De F1 vreest dat ze te weinig spektakel brengt.

De eerste GP van het seizoen, anderhalve week geleden in Bahrein, zorgt voor onrust in de paddock. Zowel acteurs als waarnemers vonden het maar lauwe soep. Niet eens twee uur na de koers schreeuwde McLarenbaas Martin Whitmarsh om dringende ingrepen. Als het even kon al vanaf Melbourne, dit weekend. Zoals: iedereen verplichten minstens twee pit-stops te maken voor bandenwissels. Nog eens een uur later smeekte het voltallige F1-volkje al om een terugkeer van de tankbeurten. Een dag later moest Bernie Ecclestone tussenkomen om de gemoederen te bedaren, en de collectieve overtuiging als was de F1 zichzelf naar de haaien aan het fietsen, snel te blussen. “In de volgende koers gebeurt dan wel weer wat, en vindt iedereen het weer enig.”

Het is niet de eerste keer en het zal ook niet de laatste zijn, maar Mister E. heeft gelijk. De reacties op de openingsrace en de voorstellen om het gebeuren snel een hogere spektakelwaarde mee te geven, omschrijven perfect de betekenis van het begrip paniekvoetbal. Dat de GP van Bahrein als zoutloos werd omschreven, valt immers perfect te verklaren: de verwachtingen waren te hoog gespannen voor de seizoensstart, ingefluisterd door een terugkerende Michael Schumacher, vier wereldkampioenen die verenigd waren op de grid, acht toprijders in vier topteams en een wijziging in het bandenreglement dat voor waanzinnige eerste ronden zou gaan zorgen, zo voorspelde iedereen. Komt daarbij dat Bahrein met zijn wansmakelijk grote uitloopstroken en asfalt zover je kijkt niet meteen een circuit is met een echt F1-parfum en een lay-out die spektakel uitlokt. Dit in tegenstelling tot Melbourne, waar het seizoen vroeger werd geopend: daar viel in iedere seizoensaanhef wel wat te beleven.

Mogen we even schofferen? Zelf vonden we de GP van Bahrein behoorlijk boeiend. Vettel, Alonso en Massa reden haast veertig ronden lang binnen een tijdspanne van drie seconden. Autoracen is dan ook niets anders dan een horde machines die zo snel mogelijk een vooropgesteld aantal ronden rijden, met achter het stuur jongens die geen fout proberen te maken en wachten tot die kerel voor hen er wel eentje maakt. Akkoord, vroeger was dat spelletje iets boeiender om volgen omdat de foutprobabiliteit groter was en er ook een grotere hint van loerend gevaar was. Maar de voorbije tien tot vijftien jaar is het publiek de F1 op een heel andere manier gaan bekijken. Er wordt vandaag vooral over het circus gesproken als de grote baas gaat scheiden, de tweede in rang met de billen bloot op het internet komt, een topteam 100 miljoen boete krijgt voor spionage, twee toprijders elkaars bloed proberen te drinken, de wereldkampioen een nieuw lingeriemodel/lief heeft of een flamboyante teambaas zijn coureur verplicht om tegen de muur te rijden. Je bleef voor minder op je honger als je anderhalve week geleden met die verwachting voor het scherm zat.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier