Een nieuwe contractverlenging heeft hij al bijna op zak, maar de honger van Anderlechtdoelman Silvio Proto is groter. ‘Het belangrijkste is dat we de titel pakken. Als daar een individuele prijs bovenop komt, des te beter.’

Zijn imago van zenuwpees tussen de palen heeft hij nu wel definitief van zich afgeschud. Silvio Proto is een man van beslissende reddingen geworden. Een aanvoerder ook én iemand die zich kritisch durft uit te laten over de eigen teamprestatie. Zondag beginnen hij en Anderlecht met drie punten voorsprong op Club Brugge aan de titelplay-off.

Tevreden?

Silvio Proto: “Mmm, het hadden er veel meer kunnen zijn. Vooral de laatste weken hebben we punten verloren. Als we op Lierse hadden gewonnen (0-0, op speeldag 27, nvdr), stonden we twaalf punten voor. Nadien is Club beetje bij beetje dichterbij gekomen. Niet omdat zij zo veel sterker waren, maar omdat wij punten lieten liggen.”

Ben je het ermee eens dat Anderlecht aan een wisselvallig kampioenschap bezig is?

“Zeker, vooral op verplaatsing. Misschien voelen sommige spelers zich beter in de topwedstrijden dan in de moeilijke, kleinere wedstrijden. Weet je wat vreemd is? Dat we drie keer 0-0 hebben gespeeld. Dat overkomt ons anders maar zelden. Normaal scoort Anderlecht toch minstens één keer in elke wedstrijd.”

Jullie wonnen buitenshuis ook geen enkele keer met meer dan één doelpunt verschil.

“Dat was me niet eens opgevallen, maar het klopt dat we op verplaatsing wedstrijden hebben gemist waarin we vlot afstand namen. Vorig seizoen waren die er wel. Maar goed, een overwinning is een overwinning. Kijk maar naar Club Brugge: hoeveel wedstrijden hebben die niet gewonnen met 1-0? Soms is het beter slecht te spelen en toch te winnen dan goed te spelen en maar gelijk te spelen. Mensen onthouden de cijfers, niet de manier waarop.”

Na de 0-0 in Lier maakte je je bijzonder boos. Waarom?

“Omdat als we daar hadden gewonnen, Club Brugge nadien nóg punten zou hebben verloren. Zeker weten. Zij hadden net zwaar verloren tegen Genk en een mentale tik gekregen. Door niet van Lierse te winnen, gaven we hen weer hoop en vertrouwen. Hadden we gewonnen, dan was het over geweest. Nu lieten we ze terugkomen met als resultaat dat we nog voor een stresserende titelstrijd staan.”

Is Anderlecht te afhankelijk van zijn aanvallend viertal Suárez, Mbokani, Jovanovic en Gillet?

“Ik vind dat de ploeg veel afhankelijker is van Lucas Biglia dan van de spelers die jij daar noemt. Als hij op topniveau is, is de ploeg dat ook. Is hij wat minder goed, dan haalt niemand zijn beste niveau. Waarom? Dat kan ik niet uitleggen. Lucas Biglia is onze belangrijkste speler.”

Belangrijker dan Gouden Schoen Suárez, topschutter Gillet of Mbokani?

“Over het hele seizoen genomen is hij regelmatiger dan al de anderen. De ene keer zal Suárez het verschil maken, de andere keer Gillet, en nog een andere keer Jovanovic of Mbokani, maar Biglia zal in drie van die vier wedstrijden minstens even goed zijn geweest als zij. Hij is geen speler die er maar één wedstrijd op vier staat. Het is ook veel gemakkelijker voorin te spelen dan achterin. Verdedigers moeten er elke wedstrijd staan. Eén fout en je ziet het aan de stand. Als een aanvaller een fout maakt, blijft het in het slechtste geval 0-0. De gevolgen zijn minder erg.”

Snelle verdediger

Is Cheikhou Kouyaté niet de revelatie van het seizoen?

“Zeer zeker! Kouyaté is bezig aan een groots seizoen. Hij heeft ons vaak gered, ook al speelt hij nog niet lang als verdediger.”

Hij voegt iets toe aan de Anderlechtverdediging wat die niet had: snelheid.

“En of hij snel is! Ik herinner me de wedstrijd in Genk. Vrijschop van Tözsér. De bal verandert van richting, ik kan hem nog net tegen de paal duwen. Hij rolt voorlangs, Benteke heeft hem maar binnen te duwen, hij heeft twee meter voorsprong op Cheikhou, en tóch is die hem nog te snel af. Ik zag de bal al in het doel.”

Zijn reconversie was een geschenk uit de hemel. Zo veel centrumverdedigers hebben jullie niet, en met zijn snelheid raapt hij steken op die anderen laten vallen.

“Ik vind hem beter als verdediger dan op het middenveld. Voor mij als doelman is hij een cadeau. Als er nu een diepe bal komt, hoef ik minder risico’s te nemen. Omdat ik weet dat hij iemand kan terughalen als het moet. Weet je wat het ook is? Cheikhou luistert ook als je iets zegt. Hij neemt dingen van je aan. Goede raad. Ik heb diep respect voor hem. En ik weet ook: hij is niet de beste in de opbouw, maar hij is jong. Daar wordt hij dus zeker nog beter in.”

Wat is er fout gelopen met Samuel? Anderlecht leek eindelijk zijn linksvoetige centrumverdediger te hebben gevonden, maar hij is alweer lang weg.

“Tegen Benfica, tijdens de voorbereiding, maakte hij een geweldige indruk op mij. Maar dan, op de openingsspeeldag tegen OHL, ging hij twee keer in de fout. En enkele weken later tegen Bergen pakte hij een rode kaart. De trainer moest een oplossing zoeken, heeft Kouyaté in de verdediging gezet en dat heeft gewerkt. Zo snel kan het gaan in een carrière. Je zag ook dat Samuel niet gelukkig was hier. De club heeft er goed aan gedaan hem te laten vertrekken.”

Opperste concentratie

Is er een sleutelmoment geweest dit seizoen?

“Onze nederlaag op de eerste speeldag tegen OHL. Toen hebben we beseft dat het nooit zou lukken als we het te gemakkelijk oppakten. Het was een goede zaak dat we meteen verloren. Het heeft ons wakker gemaakt. Maar de grootste déclic kwam er in Moskou, waar we met 0-2 gingen winnen tegen Lokomotiv. Daar hebben we zo veel vertrouwen getankt waarna we een reeks zonder verlieswedstrijden hebben afgewerkt waardoor we vertrokken waren.”

De vreemdste wedstrijd was misschien wel die in Waregem, waar jij in de fout ging en jullie helemaal op het eind een 2-0-achterstand ombogen in een 2-3-overwinning.

“Die wedstrijd was voor mij het bewijs van de grote solidariteit in de groep. We speelden niet goed, stonden achter en plots begon iedereen als gek aan te vallen. Die zege was de reactie van een hele groep die echt wilde winnen.”

Heb je getrakteerd op champagne achteraf?

“Yep, twee of drie dagen later, om me te verontschuldigen voor mijn fout, maar vooral om te vieren dat ze dankzij mijn ploegmaats zonder gevolgen was gebleven.”

In die wedstrijd zagen we ook nog eens een glimp van de oude Silvio Proto, die zijn zelfbeheersing verliest en reageert op de spreekkoren van het publiek.

“Klopt, mais bon, een mens verandert niet zomaar van vandaag op morgen. Soms doe je nog iets waarvan je achteraf spijt hebt. Die supporters waren niet vriendelijk voor mij, maar mijn reactie was verkeerd. Het was sterker dan mezelf om hen het zwijgen op te leggen toen we wonnen. Ik had dat niet moeten doen. Gelukkig is het bij die ene keer gebleven.”

Toen ik je vorig seizoen interviewde, zei je over je evolutie als doelman: ‘Je moet de ballen pakken wanneer het nodig is en geen werk gaan zoeken als het er niet is. Mijn reddingen zijn vaak beslissend nu en dat is waar het om gaat: er staan wanneer de ploeg je nodig heeft.’ Wat heb je daar nog aan toegevoegd?

“Ik denk dat het huidige seizoen de perfecte illustratie is van wat ik je toen heb gezegd. Ik stond er wanneer de ploeg me nodig had: op Standard en Beerschot, in Genk ook, tegen Lokeren in de slotseconde en tegen Zulte Waregem moest ik pas in de 77e minuut in actie komen op een schot van Leye. Je kunt een hele wedstrijd lang geen bal zien, maar als die ene er toch komt, moet de ploeg op je kunnen rekenen. Ik ben meer dan ooit negentig minuten geconcentreerd, ook al heb ik weinig werk.”

Beste doelman

Na vorig seizoen werd Thibaut Courtois door de voetballers uit de Jupiler Pro League met afstand uitgeroepen tot beste doelman. Jij werd tweede, ver voor Bolat. Kon je daarmee leven?

“Ja, omdat hij de titel had gewonnen met Genk. Als Anderlecht kampioen was geworden, was ik de beste geweest, denk ik.”

Courtois is weg en Anderlecht staat in poleposition voor de titel. Zie je dit keer iemand voor jou eindigen?

“Het belangrijkste is dat we de titel pakken. Als daar een individuele prijs bovenop komt, des te beter. Win ik hem niet, is het omdat men denkt dat iemand anders hem verdient en dan zal ik dat aanvaarden. Geen probleem. Maar als ik hem win, zal ik blij zijn.”

Zie je iemand die beter is?

“Ik praat niet over collega’s. Je zal mij ook niet horen zeggen dat ik de beste ben.”

Voor Anderlecht ben je dat wel. Jullie onderhandelen over een nieuw contract.

“We staan erg dicht bij een akkoord. De club is van mening dat ik in de kleedkamer een positie inneem die ik vroeger niet had, en ze zijn tevreden over mijn werk.”

In het geruchtencircuit valt jouw naam haast nooit.

“Je hebt spelers die in alle hoeken van de wereld worden genoemd, maar nog altijd op dezelfde plek zitten. Wat voor zin heeft het om zulke onnozelheden in de media te verkondigen? Zelfs als er een club geïnteresseerd mocht zijn, verkies ik er pas over te praten wanneer ik mijn handtekening heb gezet en niet tijdens de onderhandelingen, want dat helpt ze geen stap vooruit. Trouwens, je speelt toch voor de supporters: hoe kun je dan staan roepen dat je weg wil? Zoiets getuigt van weinig respect. Ik héb al aanbiedingen gekregen, we hebben gediscussieerd ook, maar het heeft niet in de kranten gestaan. Ik ga liever discreet te werk.”

Afspraak met Leekens

Over twee maanden word je 29. Trekt het buitenland je niet?

“Toch wel, maar het is geen obsessie. Je moet het hele plaatje zien, ook voor je gezin. Ik heb twee zoontjes. Zij moeten het vooral ook goed hebben.”

Bij de nationale ploeg wordt nog maar over twee doelmannen gesproken: Thibaut Courtois en Simon Mignolet. Wat denk je dan?

(afgemeten) “Dat het twee goede doelmannen zijn die in het buitenland spelen en die verdienen wat ze hebben bereikt.”

Geen spijt dat je in België keept en niet in het buitenland?

“Nee, ik benijd niemand. Ik kijk alleen naar mezelf. Zij hebben hun kwaliteiten, ik de mijne. Als zij meer respect krijgen, stoort mij dat niet. Het is nu eenmaal zo. Ik aanvaard dat de coach zijn vertrouwen voor de toekomst in twee jonge doelmannen stelt.”

Georges Leekens selecteert je niet meer. Was dat jouw keuze of de zijne?

“We hebben een discussie gehad en we stonden op hetzelfde standpunt. Ik heb geen probleem met hem en hij niet met mij. We hebben afgesproken om daar in de media geen verklaringen over af te leggen.”

Je hebt je naar ik hoor door Leekens en Marc Wilmots nooit op gelijke voet met de andere doelmannen behandeld gevoeld.

(glimlachje) “Dat is jouw mening dan.”

De druppel was de interland tegen Oostenrijk, vroeg in de EK-kwalificatiecampagne al, toen iedereen – ook jij – tijdens de trainingen zag hoe hopeloos uit vorm Logan Bailly was. Later is ook gebleken waarom, toen Mönchengladbach hem aan de kant zette en hij in diepe financiële en privémoeilijkheden bleek te zitten. Leekens en Marc Wilmots stelden hem toch op, hij keepte onzeker en het werd 4-4.

“De coach heeft zijn keuze toen gemaakt. Ik zat in de tribune. Meer zeg ik er niet over.”

De aanvoerdersband

Terug naar Anderlecht. Hoe reageerde de groep op de mediaberichten dat de club in contact zou zijn geweest met Michel Preud’homme voor de opvolging van Ariël Jacobs?

“De coach staat eerste in de rangschikking. Er is dus geen reden om te veranderen. Het heeft hem ook niet beïnvloed. Een andere coach zou het misschien in zijn hoofd steken, maar hij niet.”

Heb je een andere Ariël Jacobs gezien dit seizoen?

“Ik denk het niet. Volgens mij is hij zelfs minder nerveus dan vorig seizoen. Hij schreeuwt minder.”

Tijdens de schouderblessure van Biglia promoveerde hij je tot aanvoerder. Past dat bij je persoonlijkheid?

“Dat denk ik wel, ja. Ik neem mijn verantwoordelijkheid op, op het veld en ernaast. Ik was blij dat ik die aanvoerdersband kreeg. Ik denk ook dat ik hem verdiende.”

Vlak voor de aftrap tegen STVV gaf je hem terug aan Olivier Deschacht. Waarom?

“Omdat hij enkele weken niet had gespeeld en ik dacht dat dit goed zou zijn voor zijn vertrouwen. Het zou hem misschien helpen een goede wedstrijd te spelen en dat zou dan weer goed zijn voor de ploeg, wat altijd het belangrijkste is. Ik heb die band niet nodig om vertrouwen te hebben. De coach heeft me achteraf gefeliciteerd met mijn gebaar.”

Hij was niet op de hoogte.

“Ik had er alleen met de teammanager over gesproken. Diep vanbinnen wist ik dat het een goede beslissing was. Het was niet zo dat ik er mijn verantwoordelijkheid mee ontliep: ik wilde alleen een ploegmaat vertrouwen geven. Dat bewijst ook dat ik geen slecht mens ben die alleen maar aan zichzelf denkt. Niet veel spelers zouden hetzelfde hebben gedaan, maar ik dus wel. In het belang van de groep, niet van mezelf, want dan had ik die band wel gehouden.”

Een kind verliezen

Je staat erom bekend een groot hart te hebben. Als er zieke kinderen in het ziekenhuis moeten worden bezocht, sta je als eerste klaar. Welke impact had het busongeval met de kinderen uit Lommel en Heverlee op jou?

(blaast) “Mocht mij zoiets overkomen, ik zou niet weten hoe ik zou reageren. Ouders die hun kind op sneeuwklassen zien vertrekken en het in een kist zien terugkeren, dat is van het vreselijkste wat een mens kan overkomen. Zonder het te willen stootte ik op beelden van de begrafenis op televisie. Hoe je dat leed kunt dragen, ik kan me dat echt niet voorstellen. Ik wens die ouders veel moed.”

Waarom raakt jou dit zo erg?

“Omdat ik zelf kinderen heb. Ik hou van mijn kinderen. Het ergste wat mij kan overkomen, is dat er iets met hen gebeurt. Als ik door naar het ziekenhuis te gaan een kind gelukkig kan maken, én een vader die ziet dat zijn kind gelukkig is omdat een voetballer het heeft bezocht, dan moet ik toch niet twijfelen? Dan ga ik toch direct? Zulke bezoekjes doen me altijd weer beseffen hoe blij we mogen zijn dat we in goede gezondheid verkeren. Er zijn mensen, kleine kinderen ook, die nergens om gevraagd hebben, maar toch met kanker opgescheept zitten.”

Wat is het moeilijkste?

“Dat je een kind bezoekt en achteraf hoort dat het overleden is. Maar hoe raar het ook klinkt: ik haal er kracht uit ook. Als ik een bal door mijn armen laat glippen of we verliezen … Wat stelt dat dan nog voor? Het voetbal is mijn job, maar het is maar een stukje van mijn leven.”

Dieumerci Mbokani verloor vorige zomer zijn vijf maanden oude baby’tje.

“Vreselijk was dat. Gelukkig had hij al een zoon. Al zijn liefde voor zijn overleden zoon kan hij nu aan hem geven. Daar moet hij zich aan vastklampen. Het leven gaat voort.”

DOOR JAN HAUSPIE – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“De coach staat eerste in de rangschikking. Er is dus geen reden om te veranderen.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier