Zeven keer op rij niet kunnen winnen van AA Gent en nu twee keer op vier dagen. Dat vraagt om verduidelijking. Waarom klopte Club Brugge nu wél AA Gent? En vooral: wat kan Club ermee voor de play-offs?

Een mens zou voor minder complexen krijgen. Vóór ze vorige week twee keer tegenover elkaar stonden, had het Club Brugge van Michel Preud’homme zeven keer op rij niet kunnen winnen van het AA Gent van Hein Vanhaezebrouck. Achtereenvolgens werd het 2-2 (26 oktober 2014), 2-1 (22 februari 2015), 2-2 (26 april 2015), 2-3 (17 mei 2015), 1-0 (16 juli 2015), 4-1 (4 oktober 2015) en 2-1 (21 januari 2016). Voordien, toen de Gentse trainer nog bij KV Kortrijk werkte, brak Preud’homme ook daar al twee keer in drie wedstrijden zijn tanden stuk op de tegenstander. Twee keer in Kortrijk (4-1 en 1-0 voor de beker, na verlengingen). Thuis won Club toen wel met 3-1.

Opvallende rode draad: in al die duels (op één na, het laatste) kwam Gent eerst op voorsprong. Club vocht vervolgens iedere keer wel sterk terug, tenzij in dat ene duel, op 4 oktober, toen het na iets meer dan zeventig minuten op 4-0 werd gezet. Het was na die match dat Preud’homme de volkswoede van de fans moest sussen. Zij wilden de slogan ‘No Sweat, No Glory‘met meer vuur ook op het veld herhaald zien. Toeval of niet: in het eerste onderlinge duel na die vernedering kwam Club voor het eerst op voorsprong. En vorige week werd, twee keer na elkaar, voor het eerst tegen AA Gent de nul gehouden, dankzij veel zweet en concentratie. Zonder de opvallende fouten die er in het verleden wél waren: een rode kaart voor Duarte in 2014 (én een zeldzame flater van Ryan een paar minuten later), stom mee oprukken van opnieuw Duarte op 17 mei, of een ongelukkige owngoal van Simons op 22 februari.

Tweede rode draad, en voor Preud’homme een verzachtende omstandigheid: de kalender. Vier van die zeven duels tegen Gent vielen een paar dagen na een Europese match. Twee na een Europees thuisduel (Kopenhagen en Midtjylland), twee na uitwedstrijden (in Kiev tegen Dnjepr en in Aalborg). ‘En ’s nachts om twee uur landen is niet bevorderlijk voor de recuperatie’, aldus Preud’homme, die besefte dat Club al zijn scherpte en agressiviteit nodig had om het van de concurrent te halen. Deze nuance: het grootste verschil op het scorebord, de 4-1 in oktober, kwam er een paar dagen nadat Gent Europees speelde in Sint-Petersburg. Die wedstrijd werd wel op een dinsdag afgewerkt, terwijl Club zijn Europese thuiswedstrijd op donderdag moest spelen.

STRATEGIE

De kalender en het voordeel van een voorsprong, waardoor de tegenstander meer ruimte moet weggeven op zoek naar een doelpunt, verklaren niet alles. Geregeld sloegen ook de tactische keuzes tegen en dan viel vooral het geschuif met Simons op.

Om dat te verklaren moeten we terug naar de Kortrijkse jaren van Hein. Die had in oktober 2013 Club Brugge met 4-1 naar huis gestuurd. Toen de bekerloting de twee clubs twee maanden later opnieuw aan elkaar koppelde, pakte Preud’homme het anders aan. Hij plaatste Simons tussen Mechele en Engels en ging op papier in een 3-5-2 spelen, met Lestienne in steun van De Sutter en op het middenveld en Jørgensen naast Odjidja in de rug van Vázquez. Meunier en De Bock bevolkten de flanken. Het plannetje slaagde ei zo na, KVK kwam amper aan een kans. Club, dat De Sutter verloor met een meniscusletsel, kwam zelf wel niet tot scoren en kreeg in de verlengingen het deksel op de neus.

In het eerste duel met het Gent van Hein greep Preud’homme nog niet naar die tactiek met drie centrale verdedigers terug. Afgaande op alleen het resultaat (2-2) was er reden tot tevredenheid: Club had net Europees gespeeld, Vázquez was afwezig, Gedoz en Izquierdo zaten in een leerproces, doelpuntenmaker De Sutter was pas terug van een pubalgieletsel, Club had ruim 40 minuten met tien (rood voor Duarte) gespeeld, en Ryan blunderde bij de tegengoal, een afstandsschot van Rafinha. Intern was er wel alarm: Gent was met 200 per uur gestart in zijn 3-5-2 en de positiewissels hadden een pak kansen opgeleverd. Gent was alleen niet efficiënt.

Toen Club zich in februari in de Ghelamco Arena moest presenteren, werd de tactiek dan ook aangepast, naar het beeld van de match in Kortrijk. Drie centrale verdedigers (De fauw, Mechele, Denswil), twee hoge flanken (Meunier en De Bock), twee brekers voor de verdediging (Vormer en Simons) en daarvoor twee net herstelden (een met kniepijn sukkelende Vázquez en Refaelov) en De Sutter als targetman. Gent pakte evenwel niet uit met een 3-5-2, maar startte in 4-3-3, met op het middenveld drie ‘voetballers’ (Van Der Bruggen, Kums en Milicevic) en op de flank een flitsende nieuweling, Simon. De drie middenvelders genoten vrijheid omdat Vázquez het niet kon belopen en achterin wisten Meunier en De fauw niet wie Simon moest afstoppen. Preud’homme stelde snel bij, schoof Meunier door naar voren en zijn Club was in de tweede helft (toen het met de inbreng van Bolingoli in een nog duidelijker 4-3-3 ging spelen) zelfs de betere ploeg, maar een steeds fysieker wordend duel ging uiteindelijk toch verloren.

Op 26 april stonden de twee in Gent opnieuw tegenover elkaar. Opnieuw was Club gehandicapt: geen Vázquez (scheurtje in de adductoren), geen Gedoz, geen Bolingoli, de held van de Europese winter, en ook geen Meunier en De fauw, beiden last van buikspieren. De Chileense verdedigende middenvelder Silva moet depanneren als… rechtsachter, geassisteerd door Simons, die een eerste keer van zijn centrale positie wordt weggehaald. Club speelt een dramatische eerste helft en komt 2-0 achter. Pas met de inbreng van De Sutter, met veel powerplay én dankzij Gent, dat overschakelt naar 4-3-3, komt Club alsnog gelijk. Door die omschakeling valt de druk op de verdediging weg, krijgt Club weer grip op het middenveld en scoort het uit spelhervattingen.

Drie weken later zit Vanhaezebrouck in de problemen: Depoitre is out. Pollet is beschikbaar, maar Gent doet het met Raman in de punt. In de tegenzet van Preud’homme is er alweer een speciale rol voor Simons, belast met de dekking van Simon en de facto veelal op… de rechtsachter. In theorie is elke positie bezet, in de praktijk kunnen Vormer en Vázquez, pas hersteld, het middenveld amper belopen, al is het wel een fout van Duarte, die onoordeelkundig mee oprukt, die Club de zege (en de titel) kost.

Tot de pandoering van 4-1 blijft Simons dé schuifpion in het verdedigingsplan van Preud’homme tegen Gent. Dit seizoen niet meer als afstopper van het gevaar Simon (voor de supercup raakt de Nigeriaan trouwens niet fit), wel als mandekker op Depoitre. In juli werd dat een eerste keer geprobeerd, omdat er inmiddels met Hans Vanaken een nieuwe middenvelder is met meer loopvermogen dan Vázquez. In oktober recidiveert Club in de competitie. Opnieuw met drie centrale verdedigers, opnieuw Simons bij Depoitre. Vossen wat meer rechts van de spits (Pereira), Izquierdo links. Vormer en Vanaken moeten het centraal dicht houden. De afloop is dramatisch: een avondje genieten voor Sven Kums die alle vrijheid krijgt en drie keer scoort.

SLEUTELS

Toen het lot Club en Gent in de halve finales van de beker aan elkaar koppelde, moest er wat anders verzonnen worden. De lessen van de vorige wedstrijden waren: de slag op het middenveld moest worden gewonnen en alle kracht en grinta, die vorig seizoen een paar keer tot een gelijkspel hadden geleid, moesten op tafel. Tot de laatste snik.

De ommekeer kwam al in de heenwedstrijd van de beker. Nog niet in het resultaat (2-1-verlies, na lange tijd met tien tegen elf), wel in de manier. Geen geëxperimenteer met Simons, Engels (voor het eerst beschikbaar tegen Gent!) en Denswil moesten Depoitre onder hun beidjes afremmen. De twee spelers daaromheen waren Cools (gelegenheidslinksachter) en Meunier. Vanaken, Simons en Vormer moesten het middenveld afdekken, Izquierdo en Refaelov de flanken. Konden zij over hun tegenstander, dan waren ze spitsen, in het andere geval pure verdedigers. Met Diaby alleen voorin koos Club ook voor het eerst voor de snelste spits uit het (beperkte) arsenaal. Niet langer de targetman (Oulare, De Sutter of Pereira). Loopvermogen, kracht en grinta waren de sleutels.

Er werd verloren, maar Gent dwong weinig kansen af. Dus kwam er geen rotatie meer voor de twee duels in Brugge. Cools werd vervangen door de vaste linksachter De Bock, de rest bleef staan. Niet roteren gaf dit voordeel: in de drie matchen ging het (vooral defensief) steeds beter. Was het in Gent nog vooral verdedigen (met z’n tienen ging Simons gaandeweg ook steeds meer tussen Engels en Denswil hangen, wat uiteindelijk leidde tot wat meer vrijheid voor Kums én de winning goal), in Brugge was dat twee keer niet het geval. Bovendien werd ditmaal twee keer wel hoog druk gezet op de Gentse verdedigers. Woensdag lukte dat half – Mitrovic kreeg vaak ruimte om in te schuiven – zondag helemaal.

Kan Club hier nu iets mee? Na veel geëxperimenteer heeft het (eindelijk) één sleutel gevonden: die van het lamleggen van een tegenstander die overal het spel wil maken. Het kost veel energie, het vermijdt kansen – dat was vroeger tegen Gent een ramp – maar het levert ook vrij weinig kansen op. Die moeten dan wel binnen, dat lijkt de achilleshiel. Zonder die penalty leken we zondag op een saaie tactische match af te stevenen.

Is die sleutel ook tegen andere ploegen bruikbaar? Ja. Hoog druk zetten en bij het veroveren van de bal snel omschakelen kan iedereen het voetballen beletten. Aanvallend zet Oostende, komend weekend de tegenstander, min of meer dezelfde wapens in. Als Izquierdo en Refaelov tegen Gent defensieve inspanningen willen doen, moet dat fysiek ook tegen Capon en Lukaku mogelijk zijn. Zondag het antwoord. Maar kan het ook zo tegen Anderlecht, de ploeg die Club dit seizoen al twee keer (3-1 en 1-4) een felle tik gaf? Een ploeg die niet consequent voetballend opbouwt van achteren uit? Afwachten.

DOOR PETER T’KINT – FOTO’S BELGAIMAGE

De lessen van de vorige wedstrijden waren: de slag op het middenveld moest worden gewonnen en alle kracht en grinta moesten op tafel.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier