Het ontslag vorige week van Pierre François als algemeen directeur van Standard kwam niet uit de lucht vallen. Hoewel beide partijen elkaar in een persbericht gul bloemen toewierpen en zich verder van commentaar onthielden, stelde dat de verhoudingen in de driehoek Roland Duchâtelet (voorzitter/eigenaar)-Pierre François (algemeen directeur)- Jean-François de Sart (technisch directeur) mooier voor dan ze in werkelijkheid waren.

Ondanks zijn reputatie van notoir dwarsligger genoot François algemeen respect in de Pro League. Zijn scherpzinnigheid werd erkend door vriend en vijand, maar bij zijn karakter paste geen rol op het tweede plan. De gewezen advocaat zou het voorbije seizoen steeds zwaarder op het beleid in Luik hebben gewogen. Te veel dossiers trok hij naar zich toe en dat zorgde voor wrevel, niet in het minst bij Duchâtelet zelf, al wil die daar niet op ingaan.

Beide mannen waren van bij de overname door Duchâtelet – deze maand een jaar geleden – veroordeeld tot een moeizame samenwerking. Twee einzelgängers, steevast overtuigd van hun eigen gelijk en tot weinig empathie in staat: vroeg of laat moest het uitmonden in een scheiding, ondanks het opportunisme waarmee François aanvankelijk de kant van Duchâtelet koos. Daarmee stelde hij zijn eigen positie veilig, nadat hij eerst op eigen houtje met potentiële investeerders had onderhandeld. Iets wat hij in een verder verleden ook al eens deed, achter de rug van Luciano D’Onofrio. Zijn loyauteit aan D’Onofrio was minder groot dan vaak aangenomen, en vice versa, maar anders dan Duchâtelet was de peetvader van het Luikse voetbal geen eigenaar van Standard – dat was de familie Louis-Dreyfus – wat hem niet toeliet even krachtdadig in te grijpen. D’Onofrio liet François begaan, vooral wegens zijn uitstekende dossierkennis, maar zeker ook omdat diens hang naar aandacht hem toeliet zelf in de luwte te blijven.

Zijn gebrek aan sportieve knowhow, boven alles de corebusiness van een voetbalbedrijf, vormde François’ achilleshiel. Anders dan hij zelf dacht, was hij niet onmisbaar. Omdat Duchâtelet de financiële, fiscale en juridische aspecten van het dagelijkse beleid op Sclessin vanuit zijn holding laat superviseren, iets waar François zich al niet comfortabel bij voelde, was de algemeen directeur makkelijk uit het organigram geschrapt. Een kostenbesparende ingreep, kenmerkend voor de man die voor alles een zakenman blijft. Duchâtelet zit graag op de centen en snijdt, mede door het structurele exploitatieverlies van Standard, in de uitgaven waar hij kan. Luidens het persbericht wordt François niet vervangen.

De ontslagen directeur zou zich in zijn alomtegenwoordigheid ook te graag met het Luikse transferbeleid hebben ingelaten. Zeker is dat weinigen De Sart ernstig nemen en dat François voor velen ook in sportieve aangelegenheden vaak het eerste aanspreekpunt was. Dat leidde tot wederzijdse spanningen. Ook Duchâtelet zou aan zijn technisch directeur hebben getwijfeld toen hem afgelopen winter uit de trainersstaf signalen van ontevredenheid bereikten over het transferbeleid. Dat de voorzitter vervolgens het dossier van de nieuwe trainer naar zich toetrok, lijkt geen toeval.

Ron Jans was Duchâtelets keuze. Een relatief onbekende Nederlander, zeker in Wallonië, waar iemands taal delicate materie blijft. Met François verdwijnt het Luikse uithangbord van de club, maar dat raakt Duchâtelet niet: aan communautaire gevoeligheden heeft hij lak. Veel overleg lijkt er aan zijn trainerskeuze overigens niet te zijn voorafgegaan, want ze staat haaks op de beleidsommezwaai die De Sart doordrukte sinds Michel Bruyninckx opstapte als directeur van de jeugdacademie. Bruyninckx arriveerde vorige zomer in het zog van José Riga, met de expliciete steun van de vernieuwer die Duchâtelet graag is. Hij introduceerde het Spaanse voetbalmodel in de Luikse opleiding, gebaseerd op balbezit en verzorgd combinatievoetbal. Kreeg hij de trainers gaandeweg op zijn hand, De Sart negeerde hem. In februari hield hij het voor bekeken, wat later gevolgd door Riga.

De Sart verving Bruyninckx door Christophe Dessy, die zijn strepen verdiende in Frankrijk. Vervolgens regende het ontslagen onder de jeugdtrainers en maakten ex-spelers en opleiders met een Franse voetbalachtergrond hun opwachting, onder wie PatrickVanKets en Eric Deflandre. In die op kracht gebaseerde Franse voetbalfilosofie zou Frankie Vercauteren perfect hebben gepast, maar of een Nederlandse hoofdcoach erin kan functioneren, is zeer de vraag.

Gevraagd naar een reactie op de tegenstrijdige ontwikkelingen in zijn club, wijst Duchâtelet op het gebrek aan waarheidsgetrouwheid van de op sensatie beluste media. Hij gaat er wat aan doen: “Het probleem is dat wij er met Standard niet in slagen een voldoende informatiestroom te geven aan de pers. De vraag is groter dan het aanbod vanuit de club. We gaan proberen dat beter te doen in de toekomst.”

DOOR JAN HAUSPIE

Of een Nederlandse coach kan functioneren in het Franse model van De Sart, is zeer de vraag.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier