Op 5 maart hervatte FC Anzji onder Guus Hiddink de Russische competitie met een wedstrijd tegen Dinamo Moskou. Tocht naar Machatsjkala in het gevaarlijke Dagestan.

De zwarte Mercedes suist geruisloos over de tienbaans-weg naar het hart van Moskou. Het is drie uur in de nacht. “Bij de uitgang van het vliegveld staat een wagen met chauffeur. Let op een nummerplaat met 111. Dan komt het goed”, had het contact bij FC Anzji ge-sms’t. Nu rijden we duidelijk de verkeerde kant op. De man achter het stuur zwijgt. Na een tijdje draait hij scherp naar rechts en zien we een enorm glazen gebouw opdoemen. De man gebaart. Uitstappen? Da, da, da. De receptionistes wijzen naar een lift. Een bediende drukt op het bovenste knopje met daarnaast de tekst Skybar geplakt. Als de deuren even later weer openschuiven, valt vanaf grote hoogte de voorbij stromende Wolga te zien. In de verte ligt het Kremlin. Het Kremlin waar Soelejman Kerimov, eigenaar van FC Anzji, net als zijn soortgenoten een krysha heeft bij premier Vladimir Poetin. Zo’n krysha – dak in het Russisch – is een tussenpersoon die je betaalt om invloed te krijgen. Globaal kun je stellen dat een kleine cirkel van gelukkigen rond Poetin steenrijk is geworden. Kerimov is de baas in Dagestan, maar woont in Moskou in een fort vol lijfwachten. Hem krijgen we zeker niet te zien, we zullen het moeten doen met zijn rechterhand. Ene German Tkatsjenko

Loslopende Afrikaan

Tkatsjenko heeft het druk. Hij werd door Kerimov aangesteld om de komende jaren een team op te bouwen dat niet alleen in Rusland, maar ook in Europa mee zal moeten doen met de groten. Dagestan moet op de kaart. Niet als bandietenstaat, maar als voetbalhoofdstad. Tkatsjenko kijkt er niet bij alsof hij de hoofdprijs heeft gewonnen. “Het is een geweldig gebied, arm, maar met een grote geschiedenis. Aan ons de taak de mensen blij te maken.”

We informeren voorzichtig naar de levensgevaarlijke situatie in Dagestan. “Problemen? Welke problemen? Dit project is voor het volk van Dagestan. De hele republiek staat op zijn kop. Zie wat we doen. We bouwen trainingsaccommodaties. Minstens zeven. Dat gekoppeld aan onze kracht en mentaliteit kan veel opleveren. De beste worstelaars ter wereld komen niet voor niets uit Dagestan. Wat dachten jullie? Dan moeten we ook voetballers op kunnen leiden.”

Met grote gebaren daalt hij een trap af. “Jullie gaan naar het trainingscomplex.” Zijn vinger priemt. “Jullie zijn gasten van Dagestan.” Waarna we worden overgeleverd aan een nieuwe, breedgeschouderde man in een stug leren jack. Even later slalomt hij zijn zwarte Mercedes via de linker- en rechtervluchtstrook langs de file Moskovieten. Na een dik uur zwijgen verlaten we de snelweg, de wegen worden kleiner. We gaan langs een slagboom en draaien een parkeerplaats op. We zien het logo van Saturnus. Ja, Saturnus. FK Saturn Moskou kwam ook op als een komeet, stampte hier een accommodatie uit de grond waar de hele Eredivisie tegelijk kan trainen en … is inmiddels alweer failliet. Binnen is het een soort olympisch dorp met zwembad, fitness, eetzalen, hotelkamers en wat eigenlijk niet? Stemmen klinken hol in dit mausoleum voor sporters.

Het laatste wat je hier verwacht, is een loslopende Afrikaan. Maar ineens staan we oog in oog met Samuel Eto’o. De bestverdienende voetballer op de globe heeft het prima naar zijn zin. “Iedereen wil hierheen komen.” Zijn grijns is verklaarbaar. Wie zou niet grijnzen van een miljoen euro netto per maand, 20.000 euro per doelpunt en 10.000 euro per assist?

Publieke executies

Terwijl de voetballers peddelen in hun verwarmde zwembaden, gaat er in de buurt van het stadion van FC Anzji weleens een bom af. Met de burgemeester op de open wagen na een landstitel is geen goed idee. De man wist al dertien aanslagen te overleven.

Begin december deed onderzoeksjournaliste Elena Milasjina in Amsterdam nog uit de doeken hoe in de Kaukasus mensen in koelen bloede worden vermoord. De Russische won een prijs van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Ze reist veel door het gebied. En ze leeft nog. Haar collega Anna Politkovskaja werd in 2006 vergiftigd en stierf. Net als andere journalisten die te kritisch schreven over de machthebbers in de Kaukasus. Milasjina vertelt over publieke executies van mensen die ervan werden beschuldigd de opstandelingen eten gegeven te hebben. Ze publiceerde over een man die ze zelf zag sterven: “Hij werd ontvoerd door politiemannen en totaal in elkaar geslagen, naar zijn dorp gebracht, op de grond gegooid en doodgeschoten in de aanwezigheid van zijn dorpsgenoten. De politiemannen zeiden: ‘Dit zal met ieder van jullie gebeuren als jullie ook maar één broodkorst aan de opstandelingen geven.'”

Verhalen waarover mannen als Mbark Boussoufa en Balázs Dzsudzsák hun schouders ophalen, verhalen die ze niet kennen. Het is alsof het voetbalgedeelte in de Kaukasus plaatsheeft in een parallel universum. Terug in het hotel zit German Tkat-sjenko alweer aan zijn vaste tafel. Hij wenkt de garçon en beveelt hem om meer espresso te brengen. De mobiel zoemt bijna onophoudelijk. “Man. Iedereen wil komen.” Toch zijn er ook die nee zeggen. Marc Janko bijvoorbeeld. De technisch directeur annex makelaar verslikt zich bijna in zijn sigaar van dertig dollar. Een flinke hoestbui volgt. “Wie? Janko? Die lange lantaarnpaal scoorde misschien in Nederland, maar hier speelt Eto’o. Dat Janko niet wilde komen, dat geloven jullie toch zelf niet?” Dan ziet hij beneden de zwarte krulletjes van een bekende. Het is João Carlos. Met de telefoon in zijn hand springt hij op en is hij weg. Zijn lijfwacht grist de sigarenknipper van de tafel en volgt hem als een brede schaduw.

Dagestan Airlines

Die avond heeft de eigenaar alle spelers en staf weer eens bij elkaar geroepen voor een etentje. Een lange stoet van geblindeerde auto’s met privéchauffeurs rijdt de oprijlaan op. Bij Kerimov thuis staan bepantserde SUV’s voor de deur en brede mannen met wapens op iedere hoek. Boussoufa is ook van de partij. Het frêle middenveldertje lijkt tussen de bewapende mannen verdwaald op de set van een Amerikaanse actiefilm waar een SWAT-team elk moment een gebouw kan binnenvallen. De Amsterdammer belandde ongewild in de burenruzie met Terek Grozny. Hij was rond, maar uiteindelijk werd het op het laatste moment toch FC Anzji. Terek gooide meteen de eisen van Boussoufa op straat: zestien miljoen euro (dat is vier miljoen per contractjaar) exclusief premies, een bonus van 500.000 euro bij Europees voetbal, 25 businessclass vliegtickets naar België per jaar, vier persoonlijke bodyguards en ten slotte een Mercedes met persoonlijke chauffeur.

In België was Boussoufa al een vedette en in Marokko een held, maar nu leidt hij het leven van een filmster. Jaarlijks minimaal 2,3 miljoen euro netto op zijn rekening. Een huis van 11.000 euro per maand. Sauna’s, zwembaden en, jawel, zelfs een eigen vliegservice die hem rond interlands haalt en brengt naar Marokko. Er trekt een kleine schaduw over zijn gezicht. Hij heeft het liever over voetbal. “Ik moet eerlijk zeggen dat het niet echt heel erg goed voelt als je met je teamgenoten van Marokko ergens in Afrika op het vliegveld aankomt en er dan voor mij een privéjet klaarstaat. Wij kennen dit helemaal niet in het Westen. Ja, misschien bij Barcelona of zo.” Boussoufa vertrekt geen spier. Niet als het over bedragen gaat. Niet als het over zwembaden gaat. Tot de term Dagestan Airlines valt. Hij lijkt even wat weg te slikken. “Succes. Ik zie jullie in Machatsjkala. Hoop ik.” Op naar Machatsjkala, het afvoerputje van Rusland.

Verweggistan

Een penetrante geur van wodka en zweet vult de cabine van het vliegtuig – of liever: de gammele stadsbus met vleugels – dat ons naar Machatsjkala brengt. We worden heen en weer geschud als in een wasmachine tijdens het centrifugeren. Dagestan Airlines: een vlucht om nooit te vergeten.

Eens in Machatsjkala lijkt het of we in de woestijn zijn geland. Zand zo ver je kunt kijken, met aan de horizon het gevreesde en ontoegankelijke Kaukasusgebergte. Hier en daar een kringeltje rook, flakkerende vlammetjes. Het blauw-witte aankomsthalletje heeft het formaat van de gemiddelde voetbalkantine. Plotseling een hand op onze schouder. Met een ruk draaien we ons om. Weer een stierennek met bloempotkapsel. Maar wel in trainingspak van Anzji met een kaart met foto en clublogo om de nek. De man die zich voorstelt als Sergej duwt ons snel een zwarte Corolla in die al met draaiende motoren klaarstaat om te vertrekken. Het is weer eens wat anders dan een Mercedes. Op hetzelfde moment springt een sms in ons gsm-scherm van een van de managers bij FC Anzji. Met daarop het kenteken D 343 FA 05. Stap alleen in deze auto!, staat erbij. Uit een ooghoek zien we nog net de cijfers 05.

Kapotte huizen. Barakken. Vrouwen gekleed in lompen hangen hoofddoeken aan de over de kale vlakte gespannen waslijnen. Mannen in legerpakken kaarten langs de weg. Onze Toyota detoneert tussen al die oude Lada’s en Fiatjes. Sergej drukt een grote sticker met FC Anzji op de voorruit, geeft nog wat extra gas en de stad aan de Kaspische Zee komt snel op ons af. Honden scharrelen er tussen de grijze, vervallen, lemen muurtjes. In het centrum van Machatsjkala hangen enorme posters. Met daarop getekende soldaten. Een met een mitrailleur, de ander met een bazooka op de schouder. Kies voor het leger van Dagestan.

Sergej blijkt te kunnen praten: ‘Fan-shop.’ Plotseling staan we voor een keurige etalage. De airconditioning zoemt binnen zachtjes. Het is alsof we plotseling in een shop van een Premier Leagueclub in Londen staan. Een verkoper dreunt monotoon de namen van de sterren op. In verweg- gistan staan we opeens met een kussentje van Mbark Boussoufa in de handen. Een sjaaltje kost vijf euro, het officiële trainingsjack van Adidas maar vier. Behalve het personeel en de journalisten is er geen hond in de zaak. Niet zo gek. Met een inkomen van gemiddeld vijftig euro per maand is een vaantje met daarop een lachende Dzsudzsák al snel een rib uit je lijf. Om niemand te beledigen, investeren we maar in wat merchandising.

Dun gesneden botervis

Om Dagestan te verlaten mogen we samen met de spelers, die er net een wedstrijdje op hebben zitten, in een splinternieuwe jet plaatsnemen. Het eerste compartiment heeft kolossale fauteuils die in de Air Force One niet zouden misstaan. Eenmaal in de lucht verschijnen meer dan charmante dames. Glimlachend serveren ze de eerste ijskoude Heineken, voordat ze aan de gang gaan met het presenteren van een copieuze maaltijd. Eto’o zet zijn tanden in gerookte zalm en dun gesneden botervis. Niet veel later gaan de borden met verse spaghetti, kip en witvis door de jet. Waarna de voetbalmiljonairs worden verwend met koffie en een notengebakje.

De flesjes Heineken missen hun uitwerking op de blaas niet. De wc spoelt nog door als we omdraaien en een kleine kale man zien staan wachten. Het is Roberto Carlos. Tijd voor een vraag, je bent journalist of niet. Hoe ziet hij zijn toekomst bij de club? “Ik zie mezelf als voorzitter een belangrijke rol vertolken. Ik zit al vaak rond de tafel met de huidige voorzitter om te praten over versterkingen.” We beginnen nog wat over negatieve reisadviezen. Het levert alleen vreemde blikken op. Einde mini-interview. Voordat we het in de gaten hebben, daalt een van de duurste ploegen van de wereld alweer richting Moskou. We stappen uit de tijdmachine. Hier staat een file bolides met eigen chauffeurs alweer met draaiende motoren klaar om de sterren op te pikken en naar huis te brengen. Boussoufa zwaait nog. En weg zijn ze, naar hun enorme landhuizen met zwembaden.

DOOR IWAN VAN DUREN & TOM KNIPPING – BEELDEN: IMAGEGLOBE

“Het voelt niet goed als je met je teamgenoten van Marokko op een vliegveld aankomt en er dan voor mij een privéjet klaarstaat.” Mbark Boussoufa

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier