Nadat de zelfmoord van Robert Enke lang voor littekens zorgde, schikt Hannover 96, de Europese tegenstander van Club Brugge, zich opnieuw in de realiteit. Maar soms scheuren oude wonden weer open.

Helemaal niets valt er in Hannover te beleven. De binnenstad is koud en wordt gedomineerd door een aaneenschakeling van onpersoonlijke kantoorgebouwen. Hannover organiseert elk jaar verschillende beurzen, hield in 2000 de wereldtentoonstelling, maar dit met veel grandeur aangekondigd evenement groeide uit tot een financiële flop. Het beeld van de stad veranderde niet. Hannover is en blijft een administratief centrum dat na zes uur ’s avonds snel leegloopt. De mensen zijn er zakelijk en bezonnen, maar gaan er wel prat op dat in hun stad het mooiste Duits van het land wordt gesproken. Anderzijds zorgt het ontbreken van een dialect niet voor een gevoel van verbondenheid. Maar studenten die Duits willen leren, opteren vaak voor deze Nood-Duitse stad of voor het naburige Hildesheim.

Het karakter van de hoofdstad van Niedersachsen projecteert zich ook op de voetbalclub. Hannover 96 werd in zijn geschiedenis twee keer kampioen (1938 en 1952) en won in 1992 de beker, maar het is vooral een grauwe muis die allesbehalve attractief voetbal brengt en baggerde in een beklemmende anonimiteit. Een geforceerde zoektocht naar succes leidde tot een opeenstapeling van bestuurlijke fouten.

Veertien jaar geleden kwam het tot een machtswissel en nam Martin Kind als voorzitter het beleid in handen. Op dat moment was de sportieve bodem bereikt en moest Kind, eigenaar van een bedrijf in hoorapparaten, uit eigen zak geld bijpassen. Dat was geen probleem voor deze gefortuneerde zakenman, die 2300 mensen tewerkstelt en filialen heeft in zestien landen. Maar heel anders dan het leiden van zijn imperium kreeg hij nu te maken met een turbulent klimaat. Kind ging aanvankelijk als een despoot te werk. Trainers waren in Hannover wegwerpartikelen. Het duurde lang voor het tot een ommekeer kwam. Pas toen Ralf Rangnick in 2001 trainer werd, week de grilligheid voor stabiliteit. Dezelfde Rangnick wierp in het begin van dit seizoen de handdoek bij Schalke 04, geveld door een depressie, een onderwerp waar ze bij Hannover 96 intussen alles van weten.

Trauma

Een depressie was het die ruim twee jaar geleden tot de grootste tragedie in de geschiedenis van de club leidde. Op 10 november 2009 pleegde doelman Robert Enke zelfmoord. Hij had zijn ziekte altijd voor de buitenwereld verborgen. Het bracht een hele discussie over depressiviteit in het voetbal op gang.

De naam van Robert Enke is voor eeuwig verbonden aan de club. De straat waar het administratief centrum ligt, is omgedoopt in Robert-Enke-Strasse, een blijvende herinnering aan de international die tot het symbool van de stad uitgroeide. Het duurde lang voor de club dit trauma verwerkte. En soms worden oude wonden nog eens opengescheurd. Zoals een paar maanden geleden toen de broer van weduwe Teresa Enke op 43-jarige leeftijd aan kanker overleed. In het ziekenhuis waar hij als arts werkte. Of zoals eerder toen invallersdoelman Markus Miller mentaal zo opgebrand was dat hij psychologische behandeling nodig had.

De club ging daar goed mee om. Miller werd afgeschermd van de buitenwereld en goed opgevolgd. Drie weken later stond hij weer op het veld. Bij wijze van beloning mocht hij aantreden in de Europese wedstrijd tegen het Oekraïense Vorskla Poltava. Om vervolgens weer naar de bank te verhuizen. Miller, ooit gehaald als opvolger van Enke, heeft de concurrentiestrijd met Ron-Robert Zieler verloren. Die is inmiddels al een paar keer in de kern van de nationale ploeg opgenomen en geldt als de nummer drie van Duitsland.

Nuchterheid

In het seizoen dat Robert Enke uit het leven stapte, 2009/10, stond Hannover 96 ei zo na voor de val naar de tweede Bundesliga. De club redde zich pas op de laatste speeldag. Om zich het seizoen daarop via een verrassende vierde plaats te kwalificeren voor de Europa League. Zonder vedetten, maar met een team dat zweert bij collectiviteit en vanuit de verdediging voetbalt, met een teamgeest die door trainer Mirko Slomka in de ploeg is geslepen.

Slomka, die eerder nog als hulptrainer in Hannover werkte en hoofdtrainer was van Schalke 04, leidt de club sinds januari 2010 en voerde Hannover 96 voor het eerst in negentien jaar naar Europees voetbal. Samen met manager Jörg Schmadtke vormt hij een twee-eenheid. Schmadtke, ex-doelman van onder meer Borussia Mönchengladbach, streek in mei 2009 bij Hannover neer nadat hij na zijn actieve carrière een tijdje op zoek was naar de juiste bestemming: hij was cotrainer in Mönchengladbach, sportief directeur bij Alemannia Aachen en doelmannentrainer bij Fortuna Düsseldorf. Hij wordt in Hannover geprezen voor zijn voetbalinzicht. Door een inmiddels opgebouwde brede waaier van contacten slaagt hij erin zowel in binnen- als in buitenland goedkoop talent te strikken. Zo investeerde Hannover 96 dit seizoen slechts 1,9 miljoen euro in nieuwe spelers, maar het slaagde er wel in alle steunpilaren te behouden.

Nuchterheid kenmerkt meer dan ooit het beleid van Hannover 96. Op het einde van het seizoen 2009/10 keek de club nog tegen zes miljoen euro schulden aan, maar die werden in een mum van tijd aan,gezuiverd. Hannover trok voor de daaropvolgende campagne vrijwel uitsluitend jonge voetballers aan, ook al om op die manier na de tragedie rond Robert Enke een nieuwe wind te laten waaien. Maar niemand die het behalen van een Europees ticket voor mogelijk hield.

Door dit succes slaagde de club er dit seizoen in het budget van 43 naar 55 miljoen euro te verhogen en vlogen er ruim 25.000 abonnementen de deur uit. Vorige zomer werden er 30.000 shirts verkocht en schoot er in de binnenstad een fanshop uit de grond die uitstekend floreert. Hannover 96 werd zowaar een merk. Maar dan wel een regionaal merk. In de hoop dat dit op termijn een nationaal merk wordt.

Het hoort niet bij deze club om snel te zweven. Hannover 96 prees zich voor de start van de Bundesliga al gelukkig als het zich in de middenmoot kon handhaven. De verwachtingen werden bewust laag gehouden om de ploeg niet onnodig onder druk te zetten en de na het behalen van een Europees ticket opkomende euforie te temperen. Terecht, want de ploeg bivakkeert in de Bundesliga inderdaad in de middenmoot. Toch komen er gemiddeld 46.000 mensen naar de thuiswedstrijden in de voor het WK van 2006 gerenoveerde arena die plaatst biedt aan 49.000 toeschouwers.

Niettemin blijft het voor Hannover 96 zoeken naar een nieuw imago. Te lang was de club saai en onopvallend. Uitgerekend de dood van Robert Enke veranderde enigszins dat beeld. De emotionele beelden van de begrafenis gaven de mensen en de stad een ander gezicht. Voor het eerst stond Hannover echt op de voetbalkaart.

Levenswandel

Hannover 96 heeft door het succes van vorig seizoen zijn voetbalfilosofie niet veranderd. Ze boogt op een granieten defensie en een snelle aanval die countert zoals dat op training werd ingestudeerd. Mirko Slomka heeft daar de tienseconderegel geïntroduceerd. Als de bal is veroverd, hebben de spelers tien seconden om het doel aan de overkant te bereiken. Hij hamert op conditie en analyseert met de hulp van een wetenschapper de fysieke gegevens. Slomka brengt ook afwisseling in zijn trainingsprogramma. Soms laat hij zijn spelers eens met handballers trainen. Ook in zijn periode bij Schalke 04 hield hij ervan de spelers te verrassen. Ooit nodigde hij een bokser uit en vroeg aan elke speler om zich met hem te meten. Een andere keer organiseerde hij een biatlon. In de omgang met spelers vindt Slomka respect het belangrijkste. Hij beschouwt dat als de beste drug voor iedere speler.

Maar ook voor Slomka zijn er grenzen. Wie niet werkt, zal het geweten hebben. Zo schrok de trainer er vorig seizoen niet voor terug om de van Bayern München overgenomen Jan Schlaudraff voor drie maanden te schorsen omdat die te weinig als prof leefde. Hij diende bij de amateurs te spelen, op een niveau dat overeenkomt met onze vierde klasse. Een doorn in het oog van velen was de wat te uitbundige levenswandel van Schlaudraff die 125.000 euro per maand verdient en zich een Ferrari 430 Scuderia had aangeschaft. Het was de vervulling van een kinderdroom voor deze zoon van een protestante priester. Maar het kwam niet goed aan.

Intussen is Jan Schlaudraff, een razendsnelle technicus, weer een van de smaakmakers van Hannover 96. Samen met de Marokkaanse Noor Mohammed Abdellaoue, een op intuïtie drijvende opportunist, vormt hij de voorhoede. Beiden passen perfect in het voetbal dat van achteruit begint. Met twee goed op elkaar ingespeelde centrale verdedigers, de Oostenrijker Emanuel Pogatetz en de Tunesiër Karim Haggui. En met twee verdedigende middenvelders, Sérgio Pinto en Manuel Schmiedebach, die voor een snelle omschakeling zorgen. In deze as, met ook nog doelman Zieler, schuilt de kracht van Hannover.

Grauwheid

De afwachtende houding maakt van Hannover 96 niet de meest attractieve ploeg van de Bundesliga. Sterker zelfs: het is een heel onaangename tegenstander. Ook in wedstrijden die gewonnen worden, heeft Hannover 96 minder balbezit dan de tegenstander. In de dubbele wedstrijd tegen Club Brugge zal dat niet anders zijn. Ook al wordt er enorm uitgekeken naar deze confrontaties, die de grauwheid van het alledaagse bestaan even moet verdringen. Want ook in de eigen regio raakt Hannover niet uit de schaduw van clubs als Hamburg en Werder Bremen. Die groeien in de Bundesliga nochtans niet door. Maar ze hebben dat wat Hannover 96 mist: traditie en uitstraling.

DOOR JACQUES SYS – BEELDEN: IMAGEGLOBE

Geen betere drug voor een voetballer dan respect.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier