Het leek wel de omgekeerde wereld: na de laatste voorbereidingswedstrijd van de olympische ploeg tegen Nederland vertelde Foppe de Haan, de bondscoach van Oranje , dat hij streefde naar het spel dat België voor het voetlicht had gebracht. Vooral in de eerste helft pakten de jonge Duivels uit met verzorgd en bij momenten zelfs subtiel voetbal. Er waren fraaie acties, individuele bewegingen en er werd constant naar voren gevoetbald. In niets doet deze jonge brigade van Jean-François de Sart denken aan de A-ploeg, die zichzelf steeds weer door een vreemde veldbezetting verstrikt en verstikt. Er loopt duidelijk niet dezelfde lijn door het voetbal dat de nationale elftallen brengen.

Voor Jean-François de Sart moet het uiteindelijk een zegen zijn dat René Van-dereycken niet mee naar China is afgereisd. Hij kan vrijuit aan het werk, met de voetbalfilosofie die hij vorig jaar ook al tijdens de EK voor Beloften hanteerde. En met een gretige groep die zich als een eenheid presenteert, vrij en blij en niet vastgeketend door tactische opdrachten. De wat kleurloze Jean-François de Sart geeft vaak de indruk ruggengraat te missen, maar hij vaart met deze ploeg duidelijk een eigen koers. De spelers zijn erg te spreken over hun coach, niet echt een controlefreak en een man van strakke regels. Hij geeft zijn spelers ruimte om te ademen. Op en naast het veld.

Het voetbal dat Jean-François de Sart propageert, staat mijlenver van dat van Vandereycken: inschuivende backs, opbouw van achteruit, middenvelders inspelen en via creativiteit en acties een opening forceren. En: lef in plaats van angst, dwingend in plaats van afwachtend voetbal, bij voorkeur met een 4-3-3.

Eén jaar geleden drongen de Beloften door tot de halve finale van het EK. Iedereen deed toen lyrisch over de Nieuwe Generatie. In de A-ploeg maakten die goudstukken de opgeklopte verwachtingen niet echt waar. Dat is niet onlogisch: de tegenstander is sterker, de snelheid van uitvoering ligt hoger. Maar ook: het talent voelde zich al eens opgesloten in een tactische dwangbuis. Die zorgde voor een diepe frustratie, die Vincent Kompany na de afstraffing tegen Algerije heel even uitte.

Dezelfde Kompany reisde vorige week zaterdag niet mee af met de olympische ploeg omdat hij door Hamburg niet werd vrijgegeven. Het valt te hopen dat hij zich niet blesseert. Dat clubs dwarsliggen om hun spelers in een cruciale fase van het seizoen af te staan, is begrijpelijk. Voetbal is nooit een specifieke olympische sport geweest. Toch zullen de prestaties van de Beloften voor het Belgisch voetbal een interessante graadmeter zijn.

In afwachting daarvan begint Anderlecht woensdagavond tegen het Wit-Russische Bate Borisov aan een nieuw avontuur in de Champions League. De Brusselaars willen in de competitie de lijn van vorig seizoen in de terugronde (43 op 51) doortrekken. De ploeg valt terug op dezelfde automatismen, alleen Hernán Losada moet worden ingeplant. De Argentijn, die het vorig seizoen met Germinal Beerschot in de toppers niet altijd even gemakkelijk had, ervaart dat het anders voetballen is als de snelheid van uitvoering hoger ligt, al moet hij met zijn creativiteit en fluwelen baltoets de club een stap dichter brengen bij de authentieke huisstijl.

Intussen blijven ze ook bij paars-wit gefrustreerd achter omdat de club in zijn expansiemogelijkheden wordt geremd. Het budget bedraagt 35 miljoen euro, dat is amper 15 procent van de exploitatie van de Europese grootmachten. Ook Anderlecht ijvert voor een nieuw (of vernieuwd) stadion maar rond die plannen hangt verder een gordijn van mist. Ook hier slaagt de overheid er niet in knopen door te hakken. Net zoals bij Club Brugge waar de Vlaamse regering na tal van vertragingsmanoeuvres op 15 juli zou beslissen over het stadionproject. Intussen is die datum verschoven naar begin september, maar niemand die gelooft dat er dan echt een standpunt wordt ingenomen. In dit land lijkt iedereen tevreden met middelmaat. En wentelen de beleidsmensen zich rustig verder in besluiteloosheid. S

door Jacques Sys

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier