloofde en contacten had bij Junior, dat hij me kon overtuigen om het toch nog eens te proberen als voetballer. Tussen 2004 en 2006 heb ik niet getraind, pas daarna ben ik weer gaan voetballen. En ben ik anders gaan denken. En nu heb ik alles aan het voetbal te danken, ben ik bekend in Colombia en nu ook stilaan in de rest van de wereld.”

Betreur je dat achteraf, dat je even hebt opgegeven?

“Neen. Want ik weet nu wat de andere kant is, het ‘dagelijkse’ leven. Ook dat heeft me sterker gemaakt.”

Wat zou er van Carlos Bacca zijn geworden zonder voetbal?

“Alleszins geen universitair, want dat konden mijn ouders niet betalen. Wellicht zou ik ergens bij een busmaatschappij zijn beland. En op zondag voetballen als amateur.”

Op de dag des Heren… Je dankt God in ongeveer elk antwoord. Welke rol speelt Hij in je leven?

“Ik heb Hem mijn hart geschonken en lees de Bijbel, dat helpt me ontzettend. Het maakt me sterker. Het is niet zomaar dat ik Hem vaak dank, Hij geeft me kracht, geeft me woorden om me uit te drukken. Je praat niet zomaar, je praat dankzij het talent dat God je schonk.”

Carnaval

Wat doen je ouders in het leven?

“Mijn mama is huisvrouw, stond altijd voor ons klaar. ( glimlacht) Genietend van het leven. Mijn vader is van beroep mecanicien, hij werkt voor een firma die autowielen maakt. Ik heb een broer en een zus. Mijn zus is lerares, mijn broer werkt bij een busmaatschappij in Puerto Colombia. ( soms enthousiast verder op) Ik heb ook nog vijf neven en nichten, die allemaal studeren. Heel veel vreugde in de familie.”

Barranquilla is ook de stad van Shakira.

“Zeer belangrijk voor de stad, en voor Colombia, en eigenlijk ook voor de hele wereld. Net als het carnaval, dat is iets wat elk jaar heel veel toeristen lokt. Veel gekte, veel zon, altijd in februari, vijftien dagen tot een maand feest in de zon.”

Je bent heel jong naar Venezuela getrokken, naar een tweedeklasser. Kun je eens uitleggen waarom?

“Ik voetbalde bij de jeugd van Barranquilla, maar toen ik er bij de A-kern kwam, was ik zevende spits! In Venezuela kon ik eerste spits zijn en qua verdiensten was dat gelijk. Daarom ging ik naar ginder. Het was een goeie leerschool, voor de eerste keer weg van huis en van de familie. Ander land, wel dichtbij, maar weg van pa en ma en thuis. Die eerste transfer maakte me als mens sterker. En toen we stegen naar eerste klasse kon ik terug naar Barranquilla, en vrij snel naar Junior, en had ik een naam. Toen werd het iets eenvoudiger voor mij.”

Toen je bij Junior goed begon te presteren, kwamen de aanbiedingen. Boca Juniors en Racing in Argentinië, Verona in Italië, zelfs even een ploeg in Moskou. Wat was daarvan concreet?

“Boca en Verona waren concreet, maar mijn club, Junior, bereikte nooit een akkoord over een transfersom. Ik ben altijd rustig gebleven en heb vertrouwd op de hulp van God. Hij wist wat hij voor mij in petto had. Mijn wens was wel in Europa te voetballen. Het liefst bij een grote ploeg zoals Club Brugge, die elk jaar Europa League speelt, en soms ook Champions League. Een ploeg met naam. En hier zijn we. Ik heb er nog eentje – een droom bedoel ik.”

En die is?

“Voor de nationale ploeg voetballen. Naam maken, zo bekend mogelijk worden. Club Brugge ook gebruiken als trampoline om naar een heel grote competitie te verhuizen. Genre Italië, Spanje… ( lacht) Maar dat is geen must, als ik hier tien, vijftien jaar kan blijven, is het voor mij ook goed. Ik leef hier heel rustig.”

Je bent wel al 26, dat is vrij laat om de stap te zetten.

“Het voordeel is opnieuw dat ik rijper was toen ik de stap zette, rijper als mens. Ik heb het nu misschien makkelijker om me aan te passen dan wanneer ik die stap op zeer jonge leeftijd zou hebben gezet.”

Waar denk je aan als ik Falcao zeg?

“Een groot speler en niet alleen om wat hij nu bij Atlético laat zien. Hij toonde dat eerder ook al bij River en bij Porto en met de nationale ploeg van Colombia. Hij is zeer professioneel met zijn sport bezig en dat zie je. Een voorbeeld voor ons: als je maar hard werkt, dan bereik je succes. Dat hij een landgenoot is, maakt me heel blij. Ik hoop dat ik ooit een dag in de nationale ploeg naast hem kan spelen. Als ik belangrijk kan blijven voor Club Brugge komt dat misschien wel.”

Heeft Kenneth Brylle, de spitsentrainer, al invloed op jou gehad? Zijn grootste uitdaging, zei hij vorig seizoen, was jou doen slagen.

“Veel hebben we nog niet samengewerkt, maar je merkt wel dat hij een spits is en veel ervaring heeft. Hij laat het uitschijnen alsof goals maken iets gemakkelijks is, maar ik zweer je: dat is het niet. Daarom werken we elke dag. Belangrijk voor een spits is vertrouwen. Af en toe een goal maken helpt, dan komt dat. Ook op training. En dan ben je vertrokken.”

Tchité spreekt Spaans, Víctor Vázquez is een Spanjaard, ik kan me inbeelden dat dat helpt.

“Zeker. Toen ik naar hier kwam, sprak ik amper een woord Engels en nog veel minder Nederlands. Gelukkig zette de ploeg er een vertaler bij, die me elke dag kon helpen bij mijn integratie en bij die van de familie. Dat was zeer belangrijk. En als je dan nog het geluk hebt dat er in de ploeg jongens zijn die je taal spreken, helpt dat ook. Nu ook Tchité, eerder Marcos, Jordi… En dat geeft ook weer vertrouwen, je kunt iets kwijt in de kleedkamer, je voelt je thuis.”

door peter t’kint – beelden: koen bauters

“Als je 17 of 18 bent, moet je stilaan denken aan werken. Ik ben in een klein bedrijfje gaan helpen en ging niet meer trainen.”

“Ik zou graag ooit in de nationale ploeg naast Falcao spelen.”

“Ik hoop dat ik na tien matchen geen elf of twaalf maar vijftien keer gescoord zal hebben.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier