Standard wist zich net als vorig seizoen maar nipt te plaatsen voor play-off 1. Maar een stuntronde zoals toen hoeven we volgens Sébastien Pocognoli deze keer niet te verwachten. ‘Wat we vorig seizoen deden in play-off 1 was uniek.’

S ébastien Pocognoli (24) is bij Standard samen met doelman Sinan Bolat en middenvelder Yoni Buyens de man met de meeste wedstrijden in de benen dit seizoen. Aan 44 stuks zit hij ondertussen, beker en Europees meegerekend.

Vermoeidheid is dan ook de grootste tegenstander voor Standard in de komende play-off 1. Pocognoli: “Het programma tot nu toe was inderdaad redelijk zwaar. Vooral omdat we nooit een wedstrijd vroeg konden beslissen en dan een beetje uitvoetballen. Het was elke wedstrijd knokken tot het einde. Dat vergt energie, ook mentaal. Vorig seizoen konden we soms al een wedstrijd beslissen aan de rust, waardoor je toch een beetje recuperatie kon inbouwen in de tweede helft. Op het einde van een seizoen maakt zoiets een verschil, hoor.”

De ploeg van vorig seizoen valt ook niet te vergelijken met het Standard van dit seizoen, zo vindt de Luikse linksachter. Ook al deed die het verre van slecht met een plek in de achtste finales van de Europa League. “De ploeg die we onder Michel Preud’homme hadden, was een echt kampioenselftal. Ook vorig seizoen nog. Maar met dit elftal, en met het programma dat we al afwerkten, denk ik dat het heel moeilijk wordt om de kloof met de top drie nog goed te maken in de play-offs. Wat we vorig seizoen deden in play-off 1 was uniek.”

Dat Standard toen nipt de duimen moest leggen tegen Genk, zit Pocognoli nog steeds dwars. Het was een gemiste kans om een eerste Belgische titel op zijn palmares te zetten – een Nederlandse titel won hij al, in 2009 met AZ. Pocognoli: “Absoluut. Want we waren beter dan Genk. Ik denk nog steeds dat we zonder het uitvallen van Mehdi Carcela die match nooit verliezen. Mehdi was iemand die op zijn eentje het verschil kon maken, dat was net wat we in die wedstrijd misten. En dan had je ook nog die uitzonderlijke reddingen van Courtois.”

Wat verwacht je dit jaar van play-off 1?

Sébastien Pocognoli: “Door die puntendeling is het toch vooral de vorm van de dag die veel bepaalt. Dat bewezen we vorig seizoen al.”

Welke club uit de top zes maakte het meest indruk op jou?

( denkt lang na) “Offensief gezien heeft Anderlecht de meeste kwaliteiten.”

Is het als verdediging moeilijk spelen tegen hen omdat ze in de aanval zo veel van positie wisselen? Iemand als Suárez zwerft bijvoorbeeld alle kanten uit.

“Goh, dat constante switchen tussen hun spitsen valt eigenlijk relatief eenvoudig op te vangen, zolang je achterin maar goed communiceert. De moeilijkheid ligt hem eerder in de individuele kwaliteiten van die spelers, die op elk moment een flits uit hun sloffen kunnen toveren. Als ze goesting hebben om te spelen, is dat toch top – in België alleszins. Maar wij hebben in de terugwedstrijd getoond dat we hen aankunnen, dat schenkt vertrouwen voor de play-offs.

“Wat Brugge betreft speelde ik liever tegen het Club van Koster: dat was echt voetballen. Ik begrijp Daum trouwens dat hij baalde toen Dirar vertrok, Nabil is iemand die het verschil kan maken wanneer een wedstrijd op slot zit.

“Gent vond ik vorig seizoen al heel sterk, maar tijdens de play-offs lieten ze het afweten. Een stevig geheel, we hadden het telkens moeilijk tegen hen. Ik denk dat veel ploegen aan elkaar gewaagd zijn dit seizoen.”

Vertrouwen van Riga

In welke mate zal de Europese uitschakeling tegen Hannover nog een rol spelen bij jullie?

“We mogen zeker niet de fout maken om alles weer om te gooien. Ik kan je zeggen, ik kwam hier op de eerste trainingsdag van dit seizoen toe: een trainer hadden we nog niet en er was een kern van amper twaalf spelers – van wie er dan nog drie met hun gedachten elders zaten. Toen dacht ik: jongens, wat gaat dit worden?! Had je toen gezegd dat we de achtste finales van de Europa League zouden halen, zou ik daar meteen voor getekend hebben.

“Maar die eerste maand lijkt ondertussen wel een ander seizoen. We hebben hard gewerkt om op dit punt te staan. Misschien zijn we wel te snel gegroeid, want een ploeg heropbouwen kost tijd.”

Trainer José Riga oordeelt dat de organisatie de laatste weken minder is. De concentratie en motivatie is gedaald.

“Een goeie organisatie vergt veel mentale kracht en bereidheid om voor elkaar te willen werken. Als je vermoeid bent, kan die concentratie – en dus ook de organisatie -verminderen. Je merkt het vooral in foute individuele keuzes, zowel in balbezit als bij balverlies.”

Je speelt een regelmatig seizoen, dat was voordien steeds je pijnpunt. Is er een verklaring voor die evolutie?

“Vorig seizoen speelde ik sterke play-offs, maar de rest was niet regelmatig genoeg. Toen Riga hier toekwam, zei hij meteen: ‘Ik wil dat je een heel seizoen presteert, niet om de zoveel wedstrijden.’ Hij vond dat ik de kwaliteiten had om elke week een uitblinker te zijn. Door vertrouwen te schenken, ben ik ook zo gaan spelen. Net zoals Louis van Gaal deed toen ik bij AZ speelde. Ik geef mij altijd honderd procent op training, zelfs bij de simpelste oefeningen, daarom laat de technische staf mij ook doen.”

Leye: een fantastische mens

In je periode bij Genk was je nochtans niet altijd een voorbeeld van inzet op training, hoorden we.

“Ik was een jongen van achttien jaar! Bij Genk was het leven nog eenvoudig, ik speelde als een kind. Maar ik denk te mogen stellen dat ik altijd professioneel met mijn vak ben omgegaan. Niemand bij Genk zal kunnen beweren dat ik buiten het veld het varken uithing.

“Anderzijds ben ik voetballend natuurlijk geëvolueerd. Ik ben fysiek sterker geworden, waardoor ik ook verdedigend beter ben en duels win. Bij Genk dacht ik enkel offensief, aan acties maken op de flank. Pas bij AZ heb ik leren verdedigen. Ik kies nu veel meer mijn momenten. Ik wil nog wel assists geven, maar de prioriteit is secuur verdedigen. Ik heb ook geleerd minder te tackelen, dat heeft te maken met maturiteit en beter positie kiezen.”

Het is wel duidelijk dat je het best tot je recht komt met Jelle Van Damme voor jou.

“Met Jelle zijn de automatismen er. Met Seijas ging het ook vlot. Maar dan raakte hij geblesseerd en moest ik me weer aanpassen aan Gakpé of Mujangi Bia. Door die vele wissels is het altijd even zoeken, want iedereen speelt anders. Bij Jelle weet je dat hij makkelijker in één tijd speelt. Je kunt geregeld een een-tweetje met hem opzetten. Met Seijas weet je dat hij liever de bal in de voet heeft en die even bijhoudt. De timing is dus anders.

“Ook defensief zijn er automatismen nodig. Op dat vlak is het met Jelle natuurlijk zalig samen spelen. Hij heeft die grinta en mentaliteit om posities over te nemen en fouten recht te zetten.”

Standard speelt anders dan vorige seizoenen. Minder verticaal en minder lange ballen. Riga ambieert verzorgd voetbal over de grond. We hebben de indruk dat die zoektocht naar de juiste mix nog steeds bezig is.

“In het begin van het seizoen speelden we met één spits en een nummer tien in steun. Dat werkte niet echt. We creëerden te weinig. Dat had te maken met de afwezigheid van Cyriac. Zodra die weer fit was, konden we in 4-4-2 spelen, volgens mij de beste opstelling voor dit Standard.”

Maar Riga heeft duidelijk een andere visie dan Dominique D’Onofrio?

“Absoluut. Hij gaf vanaf het begin aan dat hij meer vanuit balbezit wilde voetballen. Ik herinner mij nog een oefening op balbezit tijdens een van de eerste trainingen: dat was een ramp! Dat niveau ligt nu een pak hoger. We trainen dit seizoen ook veel meer op kleine oppervlaktes, vroeger was dat veel vaker op grote afstanden. Ik heb het huidige systeem liever, dat ken ik van in Nederland. Korte ruimtes verplichten je ook om sneller te denken, daar heb je als voetballer meer aan.”

Wat voor een trainer is José Riga eigenlijk?

“Hij heeft een duidelijke visie op jeugdvoetbal en op hoe voetbal gespeeld moet worden. Je moet hem echter de tijd geven om verder te evolueren. Een jaar is wat weinig om hem te beoordelen.”

In het begin twijfelde men aan hem. Hij is een gentleman, misschien wel te veel om het repect af te dwingen bij sommige ‘sterspelers’.

“Van in het begin dwong hij dat respect op natuurlijke wijze af. Door de juiste woorden te gebruiken en rechtlijnigheid te tonen. Hij geeft kansen aan zij die het verdienen. Dat is belangrijk om een groep in het gareel te houden.”

Met Nong, Leye en Berrier liepen hier nochtans wat jongens rond die het niet met hem konden vinden … en uiteindelijk ook vertrokken tijdens de winterstop.

“Dat viel allemaal best mee. Ik vind het vooral heel spijtig dat Leye vertrokken is, ik kon het heel goed met hem vinden. Een fantastische mens. Hij heeft hier nooit iets fout gedaan, bleef hard werken. Ook de andere twee zijn op correcte wijze vertrokken.”

Berrier hadden jullie nog goed kunnen gebruiken, er wordt al enkele maanden geklaagd over een tekort aan creativiteit op het middenveld.

“We hebben Nacho González, een fantastische voetballer. Mocht die blessurevrij gebleven zijn, sprak niemand nog over Berrier. Hopelijk raakt hij helemaal fit voor de play-offs.”

Nog twintig procent beter

Je speelt nu twee jaar bij Standard. Ben je tevreden met de stap die je destijds maakte van AZ?

“Zeker. Ik wilde absoluut ooit voor Standard gespeeld hebben. Ik ben hier opgegroeid en opgeleid. Dit is een belangrijke club voor mij. Ik ben niet ongevoelig voor de hele sfeer die rond Sclessin hangt.”

Je bent van makelaar veranderd. Wijst dat op ambitie?

“Ik ben ambitieus, maar dat hangt niet samen met de keuze van een manager. In de eerste plaats moet je presteren op het veld.”

Je was naar verluidt wel ontgoocheld dat er afgelopen zomer geen concreet bod voor jou was.

“Klopt niet. Er waren wel degelijk aanbiedingen, maar dan vooral van clubs waarvan je niet weet of het wel een goede keuze zou zijn. Bovendien wilde ik afwachten wat er bij Standard zou gebeuren. Ik wil in Luik kunnen vertrekken op een topmoment, wanneer ik het gevoel heb dat ik alles gegeven heb. Vorig seizoen had ik goede play-offs gespeeld, maar algemeen gezien vond ik niet dat ik mijn ambities hier al had waargemaakt. Dit seizoen krijg ik veel waardering van het publiek, dat voel ik.”

Zit je aan je top?

“Neen. Ik kan volgens mij nog twintig procent beter worden. Verdedigend, fysiek en inzake handelingssnelheid. Veel bijtrainen, zoals op vrije trappen, is er dit seizoen jammer genoeg niet bij. Door de drukke kalender moet ik toch wat rust inplannen. Mijn adductoren doen na elke match pijn.”

Wie van de hele waslijst nieuwe ploegmaats heeft je dit seizoen verbaasd?

William Vainqueur heeft een enorm potentieel. Wat die in zijn eerste maanden liet zien, was van een heel hoog niveau. De laatste weken is het wat minder, dat komt omdat hij die snelle opeenvolging van wedstrijden niet gewoon is. Gakpé vind ik ook sterk. Hij heeft iets speciaals. Maar hij is slechts gehuurd, dus we moeten zien wat er met hem gebeurt.”

Jullie kracht ligt in de aanvalslinie, met Tchité, Cyriac en Batshuayi. Vergelijk hen eens …

“Het zijn complementaire types. Cyriac is heel snel en heeft een zeer goed kopspel. Zijn détente is indrukwekkend, net een basketbalspeler. Hij zou enkel nog iets meer rust moeten vinden in zijn laatste pass of voor doel.

Mémé moet een heldere geest hebben om te kunnen presteren. Hij werkt hard, is een sterke persoonlijkheid. Ik was heel blij dat hij tijdens de winterstop niet vertrok. Ik had hem dat ook gevraagd. Ik zei hem: Mémé, als je blijft en je speelt nog zes sterke maanden dan kan je daarna naar een nog veel mooiere club.

Michy is een rastalent, maar moet nog veel werken, hij is momenteel te onregelmatig. Zijn seizoensbegin was moeilijk, op de eerste speeldag tegen Bergen werd hij al aan de rust gewisseld. Maar in de weken daarop zag ik hem constant extra rondjes lopen na training of oefeningen doen in het krachthonk. Dat zegt veel over zijn motivatie. Ik heb al veel jonge talenten zien passeren, ook bij AZ, en ik kan zeggen: Michy is een topper. Hij is, ondanks zijn amper achttien jaar, heel moeilijk van de bal te zetten.”

Tot slot misschien een woordje over de belangrijkste nieuwkomer: voorzitter Roland Duchâtelet. Zien jullie hem vaak?

“Nee, hij is heel discreet. Net zoals Luciano D’Onofrio dat trouwens was. Duchâtelet is twee keer in de kleedkamer gekomen. De eerste keer was dat om zich voor te stellen en de tweede keer om ons moed in te spreken. Ik kom hem ook wel eens tegen in de gang na een match en dan vraagt hij altijd hoe het met me gaat. Heel menselijk. Nu, hij weet ook wel dat er bij een club als Standard meer verwacht wordt dan bij Sint-Truiden. Er zal deze zomer zeker geïnvesteerd moeten worden in spelers … en dat zal ook gebeuren.”

DOOR MATTHIAS STOCKMANS – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“Mocht Nacho González blessurevrij gebleven zijn, sprak nu niemand nog over Berrier.”

“Als ze goesting hebben om te spelen, is de Anderlechtaanval top – in België alleszins.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier