Plots zag Lorenzo Staelens zich tot trainer van Moeskroen gebombardeerd. Tijd voor zijn eerste ervaringen.

Drie weken is Lorenzo Staelens inmiddels als trainer van Excelsior Moeskroen aan de slag. De Lorre aarzelde geen seconde toen voorzitter Jean-Pierre Detremmerie hem in zijn vakantieoord Martinique opbelde en hem voorstelde om Hugo Broos op te volgen.

Het leven van Staelens raakte in dit jaar 2002 in een stroomversnelling. Op 1 januari trad hij officieel in dienst als coördinator van Futurosport, de jeugdschool van Moeskroen. Enkele weken later zag hij af van zijn taken als schepen van Sport in Menen om zich beter op zijn nieuwe job te kunnen toeleggen. En nu neemt hij het dus over van Broos.

Eind juni werden de eerste tien trainingsdagen afgewerkt onder Broos. Het duo Gil Vandenbrouck-Didier Vandenabeele verzorgde nog enkele sessies in juli, zodat de verse trainer de tijd kreeg op de Antillen de batterijen op te laden. Intussen is de nieuwe sportieve structuur operationeel. Staelens sloot zopas de stage af in Delden, in het noordwesten van Nederland.

Hoe kijk je op die eerste twee weken in je nieuwe rol terug ?

Lorenzo Staelens : Ik moet toegeven dat er in het begin momenten van aarzeling waren. Het oefenkamp in Nederland was niet alleen nuttig voor de spelers, maar ook voor mezelf. Ik denk dat ik daar goed in mijn rol ben gegroeid.

Momenten van aarzeling waren er alleszins niet toen Detremmerie je vroeg om het van Hugo Broos over te nemen.

Ik was op de hoogte van de bewegingen in het Belgische voetbal. Voor ik met vakantie vertrok had ik net als iedereen de kranten gelezen. Ik wist van de speculaties over de nieuwe bondscoach en de trainer van Anderlecht. Daarbij viel geregeld de naam van Hugo Broos. Ik zal het niet zo ver drijven om te zeggen dat ik me aan een telefoontje van Detremmerie verwacht had, maar helemaal uit de lucht viel ik zeker niet toen hij me belde.

Trainer in eerste klasse worden is één van mijn ambities. Ik had alleen niet gedacht dat ik zo vlug een kans zou krijgen. Een aanbieding van een andere club zou ik geweigerd hebben. Ik had als coördinator van de jeugdschool van Futurosport een contract van vijf jaar getekend en dat contract wou ik respecteren. Het leek me een goede manier om een brug te slaan tussen mijn periode als speler en mijn toekomst als trainer. Ik kon geleidelijk aan vertrouwd geraken met de andere kant van de barrière. De structuur die op poten werd gezet liet vermoeden dat ik eerste keus zou worden om het veldwerk van Broos over te nemen, zodra die als technisch directeur zou zijn geïnstalleerd. De dingen zijn echter anders gelopen.

Van opleiding ben je leraar lichamelijke opvoeding. Kan dat helpen ?

Het is zo’n twintig jaar geleden dat ik dat diploma behaalde. Ik heb ook nooit lesgegeven, dus geloof ik dat ik daar beter niet op terugval. Momenteel volg ik een cursus om een proflicentie te behalen. Maar die cursus is uitgesproken theoretisch. Ik denk dat het erop aankomt wat men leert, te combineren met wat men zelf als speler heeft meegemaakt.

Heb je nog contact met Broos ?

Hij heeft me gebeld om me te feliciteren. En nadien om de zaak- Zewlakow door te praten. Sinds zijn vertrek uit Moeskroen is hij vooral met Anderlecht bezig. Dat lijkt me logisch.

Verscheidene oud-internationals begonnen onlangs aan een trainerscarrière. Met uiteenlopend resultaat. Enzo Scifo heeft het moeilijk. Michel Preud’homme wisselde de post van trainer af met die van technisch directeur. Franky Van der Elst voelt zich kiplekker.

Jan Ceulemans ook. Sommigen slagen, anderen niet, dat gaat zo. Je moet érgens beginnen. Hugo Broos en Erik Gerets hebben de carrière uitgebouwd die men kent, maar ze zijn wel begonnen bij RWDM en Club Luik.

Hoe zou je jezelf als trainer typeren ?

Ondanks alles, als een nogal harde. Ik ben geen tiran, maar als ik niet over het werk van mijn spelers tevreden ben, zal ik hen dat zeker laten weten. Ik probeer dicht bij hen te blijven en toch een bepaalde afstand te bewaren. Dan kun je makkelijker beslissingen nemen.

Offensief of defensief voetbal ?

Ach, die termen hebben niet zoveel te betekenen. Thuis moet je alleszins proberen het spektakel te verzorgen en drie punten te behalen. Maar alles begint bij een goede defensie. Voor uitwedstrijden moeten we een tactiek uitstippelen die ons toelaat te counteren en vermijden dat we, terwijl we aanvallen, brede boulevards openlaten.

Ontdek je nu al aspecten aan het trainersvak, die je niet had vermoed ?

Toen hij mijn aanstelling tot trainer vernam, heeft Franky Van der Elst me meteen gewaarschuwd : je zal zien, de job van trainer is veel complexer dan die van speler. Ik kan nu al zeggen dat hij gelijk heeft. Als speler heb je alleen maar voor jezelf te zorgen. Een trainer daarentegen moet waken over het welzijn van de hele groep. Soms ook heb je een oefening in je hoofd en stel je vast dat die oefening op het veld niet uitpakt zoals je je had ingebeeld. Dan moet je de souplesse hebben om dingen aan te passen. Dat is me al een paar keer overkomen, maar over het algemeen valt het mee.

Ben je tevreden over hoe de ploeg evolueert ?

We hebben in Delden goed gewerkt. De trainingen waren zwaar, maar er werd meestal wel met de bal getraind. Ik probeer het uithoudingswerk af te wisselen met perioden van ontspanning : tennisvoetbal of mountainbike, bijvoorbeeld. Ik ben tevreden over de mentaliteit die in de groep leeft. Ik word gewaar dat de spelers me respecteren.

Alleen betreur ik dat we zoveel geblesseerden hebben. Vooral de verdediging wordt geteisterd. Goran Vidovic herstelt van zijn operatie. Hij zou klaar kunnen zijn voor de start van het kampioenschap, maar ik geef er de voorkeur aan dat hij zijn tijd neemt. Olivier Besengez heeft de trainingen hervat, maar moest op het einde van de week afhaken omdat hij opnieuw pijn in zijn achillespees voelde. De jonge Kevin Pecqueux doet spierversterkende oefeningen om zijn knie goed te laten herstellen. Ook Jean-Philippe Charlet passeerde langs de ziekenboeg – niks ergs in zijn geval.

Moeskroen is in ieder geval een droomclub voor een trainer. Je weet nu dat je met 0 op15 kunt starten zonder ontslagen te worden.

(Lacht) Dat is geen reden om die catastrofale start van vorig seizoen te herhalen. De eerste weken van de competitie zien er voor ons niet gemakkelijk uit – met al meteen die match op Sclessin – maar dat wil niks zeggen. Vorig seizoen dachten ze bij Moeskroen dat ze sterk zouden starten, maar dat draaide helemaal anders uit.

Heb je al een type-elftal in gedachten ?

Ja, en die ploeg gelijkt sterk op het team waarmee Broos het vorige seizoen beëindigde. Dat is logisch. De groep is ongeveer dezelfde gebleven en werkte vorig seizoen een sterke terugronde af. Ik wijk niet af van het concept met vier verdedigers. Dat systeem heeft zijn kwaliteiten bewezen.

Geldt dat ook voor de keuze voor twee verdedigende middenvelders ?

In theorie wel, want ook dat bleek efficiënt.

Men mag zich er dus aan verwachten dat je het werk van Broos verder zet.

Ja. Hugo en ik hebben dezelfde ideeën over voetbal. Dat was trouwens één van de redenen waarom ik naar Moeskroen ben gekomen. De bedoeling was om de principes die Hugo in de eerste ploeg hanteerde, ook in de jeugdteams te pompen.

In welk vlak mogen we een persoonlijke toets van Lorenzo Staelens verwachten ?

Ik wil proberen om jongeren in de ploeg te brengen. Jonge voetballers leren het best wanneer ze spelen. Er bestaat geen betere school dan een wedstrijd in de eerste klasse. Een trainer moet gewoon aanvaarden dat een jong voetballer fouten maakt. Geduldig blijven dus. Als een jonge speler op training een goede indruk geeft, zal ik niet aarzelen om hem speelkansen te geven als de omstandigheden het toelaten.

Kan je weliswaar kortstondige verblijf aan de jeugdschool van Moeskroen helpen bij de doorstroming naar het eerste elftal ?

Het biedt me alvast het voordeel dat ik de jonge spelers goed ken. Het merendeel van de spelers van de B-kern, die bepaalde capaciteiten hebben, werd al opgeroepen voor de A-kern. Om andere grote talenten te ontdekken, moet je al naar de minzestienjarigen gaan. Maar met hen moet je toch al twee of drie jaar wachten voor de grote sprong.

Hoe zie je dan de samenwerking tussen eerst ploeg en Futurosport ?

Eddy Mestdagh heeft mijn rol van coördinator overgenomen. We zitten op dezelfde golflengte en we zien elkaar vrijwel dagelijks. De overgang van spelers van Futurosport naar de A-kern moet geleidelijk verlopen. En we blijven bij de ambitie om het tactisch systeem met vier verdedigers ook in de jeugdteams te implementeren.

Hoe denk je over het vertrek van Jonathan Blondel ?

Die transfer werd afgehandeld voor ik als trainer was aangewezen. De club heeft er winst aan gedaan, maar voor de speler vind ik dat hij te vroeg vertrokken is. Hij had beter nog een paar jaar bij Moeskroen kunnen blijven. Want hoeveel wedstrijden in de Belgische eerste klasse heeft hij eigenlijk al gespeeld? Volgens mij veel te weinig om de Engelse competitie aan te kunnen.

Blondelt betreurt het dat Broos te weinig vertrouwen in hem stelde.

Ik denk vooral dat de omstandigheden ongunstig waren voor Blondel. In de periode dat hij speelde, sloegen de resultaten tegen. Dan werd hij geblesseerd en toen hij terugkeerde, pakte de ploeg volop punten en wilde Hugo uiteraard niet meer aan het team sleutelen. Maar dat betekent niet dat Hugo niet in Blondel geloofde.

Voor hij naar Anderlecht vertrok, verklaarde Broos dat Moeskroen met een ongewijzigde spelerskern op een plaats binnen de topvijf moest mikken.

Met een ongewijzigde kern, daar zeg je het. Ik ben al Blondel kwijt en ik dreig Zewlakow te verliezen ( zie kaderstuk). Als ook hij vertrekt, zal ik de ambities wat moeten afzwakken. Maar een plaats in de linkerkolom moet altijd de verwachting zijn.

En op langere termijn ?

Alles op zijn tijd. Ik moet eerst mezelf nog vinden in mijn nieuwe functie. Daarna kunnen we nog aan de volgende jaren denken. Maar de algemene regel is dat de ambities van een club altijd rechtstreeks afhangen van de financiële middelen waarover ze beschikt.

door Daniel Devos

‘Ik viel niet uit de lucht toen Detremmerie belde.’

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier